Belangrijkste aandachtpunten in 2026

  • Gebruik bij voorkeur de meest recente versie(s) van de uitnodigingsbrieven uit deze NHG-Praktijkhandleiding. Deze brieven voldoen aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan het informeren van patiënten volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). 
  • Er is een aparte brief beschikbaar voor het uitnodigen van kinderen voor griepvaccinatie. In deze brief staan ook de aspecten rondom informed consent die spelen bij het vaccineren van kinderen. Wanneer je gebruik maakt van het verzendhuis DMDR kunnen zij op basis van geboortedatum deze versie van de brief sturen naar minderjarige patiënten. Volwassenen krijgen dan een kortere brief (zonder de informatie voor kinderen). Lees meer hierover onder uitnodigen en informeren.  
  • In de uitnodigingsbrief voor griepvaccinatie is informatie opgenomen over COVID-19-vaccinatie. De doelgroep voor COVID-19-vaccinatie is dit najaar: mensen van 70 jaar en ouder, volwassenen en kinderen uit de medische hoog-risicogroepen, mensen van 50 tot en met 69 jaar die een medische indicatie voor griepvaccinatie hebben en medewerkers in de gezondheidszorg die direct contact hebben met kwetsbare patiënten.  
  • In de tekst is een overzicht toegevoegd waarin voor speciale doelgroepen wordt beschreven of er een indicatie is voor griepvaccinatie en in welke gevallen het vergoed wordt binnen het NPG. 

Voorbereiding 

De organisatie van de griep- en pneumokokkenvaccinatie in de huisartsenpraktijk start in mei met het maken van de selectie en eindigt in januari als de declaratie bij de SNPG is ingediend. We lichten de planning voor het programma schematisch toe en beschrijven de aandachtspunten per processtap.

Primair proces schema pneumokokken en griep

Primair proces griep- en pneumokokkenvaccinatie

Voor zowel de griep- als de pneumokokkenvaccinatie komt het proces grotendeels overeen. Belangrijke verschillen zijn: 

  • Het pneumokokkenvaccin PCV20 biedt een langere beschermingsduur, waardoor revaccinatie vooralsnog niet nodig lijkt (zie het Gezondheidsraad-advies 2023
  • De doelgroep: 
    • bij griepvaccinatie: medische risicogroepen en 60-plussers 
    • bij pneumokokkenvaccinatie PCV20 binnen het NPPV is de selectie alleen op basis van leeftijd: 
      • Mensen geboren in 1966. Dit zijn mensen die in het jaar van vaccineren 60 jaar worden. 
      • Mensen geboren in 1948 tot en met 1952. Dit zijn mensen met een leeftijd boven de 60 jaar: 5 jaar ná eerdere uitnodiging voor PPV23 binnen het NPPV (PPV23 werd tot en met 2024 ingezet in het NPPV). 
  • De grootte van de vaccins: de verpakking met 10 pneumokokkenvaccins PCV20 is circa 1,3 keer zo groot als de verpakking met 10 griepvaccins. Dit vereist voldoende koelkastcapaciteit. 
  • Relatieve contra-indicatie bij pneumokokkenvaccinatie: chemotherapie 
  • Bevestiging veiligheidsnaald: bij pneumokokkenvaccin draaiend bevestigen 
  • Pneumokokkenvaccins kunnen tot expiratiedatum gebruikt worden (i.p.v. vernietigen aan het einde van de campagne) 

Eerste selectie van patiënten

Maak in mei een eerste selectie van patiënten voor een inschatting van het aantal te bestellen griep- en pneumokokkenvaccins. Meer over de selectie van de patiënten voor de griepvaccinatie lees je in het hoofdstuk Indicaties en contra-indicaties. 

Houd daarbij rekening met het volgende: 

  • Het aantal mutaties afgelopen jaar in je praktijk. 
  • Aanpassingen in de griepselectie na het advies van de Gezondheidsraad in 2021. 
  • Bij de griepselectie: het aantal toegediende vaccins het afgelopen jaar. 
  • Bij de pneumokokkenvaccins: het aantal overgebleven vaccins van de vorige campagne. 

Je HIS ondersteunt je zoveel mogelijk in deze selectie. 

Planning vaccinatiespreekuur

  • Het griep- en pneumokokkenvaccin kunnen gelijktijdig worden toegediend in verschillende ledematen. Prik het griepvaccin links en het pneumokokkenvaccin rechts. 
  • Je kunt het beste tegen griep vaccineren tussen half oktober en eind november. De vorming van antistoffen begint na ongeveer 1 week, bereikt na 4-6 weken een maximum en blijft bij gezonde ouderen circa 6 maanden op peil. 

Er zijn in grote lijnen 3 scenario’s voor het vaccinatiespreekuur mogelijk: 

  • Scenario 1: Een gecombineerd vaccinatiespreekuur voor de griep- en pneumokokkenvaccinatie 
    • Aandachtspunt: Het gelijktijdig opslaan van griep- en pneumokokkenvaccins vereist voldoende koelkastcapaciteit. 
  • Scenario 2: Griep- en pneumokokkenvaccinatie op verschillende dagen, waarbij de pneumokokkenvaccinatie eerder plaats vindt. 
  • Scenario 3: Een spreekuur voor een gecombineerde griep- en pneumokokkenvaccinatie en een spreekuur voor de griepvaccinatie 
    • Aandachtspunt: Voorlevering van griepvaccins is mogelijk tot een maximum van 10% van de totale bestelling. Het aantal te leveren griepvaccins is daardoor beperkt. Wanneer het maximale aantal bestelde griepvaccins bereikt is, is dit scenario niet meer mogelijk. 

Eén van de belangrijkste aspecten om bij de planning van het vaccinatiespreekuur rekening mee te houden is de koelkastcapaciteit. De afmeting van een verpakking met 10 pneumokokkenvaccins PCV20 is 9,9 cm x 5,2 cm x 12,3 cm. Dit is ongeveer 2 keer zo klein als de verpakking van PPV23 (dat tot en met 2024 werd gebruikt in het NPPV), en 1,3 keer zo groot als de verpakking met 10 griepvaccins. De vaccins moeten bewaard worden in de verpakking om de kwaliteit en stabiliteit van de vaccins te behouden. 

Overweeg om een extra (tijdelijke) koelkast te plaatsen, wanneer je verwacht dat de koelkastcapaciteit ontoereikend is.  

Vaccins en infographic bestellen

Bestel tussen 2 juni (vanaf 11.00 uur) en 30 juni 2026 de griep- en pneumokokkenvaccins en de uitnodigingsmaterialen via de website van de SNPG. In de webapplicatie van de SNPG kun je aangeven op welke dag je de vaccins wil laten leveren. De vaccins worden per 10 stuks geleverd. 

Houd bij het bestellen rekening met de planning en organisatie van het vaccinatiespreekuur. Plan de levering van de vaccins minimaal 2 werkdagen voor het vaccinatiespreekuur. Per werkdag kan er een maximale hoeveelheid vaccins aan een maximaal aantal adressen geleverd worden. 

Je ontvangt direct na het plaatsen van de bestelling een digitale opdrachtbevestiging. In september  word je per mail nogmaals gewezen op de bestelling, die ook terug te vinden is in de bestelapplicatie van SNPG onder ‘Berichten’.  

Voorlevering van griepvaccins is mogelijk tot een maximum van 10% van de totale bestelling. Als er patiënten zijn die tijdens de griepvaccinatiecampagne in het buitenland verblijven, kun je voor deze patiënten in september al de griepvaccins ontvangen.  

Je kunt een nabestelling plaatsen op de eerste werkdag na ontvangst van de hoofdlevering. Dit kan via de webapplicatie van de SNPG. De bezorgdatum van de nabestelling hangt samen met de beschikbaarheid van vaccins op de gewenste datum. Daarnaast zit er minimaal 8 dagen tussen besteldatum en bezorgdatum vanwege de orderverwerking bij de logistiek dienstverlener. 

Voor de eerste 3  leveringen betaal je geen verzendkosten. Elke levering geldt als een levering, ongeacht of het een voor-, hoofd- of nalevering betreft. Het maakt daarbij niet uit of de levering griep- of pneumokokkenvaccins betreft.  

Vanaf de vierde levering worden verzendkosten in rekening gebracht: deze zijn voor een gewone levering €46.- (geen spoed). Voor een spoedlevering gelden andere kosten (zie de SNPG-website).  

Infographics bestellen

Het RIVM en het NHG hebben de infographics Griepprik en Prik tegen pneumokokken 2026 ontwikkeld: 

De infographics geven de patiënt informatie over de ziekte, de mogelijke gevolgen ervan en het nut van de vaccinatie. De infographics kun je tegelijk met de vaccins bestellen. Deze worden gratis geleverd op A4-briefpapier. Gebruik de blanco zijde voor de uitnodigingsbrief. 

Bestel de infographics altijd via de webapplicatie van SNPG, ook als de verzending van de uitnodigingen via een verzendhuis verloopt. 

Overweeg om een aantal extra exemplaren van de infographics te bestellen. Sommige mensen bewaren de infographics graag als naslag. Je kunt hen deze extra exemplaren geven wanneer ze tijdens het vaccinatiespreekuur hun uitnodigingsbrief moeten inleveren. 

Veiligheidsnaalden bestellen

Bestel de veiligheidsnaalden tijdig. De diameter is 0,5-0,6 mm (23-25 Gauge). Kies voor:

  • Intramusculaire toediening: 25 mm (standaard aanbevolen toediening
  • Intramusculaire toediening bij obesitas: 38 mm 
  • Subcutane toediening: 16 mm (zelden geïndiceerd), in het geval van stollingsstoornissen

Naar schatting zal de langere naald (van 38 mm) nodig zijn bij ongeveer 10-20% van de populatie. In 2024 had 15,7% van de Nederlanders ernstig overgewicht (BMI >30). Houd hier bij het bestellen van naalden rekening mee. 

