U bent hier

Wat vindt het NHG van kleine chirurgische ingrepen uitgevoerd door de huisarts?

Het uitvoeren van kleine chirurgische verrichtingen in de huisartsenpraktijk heeft de steun van het NHG. Het biedt de patiënt de mogelijkheid een kleine chirurgische ingreep in de eigen, vertrouwde huisartsenpraktijk en dichtbij huis te ondergaan. Het biedt huisartsen de mogelijkheid hun vak te verbreden naar niet alledaagse huisartsenzorg hetgeen het plezier en de uitdaging in het werk bevordert. Tot slot werkt het op macro-niveau kostenbesparend (substitutie van 2e naar 1e lijn).

Het is van belang dat de huisarts affiniteit heeft met het uitvoeren van deze verrichtingen. Een huisarts is volgens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) bevoegd om heelkundige handelingen uit te voeren. Maar deze bevoegdheid geldt alleen als de arts eveneens bekwaam is.

De bekwaamheid zal iedere huisarts voor zichzelf moeten bepalen, dat is onderdeel van het professioneel handelen. De meeste ingrepen in de huisartsenzorg hebben een relatief een technisch eenvoudig karakter waarvoor het verwerven van de nodige bekwaamheid niet veel problemen zal opleveren. Voor ooglidcorrectie en vasectomie is een gedegen opleiding onder leiding van een medisch specialist (bijvoorbeeld uroloog) of een ervaren huisarts-collega noodzakelijk.

De huisarts moet zich dus bekwamen en daarvoor is het nodig dat het volumeaantal met name in de beginperiode voldoende moet zijn. Dat betekent dat de eerste  5 à 10 behandelingen onder supervisie worden uitgevoerd. De huisarts behoort complicaties te registreren.

Het NHG heeft in 2009 het Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk uitgegeven. In dit boek wordt aan de hand van stapsgewijze instructie, verhelderende foto’s en tekeningen een groot aantal verrichtingen toegankelijk gemaakt.