U bent hier

Veelgestelde vragen

Algemeen, Lidmaatschap

Nee, het lidmaatschap is persoonsgebonden en kan niet aan een groep verbonden zijn.

Dat is niet mogelijk. Het ‘partner lidmaatschap’ wordt enkel toegekend aan huisartsen die een huishouden met elkaar delen.

Nee, het partner lidmaatschap staat open voor slechts één van beide  partners. De partner, die ingedeeld is in de laagste contributiecategorie, ontvangt een korting van 25% op de verschuldigde contributie (geldig voor lidmaatschappen gestart in 2018).

Dat kan met het ‘overig buitengewoon lidmaatschap’. Het reguliere lidmaatschap kan enkel toegekend worden aan huisartsen met een BIG-registratie. U kunt een inschrijfformulier opvragen via ledenservice@nhg.org.

Het belangrijkste doel van het NHG  is de wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsenvak. Hoe meer iemand het huisartsenvak uitoefent, hoe meer hij profijt heeft van de werkzaamheden van het NHG. Inkomen is een goede graadmeter voor de mate van uitoefening van het vak en daarmee het gebruik van de NHG-producten.

Het NHG hanteert voor contributiejaar 2018 uw geschatte inkomen over 2018. Dit bepaalt in welke categorie u valt.

Mocht achteraf blijken dat het een andere categorie had moeten zijn dan kunt u dat aan ons doorgeven. Dat kunt u doen tot 31 december 2019. Dan crediteren wij het te veel betaalde bedrag.

Uw brutojaarinkomen bepaalt in welke lidmaatschapscategorie u valt.

Onder uw inkomen vallen alle inkomsten die horen bij de uitoefening van het huisartsenvak.

Ook inkomsten uit een al dan niet tijdelijke uitkering vallen onder inkomsten, maar alleen als de uitkering hoort bij de huisartsenaanstelling.
Voorbeelden:

  • arbeidsongeschiktheidsuitkering
  • zwangerschapsuitkering
  • ziektewetuitkering

Dan maakt u een schatting van wat u denkt te gaan verdienen. Mocht achteraf (tot 1 jaar later) blijken dat het een andere categorie had moeten zijn dan kunt u dat aan ons doorgeven en zullen wij de nota corrigeren.

Voor zelfstandige huisartsen

Het brutojaarinkomen is het totale bedrag dat u in een jaar declareert voor alle door of namens u verrichte medische werkzaamheden.

Subsidies en toeslagen, inclusief de vergoeding voor praktijkondersteuners, behoren ook tot het brutojaarinkomen.

De volgende kosten kunt u in mindering brengen:

  • de brutoloonkosten van een praktijkondersteuner
  • het brutosalaris van een huisarts in dienstverband
  • de vergoedingen gedeclareerd door een waarnemend huisarts

Overige kosten die u maakt, verlagen uw brutojaarinkomen niet.

Voor artsen in een dienstverband

Voor artsen in dienstverband geldt het brutojaarinkomen minus beroepskosten. Het gaat dus niet om belastbaar inkomen.

Beroepskosten zijn kosten die een werknemer maakt om zijn loon te kunnen verwerven, bijvoorbeeld:

  • opleidingskosten
  • kantoor- en administratiekosten
  • contributie van een beroepsorganisatie

Het NHG ontvangt van uw opleider, de SBOH, een melding dat u afgestudeerd bent. Wij zullen na afstuderen contact met u opnemen. Natuurlijk kunt u al zelf uw lidmaatschap omzetten naar een praktiserende lidmaatschap, klik hier voor aanmelding

Als u ons doorgeeft dat u met pensioen gaat, herberekenen wij de contributie. Voor de maanden dat u met pensioen bent, geldt een lager contributietarief. Het NHG crediteert het te veel betaalde bedrag.

 

Uw NHG-Lidmaatschap start per eerste dag van de eerst volgende maand. U betaalt naar rato, alleen nog de resterende maanden van dat jaar.

U betaalt naar rato. Indien u bijvoorbeeld halverwege het lidmaatschapsjaar uw opleiding heeft afgerond, betaalt u alleen nog de resterende maanden van dat verenigingsjaar.

De jaarlijkse contributiefactuur wordt digitaal verstuurd.

Via info@nhg.org kunt u aangeven als geen prijs meer stelt op de toezending van het tijdschrift H&W. Als lid kunt u H&W online blijven inzien. Uw contributiebijdrage blijft ongewijzigd.

Wellicht is er iets veranderd in uw situatie of heeft u andere vragen. Voor huisartsen die stoppen met de praktijk hebben wij een bijzonder lidmaatschap voor € 124,- per jaar. Neem contact met ons op via info@nhg.org of 030-2823500.

Van de contributiebijdragen van leden ontwikkelt het NHG de NHG-Standaarden, maar ook afgeleide producten zoals de PraktijkWijzers en de verschillende e-learnings voor poh. Deze zijn (gratis) toegankelijk voor ondersteuners van het lid als onderdeel van zijn lidmaatschap.

Nee, helaas is dat niet mogelijk. Indien u uw lidmaatschap niet wilt voortzetten, kunt u dit opzeggen en zich bij terugkeer opnieuw aanmelden. Indien gewenst, kunnen wij H&W kosteloos naar het buitenland versturen.

Algemeen, Medewerking / ondersteuning

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) is een vereniging die een wetenschappelijk verantwoorde, kwalitatief hoogstaande, beroepsuitoefening door de huisarts bevordert en ondersteunt. 

Het NHG ontvangt zeer regelmatig allerlei verzoeken van externen om zeer uiteenlopende vormen van informatie op onze website te plaatsen. Het gaat hierbij om brieven, enquêtes, producten en scholing die interessant kunnen zijn voor de huisarts. 

Ons beleid is dat wij de NHG-communicatiekanalen hiervoor niet beschikbaar stellen, tenzij het NHG een duidelijke relatie heeft met het onderwerp en betrokken is (geweest) bij de totstandkoming van de informatie, bijvoorbeeld bij een partnership, inhoudelijk programma, project of product.

Voor promotionele acties (advertenties, inserts) kunt u mailen naar de uitgeverij media.marketing@bsl.nl. Deze acties behoeven de goedkeuring van de redactiecommissie.

H&W is alleen geïnteresseerd in persberichten naar aanleiding van afgerond wetenschappelijk onderzoek voor zover relevant voor de huisartsgeneeskunde. Daarnaast worden boeken gericht op de huisarts besproken. Boeken gericht op het algemene publiek over een gezondheidsprobleem worden in principe niet besproken. Huisarts & Wetenschap heeft een onafhankelijke redactie die oordeelt op basis van relevantie voor de huisartsgeneeskunde en kwaliteit. U kunt een persbericht sturen naar het maandblad Huisarts en Wetenschap (H&W) van het NHG. Persberichten kunnen gestuurd worden naar redactie@nhg.org.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) is de wetenschappelijke vereniging van huisartsen en heeft als doel een wetenschappelijk verantwoorde beroepsuitoefening door de huisarts te bevorderen. Dit doet het NHG door vertaling van wetenschap naar de huisartsenpraktijk, bijvoorbeeld via onze NHG-standaarden, waarbij wij wetenschap onafhankelijk en transparant beoordelen. Om deze onafhankelijkheid te bewaken werken we niet mee aan onderzoek dat mogelijk in later stadium door ons beoordeeld moet worden ten behoeve van onze producten.

Mocht u op zoek zijn naar medewerking van huisartspraktijken aan wetenschappelijk onderzoek, dan adviseren wij u contact te leggen met de afdeling huisartsgeneeskunde in uw regio.

 

Het Nederlands Huisartsen Genootschap is een onafhankelijke vereniging die een wetenschappelijk verantwoorde en kwalitatief hoogstaande beroepsuitoefening door de huisarts bevordert en ondersteunt. Wij zijn er in eerste instantie voor de huisarts, de praktijkondersteuner en de rest van het team.

Het NHG krijgt vele verzoeken van studenten om mee te werken aan (afstudeer)onderzoeken, en scripties. Ondanks dat deze onderzoeken en verslagen interessant kunnen zijn voor de huisartsgeneeskunde ontbreekt ons de mogelijkheden om op deze vragen in te gaan. Dit geldt ook voor studenten journalistiek. Uitzonderingen maken wij voor studenten in opleiding tot huisarts.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap ontvangt vele verzoeken van organisaties en particulieren voor een financiële ondersteuning van hun activiteiten. In principe voldoen wij niet aan deze verzoeken. Het NHG is namelijk een vereniging dat haar taken uitvoert met de contributies van haar leden, de huisartsen. Besteding van deze gelden zetten wij daarom zoveel mogelijk in om onze missie te bewerkstellingen: de bevordering van een wetenschappelijk gefundeerde, kwalitatief hoogstaande, uitoefening van de geneeskunde door huisartsen. Dat doen wij door het maken en aanbieden van onder andere richtlijnen en scholing. Verzoeken om sponsoring zullen we daarom niet honoreren.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap is een onafhankelijke wetenschappelijke vereniging van en voor huisartsen. Om onafhankelijk te blijven en belangenverstrengeling te voorkomen verlenen wij geen medewerking aan producten en/of diensten van derden (met commerciële doeleinden) waar wij zelf niet aan hebben meegewerkt.