De vaccins worden zonder naald geleverd. Je kunt de benodigde veiligheidsnaalden bestellen bij de eigen groothandel. Op de website van de SNPG zie je welke naalden geschikt zijn. De veiligheidsnaalden worden per 100 stuks geleverd. 

Voor het griep- en pneumokokkenvaccin kun je dezelfde naalden gebruiken. Let wel op de andere bevestiging van de naald op de betreffende spuit. 

Bij het pneumokokkenvaccin moet de naald met een draaiende beweging bevestigd worden in verband met een Luer Lock-aansluiting. Dit geldt ook bij griepvaccins van Vaxigrip. 

Bij naalden met SmartSlip-technologie is het nodig om eerst stevig te drukken, en dan pas te draaien, om de spuit goed op de naald te bevestigen. Zie voor een verdere instructie de website van de SNPG. 

Uitnodigen en informeren

De griep- en pneumokokkenvaccinaties binnen het NPG en NPPV zijn een preventief aanbod met als doel ziekte(last) veroorzaakt door een griep- of pneumokokkeninfectie bij de doelgroep te voorkomen. Het is een aanbod om iets te voorkomen wat zich nog niet heeft voorgedaan en zich mogelijk ook niet zal voordoen. Dit betekent het volgende:

  • de uitgenodigde patiënt heeft geen klachten. 
  • de uitgenodigde patiënt gaat misschien die klachten ook niet krijgen,  
  • de uitgenodigde patiënt heeft niet zelf gevraagd om de vaccinatie, maar is actief benaderd.  

Dit maakt het extra belangrijk dat de patiënt een goed geïnformeerde keuze kan maken over vaccinatie. Hierbij mag de patiënt geen dwang ervaren. Uniformiteit, kwaliteit en betrouwbaarheid van de voorlichting zijn daarbij belangrijke basisprincipes. Daarnaast zijn huisartsen volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) verplicht om hun patiënten goed te informeren. Met de meest recente infographic en de uitnodigingsbrief ontvangen patiënten de meest actuele en relevante informatie over de vaccinatie.  

Het is daarom van belang om gebruik te maken van de voorbeeld uitnodigingsbrief en deze niet, of zo weinig mogelijk aan te passen, zodat patiënten zo volledig mogelijk worden geïnformeerd. 

Uitnodigingsbrief 

Een persoonlijke schriftelijke uitnodiging van de eigen huisarts is de effectiefste manier om patiënten uit te nodigen. Stuur de uitnodiging bij voorkeur 2 weken voorafgaand aan het vaccinatiespreekuur in oktober of november. 

Er zijn 3 versies van de Uitnodigingsbrief Griepprik 2026 beschikbaar. De uitnodigingsbrief kun je op de blanco zijde van de bestelde infographic afdrukken. Het is van belang om gebruik te maken van deze uitnodigingsbrieven en deze niet, of zo weinig mogelijk aan te passen, zodat patiënten zo volledig mogelijk worden geïnformeerd. De infographic en uitnodigingsbrieven worden jaarlijks herzien. 

Voordeel: Je hoeft bij de verzending geen onderscheid te maken op basis van geboortedatum. 

Nadeel: De uitnodigingsbrief is langer en kan verwarring geven doordat de informatie zowel voor volwassenen als kinderen bedoeld is. 

In deze brief staat de informatie nodig voor informed consent bij kinderen: griepvaccinatie is geregistreerd voor gebruik vanaf een leeftijd van 6 maanden, kinderen onder de 9 jaar die voor het eerst gevaccineerd worden, krijgen een 2e prik na 4 weken en er moet een ouder/voogd mee voor het verlenen van toestemming. 

Deze brief voor volwassenen is korter dan de combinatiebrief, omdat er geen informatie over informed consent bij kinderen is opgenomen. 

Optie 2 en 3 verlopen via het verzendhuis (DMDR), waarbij er een onderscheid is in leeftijdsgroepen (onder en boven de 16 jaar). Voor huisartsen die geen gebruik maken van een verzendhuis (of van verzendhuis Promedico) is er een combinatiebrief beschikbaar voor zowel volwassenen als kinderen. 

Het verzendhuis kan op basis van geboortedatum onderscheid maken en de juiste brief naar de juiste patiënt sturen, zonder meerwerk voor je. Bepaal zo nodig in overleg of de uitnodigingen voor de griep- en pneumokokkenvaccinatie in 1 envelop verzonden kunnen worden. Dit is mogelijk wel foutgevoeliger. Vraag ook naar de portokosten.  

COVID-19-vaccinatiepassage in uitnodigingsbrief 

De Gezondheidsraad heeft een advies uitgebracht over COVID-19-vaccinatie in 2026.  

De doelgroep van de COVID-19-vaccinatie is dit najaar:  

  • mensen van 70 jaar en ouder  
  • volwassenen en kinderen uit de medische hoog-risicogroepen 
  • mensen van 50 tot en met 69 jaar die een medische indicatie voor (griep)vaccinatie hebben  
  • medewerkers in de gezondheidszorg die direct contact hebben met kwetsbare patiënten 

In de griepuitnodiging informeren we mensen van 50-69 jaar dat zij mogelijk ook in aanmerking komen voor COVID-19-vaccinatie bij de GGD. Zij kunnen dit nakijken op de website van het RIVM (Coronaprik | RIVM). Deze groep ontvangt hiervoor namelijk geen persoonlijke uitnodiging, 70-plussers wel.

Onder de medische hoog-risicogroep vallen mensen die ernstig immuungecompromitteerd zijn. In principe worden de medische hoog-risicogroepen door de medisch specialist gewezen op het belang van de COVID-19-vaccinatie. 

Informatie voor in de wachtkamer

SNPG verstuurt standaard  2 gratis wachtkamerposters voor in de praktijk voor zowel de griep- als de pneumokokkenvaccinatie. Daarnaast is er informatie ontwikkeld voor op het wachtkamerscherm. 

Patiëntenvoorlichting

Om vragen van patiënten te beantwoorden kun je gebruikmaken van patiëntinformatie: 

Achtergrondinformatie voor professionals over de griepvaccinatie

Indicaties en contra-indicaties 

Selecteren

De Gezondheidsraad adviseert welke groepen in aanmerking komen voor griepvaccinatie binnen het NPG.  

Er zijn 2 groepen te onderscheiden binnen het NPG: 

  • Mensen die in aanmerking komen op basis van leeftijd (60-plussers). Dit is de grootste groep, ongeveer 75-80% van de doelgroep. 
  • Mensen die in aanmerking komen op basis van een medische indicatie. Dit is ongeveer 20-25% van de doelgroep. 

Het HIS ondersteunt de selectie van de 2 doelgroepen. Ouderen worden geïdentificeerd op basis van geboortedatum. Iedereen die vóór 1 mei 2027 60 jaar of ouder wordt, komt in aanmerking voor griepvaccinatie.  

Beoordelen

Patiënten worden onderverdeeld in een groep met ‘zekere indicaties’, die het HIS automatisch selecteert, en een groep met een ‘mogelijke indicatie’. Bij ‘mogelijke indicaties’ beoordeel je handmatig of er wel of niet sprake is van een indicatie voor griepvaccinatie. In dit overzicht staan de ‘mogelijke indicaties’ beschreven en op welke gronden selectie plaatsvindt.  

Tip: zorg ervoor dat de episodenaam zo compleet mogelijk is. We hebben de HIS-leveranciers gevraagd om in de ‘te beoordelen’-lijst ook de episodetitels weer te geven. Een complete episodenaam kan voorkomen dat het dossier geopend moet worden. Zo kost het beoordelen minder werk. 

Voorbeelden: 

  • U99.01 nierinsufficiëntie eGFR 41 nov ’21 
  • R96 matig-ernstige astma 
  • D94.01 colitis ulcerosa, met frequent exacerbaties, adalimumab-gebruik 

Handmatig patiënten toevoegen aan de selectie

Je kunt patiënten tegenkomen die een indicatie voor griepvaccinatie hebben, maar bij wie de selectie niet automatisch plaatsvindt, bijvoorbeeld omdat de specialist de indicatie voor griepvaccinatie stelt. Een deel van deze patiënten zou zichzelf kunnen melden met het verzoek om een griepvaccinatie. Je kunt deze patiënten handmatig aan de selectie toevoegen, met een kenmerk dat ervoor zorgt dat ze ook komende jaren te identificeren zijn. Verschillende HIS’en hebben dit op uiteenlopende manieren ingericht. Vraag zo nodig om instructies bij je HIS-leverancier. 

Griepvaccinweigeraars

Mensen die expliciet hebben aangegeven geen uitnodiging meer te willen ontvangen, kun je registreren als ‘griepvaccinweigeraar’. Zij komen dan niet meer in de automatische selectie en ook niet meer in de lijst ‘te beoordelen’, ook niet als ze een nieuwe indicatie krijgen of de leeftijdsgrens passeren. 

Indicaties

Indicaties

De volgende groepen mensen komen in aanmerking voor griepvaccinatie: 

Patiënten met chronische stoornis van de hartfunctie

Onder deze groep vallen patiënten met:

Mensen met ischemische hartziekten lopen in de eerste week na bevestigde griep een 6-9 keer verhoogd risico op ziekenhuisopname wegens een myocardinfarct. Griepvaccinatie beschermt ongeveer 30% tegen het krijgen van een myocardinfarct tijdens een griepinfectie. Hieronder vallen onder andere angina pectoris, een (acuut of doorgemaakt) myocardinfarct en coronair sclerose.

Koorts kan bepaalde (levensbedreigende) ritmestoornissen uitlokken. Wanneer er een risico is op een (ernstige) complicatie bij griep, is er een indicatie voor griepvaccinatie. Denk aan een shock bij patiënten met een ICD, noodzaak tot cardioversie of hartfalen bij ontregeld atriumfibrilleren of plotse hartstilstand bij mensen met het wolff-parkinson-whitesyndroom of lang-QT-syndroom. Extrasystolen zonder andere hartziekte zijn geen indicatie voor griepvaccinatie.

