U bent hier

Veelgestelde vragen

NHG-Praktijkaccreditering, 1. Professionaliteit

Alle zorg die is opgenomen in het actuele LHV-document “Aanbod huisartsengeneeskundige zorg 2015” is regulier. Dit aanbod wordt ingedeeld in basisaanbod, aanvullend aanbod en bijzonder aanbod. Samengevat, is het onderscheid als volgt:

  • BASIS AANBOD biedt iedere huisartsenpraktijk zonder meer aan. Het basisaanbod gaat vóór het aanvullend en bijzonder aanbod. 
  • AANVULLEND AANBOD betreft omschreven activiteiten voor bepaalde groepen patiënten. Aanvullend aanbod kan iedere huisartsenpraktijk zonder meer bieden, maar het is niet verplicht. Denk bijvoorbeeld aan 24-uurs bloeddrukmeting, tapen enkeldistorsies, immunotherapie etc.
  • BIJZONDER AANBOD raakt de grens van de huisartsgeneeskunde en vergt extra scholing, deskundigheidsbevordering en een aangepaste praktijkvoering. Voorbeelden zijn echografie, reizigersadvisering, oogheelkunde en verloskunde. Om de kwaliteit van dit bijzonder aanbod te borgen is het College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden (CHBB) opgericht. Het CHBB heeft registers en inschrijving is mogelijk bij aangetoonde bekwaamheid op dat bepaalde gebied. De registers zijn openbaar en van belang voor transparantie en vergoeding.

Hieruit volgt dat het NPA-certificaat ook van toepassing is op het bijzonder aanbod dat een geaccrediteerde praktijk levert (want regulier), MITS wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden (zoals inschrijving in register). En logischerwijs is op alle zorg, die niet in het LVH Aanbod 2015 staat, het NPA-certificaat niet van toepassing (b.v. cosmetische chirurgie).

Als een praktijk naast reguliere zorg ook niet-reguliere huisartsgeneeskundige zorg biedt in de zin van alternatieve of complementaire geneeskunde, dan is het NPA-keurmerk niet van toepassing op dit niet-reguliere deel. Voorbeelden hiervan zijn antroposofie, homeopathie of acupunctuur. De praktijk dient in deze gevallen expliciete en adequate en acties te ondernemen om dit duidelijk te maken aan de patiënten (vermelding op de website, in de praktijkfolder etc.)

Ja, een praktijk mag er uiteraard voor kiezen al deze zorg aan te bieden, maar het NPA-certificaat is niet op al dit zorgaanbod van toepassing. Voor het respectievelijk genoemde zorgaanbod geldt:

  1. Echografie: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener is ingeschreven in het CHBB-register Echografie (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  2. Reizigersadvisering,: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener is ingeschreven in het CHBB-register Reizigersadvisering en/of het LCR-register (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  3. Vasectomie: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener aantoonbaar bekwaam is (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  4. Cosmetisch chirurgische ingrepen: Nee, NPA-certificaat is hierop niet van toepassing (want niet opgenomen in het aanbod LHV 2015).
  5. Homeopathie: Nee, NPA-certificaat hierop niet van toepassing, want niet-reguliere zorg (maar “alternatief” of “complementair”).

In de laatste 2 gevallen dient de praktijk adequate acties te ondernemen om dit duidelijk te maken aan de patiënten, zoals vermelding op de website en in de praktijkfolder.

NHG-Praktijkaccreditering, 2. Personeel

Indien een basisarts onder supervisie werkt van een geregistreerde huisarts, dan wordt het standpunt van LHV (BK/00.038.657 d.d. 17 maart 2005) voor de NHG-Praktijkaccreditering als volgt toegepast:

  • In een situatie waar sprake is van 'één-op-meer supervisie' is het níet mogelijk dat de NHG-Praktijkaccreditering van toepassing wordt verklaard.
  • In een situatie waar sprake is van 'één-op-één supervisie' kan de NHG-Praktijkaccreditering wél van toepassing worden verklaard mits aan de organisatorische voorwaarden, zoals in het standpunt verwoord, wordt voldaan.