Wij baseren ons bij onze aanbevelingen op wetenschappelijk onderzoek. Indien uw methode op een goede manier wetenschappelijk onderbouwd is en indien daarover gepubliceerd is, dan zal uw methode in een herziening van de richtlijn worden meegenomen. Wij voeren geen gesprekken met afzonderlijke partijen over (behandel)methoden of producten.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap is een onafhankelijke wetenschappelijke vereniging van en voor huisartsen. Om belangenverstrengeling te voorkomen hanteert het Nederlands Huisartsen Genootschap het beleid geen medewerking te verlenen aan congressen die vanuit de farmaceutische industrie worden georganiseerd. Voor congressen die plansponsoring ontvangen van de farmaceutische industrie is het een voorwaarde dat het congres door meer dan één farmaceut wordt ondersteund, en dat dit duidelijke zichtbaar is in de communicatie-uitingen (met bv het plaatsen van logo’s).

Voor het vinden van een spreker, workshopleider, docent of trainer kunt u terecht bij NHG Scholing. NHG Scholing bemiddelt rechtstreeks naar de betreffende spreker; of NHG Scholing contracteert een spreker, en zorgt voor de ondersteuning van de spreker met inhoudelijke informatie en cursusmaterialen. Daarnaast bieden zij diverse nascholingen aan over een breed scala van onderwerpen voor huisarts, praktijkondersteuner en doktersassistent, met als basis actuele wetenschappelijke kennis. U vindt dit aanbod op de pagina's Scholing op deze website https://www.nhg.org/scholing.

Algemeen, Copyright

Het copyright op NHG-producten berust bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Niets uit NHG-uitgaven mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het NHG. Deze toestemming kunt u vragen via info@nhg.org.

Algemeen, Klachten / conflicten

Als u na een gesprek met de huisarts zelf er niet uitkomt kunt u terecht bij een van de regionale klachtencommissies in het land. Deze vindt u op de website van de Landelijke Huisartsen Vereniging.

Ook kunt u terecht bij Patiëntenfederatie Nederland. Voor vragen en klachten over de zorg kunt u contact opnemen met de Zorglijn.

De waarde van het MRI-onderzoek wordt in een aantal NHG-Standaarden over klachten van het bewegingsapparaat beantwoord. Ook in de herziene standaard over hoofdpijn wordt kort ingegaan op de waarde van het MRI-onderzoek. Samengevat:

 

  • Bij aanhoudende schouderklachten, een afwijkend beloop en/of beloop kan aanvullend onderzoek overwogen worden. Een MRI-onderzoek is vooral geschikt bij verdenking van occulte fracturen, afwijkingen van het acromioclaviculaire gewricht en een labrumdefect bij instabiliteit.
  • Bij lumbosacraal radiculair syndroom is aanvullend beeldvormend onderzoek, waaronder MRI, alleen zinvol indien een operatie wordt overwogen, ter bepaling van aard, omvang en niveau van afwijkingen in het wervel- of wortelkanaal.
  • Bij patiënten met gonartrose is MRI-onderzoek niet zinvol.
  • Bij patiënten met traumatische knieklachten zijn er onvoldoende redenen om MRI-onderzoek door de huisarts aan te bevelen. Omdat er in verschillende regio's mogelijkheden zijn om in de eerste lijn MRI-onderzoek aan te vragen, is niet uitgesloten dat bij meer duidelijkheid over de indicaties voor operatieve behandeling en over MRI-onderzoek bij specifieke patiëntengroepen een door de huisarts aangevraagd MRI-onderzoek een plaats kan krijgen in een transmurale setting.
  • Beeldvormend onderzoek, waaronder MRI, bij (chronische) hoofdpijnklachten zonder alarmsymptomen wordt niet aanbevolen.

 

De waarde van MRI-onderzoek bij andere klachten of aandoeningen wordt niet besproken in de NHG-Standaarden noch in andere NHG producten.

Voor vragen betreffende vergoedingen van zorgverzekeraars verwijzen wij u naar de LHV.

Het NHG waakt ervoor dat onze producten goed worden toegepast in het juridisch discours. Uitspraken, voor zover ons bekend, die gebaseerd zijn op onze richtlijnen, toetsen wij. Dit heeft niet alleen betrekking op het niet volgen van een richtlijn, maar ook op het ten onrechte niet afwijken van een richtlijn. Wij reflecteren niet op de uitspraak van de tuchtrechter, alleen op de toepassing of interpretatie van de richtlijn. Ondersteuning van de veroordeelde huisartsen behoort niet tot onze taken.

Algemeen, Overige

Het NHG beschikt enkel over de gegevens van de leden (niet iedere huisarts is lid van het NHG). In verband met bescherming van persoonsgegevens (AVG) geeft het NHG geen namen, adressen of andere gegevens van de leden af.  Voor adressen van huisartsen kunt u de Geneeskundige Adresgids (inlog nodig) raadplegen. U kunt ook het NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) raadplegen.

Onderzoekers verwijzen wij naar de universitaire vakgroepen huisartsgeneeskunde die hun onderzoeksnetwerk van huisartsen kunnen benaderen.

De LHV kan u helpen met de praktijkvoering van uw (nieuwe) praktijk. Zie hiervoor lhv.artsennet.nl/Praktijkvoering

De NHG Praktijkaccreditering (NPA bv) kan u helpen bij de kwaliteitsbevordering van de praktijkvoering.

NHGDoc wilt kennistechnologie naar een hoger niveau tillen. En hiermee op een eenvoudige en gebruiksvriendelijke manier wetenschappelijke kennis naar de praktijk brengen. Met als doel: tijd besparen en het verbeteren van de kwaliteit van de zorg. Met de ontvangen abonnementsgelden wordt het verder ontwikkelen en onderhouden van NHGDoc bekostigd.

Voor de exploitatie en doorontwikkeling van NHGDoc is aan de HIS-leveranciers en hun gebruikersverenigingen zowel een collectief als een niet-collectief abonnement beschikbaar gesteld. Bij collectief afnemen van NHGDoc ontvangt de gebruiker 33,33% korting op de reguliere prijs en betaalt dan €330,- (excl. BTW) per normpraktijk per jaar. Bij niet-collectieve afname draagt dit €495,- (excl. BTW) per normpraktijk per jaar.

Promedico-ASP en MicroHIS hebben gekozen voor een collectieve afname. Vanaf 1 januari 2019 nemen ook CGM Huisarts en Zorgdossier NHGDoc collectief af.

Wat is NHGDoc?

NHGDoc is een beslissingsondersteunend systeem, gebaseerd op de Standaarden en richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Het helpt de zorgverlener de juiste informatie op het juiste moment bij de juiste patiënt bij de hand te hebben. NHGDoc herinnert de zorgverlener aan ontbrekende gegevens in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) en aan aandachtspunten voor nader onderzoek en behandeling. Het HIS maakt hiermee een stap van registratie-instrument, naar bewaker van medicatie, contra-indicaties en allergieën, tot ondersteuner in het klinisch proces. Een advies van NHGDoc geeft de mogelijkheid het medisch dossier, het medicatiebeleid of het medisch inhoudelijk beleid aan te passen. Lees hier meer over NHGDoc.

Voor huisartsen die in het buitenland werkzaam zijn en vragen hebben over herregistratie en accreditatie verwijzen wij voor herregistratie naar de RGS (Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten) en voor accreditatie naar het ABC1 (Accreditatie Bureau Cluster 1).

Het NHG kan geen persoonlijke gezondheidsvragen beantwoorden. U kunt het beste contact opnemen met uw huisarts. Uw huisarts kent uw medische geschiedenis en kan uw vraag goed beantwoorden.

Algemeen, NHG-Standpunten

De NHG-Standaarden zijn de basis voor het medisch handelen voor huisartsen. De richtlijnen bieden de meest actuele kennis en stand van zaken van de medische wetenschap. Ze hebben voor de huisartsen geen dwingend karakter. Richtlijnen helpen de huisarts bij de besluitvorming.