Zoals cardiomyopathie, neoplasma of grote aangeboren afwijkingen.

K73Aangeboren afwijking(en) hartvaatstelselEr is een indicatie voor griepvaccinatie bij uitgebreide aangeboren afwijkingen (bijv tetralogie van Fallot, transpositie grote vaten ect). Kleine afwijkingen (atrioveneuze malformaties, ASD/VSD (ook na operatie)) zijn geen indicatie

De volgende aandoeningen zijn geen indicatie voor griepvaccinatie:

  • stollingsstoornissen (zoals proteïne S-deficiëntie of factor-V-Leiden)
  • kinderen die een hartoperatie hebben ondergaan en daarna een normaal functionerend hart hebben

Patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen

Onder deze groep vallen mensen met:

Bij de behandeling van een maligniteit aan de luchtwegen ontstaat er vrijwel altijd restschade (long(kwab)resectie, littekenweefsel na bestraling, bronchiëctasieën). Deze restschade kan zorgen voor secundaire infectieproblematiek. Ook na genezing wordt griepvaccinatie aangeboden.

Tuberculose geneest vaak restloos, maar er kan ook restschade zijn. Bronchiëctasieën en holtevorming zijn voorbeelden waarbij secundaire infectieproblematiek frequent voorkomt. U hoeft niet te selecteren op deze restschade, maar kan griepvaccinatie aanbieden aan alle (ex-)tuberculose patiënten. De kans op restschade is het grootst bij patiënten met gegeneraliseerde tuberculose en een lange delay tot succesvolle behandeling (bijvoorbeeld door diagnostische delay, therapieontrouw, resistentie).

Astma geeft een grotere ziektelast bij een griepinfectie. Astma is de meest voorkomende onderliggende ziekte bij patiënten die wegens griep in het ziekenhuis opgenomen worden.

Uit de meeste onderzoeken komt naar voren dat astma een risicofactor is voor ziekenhuisopname en complicaties bij griep (onder andere astma-exacerbaties, gebruik van astmamedicatie). Bij volwassenen zijn er aanwijzingen dat griepvaccinatie ook tegen deze complicaties beschermt. Het bewijs is van matige kwaliteit.

Milde vormen van astma zijn geen indicatie voor griepvaccinatie. Griepvaccinatie wordt aangeboden aan patiënten die een onderhoudsbehandeling nodig hebben/gebruiken (inhalatie corticosteroïden, langwerkenden brochodilatoren, montelukast).

Voor kinderen is er vrijwel geen bewijs dat griepvaccinatie helpt om astma- en griepgerelateerde complicaties te voorkomen. Wanneer ouders twijfelen over griepvaccinatie bij hun kind met astma kan dit gegeven meegewogen worden in de gezamenlijke besluitvorming.

COVID-19 kan blijvende longschade veroorzaken (onder andere longfibrose, diffusiestoornis en restrictieve longfunctiestoornis). Dit is bij een zeer kleine minderheid van de ex-COVID-patiënten het geval. Blijvende longschade wordt gezien bij ongeveer 2-3% van de patiënten die vanwege COVID in het ziekenhuis zijn opgenomen.

U kunt deze groep niet (automatisch) selecteren. Longartsen diagnosticeren deze blijvende longschade. Alleen zij kunnen indiceren wie in aanmerking komt voor griepvaccinatie wegens blijvende longschade na COVID-19. Let in poliklinische brieven van longartsen op deze aanbeveling en voeg deze patiënten handmatig toe aan de selectie voor griepvaccinatie. Uw HIS-leverancier kan u instructies geven hoe u hen handmatig toevoegt. Zie ook de paragraaf ‘Selecteren’. U kunt ook de ICPC-code R99 toevoegen met de episodenaam: longschade na COVID-19.

B99.02/ R83.02Sarcoïdosis    Actieve sarcoïdosis is bijna altijd een indicatie voor griepvaccinatie. Er is een indicatie wanneer: er lokalisatie in longen, nieren, en/of hart is (in >90% van de gevallen is dit zo), en/ofer immuunsuppressiva gebruikt worden (actueel gebruik en wash-out periode, pragmatisch kan het afgelopen jaar aangehouden worden) Wanneer sarcoïdosis in remissie is, is er een indicatie wanneer er sprake is van restschade aan longen, nieren en/of hart.
R96AstmaEr is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer er een onderhoudsbehandeling gebruikt wordt (inhalatie corticosteroïden, langwerkende bronchodilatoren, montelukast)
R96.02Allergisch astmaZie hierboven.
R99Andere ziekte(n) luchtwegenEr is een indicatie voor griepvaccinatie bij een klinisch relevante functiestoornis van de luchtwegen. Longfibrose is een van de ziekten die hieronder gecodeerd wordt, en die een indicatie voor griepvaccinatie is. Het is moeilijk een goede definitie van ‘klinisch relevant’ te geven. Er wordt samen met de longartsen gewerkt aan criteria (in het kader van langdurige longschade na COVID-19). Deze zijn nu nog niet voorhanden.

Patiënten met een chronische nierinsufficiëntie

Patiënten met chronische nierschade en een matig tot ernstig verhoogd risico op cardiovasculaire schade, progressie van nierschade en mortaliteit hebben een indicatie voor griepvaccinatie. Het gaat om patiënten met:

  • eGFR 0-44
  • eGFR 45-59 én ACR ≥ 3
  • eGFR ≥ 60 én ACR ≥ 30

Griepvaccinatie lijkt in deze groep te beschermen tegen cardiovasculaire complicaties en ziekenhuisopname. Ook zijn er nierziekten waarbij de patiënt immuunsuppressiva krijgt en waarbij er ook een indicatie voor griepvaccinatie is.

U88Glomerulonefrose/ nefritisEr is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer:
– er sprake is van een nierfunctiestoornis waarbij een indicatie voor griepvaccinatie is (zie U99.01)
– immuunsuppressiva gebruikt worden, zowel actueel gebruik als gedurende de wash-out periode. pragmatisch kan het afgelopen jaar aangehouden worden. voor meer informatie over wash-out periodes. Zie LCI richtlijn vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.
U99Andere ziekten urinewegenZie hierboven.
U99.01Nierfunctiestoornis/ nierinsufficiëntieIndicatie voor griepvaccinatie indien:
eGFR 0-44
eGFR 45-59 én ACR ≥3
eGFR ≥60 én ACR ≥30

De volgende aandoeningen zijn geen indicatie voor griepvaccinatie:

  • mononier/hoefijzernier
  • polycysteuze nierziekte zonder bijkomende nierfunctiestoornis of cardiovasculaire comorbiditeit
  • hydronefrose zonder nierfunctiestoornis

Patiënten met bepaalde neurologische en neuromusculaire aandoeningen (NNMD)

Onder deze groep vallen patiënten met:

  • een doorgemaakt CVA (bloedig en ischemisch) 
  • de ziekte van Parkinson en parkinsonisme
  • multipele sclerose
  • epilepsie
  • neuromusculaire aandoeningen: myasthenia gravis, ALS, spierziekten
  • kinderen met psychomotore retardatie
  • aandoeningen gecodeerd onder N99 andere ziekte(n) zenuwstelsel

De volgende aandoeningen zijn geen indicatie voor griepvaccinatie:

  • hoofdpijn (migraine, clusterhoofdpijn, trigeminusneuralgie)
  • radiculaire syndromen en perifere neuropathieën

Patiënten met diabetes mellitus

Iedereen met diabetes mellitus komt in aanmerking voor griepvaccinatie, ook mensen die alleen met dieetaanpassingen behandeld worden. Wanneer de diabetes door succesvolle leefstijlinterventie volledig in remissie is (dus normale suikers en geen medicatie), kan in samenspraak met de patiënt besloten worden om af te zien van griepvaccinatie. Je hebt hier geen actieve rol in (en hoeft deze groep patiënten niet in de selectie uit te sluiten).

Gestoorde glucosetolerantie is geen indicatie voor griepvaccinatie.

Patiënten met dementie

Mensen met dementie zijn gemiddeld kwetsbaarder, en lopen bij griep een verhoogd risico op longontsteking, opname en overlijden (3-4 keer verhoogd risico).

Zie de paragraaf ‘Griepvaccinatie en wils(on)bekwaamheid’ onder ‘Bijzondere groepen’ voor overwegingen rond wilsbekwaamheid die meespelen tijdens het vaccineren.

Patiënten met morbide obesitas (BMI ≥ 40)

Bij een griepinfectie lopen mensen met een hoog BMI een verhoogd risico op complicaties: ruim 1,5 keer verhoogd risico op ziekenhuisopname en een 2 keer verhoogd risico op IC-opname en overlijden.

Registreer morbide obesitas onder T83 overgewicht én met de diagnostische bepaling BMI. In de preventiemodule wordt geselecteerd op de diagnostische bepaling BMI en niet op ICPC-code T83.

Vaccineer deze groep patiënten met een langere naald (38 mm). Hier vind je meer informatie over vaccineren met een langere naald.

Patiënten met een cochleair implantaat

Patiënten met een cochleair implantaat (CI) hebben vooral de eerste jaren na plaatsing van het implantaat vanwege een porte d’entree in de schedel een verhoogd risico op (bacteriële) meningitis. De Gezondheidsraad adviseert mensen met een CI griepvaccinatie aan te bieden, met de gedachte dat een griepinfectie kan leiden tot een secundaire bacteriële infectie (vaak otitis media), die op zijn beurt tot een meningitis zou kunnen leiden. Zie voor meer informatie hierover de LCI-richtlijn Vaccinatieadvies bij mensen met een cochleair implantaat

Een cochleair implantaat is in het HIS alleen te registreren als ‘behandeling’-code: 1344 cochleair implantaat. Wanneer dit in uw HIS niet mogelijk is, kun je deze patiënten ook handmatig toevoegen aan de selectie voor griepvaccinatie.

