U bent hier

Wijziging Richtlijn Infectiepreventie - Infectiepreventief handelen in specifieke situaties in de praktijk

  • Toevoeging aan achtergrondinformatie MRSA of BRMO; Tijdens een invasieve ingreep bij een MRSA-positieve patiënt wordt het gebruik van een chirurgisch mondneusmasker sterk aanbevolen. MRSA kan zich makkelijk nestelen in de neus en keel als het via de handen of handschoenen wordt overgedragen.
  • Toevoeging alinea: Meldingsplichtige infectieziekten met de volgende tekst;

Aanbeveling meldingsplichtige infectieziekten

Infectieziekten die behoren tot categorie A, B1, B2 en C moeten bij de GGD gemeld worden.

Achtergrondinformatie meldingsplichtige infectieziekten

In Nederland bestaat voor een aantal infectieziekten een meldingsplicht, zodat deze op een adequate manier bestreden kunnen worden.

Afhankelijk van de ernst worden de meldingsplichtige infectieziekten ingedeeld in de categorieën A, B1, B2 en C. Deze indeling is gebaseerd op de mate waarin dwingende maatregelen opgelegd kunnen worden om de bevolking te beschermen.

Bij een uitbraak van een meldingsplichtige infectieziekte, met name uit categorie A of B, kunnen de adviezen over infectiepreventie (welke persoonlijke beschermingsmiddelen, reiniging en desinfectie van ruimten en afvalbeheer) afwijken van wat men gewend is in de huisartsen- of verloskundigenpraktijk. Voor deze specifieke adviezen wordt verwezen naar de ziektespecifieke richtlijnen van de verschillende aandoeningen.

Bij groep A horen de ernstige infectieziekten zoals MERS-coronavirus, pokken, polio, severe acute respiratory syndrome (SARS) en virale hemorragische koorts. Als hiervan sprake is kunnen zo nodig wettelijke maatregelen worden opgelegd, zoals gedwongen opname tot isolatie of thuisisolatie, gedwongen onderzoek, gedwongen quarantaine (inclusief medisch toezicht) en verbod van beroepsuitoefening.

Ook voor de infectieziekten uit groep B1 en B2 kunnen zo nodig wettelijke maatregelen worden opgelegd. Bij groep B1 horen momenteel de volgende infectieziekten: humane infectie met dierlijk influenzavirus, difterie, pest, rabiës en tuberculose. Bij groep B2 horen momenteel: buiktyfus, (typhoid fever), cholera, hepatitis A, hepatitis B, hepatitis C (recent opgelopen), kinkhoest, mazelen, paratyfus, rubella, shigatoxineproducerende Escherichia coli /enterohemorragische Escherichia coli-infectie (STEC), shigellose, invasieve groep A-streptokokkeninfectie en voedselinfectie voor zover vastgesteld bij twee of meer patiënten met een onderlinge relatie wijzend op voedsel als bron.

Voor de infectieziekten uit groep C kunnen geen dwingende maatregelen worden opgelegd. Bij de melding wordt wel om persoonsgegevens gevraagd, zodat er maatregelen (op vrijwillige basis) aan de patiënt of anderen kunnen worden geadviseerd. De volledige lijst van infectieziekten behorende tot groep C staat op de website van het RIVM. De snelheid waarmee gemeld moet worden bij de GGD is variabel en afhankelijk van welke infectieziekte het betreft, hiervoor wordt eveneens verwezen naar de website van het RIVM, www.rivm.nl.

  • Wijziging aanbeveling containers voor scherp afval; Voer gebruikte naaldcontainers af door ze aan te bieden aan een erkende inzamelaar die voorkomt op de VIHB-lijst (zie verder onder ‘Afvoer van afval’).
  • Wijziging achtergrondinformatie containers voor scherp afval; Gebruikte naaldcontainers worden gerekend tot afval met infectierisico en mogen alleen worden afgevoerd door erkende inzamelaars die zijn opgenomen op de zogenaamde VIHB-lijst.
  • Gewijzigde aanbevelingen afvoer van afval met infectierisico;
    • Bewaar gebruikte naalden en andere scherpe voorwerpen in speciaal daarvoor bestemde containers (UN-code 3291). Voer ze ook in deze containers af.
    • Volle naaldencontainers worden beschouwd als afval met infectierisico en moeten gescheiden van het overige praktijkafval worden aangeboden. Lever de containers in bij een erkende inzamelaar, die op de zogenaamde VIHB-lijst staat (VIHB=vervoerder, inzamelaar, handelaar of bemiddelaar van afvalstoffen).
    • Placenta’s die zijn geboren bij een thuisbevalling kunnen worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. Verpak de placenta in een stevige (of dubbele) plastic zak en deponeer het in de vuilcontainer.
  • Wijziging achtergronden afvoer van afval met infectierisico; Het afvalbeheer (inzameling, vervoer, verwerking) is in Nederland uitgewerkt naar afvalstromen in zogenaamde sectorplannen. Voor een groot deel van het afval uit de gezondheidszorg is sectorplan 19 van toepassing: ‘Afval van gezondheidszorg bij mens of dier’. Onder dit sectorplan valt het afval dat vrijkomt bij diagnostiek, behandeling en preventie van ziekte. Een deel van dit afval wordt aangemerkt als gevaarlijk afval, bijvoorbeeld afval waaraan een infectierisico verbonden is. Met name met deze vorm van afval hebben huisartsen en verloskundigen te maken. Al het afval dat meer dan een minimale hoeveelheid niet opgedroogd bloed of andere lichaamsvochten bevat, wordt gezien als afval met infectierisico. Alleen als bloed of andere lichaamsvochten zijn opgedroogd of volledig geabsorbeerd in bijvoorbeeld verband of celstofonderleggers, mogen ze worden afgevoerd met het overige bedrijfsafval. Ook scherp afval wordt beschouwd als afval waaraan een infectierisico verbonden is, zelfs als het materiaal niet in contact is geweest met bloed of lichaamsvochten. Verder valt kweekmateriaal, zoals dipslides, onder afval met infectierisico.

    Het gevaarlijke afval moet worden verzameld en afgevoerd in speciale containers. Voor naalden, scalpelmesjes en ander klein gevaarlijk afval kan dit in een naaldencontainer. Naaldencontainers en andere containers voor afval met infectierisico moeten zijn voorzien van UN-nummer 3291.

    De overheid stelt eisen op het gebied van hygiëne, opslag en afgifte van risicohoudende medische afvalstoffen. De hulpverlener is verantwoordelijk voor de opslag en de verpakking van de afvalstoffen in zijn praktijk. Het gevaarlijke afval mag alleen worden ingezameld door een erkende inzamelaar die voorkomt op de zogenaamde VIHB-lijst (VIHB = vervoerder, inzamelaar, handelaar of bemiddelaar van afvalstoffen).

    Voor afval dat bij mensen thuis vrijkomt, is de particulier verantwoordelijk (huishoudelijk afval volgens sectorplan 1). Medisch afval dat bijvoorbeeld vrijkomt bij een thuisbevalling of miskraam, mag afgevoerd worden met het huisvuil. Een placenta kan zelfs als GFT afgevoerd worden omdat het om biologisch afbreekbaar afval gaat. Particulieren mogen een placenta of miskraam (tot een zwangerschapsduur van 24 weken) ook zelf begraven (bij voorkeur op een diepte van ten minste één meter om opgraving door dieren te voorkomen)