Richtlijnen hoeven niet worden gevolgd- het zijn immers geen wetten of voorschriften-  maar moeten met het professionele verstand van de huisarts worden gebruikt. Ieder mens is uniek en dus is elke patiënt uniek. In individuele gevallen kan  -en moet  - er afgeweken worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij patiënten met multimorbiditeit of verminderde levensverwachting.

Ook patiënten kunnen niet eisen dat een richtlijn van a tot z wordt gevolgd. Bij de toepassing van richtlijnen wordt er vanuit gegaan dat de arts in staat is om op een professionele wijze te communiceren en aan de patiënt begrijpelijke informatie kan geven ter onderbouwing van zijn beleid, ook wanneer deze afwijkt van de wens van de patiënt. Richtlijnen helpen de arts om de patiënt goed voor te lichten over het beleid.

De missie van het NHG is het bevorderen en ondersteunen van wetenschappelijk en maatschappelijk verantwoorde beroepsuitoefening door de huisarts. De NHG-Standaarden zijn de neerslag van actuele geneeskundige kennis in praktische aanbevelingen. In de loop der tijd treden veranderingen op door nieuwe ontwikkelingen en inzichten, ook op het gebied van geneesmiddelen. Veel geneesmiddelen komen en gaan. Soms komen ze later weer terug op de markt op basis van nieuwe trials of reviews van trials. Het komt voor dat na aanvankelijke terughoudendheid geneesmiddelen later de voorkeur gaan krijgen, op basis van nieuw vergelijkend onderzoek. Dat onderzoek wordt vaak pas enige tijd na de introductie van een nieuw middel uitgevoerd, op basis van gegevens over de lange termijn veiligheid.

Kennisontwikkeling is een geleidelijk proces dat zich in kleine stapjes voltrekt, waarbij er altijd sprake is van een marge aan onzekerheid. Om deze marge zo klein mogelijk te houden is de keuze van het NHG vooral een veilige keuze, waarmee we het belang van de huisarts én de patiënt optimaal willen dienen. De meerwaarde van nieuwe geneesmiddelen moet dus eerst worden aangetoond, voordat ze worden aanbevolen in de NHG-Standaard.

Het uitvoeren van kleine chirurgische verrichtingen in de huisartsenpraktijk heeft de steun van het NHG. Het biedt de patiënt de mogelijkheid een kleine chirurgische ingreep in de eigen, vertrouwde huisartsenpraktijk en dichtbij huis te ondergaan. Het biedt huisartsen de mogelijkheid hun vak te verbreden naar niet alledaagse huisartsenzorg hetgeen het plezier en de uitdaging in het werk bevordert. Tot slot werkt het op macro-niveau kostenbesparend (substitutie van 2e naar 1e lijn).

Het is van belang dat de huisarts affiniteit heeft met het uitvoeren van deze verrichtingen. Een huisarts is volgens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) bevoegd om heelkundige handelingen uit te voeren. Maar deze bevoegdheid geldt alleen als de arts eveneens bekwaam is.

De bekwaamheid zal iedere huisarts voor zichzelf moeten bepalen, dat is onderdeel van het professioneel handelen. De meeste ingrepen in de huisartsenzorg hebben een relatief een technisch eenvoudig karakter waarvoor het verwerven van de nodige bekwaamheid niet veel problemen zal opleveren. Voor ooglidcorrectie en vasectomie is een gedegen opleiding onder leiding van een medisch specialist (bijvoorbeeld uroloog) of een ervaren huisarts-collega noodzakelijk.

De huisarts moet zich dus bekwamen en daarvoor is het nodig dat het volumeaantal met name in de beginperiode voldoende moet zijn. Dat betekent dat de eerste  5 à 10 behandelingen onder supervisie worden uitgevoerd. De huisarts behoort complicaties te registreren.

Het NHG heeft in 2009 het Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk uitgegeven. In dit boek wordt aan de hand van stapsgewijze instructie, verhelderende foto’s en tekeningen een groot aantal verrichtingen toegankelijk gemaakt.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap is een vereniging die een wetenschappelijk verantwoorde beroepsuitoefening door de huisarts bevordert en ondersteunt. Wij zijn niet gericht op ethische en juridische kwesties. Ook vragen over wilsverklaringen en dergelijke  nemen wij niet in behandeling. Wij verwijzen u hiervoor naar de KNMG (www.knmg.nl) en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (www.nvve.nl). Op Thuisarts.nl zijn teksten voor patiënten te vinden over (nadenken) over het levenseinde.

De visie van de beroepsgroep is op basis van de Toekomstvisie Huisartsenzorg uitgewerkt in diverse inhoudelijk onderbouwde Standpunten over onderdelen van de huisartsenzorg. Deze Standpunten worden gemaakt in samenwerking met de LHV.

Om het medisch beleid van de huisarts te ondersteunen en in te gaan op actuele issues ontwikkelt het NHG medisch-inhoudelijke standpunten. Hier ziet u welke medisch inhoudelijke standpunten het NHG heeft geschreven.
 

Algemeen, Pers

Wij begrijpen dat iedereen zijn vak moet leren, maar door gebrek aan tijd en capaciteit bij zowel de persvoorlichters als onze inhoudelijk deskundige collega’s, kiezen wij ervoor geen studenten journalistiek te woord staan. Wij verwijzen graag naar onze website en Thuisarts.nl waar veel informatie te vinden is.

Het NHG werkt niet mee aan speciale bijlagen bij kranten of bladen die worden bekostigd door één bedrijf of door de bijbehorende advertenties in dezelfde bijlage. We stellen het op prijs als acquisitie voor dergelijke bijlagen achterwege blijft, ook als een redactionele bijdrage gewenst is.

De NHG-Standaarden maken deel uit van de zogenoemde professionele standaard. Dit betekent dat de huisarts op de hoogte moet zijn van de bestaande standaarden en in principe hiernaar moet handelen. In individuele gevallen kan echter afgeweken worden van de aanbevelingen in de standaarden. Dit staat beschreven in de disclaimer bij de NHG-Standaarden. Zie https://www.nhg.org/disclaimer-nhg-standaarden. Lees hier meer.

Nee, wij zijn een wetenschappelijke vereniging, geen controlerende instantie. Wel ontwikkelt het NHG diverse materialen om de toepassing van de NHG-Standaarden in de praktijk te bevorderen, zoals patiëntvoorlichting, scholingsmateriaal en instrumenten voor onderlinge toetsing.

Het NHG houdt niet bij wat er in de spreekkamers van huisartsen gebeurt. Ook doen wij hier geen onderzoek naar. Voor gegevens over welke gezondheidsproblemen er spelen binnen de huisartsenpraktijken in Nederland kunt u terecht bij de NIVEL Zorgregistraties.

Nee, het NHG verricht zelf geen onderzoek, afgezien van literatuuronderzoek voor het opstellen van de NHG-Standaarden.

Nee, een dergelijk overzicht wordt bijgehouden door het LAREB. Zowel patiënten als (huis)artsen kunnen hier bijwerkingen melden.

Het NHG staat voor een wetenschappelijk gefundeerde uitoefening van de (huisarts)geneeskunde. Dit is bij niet-reguliere behandelwijzen en homeopathie (vaak) niet het geval. Als er wel onderzoek is gedaan, geeft behandeling geen klinisch relevant verschil ten opzichte van een placebo-behandeling. De NHG-Standaarden worden ontwikkeld op basis van de principes van evidence-based medicine. Dat houdt in dat op een systematische wijze gezocht wordt naar ‘het beste bewijs’ voor de aanpak van een bepaalde aandoening of klacht. Een neerslag hiervan is te vinden in de daarvan afgeleide producten, zoals onderwijsmateriaal en voorlichtingsteksten op Thuisarts.nl.

Het uitvoeren van kleine chirurgische verrichtingen in de huisartsenpraktijk heeft de steun van het NHG. Het biedt de patiënt de mogelijkheid een dergelijke ingreep in de eigen, vertrouwde huisartsenpraktijk en dichtbij huis te ondergaan. Daarnaast biedt het huisartsen de mogelijkheid de uitoefening van hun vak te verbreden. Dit kan kosten besparen en bevordert voor de huisarts het plezier en de uitdaging in het werk.

Een huisarts is volgens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) bevoegd om heelkundige handelingen uit te voeren. Maar deze bevoegdheid geldt alleen als de arts eveneens bekwaam is. De bekwaamheid zal iedere huisarts voor zichzelf moeten bepalen, dat is onderdeel van het professioneel handelen. De meeste ingrepen in de huisartsenzorg hebben een relatief eenvoudig technisch karakter waarvoor het verwerven van de nodige bekwaamheid niet veel problemen zal opleveren. Voor ooglidcorrectie en vasectomie is een gedegen opleiding onder leiding van een medisch specialist (bijvoorbeeld uroloog) of een ervaren huisarts-collega noodzakelijk.