Patiënten met een verminderde weerstand tegen infecties (door een onderliggende aandoening of medicatiegebruik)

Dit is een heel brede en moeilijk afgrensbare groep. Zowel onderliggende aandoeningen als behandelingen kunnen de weerstand verlagen.

We noemen een aantal aandoeningen met verminderde weerstand (deze voorbeelden vallen niet onder andere categorieën), maar deze lijst is niet compleet:

Griep geeft een verhoogd risico op een secundaire bacteriële infectie. Het is aan te raden iedereen met een immuundeficiëntie tegen griep te vaccineren bij wie de weerstand tegen virale en bacteriële infecties is verminderd.

Er zijn zeldzame immuundeficiënties die alleen een verhoogd risico geven op schimmelinfecties of parasitaire infecties. Strikt genomen is griepvaccinatie voor deze groep niet nodig. U hoeft dit onderscheid tijdens de griepselectie niet te maken.

Patiënten met een (functionele) asplenie hebben een verminderde weerstand tegen gekapselde bacteriën. Griep geeft een verhoogd risico op secundaire bacteriële infectie. Griepvaccinatie is aan te raden bij deze groep mensen. Zie ook de LCI-richtlijn Asplenie.

Functionele asplenie komt voor bij patiënten die een miltinfarct hebben doorgemaakt of een hemolytische anemie hebben waarbij de erytrocyten een vormafwijking hebben (vooral bij sikkelcelziekte, en in zeldzame gevallen ook bij elliptocytose en sferocytose). Soms wordt bij deze aandoeningen de milt verwijderd. Na een traumatisch letsel aan de milt kan deze ook (gedeeltelijk) verwijderd worden.

Koorts kan een hemolytische crise uitlokken, wat een extra argument is voor vaccinatie.

Door de verbeterde behandelmogelijkheden komt gevorderde fibrose bij hepatitis C (vrijwel) niet meer voor. Bij hepatitis B komt dit nog wel voor.

B78Erfelijke hemolytische anemieEr is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer door koorts een hemolytische ‘crise’ kan ontstaan, die kan leiden tot een ernstige anemie waarbij transfusie nodig kan zijn.  

De oorzaak voor erfelijke hemolytische anemie kan liggen in:
– fouten in de hemoglobulineketens (sikkelcelziekte B78.02 en thalassemie B78.01). Sikkelcelziekte is een indicatie voor griepvaccinatie. voor thalassemie, Zie B78.01.
– fouten in enzymen (G6PD-deficiëntie B87.03, PK-deficiëntie). Beide zijn een indicatie voor griepvaccinatie
– fouten in de erythrocytenmembraam (erfelijke sferocytose en nog zeldzamere beelden). Meestal geen indicatie voor griepvaccinatie, behalve wanneer de milt verwijderd is om de sferocytose te behandelen.  

Dragerschap is geen indicatie voor griepvaccinatie, ook niet wanneer er sprake is van een milde (normocytaire) anemie.
B78.01ThalassemieEr is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer er sprake is van een klinisch beeld met meer dan alleen een milde (normocytaire) anemie. In elk geval wanneer er transfusiebehoefte is.
Bij alpha-thalassemie is er sprake van ernstige ziekte wanneer 3 of 4 van de 4 alpha-globuline genen zijn aangedaan.
Bij beta-thalassemie major is er een indicatie voor griepvaccinatie. Bij dragerschap (beta-thalassemie minor) niet.
B99Andere ziekte(n) bloed/lymfestelsel/miltOnder deze code kan een verwijderde milt geregistreerd zijn. Er is sprake van indicatie voor griepvaccinatie bij (functionele) asplenie.  
D72.04Drager hepatitis B/ chronische hepatitis BStrikt genomen is er alleen een indicatie wanneer er sprake is van gevorderde leverfibrose. Omdat dit een moeilijk te toetsen criterium is, is afgesproken dat iedereen die behandeling krijgt voor een chronische hepatitis B uitgenodigd wordt voor griepvaccinatie.

Dragerschap is geen indicatie voor griepvaccinatie.
D97Cirrose/andere leverziekteEr is een indicatie voor griepvaccinatie bij levercirrose en gevorderde leverfibrose. Er is geen indicatie bij leververvetting (NAFLD en NASH).

De volgende behandelingen veroorzaken een verminderde weerstand:

Na orgaantransplantatie wordt langdurig (vaak levenslang) afweerverlagende medicatie gegeven. De meeste transplantatiepatiënten zullen geselecteerd worden op basis van gegevens uit het actuele medicatieoverzicht (AMO). Andere mogelijkheden betreffen de ICPC-code A87.02 ‘status na transplantatie’ of registratie van de transplantatie als behandeling. Meer informatie over beenmergtransplantatie.

De meeste auto-immuunziekten geven op zichzelf geen klinisch relevante afweerstoornissen. Behandelingen bij auto-immuunziekten in veel gevallen wel. De indicatie voor griepvaccinatie hangt samen met de weerstandsverlagende behandeling. Zie de LCI-richtlijn Vaccineren bij chronisch inflammatoire aandoeningen voor meer achtergrondinformatie.

Patiënten die immuunsuppressiva gebruiken (waarbij deze medicatie bekend is in het AMO en het afgelopen jaar voorgeschreven is) komen automatisch in de selectie. Het AMO is echter vaak niet compleet: medicatie die in dagbehandeling in het ziekenhuis toegediend wordt, staat nooit in het AMO. Het gaat om intraveneuze biologicals, chemotherapie en immunotherapie (zie ook oncologie hieronder). Ook kan er niet automatisch geselecteerd worden op het gebruik van predniso(lo)n (en andere orale corticosteroïden), omdat er pas sprake is van een klinisch relevant weerstandsverlagend effect wanneer er ≥ 20 mg/dag gedurende ≥ 14 dagen wordt gebruikt, of cumulatief ≥ 700 mg in een aaneengesloten periode. Alle stootkuren predniso(lo)n zijn niet relevant voor griepvaccinatie, en zouden tot fout-positieven leiden wanneer er wel op predniso(lo)n geselecteerd zou worden.

In veel gevallen wordt er bij medicatiegebruik toch geselecteerd op de aandoening waarbij immuunsuppressiva gebruikt worden. Groepen patiënten die (zeer) vaak weerstandsverlagende medicatie gebruiken (onder anderen patiënten met reumatoïde artritis of de ziekte van Crohn), worden automatisch geïncludeerd. Auto-immuunaandoeningen waarbij wisselend gebruikgemaakt wordt van weerstandsverlagende medicatie en waarbij een reëel risico bestaat dat het AMO niet compleet is, komen in de ‘te beoordelen’-lijst. (Bijvoorbeeld colitis ulcerosa, waarbij regelmatig jarenlange remissies bestaan zonder medicatiegebruik, of waarbij patiënten alleen mesalazine rectaal krijgen, maar ook regelmatig intraveneuze biologicals gebruiken).

Zie voor uitgebreidere toelichting het artikel ‘Selectie voor griepvaccinatie; dat moet toch makkelijker kunnen?!’ in Huisarts en Wetenschap.

In de oncologie kan de kanker zelf een verminderde weerstand veroorzaken (zeker in geval van hematologische maligniteiten en ook bij een aantal soorten solide tumoren). Ook (het gevolg van) de behandeling kan de weerstand verminderen.

Alleen hematologische maligniteiten worden in de selectie uit het HIS meegenomen. Wanneer alle maligniteiten in de selectie zouden worden opgenomen, zou dat een fors aantal fout-positieven opleveren en tot veel handwerk voor de huisarts leiden. Alleen actieve maligniteiten met actieve (of onlangs beëindigde) behandeling zijn immers relevant. Alle overlevenden van kanker zouden anders ten onrechte in de selectie terechtkomen.

Patiënten die een actieve behandeling voor een maligniteit ondergaan, kunnen zich met een verzoek voor griepvaccinatie bij hun huisarts melden. Huisartsen hebben geen rol in het actief oproepen van deze groep.

Tip: zet het ontvangen van retourberichten aan bij uw apotheker. Het AMO van de patiënt is dan completer en verstrekking van (door de specialist voorgeschreven) immunosuppressiva wordt in uw HIS geregistreerd.

Er is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer immuunsuppressiva gebruikt worden:

B72Ziekte van HodgkinHematologische maligniteiten bij volwassenen leiden vaak tot zeer langdurige immuunsuppressie (door ziekte én door (gevolgen van) behandeling). Het is redelijk om deze groep chronisch griepvaccinatie aan te bieden.  

Leukemie en lymfomen op kinderleeftijd hebben een goede kans op volledige genezing of zeer langdurige remissie. Griepvaccinatie is aan te bevelen tijdens actieve ziekte, en de eerste 2 jaar na beenmergtransplantatie. Indien de beenmergtransplantatie goed aangeslagen is, en er geen sprake is van graft versus host disease, is levenslange griepvaccinatie niet noodzakelijk.
B72.01Ziekte van HodgkinZie hierboven.
B72.02Non-hodgkin lymfoomZie hierboven.
B73LeukemieZie hierboven.
B74Andere maligniteit bloed/lymfekstelselZie hierboven.
D94Colitis ulcerosa/ chronische enteritisEr is een indicatie voor griepvaccinatie wanneer immuunsuppressiva gebruikt worden, zowel actueel gebruik als gedurende de wash-out periode. Pragmatisch kan het afgelopen jaar aangehouden worden.
voor meer informatie over wash-out periodes Zie LCI richtlijn vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.
D94.01Colitis ulcerosaZie hierboven.
K99.05Arteriitis temporalisZie hierboven.
L88Reumatoïde arthritis/ verwante aandoening(en)Zie hierboven.
L99.12Polymyalgia reumaticaZie hierboven.

