U bent hier

Controle op geneesmiddelentherapie (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Samenvatting Controle op geneesmiddelentherapie

Actualisering januari 2019; herzien t.o.v. versie 2006

 

Inhoud

  1. Controle bij medicamenteuze behandeling lithium (stabiele instelling)
  2. Controle bij medicamenteuze behandeling clozapine (stabiele instelling)
  3. Controle bij medicamenteuze behandeling digoxine
  4. Controle bij medicamenteuze behandeling andere geneesmiddelen

1. Controle bij medicamenteuze behandeling lithium (stabiele instelling)

Bepalingen

  • lithiumspiegel
  • eGFR + creatinine
  • calcium (gecorrigeerd voor albumine)
  • TSH, indien afwijkend vrij T4

Indicatie

  • Controleer elk halfjaar 12-uurs lithiumspiegel (dalspiegel) en nierfunctie (eGFR)
  • Controleer jaarlijks calcium en TSH
  • Controleer 12-uurs lithiumspiegel na stoppen, starten of dosisaanpassingen van interacterende medicatie (NSAID’s, RAS-remmers, diuretica en metronidazol)
  • Controleer 12-uurs lithiumspiegel bij vermoeden intoxicatie 

Achtergrondinformatie bij de bepaling

    • 12-uurs lithiumspiegel: afname via venapunctie heeft voorkeur boven vingerprik
    • 12-uurs lithiumspiegel: afname 11-13 uur na ochtenddosering, bij doseren meermalen daags afname vóór de ochtendinname

    Referentiewaarden lithium

    Lithium

     

    Therapeutische spiegel (onderhoud)

    0,6-0,8 mmol/l

    oudere patiënten of in combinatie met antidepressivum: 0,4-0,6 mmol/l

    Toxisch

    ≥ 1,2 mmol/l

    eGFR + creatinine

    Zie hoofdstuk Nieraandoeningen

    Calcium (gecorrigeerd voor albumine)

    Zie hoofdstuk Delier 

    TSH

    Zie hoofdstuk Schildklieraandoeningen 

    Verder beleid

    • Bepaal bij te lage of te hoge lithiumspiegel nogmaals de lithiumspiegel. Achterhaal de oorzaak. Eventueel dosisverhoging of -verlaging in overleg met psychiater.
    • Bij lithiumspiegel boven 1,2 mmol/l: direct overleg met psychiater.
    • Bij lithiumspiegel boven 1,5 mmol/l: patiënt direct naar SEH.
    • Bij een eGFR < 60 ml/min/ 1,73 m2: overleg/verwijzing met/naar internist-nefroloog.
    • Bij calcium > 2,55 mmol/L en klachten: overleg met internist/psychiater.

    2. Controle bij medicamenteuze behandeling clozapine (stabiele instelling)

    Bepalingen

      • clozapinespiegel
      • leukocyten met differentiatie 

      Indicatie

      • Bepaal clozapinespeiegel bij ernstige bijwerkingen, vermoeden intoxicatie, start interacterende medicatie (ciprofloxacine, fluoxetine, fluvoxamine, sertraline) en verandering in rookgedrag of coffeïnegebruik.
      • Controleer maandelijks leukocyten met differentiatie.
      • Controleer bij koorts ≥ 38 °C, keelpijn en/of griepverschijnselen leukocyten met differentiatie.

      Achtergrondinformatie bij bepalingen

      • clozapinespiegel: 12 uur na inname
      • leukocyten en differentiatie: bij koorts, klinisch ernstig beeld (ulcera keel/anus) of duidelijke zieke patiënten bepalingen binnen 24 uur uitvoeren, anders eerstvolgende werkdag

      Referentiewaarden en afkapwaarden clozapine

      Clozapine

       

      Therapeutische spiegel (onderhoud)

      300 - 700 microgr/l

      Toxisch

      > 1000 microgr/l

      Leukocyten met differentiatie

       

      Leukocyten

      > 3,5 x 109/l

      Neutrofiele granulocyten

      > 2,0 x 109/l

      Verder beleid

        • Bij afwijkende clozapinespiegel: overleg met psychiater over dosisaanpassing.
        • Bij toxische clozapinespiegel: patiënt naar SEH.
        • Bij verlaagde leukocyten (tussen 3,0 en 3,5 x 109/l of neutrofiel granulocyten tussen de 1,5 en 2,0 x 109/l): verhoog de controlefrequentie naar 2x/week tot de waarden weer normaal zijn.
        • Bij sterk verlaagde leukocyten (< 3,0 x 109/l of neutrofiel granulocyten < 1,5 x 109/l): overleg met spoed met psychiater.

        3. Controle bij medicamenteuze behandeling digoxine

        Bepalingen

            • digoxinespiegel
            • kalium
            • eGFR + creatinine 

                Indicatie

                  • spiegelbepaling digoxine bij vermoeden intoxicatie
                  • controleer jaarlijks kalium en eGFR

                    Achtergrondinformatie bij bepalingen

                      • spiegelbepaling digoxine: bij voorkeur 12-24 uur na inname (direct voor inname volgende dosis)

                      Referentiewaarden digoxine

                      Digoxine

                       

                      Therapeutische waarde atriumfibrilleren, vóór gift

                      0,8-2,0 microgr/l

                      Therapeutische waarde Hartfalen, vóór gift

                      0,5-0,9 microgr/l

                      Toxisch

                      Mogelijk vanaf 2,0 microg/l

                      eGFR + creatinine

                      > 50 ml/min/ 1,73 m2*

                      Kalium

                      3,5-5,0 mmol/l

                      * Deze waarde is gebaseerd op de G-Standaard die is verwerkt in de huisartsinformatiesystemen en wijkt daarom af van de waarde genoemd in hoofdstuk Nieraandoeningen.

                      Verder beleid

                          • Bij afwijkende digoxinespiegel: pas dosering aan.
                          • Bij sterk verhoogde waarden: overleg met internist.

                          4. Controle bij medicamenteuze behandeling andere geneesmiddelen

                          Bepalingen

                          • Spiegelbepaling van andere geneesmiddelen

                          Indicaties

                          Voor andere geneesmiddelen gelden andere regels, zie bijvoorbeeld de monografieën van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA).

                          • Doe altijd navraag naar het juiste afnamemoment voor het betreffende geneesmiddel.
                          • Het tijdstip van inname, de hoogte van de dosering en het tijdstip van bloedafname moeten bekend zijn voor interpretatie van verkregen uitkomst.