De tevredenheid met en het vertrouwen in de huisarts is groot. Het rapportcijfer dat Nederlanders hun huisarts geven is een 7,9. De LHV en het NIVEL doen hier geregeld onderzoek naar.

Ebola

Het RIVM heeft in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en InEen (de organisatie waarin onder andere huisartsenposten samenwerken) een landelijk triageprotocol opgesteld om patiënten die mogelijk Ebola hebben, vroegtijdig te signaleren. Daarvan bestaan twee versies: voor telefonische triage en voor fysieke triage. Geadviseerd wordt om alleen deze protocollen te gebruiken. Deze protocollen worden zo nodig aangepast aan de actuele situatie en zijn te vinden op de sites van het NHG en RIVM.

De arts infectieziektebestrijding van de lokale GGD. 
Eventueel kan ook worden overlegd met de internist-infectioloog of arts-microbioloog van het lokale ziekenhuis of van het dichtstbijzijnde universitair medisch centrum (UMC).

Arts infectieziektebestrijding van de lokale GGD
Internist-infectioloog of arts-microbioloog van het lokale ziekenhuis
Internist-infectioloog van het dichtstbijzijnde Universitair Medisch Centrum 
Regionale ambulancedienst

Nee, belangrijk is kennis te hebben van de triageprotocollen en het opnemen van contact met de juiste personen, waaronder altijd ook de regionale GGD-arts.

De besmetting met Ebola vindt plaats door direct lichamelijk contact met een patiënt of lichaamsvloeistoffen van de patiënt. Ebola verspreidt zich niet via de lucht. Daarnaast neemt de besmettelijkheid toe naarmate de patiënt zieker is. In de beginfase van de ziekte is de besmettelijkheid dus relatief gering en volstaat een afsluitende spatbril zodat contact met conjunctivae wordt vermeden, een chirurgisch mondmasker en handschoenen. Voor ambulancemedewerkers/ziekenhuispersoneel adviseert het RIVM een FFP2-masker (ervan uitgaande dat zij een ziekere en daarmee ook infectieuzere patiënt vervoeren/verzorgen).

Nee. De besmettelijkheid in de beginfase van de ziekte en zonder intensief contact met de patiënt is bijzonder klein. Het in acht nemen van de geadviseerde maatregelen zoals beschreven in de triageprotocollen biedt voldoende bescherming tegen besmetting. 

In overleg met de GGD-arts wordt bepaald in welke mate de praktijk dient te worden schoongemaakt, nadat een patiënt met verdenking Ebola in de praktijk is geweest. Er zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt met een schoonmaakbedrijf dat kan worden ingezet. De kosten hiervoor zijn vooralsnog voor de huisarts zelf.

Er is een landelijke richtlijn opgesteld door het RIVM voor het schoonmaken van het huis waar een patiënt met (mogelijke) Ebola is verbleven. Dit protocol zou ook toepasbaar kunnen zijn op de huisartsenpraktijk. In overleg met de GGD arts kan worden bepaald in welke mate het protocol in het specifieke geval gevolgd moet worden.

Infectiepreventie, Reinigen/desinfecteren/steriliseren van medisch instrumentarium

  • Gesteriliseerd instrumentarium dat verpakt in laminaatzakjes wordt bewaard, is in onbeschadigde en droge verpakking één maand houdbaar.
  • Door in laminaatzakjes verpakt instrumentarium te bewaren in een gesloten bak die uitsluitend voor steriele medische hulpmiddelen wordt gebruikt, kan de houdbaarheid worden verhoogd tot zes maanden.
    (De eerder gehanteerde bewaartermijn van een jaar was gebaseerd op bewaartermijnen die gelden in ziekenhuizen. Daar vindt opslag echter plaats onder nauw geconditioneerde omstandigheden in speciale magazijnen, een situatie die niet vergelijkbaar is met die in de huisartsenpraktijk. Termijnen zijn gebaseerd op NEN-norm R5301).

De houdbaarheid van enkelvoudig verpakte gesteriliseerde materialen is beperkt. Zonder aanvullende maatregelen is de steriliteit van deze materialen slechts een maand gegarandeerd. We geven enkele tips om te voorkomen dat de houdbaarheidsdatum van het instrumentarium verstreken is op het moment dat u het nodig heeft:

  • Maak scherp onderscheid tussen ingrepen waarbij steriliteit gewenst of vereist is en ingrepen waarbij schoon werken voldoende is. Alleen in het eerste geval is het belangrijk dat de houdbaarheidsdatum nog niet verlopen is. Bij een vaginaal speculum dat u gebruikt voor een uitstrijkje is het bijvoorbeeld geen probleem als de houdbaarheidsdatum van een verpakt speculum verlopen is. Bij het inbrengen van een spiraal is steriliteit wel vereist.
  • Als u bepaald instrumentarium weinig gebruikt kunt u disposable instrumentarium overwegen in plaats van herbruikbaar instrumentarium.
  • Berg verpakt steriel instrumentarium op in een afgesloten bak die u alleen voor gesteriliseerd instrumentarium gebruikt. Dit verlengt de houdbaarheid tot een half jaar.
  • Overweeg om bij geplande ingrepen het instrumentarium korte tijd voor de ingreep te steriliseren. U bewaart het instrumentarium gereinigd en verpakt, maar u doet de sterilisatie pas kort van tevoren, bijvoorbeeld een dag tot een week voor de ingreep.

Thermisch desinfecteren heeft de voorkeur, in medische afwasmachine (=thermodesinfector; desinfectie is onderdeel van het proces) of door uitkoken. Anders chemisch, met alcohol of met een desinfectans dat door de fabrikant van het instrument/apparaat wordt aangegeven.

Thermische desinfectie heeft de voorkeur. Bij instrumenten waarbij dat niet kan: Wrijf het instrument na reiniging in met alcohol of een ander geschikt desinfectans. Het instrument moet gedurende de aangegeven inwerktijd nat blijven. Volg altijd het reinigings- en desinfectievoorschrift van de fabrikant van het instrument/apparaat en controleer bij gebruik alcohol of het materiaal daartegen bestand is. Zie verder de informatie in de bijlage Overzicht einigingsmiddelen en desinfectantia.

Roestvorming ontstaat vooral door inbranden van vuil of zouten bij thermisch desinfecteren of steriliseren van instrumenten die niet volledig schoon zijn. Een goede voorreiniging is daarom belangrijk bij het voorkomen van roestvorming. Spoel en/of veeg bloed en grove verontreinigingen direct na gebruik af onder een stromende kraan. Gebruik een goed eiwitoplossend instrumentreinigingsmiddel om het instrumentarium te reinigen (zie het document Overzicht Reinigingsmiddelen en desinfectantia). Controleer na het reinigen zorgvuldig of de instrumenten echt schoon zijn, vooral kwetsbare punten als scharnieren. Zorg dat de instrumenten schoon en droog in de sterilisatieverpakking gaan.

Grove voorreiniging onder kraan met bijvoorbeeld een gaasje om bloed/weefsel/zouten te verwijderen die het materiaal kunnen aantasten. Daarna machinaal in medische afwasmachine (thermodesinfector) of handmatig; in laten weken in instrumentenbak met instrumentreinigingsmiddel. Na de voorgeschreven inwerktijd zo nodig na borstelen en grondig afspoelen met schoon water.

Nauwkeurig de gebruiksvoorschriften volgen betreffende:

  • De juiste gebruiksconcentratie;
  • De juiste watertemperatuur waarmee de oplossing moet worden aangemaakt;
  • Hoe vaak de oplossing moet worden ververst.

Bij handmatige reiniging handschoenen (EN-norm 374), veiligheidsbril met zijbescherming (EN 166) en halterschort dragen.

Vaginale specula kunnen besmet raken met HPV wat niet of nauwelijks op andere manieren is te elimineren. Verpakking is alleen noodzakelijk voor specula die worden gebruikt om een IUD in te brengen, maar verpak ze bij voorkeur altijd om verwarring te voorkomen.

Infectiepreventie, Reinigen van ruimtes en meubilair

Alleen als bloed of andere lichaamsvloeistoffen zijn gemorst.

Infectiepreventie, Handhygiëne

Gebruik een handdesinfectans dat is toegelaten door CTGB of CGB (op basis van ethanol en/of isopropylalcohol [2-propanolol]). 

Infectiepreventie, Afvoer van (gevaarlijk) afval

Al het scherpe afval – zoals naalden (ook veilige naalden), scalpelmesjes en gebroken ampullen – moet in naaldencontainers. Zorg ervoor dat naaldencontainers overal beschikbaar zijn, ook in de artsentassen.