In het volgende geval is er geen indicatie voor griepvaccinatie:

  • Gebruik van schildkliermedicatie
    Hypothyreoïdie is in veel gevallen het gevolg van een auto-immuunreactie op de schildklier. Deze auto-immuunreactie en de gevolgen van de behandeling hebben geen verminderde weerstand tot gevolg.

Patiënten geïnfecteerd met hiv

Iedereen met een hiv-infectie komt in aanmerking voor griepvaccinatie. Wanneer er geen virus detecteerbaar is en er normale T-cel-aantallen (CD-4) zijn, is er geen sprake van een (klinisch relevante) immuunstoornis. Dan kan in samenspraak met de patiënt besloten worden om af te zien van griepvaccinatie. Huisartsen hebben hier geen actieve rol in (en hoeven deze groep in de selectie niet uit te sluiten).

Patiënten die (recent) een beenmergtransplantatie hebben ondergaan

Het herstel van de immuunfunctie na een beenmergtransplantatie verloopt wisselend. Hervaccinatieschema’s starten in principe 6 maanden na de transplantatie. Wanneer het griepseizoen valt in de periode van 3 tot 6 maanden na de beenmergtransplantatie, kan de vaccinatie naar voren gehaald worden. De vaccinatierespons is dan waarschijnlijk wel verminderd.

De eerste 2 jaar na de transplantatie is er sprake van een (potentieel) ernstige, klinisch significante immuunsuppressie. Gedurende die periode is het advies om ook huisgenoten (en andere intensieve contacten zoals mantelzorgers) mee te vaccineren (op eigen kosten, zij vallen buiten het NPG), en langer als er sprake is van inadequaat immuunherstel, graft versus host disease of aanhoudend gebruik van immuunsuppressiva. 

Daarna is het redelijk om levenslang jaarlijks griepvaccinatie aan te bieden. Patiënten die ooit een beenmergtransplantatie hebben gehad, lijken levenslang een (licht) verhoogde kans op (complicaties van) griep te hebben.

Kinderen en adolescenten van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken

Kinderen en adolescenten die langdurig salicylaten gebruiken kunnen bij het optreden van een virale infectie (vooral waterpokken en influenza) het levensbedreigende reyesyndroom ontwikkelen. Hierbij is sprake van acuut leverfalen en encefalopathie.

Dit syndroom is de reden dat aspirine als pijnstiller niet meer wordt aanbevolen (bij kinderen). Deze groep staat nog wel in het Gezondheidsraadadvies, maar in de praktijk komt deze groep (vrijwel) niet meer voor. Er wordt ook niet op geselecteerd.

Mensen met een verstandelijke beperking

In het Gezondheidsraadadvies staat dat de behandelend arts op individueel niveau griepvaccinatie kan aanbieden aan mensen met een verstandelijke beperking die buiten een instelling wonen als ze een verhoogd risico lopen op (complicaties van) griep. In samenspraak met AVG-artsen is er voor gekozen om de hele doelgroep griepvaccinatie aan te bieden. De groep mensen met een verstandelijke beperking is heel divers. Er zijn op dit moment geen criteria om vast te stellen welke mensen wel, en welke niet een verhoogd risico lopen bij griep.

Zie de paragraaf ‘Griepvaccinatie en wils(on)bekwaamheid’ voor overwegingen rond wilsbekwaamheid die meespelen tijdens het vaccineren.

Zwangerschap

Het vaccineren van zwangeren heeft 2 doelen: 

  1. Griepvaccinatie beschermt tegen griep, benauwdheidsklachten en ziekenhuisopname bij baby’s in de eerste 6 maanden. Baby’s onder de 6 maanden kunnen niet gevaccineerd worden tegen griep, maar lopen wel meer risico om ernstiger ziek te worden van griep. Voor een optimale antistofoverdracht via de placenta wordt gevaccineerd vanaf 22 weken zwangerschap. Vaccinatie is zinvol tot een paar dagen voor de bevalling, dus ook hoogzwangeren mogen gevaccineerd worden. Zij geven alsnog antistoffen via de placenta aan het ongeboren kind door. Als pasgeborenen na griepvaccinatie toch griep krijgen, verloopt de infectie meestal mild. 
  2. Griepvaccinatie verkleint het risico om zelf ernstiger ziek te worden door griep met als mogelijke gevolgen benauwdheidsklachten of ziekenhuisopname. 

Zwangeren met medische indicatie 

Zwangeren met een medische indicatie worden op basis van die indicatie door de huisarts geselecteerd en uitgenodigd op het vaccinatiespreekuur, ongeacht de termijn van de zwangerschap. Zij kunnen gedurende hun hele zwangerschap veilig gevaccineerd worden. Het primaire doel van de vaccinatie is bescherming van de zwangere. Bescherming van de zuigeling is een secundair doel.

Mogelijk krijg je vragen van zwangeren met een medische indicatie die tijdens het vaccinatiespreekuur nog geen 22 weken zwanger zijn en overwegen vaccinatie uit te stellen, om zo optimaal gebruik te maken van de placentaire overdracht. Het advies is om samen met de patiënt de voor- en nadelen af te wegen. Hierbij moet rekening worden gehouden met het soort medische indicatie, de termijn die nog moet worden gewacht en de incidentiecijfers voor griep op dat moment. 

Zwangeren zonder medische indicatie

Zwangeren zonder medische indicatie komen in aanmerking voor griepvaccinatie wanneer zij 22 weken of langer zwanger zijn in de periode van 15 oktober tot 1 maart. De verloskundig zorgverlener verzorgt de voorlichting en uitnodigingen. Het consultatiebureau (JGZ) vaccineert. De huisarts heeft geen rol in deze route. 

Lees hier meer over de griepprik tijdens zwangerschap

Contra-indicaties en bijzondere groepen

Tijdelijke contra-indicaties

Griepvaccinatie  

Een eerder doorgemaakte ernstige allergische (anafylactische) reactie na een griepvaccinatie is een absolute contra-indicatie voor toekomstige toediening van het griepvaccin.  

Antibiotica en hulpstoffen 

Vaxigrip kan sporen van neomycine bevatten, Influvac bevat mogelijk sporen van gentamicine. Bij bekende anafylaxie voor deze antibiotica geldt een contra-indicatie voor het betreffende griepvaccin. Zie voor de overige hulpstoffen de bijsluiters. 

Kippenei-eiwit 

Griepvaccins worden gekweekt op kippeneieren en kunnen na zuivering sporen van kippenei-eiwit bevatten. Allergie is zeldzaam. Patiënten die voedingsmiddelen kunnen eten waar ei in zit (zoals beschuit, cake, pannenkoek) kunnen veilig gevaccineerd worden. Patiënten die deze voedingsmiddelen vanwege een heftige allergie strikt vermijden, kunnen gevaccineerd worden wanneer ze na vaccinatie 15 minuten geobserveerd worden en er directe behandelmogelijkheden aanwezig zijn, mocht een reactie optreden. De arts weegt met de patiënt samen de voor- en nadelen van vaccinatie af.

Een leeftijd jonger dan 6 maanden is een contra-indicatie voor de griepvaccinatie omdat het griepvaccin niet geregistreerd is voor toepassing onder de leeftijd van 6 maanden. Het doel van maternale griepvaccinatie is om de zwangere en het (ongeboren) kind te beschermen tegen griep. Maternale vaccinatie verkleint de kans op griep in de eerste levensmaanden van de zuigeling doordat de antistoffen die de moeder aanmaakt via de placenta worden overgedragen. 

Stel de vaccinatie uit tot de patiënt koortsvrij is. De aanwezigheid van een milde infectie zoals een verkoudheid, is echter geen reden om vaccinatie uit te stellen 

Een geplande medische ingreep onder volledige anesthesie kan een reden zijn om de vaccinatie uit te stellen. In geval van een medische ingreep onder anesthesie kan het beste bij het ziekenhuis geïnformeerd worden welk interval daar gehanteerd wordt. Ná de medische ingreep hoeft geen interval gehanteerd te worden. 

Bijzondere groepen

De indicaties voor griepvaccinatie gelden voor kinderen vanaf 6 maanden, omdat het griepvaccin onder die leeftijd niet geregistreerd is. Het gaat vooral om kinderen met epilepsie, een verstandelijke beperking of psychomotore retardatie.  

Kinderen tussen de 6 maanden en 9 jaar oud die nog niet eerder een griepvaccinatie hebben gehad, krijgen na 4 weken een tweede volledige dosis (0,5 ml) van het griepvaccin. Zowel Vaxigrip als Influvac zijn geregistreerd voor kinderen ≥ 6 maanden. Heeft een kind per abuis de tweede dosis niet gehad, dan is in het daaropvolgende jaar 1 vaccinatie voldoende om alsnog een goede bescherming op te bouwen. De vergeten dosis hoeft dus niet te worden ingehaald.  

Het advies is om bij aangeboren stollingsstoornissen in principe griepvaccinatie subcutaan toe te dienen, tenzij na overleg met de behandelaar gekozen wordt voor de intramusculaire route. 

Bij het gebruik van directe anticoagulantia (DOAC’s) kun je het griep- en pneumokokkenvaccins intramusculair toedienen.  Druk de vaccinatieplaats gedurende ten minste 2 minuten zonder te wrijven stevig af.  

Bij het gebruik van vitamine K-antagonisten kan intramusculair gevaccineerd worden als de laatst bepaalde INR-controle < 3,5 was en minder dan 7 dagen geleden, of als te verwachten is dat de INR goed is ingesteld op basis van stabiele waarden en medicatiebeleid in de afgelopen periode. In andere gevallen kun je kiezen voor subcutane toediening van de griepvaccinatie. Bij subcutane toediening zijn er aanwijzingen dat lokale reacties vaker optreden dan bij intramusculaire toediening.

