U bent hier

Veelgestelde vragen

Pneumokokkenvaccinatie bij 60-plussers

Pneumokokken zijn gekapselde bacteriën, die bij veel mensen voorkomen als commensalen van de bovenste luchtwegen. Er worden meer dan 90 verschillende serotypen onderscheiden. Vooral kinderen, mensen ouder dan 60 jaar en mensen met een minder goed werkend immuunsysteem zijn vatbaar voor ziekte door pneumokokken.

Pneumokokken zijn veroorzakers van zowel niet-invasieve ziektebeelden zoals otitis media acuta, sinusitis en (niet-invasieve) pneumokokkenpneumonie als van invasieve ziektebeelden zoals meningitis, sepsis en een invasieve pneumokokkenpneumonie. Bij ouderen is een niet-invasieve pneumonie het meest voorkomende ziektebeeld.

Omdat onbekend is hoeveel van de pneumonieën in de eerste lijn wordt veroorzaakt door pneumokokken, ontbreken exacte cijfers. Naar schatting worden jaarlijks 2600 tot 5600 mensen van 65 jaar en ouder opgenomen in het ziekenhuis met een pneumokokkenpneumonie.

Jaarlijks zijn er circa 1800 60-plussers met een invasieve pneumokokkenziekte, zij worden vrijwel altijd opgenomen in het ziekenhuis en het beloop is vaak ernstiger dan bij een niet-invasieve pneumokokkenziekte. Van de 60-plussers die zijn opgenomen in het ziekenhuis met een pneumokokkenziekte, overlijdt circa 15% in het ziekenhuis. Het risico op overlijden in de jaren na het doormaken van een pneumokokkenziekte is naar schatting ook met 15% verhoogd.

Sinds 2006 is pneumokokkenvaccinatie opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen. Daarnaast ontvangen patiënten die tot een medische risicogroep behoren een vaccinatie op indicatie. Dit zijn bijvoorbeeld patiënten zonder functionele milt en patiënten met liquorlekkage.

Er zijn verschillende vaccins beschikbaar; vaccinatie van volwassenen met het vaccin PPV23 op de leeftijd van 60, 65, 70 en 75 jaar blijkt het effectiefst. Vergeleken met de alternatieven levert deze strategie de meeste gezondheidswinst en is kosteneffectief.

Na vaccinatie met PPV23 wordt geen immunologisch geheugen opgebouwd en de beschermingsduur is beperkt. Het PPV23 biedt bescherming tegen 23 serotypen, die samen verantwoordelijk zijn voor 85-90% van de invasieve pneumokokkenziekten bij 60-plussers.

De effectiviteit van vaccinatie met PPV23 bij 60-plussers is conservatief geschat, omdat de effectiviteit afneemt met de tijd na vaccinatie. Over een periode van vijf jaar na vaccinatie geeft het een gemiddelde vermindering van 37% kans op een invasieve pneumokokkenziekte en 7,5 % op een pneumokokkenpneumonie veroorzaakt door de serotypen waartegen het PPV23-vaccin bescherming biedt. De meeste gezondheidswinst wordt bereikt als mensen tussen de 60 en 75 jaar iedere vijf jaar worden gevaccineerd. Vaker vaccineren wordt niet aangeraden, omdat niet valt uit te sluiten dat het vaccin minder effectief kan zijn (hyporesponsiviteit) en omdat de kans op bijwerkingen groter wordt. Er is geen groepsbescherming te verwachten.

De Gezondheidsraad geeft in haar advies aan dat er onvoldoende onderzoek naar de effectiviteit bij ouderen boven de 80 beschikbaar is. Volgens de Raad is het echter aannemelijk dat bij 80-plussers de effectiviteit beperkt is, omdat er een verminderde respons zal zijn door veroudering van het afweersysteem.

Er worden vrijwel uitsluitend milde bijwerkingen gemeld, zoals lokale roodheid, zwelling en pijn of griepachtige verschijnselen. Eventuele bijwerkingen houden niet meer dan enkele dagen aan. Er is een zeer kleine kans op een anafylactische reactie bij allergie voor (hulpstoffen in) het vaccin.

Bij de start van het programma in 2020 worden, naast alle mensen die in dat jaar 60 worden, ook mensen uit de oudere leeftijdscohorten (65,70 en 75 jaar) uitgenodigd, zodat deze kunnen instromen in het programma (zie [tabel 1]).

Na vijf jaar is iedereen uit de doelgroep van 60-75 jarigen één keer uitgenodigd, maar door de gefaseerde invoer zijn er mensen die pas na een aantal jaar een eerste uitnodiging ontvangen (maximaal na vier jaar). Bij patiënten die een medische indicatie hebben, zal per patiënt bekeken moeten worden of deze binnen het programma valt. Dit is afhankelijk van eerdere vaccinatie met dit vaccin en het moment van deze vaccinatie binnen het programma. Patiënten met een medische indicatie ontvangen voorafgaand aan het PPV23 eenmalig ook nog een ander vaccin tegen pneumokokken.

De organisatie van het pneumokokkenvaccinatieprogramma voor volwassenen kent veel overeenkomsten met het griepvaccinatieprogramma. Beide programma’s kunnen gelijktijdig plaatsvinden in de huisartsenpraktijk.

Mensen kunnen twijfelen over deelname aan het vaccinatieprogramma als zodanig en over de zin daarvan, bijvoorbeeld bij een korte levensverwachting. Zij kunnen dit met de huisarts bespreken. Ook kunnen mensen zich tot de huisarts wenden met het verzoek voor vaccinatie buiten het programma, bijvoorbeeld omdat zij pas over een aantal jaar in aanmerking komen. De verschillende opties kunnen besproken worden, zoals wachten tot ze aan de beurt zijn of zich eerder op eigen kosten laten vaccineren. Het is van belang de patiënt te informeren dat verdere vaccinatie binnen het programma dan wellicht niet meer mogelijk is, doordat het moment van hervaccinatie niet meer samenvalt met hun eigen cohort. Bij te vroegtijdige hervaccinatie is er namelijk kans op hyporesponsiviteit en op meer bijwerkingen na vaccinatie.

In de publieksinformatie zal rekening worden gehouden met deze vragen. Voor de start van het programma zal ook voor de huisarts informatie beschikbaar komen om deze vragen te kunnen beantwoorden.

Binnen het programma Preventie ontwikkelt het NHG diverse materialen ter ondersteuning voor huisartsen, zoals een praktijkhandleiding en een e-learning. Ook zal selectie van de doelgroep via de HIS'en worden ondersteund. Daarnaast zal er informatie voor patiënten te vinden zijn op Thuisarts.nl.

Ja, de HIS’en worden aangepast, zodat ze de huisarts ondersteunen in het pneumokokkenvaccinatieprogramma. Het NHG-Programma Informatisering Huisartsenzorg ontwikkelt daartoe een ICT-richtlijn Pneumokokkenvaccinatieprogramma voor de HIS-leveranciers.