Ook ander afval met infectierisico moet apart worden verpakt. Dit is afval met meer dan een minimale hoeveelheid niet opgedroogd of niet volledig geabsorbeerd bloed of excreta. En verder kweekmateriaal en materiaal dat cytostatica bevat, inclusief cytostatica die aanwezig kunnen zijn in uitscheidingsproducten van patiënten die recent een kuur hebben gehad.
Te denken valt verder aan onderzoeks- of kweekmateriaal dat wordt weggegooid: bloedbuisjes, dipslide, potje met ontlasting, enzovoort. Dit materiaal kan verpakt worden in speciale containers (UN 3291), in het ziekenhuis ook wel SZA-vat/container genoemd. Dit is vaak een blauwe container met een geel deksel.

Bewaar gevaarlijk afval op een afgesloten plaats. 

Al het gevaarlijke afval (zoals hierboven beschreven) moet worden ingezameld door een erkende particuliere inzamelaar die staat op de zogenaamde VIHB-lijst.

Meningokokken

Meningokokkose, of meningokokkenziekte is een verzamelnaam voor ziekten die worden veroorzaakt door de bacterie Neisseria meningitidis, meestal aangeduid als meningokok. Er zijn verschillende typen meningokokken waarvan in Nederland voornamelijk B, C, W en Y voorkomen. De bacterie bevindt zich gewoonlijk in de neusholte van gezonde mensen (dragers) zonder ziekteverschijnselen te veroorzaken. Als deze bacterie in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt, kan het ernstige ziektebeelden geven zoals bloedvergiftiging (sepsis) of hersenvliesontsteking (meningitis). Dit noemen we invasieve meningokokkenziekte.

Bron: RIVM

De meeste beginsymptomen van invasieve meningokokkenziekte zijn aspecifiek van aard. Hierdoor is vroege herkenning moeilijk. Het meest voorkomende beginsymptoom van invasieve meningokokkenziekte is koorts. Verder worden diverse andere beginsymptomen gezien bij ziekte door meningokokken type W zoals braken, hoofdpijn, misselijkheid, diarree, keelpijn, hoesten, kortademigheid, gewrichtspijn, nekstijfheid, petechiën, buikpijn, pijn bij ademhalen.  

Bij de beoordeling en het vervolgen van kinderen met koorts is het van belang om alarmsymptomen, zoals beschreven in de NHG-Standaard Kinderen met koorts, na te gaan en de patiënt te instrueren om bij verslechtering/alarmsymptomen opnieuw contact op te nemen. 

Er is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van een CRP test om invasieve meningokokkenziekte aan te tonen of uit te sluiten in de huisartsenpraktijk en deze test is hiervoor dus niet gevalideerd.

De kans voor het individu op invasieve meningokokkenziekte in Nederland is heel klein.  

Sinds oktober 2015 is er een stijging van het aantal patiënten met meningokokkenziekte type W. In 2015, 2016 en 2017 werden er respectievelijk 9, 50 en 80 patiënten met meningokokkenziekte type W gemeld. In 2018 zijn 103 patiënten gemeld, waarvan er 22 zijn overleden.

Het aantal patiënten met meningokokkenziekte type B is de laatste jaren stabiel en ligt op ongeveer 80 patiënten per jaar (bron: RIVM).

Iedereen kan invasieve meningokokkenziekte krijgen, maar de ziekte komt het meest voor bij jonge kinderen (onder de 5 jaar), adolescenten (tussen de 14 en 20 jaar) en ouderen (de incidentie neemt al toe vanaf 50 jaar).

Peuters van 14 maanden

In Nederland werden sinds 2002 de kinderen van 14 maanden oud via het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen meningokokken type C (MenC). Vanwege de stijgende ziektelast door meningokokken type W wordt sinds 1 mei 2018 aan deze peuters van 14 maanden oud een MenACWY-vaccin aangeboden.  

Tieners

Daarnaast is in het najaar van 2018 een MenACWY-vaccinatie aangeboden aan tieners die 14 jaar worden tussen 1 mei en 31 december 2018. In 2019 zal deze vaccinatie wederom worden aangeboden aan 14-jarigen (alle tieners geboren in 2005), maar ook aan 15-, 16-, 17-, en 18-jarigen. Het gaat om jongeren die zijn geboren tussen 1 januari 2001 en 1 mei 2004. Meer informatie voor professionals over MenACWY-vaccinatie is te vinden bij het RIVM.

Vaccinatie buiten het RVP

Vaccinatie van kinderen of volwassenen buiten de hierboven genoemde groepen wordt door het RIVM niet actief aangeraden, maar het wordt ook niet afgeraden. Vaccinatie is dus mogelijk, maar is voor eigen rekening. Personen die deze wens hebben, kunnen dat op eigen initiatief laten doen bij bijvoorbeeld de huisarts, een reizigerspoli van de GGD of een vaccinatiecentrum.

Reizigers

Voor bepaalde reizen wordt meningokokkenvaccinatie geadviseerd. Voor een reis naar Mekka is meningokokkenvaccinatie verplicht voor het visum.

Persoonlijke Gezondheidscheck

De Persoonlijke Gezondheidscheck is een laagdrempelige test waarmee deelnemers  een geïntegreerd gezondheidsaccount  aanmaken. Hier vullen zij een online vragenlijst in en ontvangen zij een gezondheidsrapport gebaseerd op risicoprofiel, motivatie en persoonskenmerken. Aan de bijpassende adviezen zijn  verwijzingen naar websites, organisaties of hulpverleners gekoppeld die kunnen helpen bij het aannemen van een gezondere leefstijl.

De test is medisch-wetenschappelijk onderbouwd en bevat de meest actuele kennis en richtlijnen op het gebied van preventie en vroegdetectie. Het PreventieConsult, de COPD risicotest en het PreventieKompas zijn hierin geïntegreerd. Verwijzingen naar de huisarts voor aanvullend onderzoek zijn gebaseerd op eerstelijnsrichtlijnen op het gebied van cardiovasculair risico, COPD en leefstijl.

Het instrument is ontwikkeld om de groei van het aantal chronisch zieken af te remmen en gezondheidsverschillen tussen groepen mensen te verkleinen door bewustwording en stimulans om op eigen kracht een gezondere leefstijl te kiezen. Hiermee heeft het instrument een aandeel in het Nationaal Programma Preventie (www.allesisgezondheid.nl).

Andere Gezondheidschecks richten zich op slechts één risico of aandoening. De Persoonlijke Gezondheidscheck daarentegen focust op beïnvloedbare risicofactoren en een geïntegreerde benadering en is daarmee het medisch-wetenschappelijke, breed gedragen antwoord op andere gezondheidschecks. Ook uniek is dat de Persoonlijke Gezondheidscheck een vervolgtraject biedt met verwijzing naar evidence-based interventies en effectieve behandelingen.

Uit de antwoorden op de online vragenlijsten blijkt of er sprake is van een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2, chronische nierschade of COPD. Indien nodig of wenselijk kan het risico op hart- en vaatziekten worden verfijnd met laboratoriumonderzoek (lipidenprofiel en bloedsuiker) en biometrie (bloeddruk en buikomvang). De Persoonlijke Gezondheidscheck is aangesloten op het landelijke prikpostennetwerk van 25 huisartsenlaboratoria. Verder wordt er gebruik gemaakt van capillaire afname. Het standaard laboratoriumonderzoek, als onderdeel van de aanvullende module, kan op een gevalideerde wijze worden uitgevoerd met behulp van enkele druppels bloed. Voordeel van de capillaire afname is de minimale belasting van de deelnemer. 

Op www.persoonlijkegezondheidscheck.nl kan iedereen een persoonlijke account aanmaken en praktisch advies ontvangen met betrekking tot cardiometabool risico, COPD en leefstijl. Uitbreiding met aanvullende modules kan zelf worden gedaan tegen betaling. Ook kan door middel van de Gezondbon gedeeltelijk de gezondheidscheck vergoed worden door onder andere gemeenten, verzekeraars, werkgevers en consumentenacties. Het streven is de basis van de Persoonlijke Gezondheidscheck kosteloos aan te bieden aan alle Nederlanders vanaf 18 jaar.

De Gezondbon geeft – op indicatie of indien gewenst – toegang tot aanvullend laboratoriumonderzoek,biometrieën en de modules werk en mentaal welzijn.De Gezondbon is verkrijgbaar via www.persoonlijkegezondheidscheck.nl. De Gezondbon kan worden verstrekt door werkgevers, zorgverzekeraars of gemeenten.