Een patiënt moet toestemming geven voor medische behandelingen. Wanneer mensen dit niet kunnen, omdat ze bijvoorbeeld de informatie niet begrijpen of niet kunnen afwegen, of de gevolgen niet kunnen overzien, kan een arts bepalen dat ze ‘ter zake’ wilsonbekwaam zijn. 

Wilsonbekwaamheid geldt voor een bepaalde situatie. Hoe ingewikkelder een situatie, des te meer vaardigheden nodig zijn om wilsbekwaam te zijn. De griepvaccinatie is een relatief eenvoudige situatie, met weinig tot geen mogelijke onvoorziene gevolgen. Veel mensen met een verstandelijke beperking kunnen zelf besluiten of ze de griepvaccinatie willen. Wanneer iemand een curator heeft, betekent dat niet automatisch dat deze persoon wat betreft de griepvaccinatie wilsonbekwaam is. 

Kinderen jonger dan 12 jaar worden officieel als wilsonbekwaam beschouwd. 

Praktische handvatten:  

  • Als iemand zelfstandig naar een vaccinatiespreekuur kan komen, mogen we aannemen dat deze persoon ‘ter zake’ wilsbekwaam is. Het verschijnen op het vaccinatiespreekuur kunnen we als toestemming interpreteren. 
  • Als iemand begeleiding nodig heeft om het vaccinatiespreekuur te bezoeken, of thuis bezocht moet worden, mogen we wilsbekwaamheid niet zonder meer aannemen. 
    • Wanneer de begeleider niet de ouder of wettelijk vertegenwoordiger is, maar bijvoorbeeld personeel van een instelling of woonvorm, kun je aan de begeleider vragen: ‘Is de wettelijk vertegenwoordiger akkoord met vaccinatie?’ De instelling of woonvorm is verantwoordelijk voor het navragen en registreren van toestemming. 
    • Wanneer de begeleider wel de ouder of wettelijk vertegenwoordiger is, mag je de aanwezigheid van deze persoon als toestemming opvatten. Alleen in uitzonderlijke gevallen is expliciete aandacht voor toestemming nodig. Bijvoorbeeld in geval van een vechtscheiding bij een (wilsonbekwame) minderjarige en je weet dat de ouders wat betreft medische kwesties niet op 1 lijn zitten. 

Voor de volgende groepen met een indicatie kun je griep- en pneumokokkenvaccins bestellen en declareren bij de SNPG: 

  • Asielzoekers 
  • Buitenlanders of expats in Nederland, die zijn ingeschreven bij een Nederlandse huisarts 
  • Dak- en thuislozen 
  • Nederlanders met een indicatie, die wonen in de grensstreek met een Belgische huisarts 
  • Niet-op-naam-ingeschreven (NONI): de huisarts heeft geen plicht om te vaccineren. Bij vaccintekort zal de huisarts eerst de eigen patiënten willen vaccineren. 
  • Oekraïners, die zijn ingeschreven bij een huisarts 
  • Overwinteraars: zij kunnen de vaccinatie eerder krijgen. Hiervoor kun je een voorlevering aanvragen. 
  • Onverzekerden 
  • Trekkende bevolkingsgroepen (circus, kermis, binnenvaart) 
  • Vluchtelingen met een verblijfstatus 

Voor de volgende groepen kun je geen griep- en pneumokokkenvaccins bestellen bij de SNPG: 

  • Campinggasten: vaccinatie bij de eigen huisarts 
  • Eigen verzoek: Patiënten zonder indicatie voor griepvaccinatie kunnen op eigen verzoek een vaccinatie krijgen. Deze wordt niet vergoed vanuit het NPG. De patiënt krijgt een recept voor het vaccin en betaalt de apotheek de vaccinprijs. Spreek met de patiënt voor het toedienen ervan de hoogte van de vergoeding af. De patiënt kan zelf nagaan of zijn aanvullende verzekering de vaccinatie vergoedt. 
  • Illegalen 
  • Mantelzorgers: voor extra bescherming van personen met een zeer hoog risico, kun je mantelzorgers en huisgenoten adviseren om zich te laten vaccineren. Dit wordt niet vergoed vanuit het NPG. 
  • Militairen: vaccinatie valt onder verantwoordelijkheid militaire (huis)arts 
  • Nederlanders met een indicatie, die in het buitenland wonen 
  • Personeel van zorgorganisaties en eigen praktijkpersoneel: Het advies is om (jouw) personeel met veelvuldig en direct patiëntencontact wel te vaccineren. Dit is niet alleen belangrijk voor het beschermen van eigen personeel, maar ook voor de continuïteit van de zorg en de bescherming van de kwetsbare patiënten met wie het personeel in contact komt. De werkgever is verantwoordelijk voor vaccinatie. Dit wordt niet vergoed vanuit het NPG. 
  • Meer informatie is te vinden op de website van het RIVM. 
  • Gedetineerden/verblijf in justitiële inrichting/Tbs-kliniek: de justitiële inrichting is verantwoordelijk voor vaccinatie. 
    • NB: Geïndiceerde jongeren in een justitiële jeugdinrichting vallen wel onder het NPG. 

Voor de volgende groepen met een indicatie kun je wel griep- en pneumokokkenvaccins bestellen bij de SNPG, de toediening wordt echter niet vergoed. De toediening van vaccins aan mensen met verblijf in een instelling valt onder bekostiging van de Wet langdurige zorg (Wlz). 

Verblijf in zorgorganisaties: 

  • Personen die in een psychiatrische of GGZ-instelling verblijven 
  • Personen die in een revalidatiecentrum verblijven 
  • Verpleeghuisbewoners 
  • Bewoners van verzorgingshuizen 
    • NB: Gaat het om een verzorgingshuis met verpleeghuiszorg? Dan is de specialist ouderengeneeskunde verantwoordelijk voor de vaccinatie van de bewoners. 
  • Mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking die in een intramurale voorziening wonen 
  • Mensen die in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking verblijven 
  • Patiënten die tijdens de griepvaccinatiecampagne in een ziekenhuis verblijven 

Samenwerking met kleinschalige woonvormen en instellingen

Het is aan te bevelen om contact op te nemen met kleinschalige woonvormen en instellingen wanneer je bewoners wilt vaccineren en om na te vragen wat er aan samenwerking mogelijk is. 

Het navragen en registreren van toestemming valt onder de verantwoordelijkheid van de woonvorm of instelling. 

Over andere zaken kun je samenwerkingsafspraken maken. In sommige woonvormen is het bijvoorbeeld mogelijk dat het toedienen van vaccinaties gedelegeerd kan worden wanneer daartoe een uitvoeringsverzoek wordt gedaan. In andere gevallen kan het handig zijn wanneer er bij het vaccineren van bepaalde bewoners specifieke begeleiding aanwezig is (bijvoorbeeld bij patiënten met angsten of gedragsproblemen). Ook is het altijd van belang om een afspraak te maken over het moment waarop de vaccinatie plaatsvindt. Houd er rekening mee dat bewoners van kleinschalige woonvormen en/of instellingen in veel gevallen dagbesteding, dagbehandeling of andere bezigheden buitenshuis hebben. 

Vaccinlevering en vaccineren 

Selectie en controle van bestelde vaccins

Beoordeel in september de eerder gemaakte selectie voor de griep- en de pneumokokkenvaccinatie en controleer of het aantal bestelde vaccins juist is. Je kunt de bestelling tot uiterlijk 8 dagen voor de levering kosteloos wijzigen. Zie ook het hoofdstuk selectie bij griepvaccinatie.

Leveren en bewaren van de vaccins

  • Voor zover dit nog niet gebeurd is: vernietig griepvaccins van de vorige campagne vóór ontvangst van nieuwe vaccins. 
  • RIVM-SPO vervoert de vaccins met actief gekoelde koelwagens. 
  • Zorg voor voldoende koelkastcapaciteit om de vaccins op de juiste wijze te bewaren. Dit kan betekenen dat er (tijdelijk) een tweede koelkast moet komen. 
  • Zorg dat er een medewerker beschikbaar is om de vaccins aan te nemen en zo snel mogelijk (binnen 1 uur) in de koelkast te plaatsen. In dat uur moeten de vaccins in een ruimte staan met een temperatuur tussen de 2 en 21 °C. 
  • Let er bij het opbergen van de griep- en pneumokokkenvaccins op dat de vaccins duidelijk gescheiden en herkenbaar zijn. 
  • Plaats de vaccins niet tegen de koelende delen van de koelkast om bevriezing en verminderde werkzaamheid te voorkomen. 
  • De vaccins moeten in de originele verpakking bewaard worden. 

Problemen bij ontvangst van vaccins?

  • Weiger bij schade de volledige levering vaccins. 
  • Tel het aantal vaccins en meld eventuele afwijkingen binnen 24 uur na ontvangst van de vaccins bij de SNPG. 
  • Voor alle vaccins is een goede koude keten van belang. Bij onderbreking van de koude keten kunnen vaccins minder lang houdbaar zijn en kunnen ze (deels of volledig) hun werkzaamheid verliezen. Vul bij onderbreking van de koude keten het meldingsformulier in op de website van de SNPG en zet de betreffende vaccins apart in de koelkast. Het Centrum Supply Chain voor Preventieprogramma’s en Opschaling (SPO) van het RIVM  neemt dan zo spoedig mogelijk contact met je op. Vernietig de vaccins pas als RIVM- SPO aangeeft dat ze niet meer bruikbaar zijn. 
  • De e-learningmodule van de SNPG  besteedt aandacht aan de koude keten. 
  • Bewaar bij een productklacht over vaccin(s) de betreffende spuiten zodat het RIVM-SPO de klacht correct kan afhandelen. 