Deze voorwaarden zijn:

  • regelmatige patiëntenbesprekingen, bij voorkeur dagelijks en zeker van alle patiënten met meer complexe problematiek;
  • een helder georganiseerd samenwerkingsverband waarin kwaliteit geborgd is door middel van werkafspraken en protocollen;
  • minimaal jaarlijks functionerings-/evaluatiegesprekken en verslaglegging hiervan;
  • afspraken over consultatie van de supervisor;
  • afspraken over de bereikbaarheid van de supervisor bij spoed.

De mate waarin aan de voorwaarden wordt voldaan zal tijdens de audit worden getoetst.

  • Nurse practitioner: Verouderde term van buitenlandse herkomst, die destijds werd gebruikt voor een verpleegkundige beroepsbeoefenaar die werkzaam was als behandelaar. Het is een niet-beschermde titel. In Nederland werken bijna geen verpleegkundigen meer onder de benaming ‘nurse practitioner’.
  • Verpleegkundig Specialist (VS): Beschermde titel voor een verpleegkundige die zich na het behalen van het MANP-getuigschrift heeft laten registreren in het Verpleegkundig Specialisten Register, dit is een Master opleiding. De registratie wordt als aantekening vermeld in het BIG-register. Een VS is wettelijk bevoegd om binnen haar specialisme zelfstandig te onderzoeken, diagnosticeren en te behandelen. Ze mag zelfstandig voorbehouden handelingen verrichten en geneesmiddelen voorschrijven. Ze onderhoudt een zelfstandige behandelrelatie met haar cliënten/patiënten.
  • Praktijkverpleegkundige (PVK): Praktijkverpleegkundige is een differentiatie binnen het wettelijk erkende beroep van verpleegkundige. Zij zijn net als VS BIG-geregistreerd. De PVK heeft een HBO-opleiding gevolgd op bachelor-niveau, meestal aangevuld met een post-HBO beroepsopleiding tot PVK. Mits in het bezit van de juiste vervolgopleiding, mogen verpleegkundigen ook geneesmiddelen voorschrijven op het terrein van de oncologie, longziekten of diabetes. Deze voorschrijfbevoegdheid wordt als aantekening vermeld in het BIG-register,
  • Physician Assistant (PA): Dit beroep valt niet onder het verpleegkundig domein, maar onder het medisch beroepsdomein. Beschermde titel. Een PA is niet BIG-geregistreerd. De bevoegdheden van een PA komen grotendeels overeen met die van van een VS. Echter, waar een VS opgeleid is in één van de vijf deelspecialismen, is een PA opgeleid in algemene geneeskunde.

Wat betreft wettelijke bevoegdheden:

  • De wet kent bepaalde beroepen specifieke bevoegdheden toe. Wie de bevoegdheid heeft om een handeling te verrichten, hoeft niet langer gecontroleerd te worden door een andere beroepsbeoefenaar, maar moet er zelf op toezien dat hij bekwaam is om de handeling uit te voeren.
  • Het begrip eindverantwoordelijkheid heeft geen wettelijke basis. Iedere beroepsbeoefenaar heeft een eigenstandige bevoegdheid en is daarbinnen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen handelen. (Leden van) Beroepsgroepen zien niet toe op het handelen van (leden van) andere beroepsgroepen. De individuele verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaren die genoemd staan in artikel 3, vormt één van de wezenlijke punten van de Wet BIG.

Ja, functioneringsgesprekken zijn verplicht voor alle werknemers. 