De online vragenlijsten zijn gericht op het bepalen van risicofactoren bij volwassenen vanaf 18 jaar.

Een medisch-wetenschappelijke adviesraad met experts op de diverse aandachtsgebieden heeft de inhoud van de Persoonlijke Gezondheidscheck mede bepaalt. De via het instrument verzamelde gegevens worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, richtlijnontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Een ‘Kwaliteitsraad’, bestaande uit vertegenwoordigers van de deelnemende beroepsorganisaties en gezondheidsfondsen, bewaakt de kwaliteit van de Persoonlijke Gezondheidscheck.

Actuele kennis en richtlijnen op het gebied van preventie en de vroege signalering van gezondheidsproblemen vormen de basis van de Persoonlijke Gezondheidscheck. Wie de vragenlijsten op de website invult, krijgt adviezen voor een gezonde leefstijl. Deze adviezen zijn op maat gesneden aan de hand van het risicoprofiel en de persoonlijke kenmerken en motivatie. De teksten zijn op VMBO-begripsniveau geschreven.

De Persoonlijke Gezondheidscheck is een doorontwikkeling van het PreventieConsult, waarbij rekening is gehouden met de huidige financieringsstructuur voor de eerste lijn. Omdat de Persoonlijke Gezondheidscheck zich richt op het snijvlak van public health en de huisartsenpraktijk, worden ook mensen met licht tot matig verhoogde gezondheidsrisico’s gestimuleerd om voor een gezondere leefstijl te kiezen. Dit sluit aan bij de visie van het kabinet om meer nadruk te leggen op ‘eigen verantwoordelijkheid’ en om de financiering van selectieve preventie buiten de basisverzekering en het eerstelijnszorgbudget te houden (nuldelijnsdiagnostiek).

Op basis van ervaringen met het PreventieConsult en het PreventieKompas, krijgt ongeveer 10 procent van de deelnemers een indicatie voor follow-up met betrekking tot (ketenzorg) CVRM, COPD, diabetes en/of psychische aandoeningen. Uiteraard kunt u als huisarts altijd bepalen of de persoon volgens uw professionele inzicht een indicatie heeft voor aanvullend onderzoek.

Bepaling van het cardiovasculair risico via laboratoriumonderzoek en biometrieën valt niet onder de basisverzekering. Dit deel van de Persoonlijke Gezondheidscheck moet dus betaald worden, bijvoorbeeld met de Gezondbon. Deze kan worden aangeboden door de werkgever, de gemeente of de zorgverzekeraar (bij een aanvullende verzekering); is hiervan geen sprake dan moet iemand hiervoor zelf betalen. Op www.persoonlijkegezondheidscheck.nl is te zien welke werkgevers, verzekeraars en gemeenten de Gezondbon al aanbieden. Uiteraard kan de huisarts altijd bepalen of iemand een indicatie heeft voor aanvullend onderzoek; dan valt het onderzoek alsnog onder de basisverzekering maar gaat dit wel ten koste van het eigen risico van de patiënt.

De Persoonlijke Gezondheidscheck behoort tot de ‘selectieve preventie’ en valt daardoor niet onder de Zorgverzekeringswet en het eerstelijnszorgbudget.

Scholing / EKC

De verantwoordelijkheden van de EKC zijn:

  • Het bevorderen van het kwaliteitsbeleid binnen de eigen groep.
  • Het coördineren en bewaken van de voortgang van de kwaliteitsverbeterende activiteiten in de groep.
  • Het bijhouden van eigen kennis en vaardigheden door middel van EKC-nascholingen.
  • Ingeschreven staan in het CHBB-register.

De EKC heeft als taken:

  • Het initiëren en coördineren van de nascholing binnen hagro’s of andere samenwerkingsverbanden.
  • Het samen met de toetsgroep opzetten van een jaarplan.
  • Het samen met de toetsgroep opzetten van kwaliteitsverbeteringsplannen.
  • Het bewaken van de kwaliteit van de nascholing in de huisartsengroep.
  • Het registreren van nascholing in GAIA. 
  • Het verslagleggen over inhoud en afspraken aan de PAM.
  • Het adviseren van huisartsen die deelnemen aan de toetsgroep over praktijkaccreditering.
  • Het intermediair zijn tussen de groep en IA-instelling.
  • Het archiveren van verslagen en aanwezigheidslijsten.

Een toetsgroep voldoet aan de volgende criteria:

  • Het is een vaste groep met een gemeenschappelijk doel en een jaarplan.
  • De groep heeft minimaal drie huisarts-groepsleden.
  • Tussentijdse wisseling is mogelijk.
  • Er is minimaal één EKC per groep.
  • Er zijn twee of meer samenkomsten per jaar.
  • De randvoorwaarden voor het functioneren van de EKC vallen onder de verantwoordelijkheid van de groep.

De inhoud van de bijeenkomsten voldoet aan de volgende criteria:

  • Programma ‘van, voor en door’ huisartsen.
  • Het zichtbaar maken van de ‘interdokter-variatie’.
  • Verslaglegging van inhoud en afspraken.
  • Getekende aanwezigheidslijst.
  • Alleen het reële aantal cursusuren telt.
  • De EKC is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking.
  • Inhoudelijke beoordeling door de PAM.

U kunt EKC worden door het volgen van een EKC-basiscursus. Dit is een 2 daagse cursus over de taak van de EKC, onderwijsvormen, omgaan met groepen en implementatiemethoden. De cursussen worden aangekondigd op de site van LINKH: www.linkh.nl.

Registratie als EKC geschiedt door het College Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden. Registratie kan via hun site: www.chbb.nl. Herregistratie is elke 5 jaar. Je wordt dan geacht voldoende je functie als EKC te hebben uitgeoefend en voldoende EKC-nascholingen te hebben gevolgd.

Om de accrediteringspunten voor uw toetsgroepnascholing geregistreerd te krijgen, dient u deze scholing in te voeren in het GAIA-systeem. Een uitleg en uitgebreide handleiding vindt u op http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-herregistratie/GAIA-accreditatie/Aanbieders-nascholing.htm.

De PAM is de perifere accreditatie medewerker die plannen en verslagen van de EKC'en en hun toetsgroepen beoordeelt en de EKC'en coacht. Een overzicht van de PAM'men vindt u hier: http://www.linkh.nl/overzicht-pam.html.

De toekomstplannen rond het kwaliteitsbeleid zijn geformuleerd in de Nota voor Kwaliteit door de Stuurgroep Kwaliteit van LINKH, LHV en NHG en zijn inmiddels aangenomen door de ledenraad.

De nieuwsbrieven en andere informatie en discussies kunt u vinden op de EKC-groep op HaWeb. Hier kunt u lid van worden via www.haweb.nl.

Staat uw vraag hier niet bij dan willen wij u uiteraard graag verder helpen. U kunt dan een mail richten aan scholing@nhg.org.

NHG-Praktijkaccreditering, 1. Professionaliteit

Alle zorg die is opgenomen in het actuele LHV-document “Aanbod huisartsengeneeskundige zorg 2015” is regulier. Dit aanbod wordt ingedeeld in basisaanbod, aanvullend aanbod en bijzonder aanbod. Samengevat, is het onderscheid als volgt:

  • BASIS AANBOD biedt iedere huisartsenpraktijk zonder meer aan. Het basisaanbod gaat vóór het aanvullend en bijzonder aanbod. 
  • AANVULLEND AANBOD betreft omschreven activiteiten voor bepaalde groepen patiënten. Aanvullend aanbod kan iedere huisartsenpraktijk zonder meer bieden, maar het is niet verplicht. Denk bijvoorbeeld aan 24-uurs bloeddrukmeting, tapen enkeldistorsies, immunotherapie etc.
  • BIJZONDER AANBOD raakt de grens van de huisartsgeneeskunde en vergt extra scholing, deskundigheidsbevordering en een aangepaste praktijkvoering. Voorbeelden zijn echografie, reizigersadvisering, oogheelkunde en verloskunde. Om de kwaliteit van dit bijzonder aanbod te borgen is het College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden (CHBB) opgericht. Het CHBB heeft registers en inschrijving is mogelijk bij aangetoonde bekwaamheid op dat bepaalde gebied. De registers zijn openbaar en van belang voor transparantie en vergoeding.

Hieruit volgt dat het NPA-certificaat ook van toepassing is op het bijzonder aanbod dat een geaccrediteerde praktijk levert (want regulier), MITS wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden (zoals inschrijving in register). En logischerwijs is op alle zorg, die niet in het LVH Aanbod 2015 staat, het NPA-certificaat niet van toepassing (b.v. cosmetische chirurgie).