Kwaliteitseisen voor het bewaren van vaccins

Noodzakelijk 

  • Bewaar vaccins in een koelkast met een temperatuur tussen de 2 en 8 °C. 
  • Sla geen levensmiddelen op in de koelkast waarin vaccins en geneesmiddelen worden opgeslagen. 
  • Zorg dat de koelkast of ruimte waarin de koelkast staat afsluitbaar is. 
  • De koelkast bevat geen vriescompartiment. 
  • De koelkast heeft geen opslagvakken in de deur. 
  • Een temperatuurlogger logt het temperatuurverloop in de koelkast. Deze logger wordt periodiek uitgelezen, hiervoor zijn 3 mogelijkheden: 
    • Logger met alarmsysteem verbonden aan telefoonnummer: wekelijks registratie bekijken en opslaan of printen.  
    • Logger met digitale registratie van het temperatuursverloop met of zonder visueel en/of audioalarm: dagelijks bekijken en checks registreren. 
    • Min/max thermometer (niet aanbevolen): minimaal dagelijks bekijken, checks registreren in een logboek inclusief tijdstip van check en temperatuursbevindingen. 
  • De gebruikte thermometer/logger is gekalibreerd en wordt periodiek geherkalibreerd of vervangen door een andere gekalibreerde thermometer/logger. 
  • De temperatuurverdeling binnen in de koelkast met gesloten deur is maximaal ± 2 °C. De temperatuur dient op alle punten in de koelkast altijd tussen de 2 en 8 °C te zijn. 

Mogelijke voorzieningen om de kwaliteit te optimaliseren 

  • Bij een stroomonderbreking kan de koelkast bij een kamertemperatuur tot 30 °C met gesloten deur de temperatuur minimaal een uur tussen de 2 en 8 °C houden. 
  • Wanneer het gestelde temperatuurbereik overschreden wordt, geeft de logger of koelkast een visueel en/of audioalarm en/of wordt er een sms-bericht verstuurd. 
  • De temperatuurinstelling van de koelkast kan met een interval van 0,5 °C worden ingesteld. 

Vaccineren

  • De griep- en pneumokokkenvaccinatie kunnen gelijktijdig toegediend worden. Prik het griepvaccin links en het pneumokokkenvaccin rechts. 
  • Vaccineren is een voorbehouden handeling. Zorg dat je aan de voorwaarden (zie Voorbehouden handeling) voldoet wanneer je deze taak aan ander praktijkpersoneel delegeert. 
  • Voorbereiden vaccins: bij het pneumokokkenvaccin wordt de veiligheidsnaald met een draaiende beweging op het vaccin bevestigd. Bij griepvaccins is dit afhankelijk van het vaccin.  
  • Prik intramusculair. Ook bij gebruik van antistolling mag intramusculair worden gevaccineerd, mits aan de voorwaarden wordt voldaan (zie Stollingsstoornissen en antistollingsmedicatie). Bij aangeboren stollingsstoornissen is het advies subcutaan te vaccineren. 
  • Patiënten die tot de  doelgroep behoren, maar ten onrechte geen uitnodiging hebben ontvangen, kunnen zich bij de praktijk melden om gevaccineerd te worden. 

Griep- en pneumokokkenvaccins zijn beide geïnactiveerde vaccins, waardoor er geen interval nodig is tussen beide vaccins. Ook is er geen interval nodig tussen een COVID-19-vaccinatie en de griep- en/of pneumokokkenvaccinatie. 

Wanneer je de griep- en pneumokokkenvaccins tegelijk of kort (< 2 weken) na elkaar toedient, plaats ze dan elk in een andere arm. Prik het griepvaccin links en het pneumokokkenvaccin rechts. Zo kunnen eventuele bijwerkingen zoveel mogelijk aan het juiste vaccin gelinkt worden. Dit is noodzakelijk voor het melden van een (lokale) bijwerking bij Bijwerkingencentrum Lareb. 

Wanneer een patiënt per abuis tweemaal hetzelfde vaccin ontvangt, is dit niet gevaarlijk voor de patiënt. Geef het vaccin dat de patiënt niet heeft ontvangen alsnog in een ander ledemaat (aan de juiste kant). 

De griepvaccinatie is een voorbehouden handeling in de zin van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Een voorbehouden handeling mag uitgevoerd worden door zelfstandig bevoegden (BIG-geregistreerde artsen en verpleegkundigen), of gedelegeerd worden aan personen zonder zelfstandige bevoegdheid (doktersassistenten en niet BIG-geregistreerde praktijkondersteuners) onder de volgende voorwaarden: 

De arts (opdrachtgever): 

  • is deskundig en bekwaam in het stellen van een indicatie voor en het uitvoeren van voorbehouden handelingen, en is verantwoordelijk voor de (inhoud van de) opdracht. 
  • geeft zo nodig aanwijzingen of instructies en zorgt ervoor dat toezicht en tussenkomst mogelijk zijn wanneer dat redelijkerwijs nodig is. De instructies zijn bij voorkeur in heldere protocollen en werkafspraken vastgelegd. Bij een calamiteit (bijvoorbeeld bij een onverwachte anafylactische reactie) kan de arts binnen 15 minuten aanwezig zijn om adequate behandeling in te zetten. 
  • overtuigt zich ervan dat de opdrachtnemer bekwaam is in het uitvoeren van de voorbehouden handeling. 

De doktersassistente, praktijkondersteuner of -verpleegkundige (opdrachtnemer):

  • handelt uitsluitend in opdracht van en volgens de gegeven aanwijzingen van de opdrachtgever. 
  • neemt de opdracht alleen aan als zij zichzelf redelijkerwijs in staat acht de behandeling naar behoren uit te voeren. 

Het is van belang dat de deskundigheid en bekwaamheid van de medewerkers op peil blijven. Dit is de verantwoordelijkheid van vooral de werkgever en/of opdrachtgever, maar ook van de medewerker/opdrachtnemer zelf. 

Lees meer op de pagina Delegeren van medische handelingen.  

Een aantal patiënten zal de huisarts, doktersassistente, praktijkondersteuner of -verpleegkundige thuis vaccineren. Het NHG heeft in nauw overleg met de LHV vastgesteld dat de doktersassistente, praktijkondersteuner en -verpleegkundige vaccinaties mogen geven zonder direct toezicht van de arts (en eventueel ook buiten de praktijk), omdat de kans op een ernstige complicatie erg klein is. Voorwaarde is wel dat ze voldoende ervaring hebben met de toediening van deze vaccins. 

Gebruik voor het vervoer van vaccins een koeldoos met koelelementen om onderbreking van de koude keten te voorkomen. Zie voor meer informatie over de koude keten: SNPG.nl 

Voor vaccinatie van patiënten in het verzorgingshuis is het handig om dat binnen de HOED of hagro af te stemmen. 

Na bevestiging van de veiligheidsnaald op het griepvaccin dient het vaccin nog diezelfde dag (dus niet de volgende dag, ook al is dit binnen 24 uur) gebruikt te worden en moet het griepvaccin tot het moment van gebruik in de koelkast bewaard worden. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, mag het vaccin niet meer gebruikt worden. 

Wanneer er een luchtbel van betekenis aanwezig is in de voorgevulde spuit, moet de spuit ontlucht worden tot de naaldopzet. Een luchtbel inspuiten in de spier geeft een grotere kans op lokale bijwerkingen. Theoretisch gezien zou ook een luchtembolie kunnen voorkomen, deze kans is uitermate klein. 

Geef de vaccinatie in principe in de bovenarm en prik intramusculair. Er zijn aanwijzingen dat intramusculaire toediening minder lokale bijwerkingen geeft. Van diverse vaccins is bekend dat er een significant betere immuunreactie optreedt na intramusculaire toediening dan na subcutane toediening (Cook et al 2021). Of dit voor het griepvaccin ook geldt is weliswaar minder hard bewezen, maar intramusculaire toediening wordt toch geadviseerd. 

Gebruik bij mensen met een bekende BMI >40 altijd een naald van 38 mm. Bij een BMI tussen 30 en 40 zul je een inschatting moeten maken van de dikte van de subcutane vetlaag van de bovenarm, die bij vrouwen over het algemeen gemiddeld dikker is dan bij mannen. 

De meest pragmatische methode om dit te schatten is de volgende: wanneer je bij een bloeddrukmeting een grote manchet zou gebruiken, is het advies om een naald van 38 mm te gebruiken. Een nauwkeuriger methode is kijken naar de dikte van de huidplooi door deze tussen duim en wijsvinger te pakken. Indien de naald korter is dan de helft van de huidplooi, is een naaldlengte van 38 mm nodig. 

Gebruik bij twijfel een naald van 25 mm. Te diepe injectie (op een verkeerde injectieplaats) kan SIRVA (shoulder injury related to vaccine administration) veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn neuropathie, langdurige schouderpijn en bursitis (zie ook dit H&W-artikel). 

Naar schatting zal de langere naald (van 38 mm) nodig zijn bij ongeveer 10-20% van de populatie. In 2024 had 15,7% van de Nederlanders ernstig overgewicht (BMI >30). Houd hier bij het bestellen van naalden rekening mee. 

Patiënten die een okselklierverwijdering hebben gehad (bijvoorbeeld na een mammacarcinoom), hebben mogelijk instructies gekregen om medische handelingen, zoals vaccinatietoediening, aan de behandelde arm te vermijden om lymfoedeem te voorkomen. Onderzoek heeft echter geen vergroot risico aangetoond op het ontstaan van lymfoedeem. Conform internationale aanbevelingen is het advies om in principe voor de niet-behandelde arm te kiezen, maar de behandelde arm hoeft niet strikt vermeden te worden. 

Registreren toegediende vaccins

  • Registreer toegediende vaccins op patiëntniveau (door de uitnodigingsbrief te scannen). Let indien van toepassing, op de verschillende batchnummers van de vaccins.  
  • Vergelijk patiënten die zijn gevaccineerd met de patiënten op de selectielijst. Overweeg om een herinnering te sturen naar mensen die niet op de uitnodiging hebben gereageerd. 
  • Registreer de vaccinatie als medicatievoorschrift: ICPC-code R44 (immunisatie/preventieve medicatie). In de medicatielijst is dan precies terug te vinden wanneer de patiënt de vaccinatie heeft ontvangen. Het voorschrift dat hiervoor gebruikt wordt, is ATC J07BB02. Als datum vul je de dag in waarop het vaccin is gegeven.  

