U bent hier

46,XY Disorders/Differences of Sex Development (DSD)

In deze huisartsenbrochure komen de volgende oorzaken van 46,XY DSD aan de orde:

  • Androgeenongevoeligheidssyndroom (AIS) (partieel, compleet);
  • Gonadale dysgenesie (partieel, compleet);
  • 17β-HSD-3 deficiëntie;
  • 5α-Reductase-2 deficiëntie;
  • Leydigcelhypoplasie.

In de eerste weken van de embryonale ontwikkeling ontstaan de gonaden en de geslachtsgangen die in aanleg bij iedereen identiek zijn. Onder normale omstandigheden differentiëren de gonaden na de zesde week bij XY-individuen tot androgeen producerende testes en bij XX-individuen tot oestrogeen producerende ovaria waardoor de ontwikkeling van respectievelijk de mannelijke en vrouwelijke interne en externe genitalia tot stand komt.

Er is sprake van Disorders/Differences of Sex Development (DSD), wanneer de chromosomale, gonadale of anatomische geslachtsontwikkeling anders verloopt. Er zijn tientallen vormen van DSD. In deze huisartsenbrochure worden de meest voorkomende vormen van 46,XY DSD besproken bij fenotypische meisjes en pasgeborenen aan wie het vrouwelijke geslacht is toegewezen.

Vaak  wordt DSD bij de geboorte ontdekt wanneer er sprake is van ambigue genitaliën. Wanneer het uiterlijk geslacht volledig vrouwelijk is, wordt de diagnose mogelijk pas later in de kindertijd of rond de puberteit gesteld, bijvoorbeeld bij een primaire amenorroe.

Diagnostiek en beleid vereisen een multidisciplinaire aanpak. Goede (psychologische) begeleiding voor (de ouders van) een kind met DSD is van groot belang voor acceptatie en het leren omgaan met de diagnose, zowel rond het moment van de diagnose als in latere fasen van het leven.

Naast hormoonsuppletie voor de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken en voor het behoud van een goede botdichtheid behoren operatieve correcties van de genitalia tot de mogelijkheden. Hierbij heeft tegenwoordig een afwachtend beleid de voorkeur, zodat de betrokkene uiteindelijk over eventuele chirurgische ingrepen zelf kan (mee)beslissen. Vanwege het risico op maligne ontaarding van de gonaden geldt bij een aantal condities het advies deze regelmatig te controleren of operatief te verwijderen.

Het is voor de communicatie en omgang met de (ouders van) de patiënt van groot belang dat de huisarts kennis heeft van de verschillende variaties in de geslachtschromosomale en gonadale ontwikkeling en zich bewust is van de mogelijk impact op de betrokkenen.

De brochure ‘Informatie voor de huisarts over 46, XY DSD’ is ontwikkeld in het kader van een projectsubsidie van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars. De brochure kwam tot stand door een samenwerking van DSD Nederland, de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).