Als een praktijk naast reguliere zorg ook niet-reguliere huisartsgeneeskundige zorg biedt in de zin van alternatieve of complementaire geneeskunde, dan is het NPA-keurmerk niet van toepassing op dit niet-reguliere deel. Voorbeelden hiervan zijn antroposofie, homeopathie of acupunctuur. De praktijk dient in deze gevallen expliciete en adequate en acties te ondernemen om dit duidelijk te maken aan de patiënten (vermelding op de website, in de praktijkfolder etc.)

Ja, een praktijk mag er uiteraard voor kiezen al deze zorg aan te bieden, maar het NPA-certificaat is niet op al dit zorgaanbod van toepassing. Voor het respectievelijk genoemde zorgaanbod geldt:

  1. Echografie: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener is ingeschreven in het CHBB-register Echografie (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  2. Reizigersadvisering,: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener is ingeschreven in het CHBB-register Reizigersadvisering en/of het LCR-register (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  3. Vasectomie: ja, NPA-certificaat hierop wel van toepassing, mits zorgverlener aantoonbaar bekwaam is (valt onder bijzonder aanbod LHV 2015).
  4. Cosmetisch chirurgische ingrepen: Nee, NPA-certificaat is hierop niet van toepassing (want niet opgenomen in het aanbod LHV 2015).
  5. Homeopathie: Nee, NPA-certificaat hierop niet van toepassing, want niet-reguliere zorg (maar “alternatief” of “complementair”).

In de laatste 2 gevallen dient de praktijk adequate acties te ondernemen om dit duidelijk te maken aan de patiënten, zoals vermelding op de website en in de praktijkfolder.

NHG-Praktijkaccreditering, 2. Personeel

Indien een basisarts onder supervisie werkt van een geregistreerde huisarts, dan wordt het standpunt van LHV (BK/00.038.657 d.d. 17 maart 2005) voor de NHG-Praktijkaccreditering als volgt toegepast:

  • In een situatie waar sprake is van 'één-op-meer supervisie' is het níet mogelijk dat de NHG-Praktijkaccreditering van toepassing wordt verklaard.
  • In een situatie waar sprake is van 'één-op-één supervisie' kan de NHG-Praktijkaccreditering wél van toepassing worden verklaard mits aan de organisatorische voorwaarden, zoals in het standpunt verwoord, wordt voldaan.

Deze voorwaarden zijn:

  • regelmatige patiëntenbesprekingen, bij voorkeur dagelijks en zeker van alle patiënten met meer complexe problematiek;
  • een helder georganiseerd samenwerkingsverband waarin kwaliteit geborgd is door middel van werkafspraken en protocollen;
  • minimaal jaarlijks functionerings-/evaluatiegesprekken en verslaglegging hiervan;
  • afspraken over consultatie van de supervisor;
  • afspraken over de bereikbaarheid van de supervisor bij spoed.

De mate waarin aan de voorwaarden wordt voldaan zal tijdens de audit worden getoetst.

  • Nurse practitioner: Verouderde term van buitenlandse herkomst, die destijds werd gebruikt voor een verpleegkundige beroepsbeoefenaar die werkzaam was als behandelaar. Het is een niet-beschermde titel. In Nederland werken bijna geen verpleegkundigen meer onder de benaming ‘nurse practitioner’.
  • Verpleegkundig Specialist (VS): Beschermde titel voor een verpleegkundige die zich na het behalen van het MANP-getuigschrift heeft laten registreren in het Verpleegkundig Specialisten Register, dit is een Master opleiding. De registratie wordt als aantekening vermeld in het BIG-register. Een VS is wettelijk bevoegd om binnen haar specialisme zelfstandig te onderzoeken, diagnosticeren en te behandelen. Ze mag zelfstandig voorbehouden handelingen verrichten en geneesmiddelen voorschrijven. Ze onderhoudt een zelfstandige behandelrelatie met haar cliënten/patiënten.
  • Praktijkverpleegkundige (PVK): Praktijkverpleegkundige is een differentiatie binnen het wettelijk erkende beroep van verpleegkundige. Zij zijn net als VS BIG-geregistreerd. De PVK heeft een HBO-opleiding gevolgd op bachelor-niveau, meestal aangevuld met een post-HBO beroepsopleiding tot PVK. Mits in het bezit van de juiste vervolgopleiding, mogen verpleegkundigen ook geneesmiddelen voorschrijven op het terrein van de oncologie, longziekten of diabetes. Deze voorschrijfbevoegdheid wordt als aantekening vermeld in het BIG-register,
  • Physician Assistant (PA): Dit beroep valt niet onder het verpleegkundig domein, maar onder het medisch beroepsdomein. Beschermde titel. Een PA is niet BIG-geregistreerd. De bevoegdheden van een PA komen grotendeels overeen met die van van een VS. Echter, waar een VS opgeleid is in één van de vijf deelspecialismen, is een PA opgeleid in algemene geneeskunde.

Wat betreft wettelijke bevoegdheden:

  • De wet kent bepaalde beroepen specifieke bevoegdheden toe. Wie de bevoegdheid heeft om een handeling te verrichten, hoeft niet langer gecontroleerd te worden door een andere beroepsbeoefenaar, maar moet er zelf op toezien dat hij bekwaam is om de handeling uit te voeren.
  • Het begrip eindverantwoordelijkheid heeft geen wettelijke basis. Iedere beroepsbeoefenaar heeft een eigenstandige bevoegdheid en is daarbinnen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen handelen. (Leden van) Beroepsgroepen zien niet toe op het handelen van (leden van) andere beroepsgroepen. De individuele verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaren die genoemd staan in artikel 3, vormt één van de wezenlijke punten van de Wet BIG.

Ja, functioneringsgesprekken zijn verplicht voor alle werknemers. 

NHG-Praktijkaccreditering, 3. Beleidsplan en Jaarverslag

Ja, in het eerste jaar dient de praktijk een actueel jaarverslag en beleidsplan te hebben.
Het jaarverslag van het voorgaande jaar dient uiterlijk 1 juli beschikbaar te zijn. Dat betekent dat indien in het eerste jaar de audit vóór 1 juli plaatsvindt, er géén jaarverslag aanwezig hoeft te zijn.

Regelmatig zijn praktijken onderdeel van een gezondheidscentrum, een groepspraktijk of een andere samenwerkingsvorm. Een gemeenschappelijk beleidsplan van een overkoepelende samenwerking is toegestaan. Als er een gemeenschappelijk beleidsplan is, zorg dan altijd voor een korte, praktijkspecifieke aanvulling of toelichting, zodat het team meer betrokken raakt. 

Praktijkaccreditering vraagt om een kwaliteitsjaarverslag, waarin het gevoerde (kwaliteits)beleid en de behaalde resultaten worden geëvalueerd. Het is gebruikelijk dat in een jaarverslag ook andere onderdelen worden opgenomen, maar binnen de Kwaliteitsnormen van NHG-Praktijkaccreditering is dat geen verplichting.

De praktijk kan bijvoorbeeld een analyse uitvoeren op de samenstelling van haar patiëntenpopulatie. Ondersteunend hierbij kan de Vraag Aanbod Analysemonitor van het NIVEL zijn.

NHG-Praktijkaccreditering, 4. Kwaliteit

De opsomming is een lijst van de onderwerpen waarover mondelinge afspraken zijn gemaakt. Het is niet een beschrijving van de afspraken zelf. De praktijk zelf (in het kader van haar eigen interne controle) en de auditor kunnen het overzicht gebruiken om te kunnen toetsen of de genoemde werkafspraken bekend zijn en worden gebruikt.

De interne controle moet aantoonbaar en effectief zijn.
De praktijk is vrij om te kiezen hoe zij dit aantoont. Vastlegging op zichzelf is dus geen eis, maar enige registratie ligt wel voor de hand als meest eenvoudige oplossing.

NHG-Praktijkaccreditering, 5. Samenwerking

Het betreft met name de samenwerking van de praktijk met zorgverleners buiten de praktijk.

NHG-Praktijkaccreditering, 6. Systematisch verbeteren

Het mag, maar het hoeft niet.
Praktijkaccreditering verlangt dat er georganiseerd en zorgvuldig aan verbeteringen wordt gewerkt. De wijze waarop de praktijk dat doet is aan de praktijk. Niet elke verbetering vereist een plan.

NHG-Praktijkaccreditering, 7. Klachtenregeling

Vanuit de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de Zorg (Wkkgz) zijn de volgende eisen relevant voor de norm

Klachtenregeling:
Klachtenfunctionaris: Vanaf 1 januari 2017 heeft de praktijk een klachtenfunctionaris beschikbaar die gratis is voor haar cliënten. De klachtenfunctionaris kan bemiddelen om een oplossing te vinden waar iedereen tevreden over is. Ook kan hij de cliënt informeren over de verschillende mogelijkheden om een klacht in te dienen.