NHG-Praktijkaccreditering, 3. Beleidsplan en Jaarverslag

Ja, in het eerste jaar dient de praktijk een actueel jaarverslag en beleidsplan te hebben.
Het jaarverslag van het voorgaande jaar dient uiterlijk 1 juli beschikbaar te zijn. Dat betekent dat indien in het eerste jaar de audit vóór 1 juli plaatsvindt, er géén jaarverslag aanwezig hoeft te zijn.

Regelmatig zijn praktijken onderdeel van een gezondheidscentrum, een groepspraktijk of een andere samenwerkingsvorm. Een gemeenschappelijk beleidsplan van een overkoepelende samenwerking is toegestaan. Als er een gemeenschappelijk beleidsplan is, zorg dan altijd voor een korte, praktijkspecifieke aanvulling of toelichting, zodat het team meer betrokken raakt. 

Praktijkaccreditering vraagt om een kwaliteitsjaarverslag, waarin het gevoerde (kwaliteits)beleid en de behaalde resultaten worden geëvalueerd. Het is gebruikelijk dat in een jaarverslag ook andere onderdelen worden opgenomen, maar binnen de Kwaliteitsnormen van NHG-Praktijkaccreditering is dat geen verplichting.

De praktijk kan bijvoorbeeld een analyse uitvoeren op de samenstelling van haar patiëntenpopulatie. Ondersteunend hierbij kan de Vraag Aanbod Analysemonitor van het NIVEL zijn.

NHG-Praktijkaccreditering, 4. Kwaliteit

De opsomming is een lijst van de onderwerpen waarover mondelinge afspraken zijn gemaakt. Het is niet een beschrijving van de afspraken zelf. De praktijk zelf (in het kader van haar eigen interne controle) en de auditor kunnen het overzicht gebruiken om te kunnen toetsen of de genoemde werkafspraken bekend zijn en worden gebruikt.

De interne controle moet aantoonbaar en effectief zijn.
De praktijk is vrij om te kiezen hoe zij dit aantoont. Vastlegging op zichzelf is dus geen eis, maar enige registratie ligt wel voor de hand als meest eenvoudige oplossing.

NHG-Praktijkaccreditering, 5. Samenwerking

Het betreft met name de samenwerking van de praktijk met zorgverleners buiten de praktijk.

NHG-Praktijkaccreditering, 6. Systematisch verbeteren

Het mag, maar het hoeft niet.
Praktijkaccreditering verlangt dat er georganiseerd en zorgvuldig aan verbeteringen wordt gewerkt. De wijze waarop de praktijk dat doet is aan de praktijk. Niet elke verbetering vereist een plan.

NHG-Praktijkaccreditering, 7. Klachtenregeling

Vanuit de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de Zorg (Wkkgz) zijn de volgende eisen relevant voor de norm

Klachtenregeling:
Klachtenfunctionaris: Vanaf 1 januari 2017 heeft de praktijk een klachtenfunctionaris beschikbaar die gratis is voor haar cliënten. De klachtenfunctionaris kan bemiddelen om een oplossing te vinden waar iedereen tevreden over is. Ook kan hij de cliënt informeren over de verschillende mogelijkheden om een klacht in te dienen.

Geschilleninstantie: Voor 1 januari 2017 moet elke zorgaanbieder aangesloten zijn bij een erkende geschilleninstantie. De geschilleninstantie moet zijn erkend door de minister.

 

NHG-Praktijkaccreditering, 9. Risicoanalyse

De praktijk voert tenminste eens per 3 jaar een risicoanalyse uit voor de praktijk. In elk geval vóór de eerste audit. Voor het uitvoeren van een risicoanalyse kan de praktijk gebruik maken van een van de twee risicoscans in NPAweb. Er is een beperkte versie die door één persoon (coördinator kwaliteit) wordt ingevuld. De uitgebreide versie kan door meerdere medewerkers en door verschillende discipline worden ingevuld.
Let op: de risicoanalyse is dus gericht op risico's voor de kwaliteit van zorg, i.e. risico's voor de patiënt, en is niet te verwarren met de RI&E gericht op ARBO gerelateerde risico's, i.e. risico's voor medewerkers/zorgverleners in de praktijk.

