U bent hier

Veelgestelde vragen

NHG-Praktijkaccreditering, 14. Medische middelen

Praktijkaccreditering schrijft niet specifiek voor dat er een spoedkoffer in de praktijk aanwezig dient te zijn. Meer in het algemeen wordt wel de eis gesteld dat de praktijk heeft vastgelegd welke middelen voor spoedeisende hulp aanwezig moeten zijn en op welke plaats. De keuzen van de praktijk hierin moeten leiden tot verantwoorde zorg. 

Praktijkaccreditering schrijft niet voor welke medische middelen in de praktijk en de dokters-/spoedtas beschikbaar moeten zijn. De praktijk moet laten zien dat zij díe middelen ter beschikking heeft die nodig zijn om verantwoorde zorg te leveren. 

Nee, in het belang van de patiënt staat in de norm: "Medische middelen overschrijden de houdbaarheidsdata niet, zijn correct opgeslagen en in voldoende hoeveelheden beschikbaar." Er is in dit geval geen ruimte voor een eigen, praktijkspecifieke invulling.

Binnen de norm staat beschreven dat medicatie die onder de opiumwet valt op een niet-vrijtoegankelijke plek bewaard dient te worden en slechts in beperkte hoeveelheid beschikbaar mag zijn. De dokterstas, mits goed beheerd, is te beschouwen als een niet-vrijtoegankelijke plek.

Nee. De NPA norm stelt dat er een protocol moet zijn waarin de werkwijze beschreven wordt voor accidenteel bloedcontact, waaronder ook preventieve maatregelen. Het is wel een aanbeveling uit de 'Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen en verloskundigenpraktijk' (NHG/KNOV) dergelijke veiligheidsnaalden te gebruiken om prikaccidenten te voorkomen. En de Arbo-wet stelt als eis (ter bescherming van betrokken werknemers) "het ter beschikking stellen van een medisch hulpmiddel met ingebouwd veiligheids- en beschermingsmechanisme, indien er gevaar is voor letsel of infectie door een scherp medisch hulpmiddel"

Nee, de dagelijkse actuele temperatuur zegt niets over eventuele schommelingen die na de laatste waarneming hebben plaatsgevonden. Er kunnen in de tussentijds geruime tijd te lage of te hoge temperaturen hebben geheerst in de koelkast. Voor een afdoende borging van de koudeketen is het nodig om te weten wat de minimale en de maximale temperatuur zijn geweest in de periode tussen twee waarnemingen. Alleen bij een registratie van die temperaturen kan er vertrouwen zijn in voldoende bewaking van de koudeketen.