U bent hier

Veelgestelde vragen

Ebola

Het RIVM heeft in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en InEen (de organisatie waarin onder andere huisartsenposten samenwerken) een landelijk triageprotocol opgesteld om patiënten die mogelijk Ebola hebben, vroegtijdig te signaleren. Daarvan bestaan twee versies: voor telefonische triage en voor fysieke triage. Geadviseerd wordt om alleen deze protocollen te gebruiken. Deze protocollen worden zo nodig aangepast aan de actuele situatie en zijn te vinden op de sites van het NHG en RIVM.

De arts infectieziektebestrijding van de lokale GGD. 
Eventueel kan ook worden overlegd met de internist-infectioloog of arts-microbioloog van het lokale ziekenhuis of van het dichtstbijzijnde universitair medisch centrum (UMC).

Arts infectieziektebestrijding van de lokale GGD
Internist-infectioloog of arts-microbioloog van het lokale ziekenhuis
Internist-infectioloog van het dichtstbijzijnde Universitair Medisch Centrum 
Regionale ambulancedienst

Nee, belangrijk is kennis te hebben van de triageprotocollen en het opnemen van contact met de juiste personen, waaronder altijd ook de regionale GGD-arts.

De besmetting met Ebola vindt plaats door direct lichamelijk contact met een patiënt of lichaamsvloeistoffen van de patiënt. Ebola verspreidt zich niet via de lucht. Daarnaast neemt de besmettelijkheid toe naarmate de patiënt zieker is. In de beginfase van de ziekte is de besmettelijkheid dus relatief gering en volstaat een afsluitende spatbril zodat contact met conjunctivae wordt vermeden, een chirurgisch mondmasker en handschoenen. Voor ambulancemedewerkers/ziekenhuispersoneel adviseert het RIVM een FFP2-masker (ervan uitgaande dat zij een ziekere en daarmee ook infectieuzere patiënt vervoeren/verzorgen).

Nee. De besmettelijkheid in de beginfase van de ziekte en zonder intensief contact met de patiënt is bijzonder klein. Het in acht nemen van de geadviseerde maatregelen zoals beschreven in de triageprotocollen biedt voldoende bescherming tegen besmetting. 

In overleg met de GGD-arts wordt bepaald in welke mate de praktijk dient te worden schoongemaakt, nadat een patiënt met verdenking Ebola in de praktijk is geweest. Er zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt met een schoonmaakbedrijf dat kan worden ingezet. De kosten hiervoor zijn vooralsnog voor de huisarts zelf.

Er is een landelijke richtlijn opgesteld door het RIVM voor het schoonmaken van het huis waar een patiënt met (mogelijke) Ebola is verbleven. Dit protocol zou ook toepasbaar kunnen zijn op de huisartsenpraktijk. In overleg met de GGD arts kan worden bepaald in welke mate het protocol in het specifieke geval gevolgd moet worden.