Bij voorkeur vult de praktijk de (uitgebreide) risicoscan in met haar gehele team. Zo krijgt de praktijk vanuit verschillende disciplines informatie over risico's in de praktijk. Heeft de praktijk een heel groot team, dan kan volstaan worden met een of meer vertegenwoordigers per functie.

De risicoscan is bedoeld om de praktijk te helpen risico’s te onderkennen. Het gaat dus om het vaststellen welke risico’s er zijn en hoe groot die dan zijn en daarop vervolgens acteren en alert zijn. De essentie is dat praktijk bij ieder gevonden risico een antwoord vindt op de vraag “Hoe minimaliseer ik dat risico c.q. hoe minimaliseer ik de gevolgen wanneer dat risico optreedt?” 

NHG-Praktijkaccreditering, 11. Bereikbaarheid

Als een patiënt buiten dat gebied (met een aanrijdtijd van maximaal 15 minuten) woont en ervoor kiest toch bij de praktijk te blijven, dan behoort de praktijk aantoonbaar of in  ieder geval aannemelijk te maken dat dit een expliciete keuze van de patiënt is.

NHG-Praktijkaccreditering, 13. Privacy en gegevensbeheer

Nee, Hotmail of Gmail is niet geschikt voor het veilig versturen (of registreren) van (herleidbare) patiëntinformatie, omdat Hotmail niet privacy-bestendig is. Er zijn overigens andere e-mailprogramma’s met wel voldoende beveiliging (encryptie/versleuteling).

Gegevens die via een onbeveiligde website worden ingevuld en verstuurd, zijn niet versleuteld en kunnen daardoor door kwaadwillende onbevoegden worden gezien. Een beveiligde website is te herkennen aan “https” aan het begin van de URL; een onbeveiligde website begint met “http” (zonder ‘s’).

Nee, WhatsApp  is niet geschikt voor het veilig versturen (of registreren) van (herleidbare) patiëntinformatie, omdat WhatsApp niet voldoende privacy-bestendig is. Wanneer WhatsApp hier toch voor wordt gebruikt, dan leidt dit tot een opmerking. Er zijn overigens andere berichtendiensten met wel voldoende beveiliging (encryptie/versleuteling).

NHG-Praktijkaccreditering, 14. Medische middelen

Praktijkaccreditering schrijft niet specifiek voor dat er een spoedkoffer in de praktijk aanwezig dient te zijn. Meer in het algemeen wordt wel de eis gesteld dat de praktijk heeft vastgelegd welke middelen voor spoedeisende hulp aanwezig moeten zijn en op welke plaats. De keuzen van de praktijk hierin moeten leiden tot verantwoorde zorg. 

Praktijkaccreditering schrijft niet voor welke medische middelen in de praktijk en de dokters-/spoedtas beschikbaar moeten zijn. De praktijk moet laten zien dat zij díe middelen ter beschikking heeft die nodig zijn om verantwoorde zorg te leveren. 

Nee, in het belang van de patiënt staat in de norm: "Medische middelen overschrijden de houdbaarheidsdata niet, zijn correct opgeslagen en in voldoende hoeveelheden beschikbaar." Er is in dit geval geen ruimte voor een eigen, praktijkspecifieke invulling.

Binnen de norm staat beschreven dat medicatie die onder de opiumwet valt op een niet-vrijtoegankelijke plek bewaard dient te worden en slechts in beperkte hoeveelheid beschikbaar mag zijn. De dokterstas, mits goed beheerd, is te beschouwen als een niet-vrijtoegankelijke plek.