Geschilleninstantie: Voor 1 januari 2017 moet elke zorgaanbieder aangesloten zijn bij een erkende geschilleninstantie. De geschilleninstantie moet zijn erkend door de minister.

 

NHG-Praktijkaccreditering, 9. Risicoanalyse

De praktijk voert tenminste eens per 3 jaar een risicoanalyse uit voor de praktijk. In elk geval vóór de eerste audit. Voor het uitvoeren van een risicoanalyse kan de praktijk gebruik maken van een van de twee risicoscans in NPAweb. Er is een beperkte versie die door één persoon (coördinator kwaliteit) wordt ingevuld. De uitgebreide versie kan door meerdere medewerkers en door verschillende discipline worden ingevuld.
Let op: de risicoanalyse is dus gericht op risico's voor de kwaliteit van zorg, i.e. risico's voor de patiënt, en is niet te verwarren met de RI&E gericht op ARBO gerelateerde risico's, i.e. risico's voor medewerkers/zorgverleners in de praktijk.

Bij voorkeur vult de praktijk de (uitgebreide) risicoscan in met haar gehele team. Zo krijgt de praktijk vanuit verschillende disciplines informatie over risico's in de praktijk. Heeft de praktijk een heel groot team, dan kan volstaan worden met een of meer vertegenwoordigers per functie.

De risicoscan is bedoeld om de praktijk te helpen risico’s te onderkennen. Het gaat dus om het vaststellen welke risico’s er zijn en hoe groot die dan zijn en daarop vervolgens acteren en alert zijn. De essentie is dat praktijk bij ieder gevonden risico een antwoord vindt op de vraag “Hoe minimaliseer ik dat risico c.q. hoe minimaliseer ik de gevolgen wanneer dat risico optreedt?” 

NHG-Praktijkaccreditering, 11. Bereikbaarheid

Als een patiënt buiten dat gebied (met een aanrijdtijd van maximaal 15 minuten) woont en ervoor kiest toch bij de praktijk te blijven, dan behoort de praktijk aantoonbaar of in  ieder geval aannemelijk te maken dat dit een expliciete keuze van de patiënt is.

NHG-Praktijkaccreditering, 13. Privacy en gegevensbeheer

Nee, Hotmail of Gmail is niet geschikt voor het veilig versturen (of registreren) van (herleidbare) patiëntinformatie, omdat Hotmail niet privacy-bestendig is. Er zijn overigens andere e-mailprogramma’s met wel voldoende beveiliging (encryptie/versleuteling).

Gegevens die via een onbeveiligde website worden ingevuld en verstuurd, zijn niet versleuteld en kunnen daardoor door kwaadwillende onbevoegden worden gezien. Een beveiligde website is te herkennen aan “https” aan het begin van de URL; een onbeveiligde website begint met “http” (zonder ‘s’).

Nee, WhatsApp  is niet geschikt voor het veilig versturen (of registreren) van (herleidbare) patiëntinformatie, omdat WhatsApp niet voldoende privacy-bestendig is. Wanneer WhatsApp hier toch voor wordt gebruikt, dan leidt dit tot een opmerking. Er zijn overigens andere berichtendiensten met wel voldoende beveiliging (encryptie/versleuteling).

NHG-Praktijkaccreditering, 14. Medische middelen

Praktijkaccreditering schrijft niet specifiek voor dat er een spoedkoffer in de praktijk aanwezig dient te zijn. Meer in het algemeen wordt wel de eis gesteld dat de praktijk heeft vastgelegd welke middelen voor spoedeisende hulp aanwezig moeten zijn en op welke plaats. De keuzen van de praktijk hierin moeten leiden tot verantwoorde zorg. 

Praktijkaccreditering schrijft niet voor welke medische middelen in de praktijk en de dokters-/spoedtas beschikbaar moeten zijn. De praktijk moet laten zien dat zij díe middelen ter beschikking heeft die nodig zijn om verantwoorde zorg te leveren. 

Nee, in het belang van de patiënt staat in de norm: "Medische middelen overschrijden de houdbaarheidsdata niet, zijn correct opgeslagen en in voldoende hoeveelheden beschikbaar." Er is in dit geval geen ruimte voor een eigen, praktijkspecifieke invulling.

Binnen de norm staat beschreven dat medicatie die onder de opiumwet valt op een niet-vrijtoegankelijke plek bewaard dient te worden en slechts in beperkte hoeveelheid beschikbaar mag zijn. De dokterstas, mits goed beheerd, is te beschouwen als een niet-vrijtoegankelijke plek.

Nee. De NPA norm stelt dat er een protocol moet zijn waarin de werkwijze beschreven wordt voor accidenteel bloedcontact, waaronder ook preventieve maatregelen. Het is wel een aanbeveling uit de 'Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen en verloskundigenpraktijk' (NHG/KNOV) dergelijke veiligheidsnaalden te gebruiken om prikaccidenten te voorkomen. En de Arbo-wet stelt als eis (ter bescherming van betrokken werknemers) "het ter beschikking stellen van een medisch hulpmiddel met ingebouwd veiligheids- en beschermingsmechanisme, indien er gevaar is voor letsel of infectie door een scherp medisch hulpmiddel"

Nee, de dagelijkse actuele temperatuur zegt niets over eventuele schommelingen die na de laatste waarneming hebben plaatsgevonden. Er kunnen in de tussentijds geruime tijd te lage of te hoge temperaturen hebben geheerst in de koelkast. Voor een afdoende borging van de koudeketen is het nodig om te weten wat de minimale en de maximale temperatuur zijn geweest in de periode tussen twee waarnemingen. Alleen bij een registratie van die temperaturen kan er vertrouwen zijn in voldoende bewaking van de koudeketen.

NHG-Praktijkaccreditering, 15. Instrumentarium en apparatuur

Er worden binnen de kwaliteitsnormen van Praktijkaccreditering geen concrete eisen aan de praktijkruimte gesteld. Wel wordt er van de praktijk verwacht dat zij beschikt over alle voorzieningen, instrumentarium en apparatuur om de geboden zorg op verantwoorde wijze te kunnen verlenen. 

NHG-Praktijkaccreditering, 16. Triage

Een triagesysteem bestaat uit een NHG-Triagewijzer of gelijkwaardig triagesysteem aangevuld met een werkwijze en schriftelijke afspraken over de verdeling van de triagetaken. 

Nee, dit is niet verplicht. De Nederlandse Triage Wijzer kan bijvoorbeeld een alternatief zijn. 

Een vastgelegde taakverdeling moet er voor zorgen dat alleen gekwalificeerde medewerkers de triage krijgen toegewezen en uitvoeren. Wat betreft triage is het van belang dat er een werkend systeem is en dat de betrokken medewerkers gekwalificeerd moet zijn voor deze taak. Zelfstandig door hen gegeven adviezen en afgehandelde hulpvragen dienen te worden geregistreerd en door de huisarts geautoriseerd voor zover noodzakelijk. Dit betekent dat de praktijk minimaal een werkafspraak heeft om aan te kunnen tonen hoe "voor zover noodzakelijk" wordt toegepast.
Zie ook het document Actuele Informatie op NPAweb.

Nee, er hoeft geen speciale training gevolgd te worden, al is dit wel nuttig. Het is belangrijk dat de praktijk over een werkend,  systeem beschikt met personeel dat bevoegd en bekwaam is om triage uit te voeren.

Nee, alleen "voor zover noodzakelijk". In principe moeten zelfstandig afgehandelde hulpvragen wel worden geregistreerd en geauthoriseerd. Belangrijkste overwegingen zijn het mogelijke risico van foute adviezen en aansprakelijkheid van de huisarts als eindverantwoordelijke voor de zorg. Daarnaast geeft autorisatie de assistente bevestiging van de juistheid van gemaakte keuzen.
Ruimte voor de praktijk ligt met name in: “achteraf autoriseren”. De norm is dus registreren en autoriseren voor zover noodzakelijk. De praktijk kan flexibel invullingen geven aan de werkwijze, maar minimaal moet er een werkafspraak zijn om aan te kunnen tonen hoe "voor zover noodzakelijk" wordt toegepast.

NHG-Praktijkaccreditering, 22. Zorguitkomsten

Het uitsluiten van patiënten van ketenzorg bijvoorbeeld doordat de patiënt niet meewerkt, beïnvloedt de scores.
Het is niet de bedoeling dat de praktijk de cijfers aan gaat passen;
Wel moet de praktijk bij haar analyse van de cijfers rekening houden met exclusie, en welke effecten dit heeft op de cijfers