U bent hier

Standpunt GGZ op basis van huisartsgeneeskundige kernwaarden

10 december, 2015

Zowel NHG als LHV hebben het geactualiseerde Standpunt Geestelijke gezondheidszorg vastgesteld. Het Standpunt is een uitwerking van de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022 van NHG/LHV en laat zien hoe huisartsen de zorg voor patiënten met psychische problemen de komende jaren vorm kunnen geven op basis van de huisartsgeneeskundige kernwaarden: generalistisch, persoonsgericht en continu.

In het Standpunt Geestelijke gezondheidszorg zijn de uitgangspunten, werkwijze en rol van de huisartsenzorg in de GGZ-keten beschreven. Het document is een onderbouwde visie op de ontwikkeling van de huisartsenzorg op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, waarbij rekening is gehouden met het in 2014 ingevoerde GGZ-stelsel.

Centraal in het Standpunt Geestelijke gezondheidzorg staan onder andere:

  • behoud van de huisartsgeneeskundige aanpak bij patiënten met psychische problemen;
  • kritiek op het DSM-label als criterium voor verwijzing;
  • investeren in goed werkend team van huisarts en POH-GGZ;
  • directe verwijsmogelijkheid bij acute problematiek noodzakelijk
  • huisarts moet overnemen van patiënt met chronische problematiek kunnen weigeren.

Hieronder leest u een korte toelichting op deze punten.

GGZ in de huisartsenzorg: patiënt- en klachtgericht

In het contact met patiënten met psychische problemen heeft de huisarts aandacht voor zijn of haar persoonlijke situatie, voorgeschiedenis en lijdensdruk. Samen met de patiënt wordt het probleem verhelderd. Soms is een gesprek voor de patiënt voldoende om verder te kunnen. In andere gevallen kan worden gewezen op bijvoorbeeld het aanbod van het wijkteam. Het is van groot belang dat de huisarts voldoende tijd heeft voor het gesprek met de patiënt. Belangrijk is dat voor sociale en welzijnsproblematiek ondersteuningsaanbod beschikbaar is, waarnaar de huisarts en POH-GGZ kunnen verwijzen. Als een behandeling nodig is gaat de voorkeur uit naar de meest passende en minst ingrijpende interventie gegeven de klachten en lijdensdruk van de patiënt. De huisarts besluit hierover samen met de patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met zijn of haar motivatie en wensen. In de begeleiding en behandeling werkt de huisarts zo veel mogelijk op basis van wetenschappelijke richtlijnen.

DSM ongeschikt als criterium bij verwijzing

De poortwachtersrol van de huisarts wordt sinds 2014 beïnvloed door maatregelen van de overheid om de verwijzing naar generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ af te remmen. Het is een onjuiste beleidskeuze dat een (vermoeden) van een DSM-stoornis als voorwaarde voor verwijzing is gesteld. Het labelen van psychische klachten op basis van de DSM gaat voorbij aan de lijdensdruk, contextuele factoren en de zorgbehoefte van de patiënt. Bovendien sluit het DSM denken niet aan op het probleem- en klachtgericht werken van de huisarts. Bij de verwijzing maakt de huisarts gebruik van richtlijnen, samenwerkingsafspraken, zorgstandaarden en klinische blik. Voor passende zorg op het juiste moment op de juiste plaats door de juiste zorgverlener zijn tijdige verwijsmogelijkheden voorwaardelijk.

Huisarts en POH-GGZ: een team met gedeelde uitgangspunten en werkwijze

De huisarts speelt een belangrijke rol in de zorg voor patiënten met psychische problemen en werkt daarbij steeds meer samen met de POH-GGZ. De POH-GGZ heeft binnen het team van de huisartsenpraktijk een belangrijke ondersteunende rol. Deze functie wordt op dit moment niet overal door zorgverleners met dezelfde achtergrond en competenties vervuld. Het Standpunt wijst op de noodzaak dat de POH-GGZ werkt op basis van de huisartsgeneeskundige uitgangspunten en gebruik maakt van huisartsgeneeskundige richtlijnen. De eindverantwoordelijkheid van de huisarts maakt het belangrijk dat de huisarts deskundig is op het terrein van veelvoorkomende psychische problemen, de POH-GGZ aanstuurt en investeert in de samenwerking met de POH-GGZ.

Directe verwijzingsmogelijkheid bij acute problematiek

Speciale aandacht vraagt de verwijzing van patiënten met acute problematiek. De huisarts is alert op mogelijke somatische factoren en beslist welke nadere diagnostiek en behandeling noodzakelijk zijn, rekening houdend met de context en mogelijk gevaar voor de patiënt zelf en zijn omgeving. Er dient voldoende gespecialiseerde GGZ beschikbaar te zijn om patiënten direct naar te kunnen verwijzen. Samenwerkingsafspraken met GGZ-instellingen en crisisdienst zijn nodig om, ook tijdens avond, nacht- en weekenddiensten, adequate en tijdige zorg te borgen voor patiënten met acute problematiek.

Overnemen van patiënt met chronisch psychisch probleem afhankelijk van instemming huisarts

In het huidige GGZ-stelsel is het streven dat meer patiënten met chronische psychische problematiek worden begeleid en behandeld in de huisartsenvoorziening. Dit kan echter niet zonder meer plaats vinden. Onmisbare voorwaarden zijn: de mogelijkheid van directe terugverwijzing naar de behandelaar in de gespecialiseerde GGZ bij een crisis en instemming van de huisarts met overdracht van de patiënt. Als een huisarts zich onvoldoende bekwaam acht om een patiënt te behandelen, moet hij het overnemen van een patiënt kunnen weigeren.

Meer informatie

Bovengenoemde punten zijn geen volledige weergave van het Standpunt. Zo leest u in het Standpunt GGZ bijvoorbeeld ook over geestelijke gezondheidszorg voor jeugd. Het Standpunt GGZ is een toekomstgerichte visie. NHG en LHV werken op basis van deze uitgangspunten de komende jaren aan de ondersteuning van de beroepsgroep. In het Standpunt is ook een samenvatting opgenomen.