U bent hier

Bijlage 3. Arbowetgeving

De regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden is vastgelegd in verschillende wetten. Het algemene uitgangspunt is dat een werkgever een zorgplicht heeft voor de werknemer. Dit houdt onder meer in:

  • Werkgevers en werknemers dragen samen verantwoordelijkheid voor veilige en gezonde werkomstandigheden.
  • De werkgever moet de risico’s in kaart brengen en het noodzakelijke beschermingsniveau realiseren. 
  • De werkgever moet zijn werknemers voorlichten over de risico’s.
  • De werknemer is verplicht zich op de hoogte te stellen van de risico’s en moet de aangedragen maatregelen/voorschriften opvolgen.

Deze zorgplicht is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek Artikel 7:658. In de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), het Arbobesluit en de Arboregelingen is dit verder uitgewerkt.
Praktijkmedewerkers in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk hebben een verhoogd risico op blootstelling aan een besmettelijke ziekte omdat zij in contact kunnen komen met zogenaamde biologische agentia (zoals bloed, urine of speeksel). De werkgever is op basis van de Arbowet verplicht om maatregelen te nemen om werknemers te beschermen tegen de risico’s die dit oplevert.

De werkgever moet de blootstelling van zijn personeel aan biologische agentia beoordelen. Biologische agentia zijn te onderscheiden in levende en niet-levende biologische agentia. Voor alle niet-levende biologische agentia is de algemene regelgeving voor gevaarlijke stoffen relevant. Wordt er met levende biologische agentia gewerkt, dan moet een aanvullende RI&E worden opgesteld.

Dit houdt voor een werkgever in de huisartsen- of verloskundigenpraktijk in dat er een beleid moet worden gevoerd ten aanzien van infectiepreventie. Dit betreft het controleren van en beleid maken op de volgende punten:

  • de immuun- en vaccinatiestatus van het personeel;
  • aanwezigheid van persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • handhygiëne;
  • het gebruik van medische hulpmiddelen met ingebouwde veiligheids- en beschermingsmechanismen, zoals veilige naalden;
  • accidenteel bloedcontact of contact met andere lichaamsvloeistoffen.

Het kan raadzaam zijn om in specifieke gevallen een bedrijfsarts om advies te vragen, voorbeelden hiervan zijn:

  • werknemers met (risicofactoren voor) eczeem/huidafwijkingen, waardoor bijvoorbeeld het toepassen van handhygiëne een probleem kan zijn; 
  • een infectieuze aandoening of dragerschap bij de medewerker die tot gezondheidsschade bij anderen (patiënten) kan leiden; 
  • werknemers met een verhoogd risico op gezondheidsschade (immuungecompromitteerden of zwangeren);
  • vragen of problemen rondom vaccinaties.