U bent hier

NHG-Zorgmodule Leefstijl Voeding (samenvatting)

Inhoudsopgave

 

Richtlijnen diagnostiek

De module is van toepassing op volwassen patiënten:

  • die geïnformeerd willen worden over gezonde voeding;
  • met risicofactoren voor hart- en vaatziekten (onder andere roken, verhoogde bloeddruk, hyperlipidemie en obesitas) en chronische ziekten (zoals diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten en COPD), waarbij voedingsadvisering deel uitmaakt van de behandeling.

Aankaarten

  • Informeer naar de behoefte aan voedingsadviezen.
  • Houd rekening met eventuele weerstand bij de patiënt door gevoelens van schaamte, schuld, verdriet of frustratie.
  • Stel de leefstijl op een niet veroordelende wijze aan de orde.

Inventariseren

Vraag de patiënt toestemming om de leefstijl in kaart te brengen. Vraag vervolgens naar:

  • voedingsgewoonten, voedingspatroon, voedingsgedrag, beweeggedrag, slaapgedrag, stress, roken, alcoholconsumptie, drugsgebruik;
  • voorgeschiedenis: gewichtsverloop van de laatste jaren (zowel over- als ondervoeding), ervaringen met diëten;
  • kennis en opvattingen over (on)gezonde leefstijl en de consequenties daarvan;
  • kennis van voeding (voedingssamenstelling, productkennis, lees- en taalvaardigheid);
  • psychosociale omstandigheden en omgevingsfactoren (onder andere sociaaleconomische, etnische en culturele factoren).

Vraag om het gezondheidsrisico in te schatten ook naar:

  • risicofactoren voor hart- en vaatziekten (naast leefstijlfactoren): verhoogde bloeddruk, hyperlipidemie, obesitas (BMI > 30); vergrote buikomvang bij BMI > 25 (man > 102 cm, vrouw > 88cm);
  • voorgeschiedenis: hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, longaandoeningen (astma, COPD) of andere relevante aandoeningen of gezondheidsproblemen;
  • familiegeschiedenis (onder andere obesitas, diabetes mellitus type 2, COPD en hart- en vaatziekten);
  • medicatie en eventuele bijwerkingen (zoals effecten op smaak en eetlust).

Exploreren motivatie tot gedragsverandering

Ga samen met de patiënt na of deze overweegt zijn voedingsgedrag aan te passen. Vraag hiertoe:

  • In hoeverre zou u uw voedingsgedrag willen veranderen?
  • Wat zijn voor u de drie belangrijkste redenen om dit te doen?
  • Hoe belangrijk is het voor u om uw voedingsgedrag te veranderen (geef aan op een schaal van 0-10). Vraag bij een lage score waarom de patiënt het minderen of stoppen niet/minder belangrijk vindt. 
  • Stel dat u zou besluiten uw voedingsgedrag aan te passen, hoe zou u dat aanpakken? Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat het u gaat lukken (op een schaal van 0-10). Ga na waarom de patiënt zichzelf dit cijfer geeft en niet lager en wat ervoor nodig is om op een hoger cijfer te komen? 

Vat de antwoorden van de patiënt samen en vraag wat deze denkt te moeten veranderen en hoe hij dit wil aanpakken. Vraag vervolgens:

  • In hoeverre zou u hierbij hulp willen hebben?
  • Weet u welke vormen van hulp mogelijk zijn?

Als de patiënt op dit moment zijn voedingsgedrag niet wil of kan aanpassen:

  • Vraag of u de patiënt (eventueel schriftelijk) nadere informatie mag geven over zijn voedingsgedrag.
  • Benadruk dat de patiënt altijd op een later moment op zijn voedingsgedrag mag terugkomen.

Evaluatie

Ga samen met de patiënt na welk zorgprofiel het meest passend is op grond van diens:

  • zelfmanagementvaardigheden
  • leefstijl- en risico-inventarisatie
  • motivatie tot gedragsverandering
  • voorkeuren

Richtlijnen beleid 

Zorgprofiel

Inhoud zorgprofiel

Betrokken zorgverleners

1. Uitsluitend zelfmanagement
  • Voorkeur patiënt
  • Voldoende zelfmanagement-
    vaardigheden
  • Geen
  • Eventueel vervolgafspraak
2. Algemeen voedingsadvies
  • Bewust maken van gezondheidsrisico’s
  • Leggen van relatie tussen leefstijl en ziekte
  • Indien nodig motiveren tot leefstijlverandering
  • Streef naar stapsgewijze, haalbare kleine aanpassingen
  • Leg behandelingsdoelen vast
  • Huisarts
  • Praktijkondersteuner
  • Vervolgafspraken in overleg met de patiënt
3. Individuele dieetbehandeling
  • Dieetbehandeling gericht op voorkomen, opheffen, verminderen of compenseren stoornissen, beperkingen en participatieproblemen die met voeding samenhangen of daardoor worden beïnvloed
  • Diëtist
  • Vervolgafspraken in overleg met de patiënt
4. Gespecialiseerde dieetbehandeling
  • Gespecialiseerde dieetbehandeling gericht op voorkomen, opheffen, verminderen of compenseren van stoornissen, beperkingen en participatieproblemen die met voeding samenhangen of daardoor worden beïnvloed
  • Gespecialiseerde diëtist
  • Vervolgafspraken in overleg met de patiënt