Nee. De NPA norm stelt dat er een protocol moet zijn waarin de werkwijze beschreven wordt voor accidenteel bloedcontact, waaronder ook preventieve maatregelen. Het is wel een aanbeveling uit de 'Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen en verloskundigenpraktijk' (NHG/KNOV) dergelijke veiligheidsnaalden te gebruiken om prikaccidenten te voorkomen. En de Arbo-wet stelt als eis (ter bescherming van betrokken werknemers) "het ter beschikking stellen van een medisch hulpmiddel met ingebouwd veiligheids- en beschermingsmechanisme, indien er gevaar is voor letsel of infectie door een scherp medisch hulpmiddel"

Nee, de dagelijkse actuele temperatuur zegt niets over eventuele schommelingen die na de laatste waarneming hebben plaatsgevonden. Er kunnen in de tussentijds geruime tijd te lage of te hoge temperaturen hebben geheerst in de koelkast. Voor een afdoende borging van de koudeketen is het nodig om te weten wat de minimale en de maximale temperatuur zijn geweest in de periode tussen twee waarnemingen. Alleen bij een registratie van die temperaturen kan er vertrouwen zijn in voldoende bewaking van de koudeketen.

NHG-Praktijkaccreditering, 15. Instrumentarium en apparatuur

Er worden binnen de kwaliteitsnormen van Praktijkaccreditering geen concrete eisen aan de praktijkruimte gesteld. Wel wordt er van de praktijk verwacht dat zij beschikt over alle voorzieningen, instrumentarium en apparatuur om de geboden zorg op verantwoorde wijze te kunnen verlenen. 

NHG-Praktijkaccreditering, 16. Triage

Een triagesysteem bestaat uit een NHG-Triagewijzer of gelijkwaardig triagesysteem aangevuld met een werkwijze en schriftelijke afspraken over de verdeling van de triagetaken. 

Nee, dit is niet verplicht. De Nederlandse Triage Wijzer kan bijvoorbeeld een alternatief zijn. 

Een vastgelegde taakverdeling moet er voor zorgen dat alleen gekwalificeerde medewerkers de triage krijgen toegewezen en uitvoeren. Wat betreft triage is het van belang dat er een werkend systeem is en dat de betrokken medewerkers gekwalificeerd moet zijn voor deze taak. Zelfstandig door hen gegeven adviezen en afgehandelde hulpvragen dienen te worden geregistreerd en door de huisarts geautoriseerd voor zover noodzakelijk. Dit betekent dat de praktijk minimaal een werkafspraak heeft om aan te kunnen tonen hoe "voor zover noodzakelijk" wordt toegepast.
Zie ook het document Actuele Informatie op NPAweb.

Nee, er hoeft geen speciale training gevolgd te worden, al is dit wel nuttig. Het is belangrijk dat de praktijk over een werkend,  systeem beschikt met personeel dat bevoegd en bekwaam is om triage uit te voeren.

Nee, alleen "voor zover noodzakelijk". In principe moeten zelfstandig afgehandelde hulpvragen wel worden geregistreerd en geauthoriseerd. Belangrijkste overwegingen zijn het mogelijke risico van foute adviezen en aansprakelijkheid van de huisarts als eindverantwoordelijke voor de zorg. Daarnaast geeft autorisatie de assistente bevestiging van de juistheid van gemaakte keuzen.
Ruimte voor de praktijk ligt met name in: “achteraf autoriseren”. De norm is dus registreren en autoriseren voor zover noodzakelijk. De praktijk kan flexibel invullingen geven aan de werkwijze, maar minimaal moet er een werkafspraak zijn om aan te kunnen tonen hoe "voor zover noodzakelijk" wordt toegepast.

NHG-Praktijkaccreditering, 22. Zorguitkomsten

Het uitsluiten van patiënten van ketenzorg bijvoorbeeld doordat de patiënt niet meewerkt, beïnvloedt de scores.
Het is niet de bedoeling dat de praktijk de cijfers aan gaat passen;
Wel moet de praktijk bij haar analyse van de cijfers rekening houden met exclusie, en welke effecten dit heeft op de cijfers