Veel mensen in Nederland overlijden niet onverwacht en geven aan bij voorkeur thuis te willen sterven. De huisarts speelt hierbij een sleutelrol: van het tijdig markeren van de palliatieve fase tot en met de zorg in de stervensfase en de nazorg voor naasten. De handreiking benadrukt dat palliatieve zorg altijd maatwerk is, gebaseerd op wat voor de patiënt betekenisvol is, met aandacht voor lichamelijke, psychische, sociale en zingevingsvragen.
Proactieve zorgplanning palliatieve fase
Het vroeg herkennen en markeren van de palliatieve fase is essentieel om tijdig proactieve zorgplanning (PZP) te starten. De zogeheten surprise question kan hierbij ondersteunen. PZP is geen exclusieve taak van de huisarts, maar vraagt om goede samenwerking en heldere vastlegging van wensen en grenzen in het dossier en in de ANW-overdracht. Palliatieve zorg is per definitie interdisciplinair en vraagt om een goed functionerend netwerk met onder meer wijkverpleging, apotheek, verpleegkundig technisch team, specialistische palliatieve teams en PaTz-groepen.
Randvoorwaarden en actuele knelpunten
De handreiking vermeldt ook randvoorwaarden die in de praktijk belangrijk zijn:
- Personeel
Palliatieve zorg vraagt tijd en continuïteit. De beperkte inzetbaarheid van wijkverpleging en het vrijwel ontbreken van structurele 24-uurszorg thuis vergroten de druk op mantelzorgers, huisartsen en ANW-diensten. - Kennis
Deelname aan PaTz-groepen en consultatie van palliatieve teams zijn belangrijk voor deskundigheidsbevordering. - Financiering
De handreiking pleit voor passende tarieven met meer flexibiliteit en die ook niet-patiëntgebonden zorg dekken.
Samenwerking palliatieve zorg
Palliatieve zorg is per definitie interdisciplinair. Een goed functionerend netwerk met wijkverpleging, verpleegkundig technisch team (VTT), apotheek, specialistische teams en PaTz-groepen is cruciaal.