Het batchnummer van het vaccin wordt in het HIS op individueel patiëntniveau vastgelegd. Met behulp van het HIS kan dat in 1 keer voor een hele batch. 

Door in het HIS vast te leggen wie wanneer met welk vaccin (batchnummer) gevaccineerd is, kun je snel nagaan of er een oorzakelijk verband is tussen het afgeleverde vaccin en een (al dan niet ernstige) bijwerking kort na vaccinatie. Het is de verantwoordelijkheid van de HIS-leverancier om ervoor te zorgen dat deze lijsten uitgedraaid kunnen worden. In sommige HIS’en is het mogelijk dat je zelf zo’n lijst kunt uitdraaien. Bij HIS’en waarin dat niet kan, moet de HIS-leverancier deze lijst binnen 24 uur kunnen leveren. 

Daarnaast is de informatie op batchnummerniveau van belang voor het declareren bij de SNPG. Meestal hebben de voor-, hoofd- en nalevering elk hun eigen batchnummer. 

Registratie van indicaties voor griepvaccinatie

Selectie van de doelgroepen voor de griepvaccinatie kan alleen betrouwbaar verlopen als de registratie ervan in het HIS up-to-date is.  

Voor een aantal doelgroepen is alleen de specialist in staat om de indicatie voor griepvaccinatie te beoordelen. Dan gaat het vooral om zeldzame ziektebeelden en blijvende longschade na COVID. De specialist kan in polibrieven aangeven dat de patiënt een indicatie heeft voor griepvaccinatie. Je registreert deze indicatie dan in het HIS. Vraag je HIS-leverancier hoe je handmatig een indicatie voor griepvaccinatie toevoegt bij een patiënt.

Declaratie en afronden 

Declareren

Het declareren van de griep- en pneumokokkenvaccins kan gelijktijdig. 

Van 1 december tot en met 31 januari kun je de declaratie indienen via de webapplicatie van de SNPG. De declaratie van de griepvaccins hoeft alleen uitgesplitst te worden naar leeftijd: < of ≥ 60 jaar. 

De pneumokokkenvaccins worden per batchnummer gedeclareerd. Declareer de griep- en pneumokokkenvaccins het liefst tegelijkertijd. 

Het is alleen toegestaan om bij de SNPG-vaccins te declareren die zijn toegediend aan patiënten die volgens het NPG en het NPPV zijn uitgenodigd. Als om medische redenen 2 keer griepvaccinatie is toegediend, ontvang je tweemaal een vergoeding. Het gaat hierbij om kinderen < 9 jaar die niet eerder een griepvaccinatie hebben ontvangen. 

De lijst met gevaccineerde patiënten moet voor zowel de griep- als de pneumokokkenvaccinatie minimaal 20 jaar in de huisartsenpraktijk worden bewaard.

Ongebruikte griepvaccins vernietigen

Vernietig aan het einde van het griepseizoen de niet-gebruikte griepvaccins. Je kunt de vaccins niet bewaren voor het volgende griepseizoen, omdat het griepvirus verandert en de houdbaarheidsdatum van het vaccin verloopt. 

Let op: pneumokokkenvaccins blijven gedurende het hele jaar werkzaam en hoeven pas vernietigd te worden als de houdbaarheidsdatum is verstreken. 

Achtergrond 

Griep

Jaarlijks krijgt gemiddeld 1 op de 15 mensen griep. Dit kan verschillen per jaar. Daarnaast maakt een deel de infectie asymptomatisch door. Onder 0- tot 4-jarigen is de incidentie vaak het hoogst.  

Meestal verloopt griep onschuldig: de meeste mensen genezen zonder medische behandeling. Bepaalde risicogroepen hebben bij infectie een grotere kans op een ernstig beloop, ziekenhuisopname of zelfs op overlijden. Complicaties zijn bijvoorbeeld een pneumonie, bronchitis of decompensatio cordis.  

Het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) stelt via de huisarts en zorginstellingen griepvaccinatie ter beschikking aan mensen met een verhoogd risico op complicaties, ziekenhuisopname en/of sterfte door griep. Het NPG is gebaseerd op de adviezen van de Gezondheidsraad. 

Griepvaccinatie 

Jaarlijks krijgen een paar miljoen Nederlanders met een verhoogd risico op complicaties, ziekenhuisopname en/of overlijden door griep door hun huisarts de griepvaccinatie toegediend. De huidige griepvaccins zijn trivalent: ze bevatten drie geïnactiveerde virusstammen. De WHO adviseert twee keer per jaar over de samenstelling van het griepvaccin.  De gemiddelde effectiviteit van het griepvaccin tegen infectie is 39,3% en tegen ziekenhuisopname door griep 43%. Dit zijn gemiddeldes en hangt af van verschillende patiënt- en virusgebonden factoren.  

In het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) worden dit jaar de volgende vaccins gebruikt: Influvac (leverancier: Abbot) en Vaxigrip (leverancier: Sanofi Pasteur). Raadpleeg voor meer informatie over de vaccins de bijsluiterteksten

Het vaccin geeft na ongeveer 2 weken bescherming, die ongeveer 6 maanden duurt. Jaarlijkse herhaling van de griepvaccinatie is noodzakelijk vanwege de veranderlijkheid van de griepvirussen en de daarmee wijzigende samenstelling van het vaccin. 

Welke effecten heeft de griepvaccinatie?

Griepvaccinatie verlaagt zowel de transmissie, als het ziektecijfer (morbiditeit) en het sterftecijfer (mortaliteit) door griep. Als de patiënt na vaccinatie toch griep krijgt, verloopt de ziekte meestal minder ernstig. Het effect van de vaccinatie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de leeftijd van de patiënt, eventuele comorbiditeit en de status van het immuunsysteem. Daarbij spelen nog enkele factoren een rol: de overeenkomst tussen de virusstammen in het vaccin en de circulerende virusstam (de zogenaamde vaccinmatch), het type virus, de mate van viruscirculatie en de virulentie ervan. Het griepvaccin beschermt niet tegen andere virussoorten die griepachtige klachten veroorzaken, zoals rhino- of adenovirussen, die tot bovensteluchtweginfecties leiden.  

Welke bijwerkingen zijn te verwachten?

 Er worden vrijwel uitsluitend milde, lokale of systemische bijwerkingen van de vaccinatie gemeld, zoals roodheid, zwelling en pijn op de plek waar de vaccinatie is toegediend of griepachtige verschijnselen. Deze ontstaan doordat het afweersysteem bezig is antistoffen op te bouwen tegen de antigenen in het vaccin. Bijna alle bijwerkingen verdwijnen binnen twee dagen.  

Gelijktijdige griep- en pneumokokkenvaccinatie lijkt geen toename in bijwerkingen te geven ten opzichte van afzonderlijk op verschillende momenten vaccineren. Om onderscheid tussen lokale bijwerkingen van de griep- en pneumokokkenvaccinatie te kunnen maken, wordt geadviseerd om bij gelijktijdige vaccinatie de griepvaccinatie links en de pneumokokkenvaccinatie rechts te geven.  

Bijwerkingen melden

Vermoedelijke (ernstige) bijwerkingen moeten volgens de Geneesmiddelenwet gemeld worden bij het Bijwerkingencentrum Lareb. Huisartsen hoeven niet uit te zoeken of de verschijnselen daadwerkelijk een causale relatie hebben met de vaccinatie. 

Er is een uitzonderlijk kleine kans op een anafylactische reactie bij een allergie voor bestanddelen van het vaccin. In geval van een calamiteit (zoals een onverwachte anafylactische reactie) moet er binnen 15 minuten een arts aanwezig kunnen zijn om deze adequaat te behandelen. 

Achtergrondinformatie griep

Bekijk voor meer achtergrondinformatie, feiten en cijfers over griep, de griepvaccinatie, sterfte en verloop van griepepidemieën de afgelopen jaren de NHG-Behandelrichtlijn Influenza, de website van het RIVM, de LCI-richtlijn Influenza , de LCI-factsheet Influenzavaccinatie of de cijfers van het Nivel over griep

Colofon

De volgende organisaties waren betrokken bij de ontwikkeling van deze NHG-Praktijkhandleiding Griepvaccinatie. 

RPO/CIb 
Het Centrum Regie op Preventieprogramma’s en Opschaling (RPO) en het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voeren samen in opdracht van het ministerie van VWS de landelijke regie over het griep-, pneumokokken- en Covid-19-vaccinatieprogramma.  

SPO  
De Supply Chain voor Preventieprogramma’s en Opschaling (SPO) van het RIVM koopt de griep- en pneumokokkenvaccins in, en zorgt voor opslag en levering aan huisartsen en zorginstellingen. 

LCI 
De Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM is 1 van de 5 centra van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb). De LCI stelt richtlijnen voor professionals op voor de bestrijding van infectieziekten, waaronder griep en pneumokokkenziekte. Zorgprofessionals kunnen daarnaast bij de LCI terecht tussen 08:30 en 17:00 voor medisch-inhoudelijke vragen over de griepvaccinatie op telefoonnummer 088 689 7000. 

SNPG 
De Stichting Nationaal Programma Grieppreventie (SNPG) coördineert de uitvoering van het jaarlijkse griep- en pneumokokkenvaccinatieprogramma. 

Kennis over de griepvaccinatie: e-learningmodule 

Op de website van de SNPG is een e-learningmodule beschikbaar over het griepvaccinatie- en pneumokokkenvaccinatieprogramma. Deze module is bedoeld voor doktersassistentes, huisartsen en andere zorgverleners die betrokken zijn bij de uitvoering van de griep- en/of pneumokokkenvaccinatie. Deze e-learning (2 accreditatiepunten) duurt ongeveer een uur.