U bent hier

Cardiovasculair risicomanagement (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Deze samenvatting is geactualiseerd in 2019 ten opzichte van de versie van 2012.

Inhoud


  1. Risico-inventarisatie
  2. Bij aanvang medicamenteuze behandeling
  3. Controle (medicamenteuze) behandeling
  4. (Dreigende) dehydratie
  5. Diagnostiek familiaire hypercholesterolemie 

1. Risico-inventarisatie

Bepalingen

  • Lipidenspectrum (totaal cholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden, totaal cholesterol/ HDL-cholesterol-ratio)
  • Glucose
  • eGFR + creatinine
  • Albumine-creatinineratio (ACR) in urine

Indicatie

  • Schat het risico op hart- en vaatziekten bij personen met een verdenking op een verhoogd risico.

Streef- en referentiewaarden

Lipidenspectrum

Zie risicoschatting en streefwaarden zoals vermeld in de MDR/NHG Standaard Cardiovasculair risicomanagement

Glucose

Zie hoofdstuk Diabetes mellitus type 2

eGFR + creatinine en albumine-creatinineratio (ACR) in urine

Zie hoofdstuk Nieraandoeningen

Verder beleid

  • Lipidenspectrum: Wanneer 10-jaarsrisico dichtbij behandelgrens: herhaal de bepalingen met een interval van tenminste één week.
  • Glucose: Bij (zeer) sterk verhoogd cardiovasculair risico: leefstijladvisering en medicamenteuze behandeling.
  • eGFR + creatinine en albumine-creatinineratio (ACR) in urine: Bij (zeer) sterk verhoogd cardiovasculair risico: leefstijladvisering en medicamenteuze behandeling. Bij lichte chronische nierschade: doe een risicoschatting.

2. Bij aanvang medicamenteuze behandeling

Bepalingen

  • LDL-cholesterol
  • eGFR + creatinine
  • Natrium
  • Kalium

Indicatie

  • Bij start cholesterolverlagende behandeling: LDL-cholesterol (indien nog niet bekend)
  • Bij start RAS-remmer en/of diureticum: nierfunctie (eGFR + creatinine)
  • Herhaal controle op indicatie bij ernstige nierfunctiestoornis, instabiel hartfalen, kwetsbare ouderen of in het verleden nierfunctie- of elektrolytenafwijkingen bij gebruikt van deze medicatie.

Streef- en referentiewaarden

LDL-cholesterol

< 1,8 mmol/l voor patiënten met hart- en vaatziekten van 70 jaar of jonger

< 2,6 mmol/l  bij 

  • een 10-jaars sterfterisico op hart- en vaatziekte ≤ 10%,
  • bij patiënten met diabetes mellitus,
  • bij patiënten met chronische nierschade,
  • bij niet-kwetsbare patiënten > 70 jaar met hart- en vaatziekten,
  • bij kwetsbare patiënten > 70 jaar met hart- en vaatziekten en personen > 70 jaar zonder hart- en vaatziekten, indien zij na overweging in aanmerking komen voor cholesterolverlagende therapie

eGFR + creatinine

Zie hoofdstuk Nieraandoeningen

Natrium

136 – 145 mmol/l

Kalium

3,4 – 4,9 mmol/l (plasma)

3,8 – 5,2 mmol/l (serum)

Verder beleid

  • LDL-cholesterol (statines): zie NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement
  • Verminderde nierfunctie, hyperkaliëmie, hyponatriëmie: pas de dosering van de medicatie aan, herhaal bepaling na 2 weken en verwijs zn bij aanhoudend afwijkend waardes (zie volledige tekst)

3. Controle (medicamenteuze) behandeling

Bepalingen

  • LDL-cholesterol
  • eGFR + creatinine
  • natrium
  • kalium
  • albumine-creatinineratio (ACR) in urine
  • glucose

Indicatie

  • Na start behandeling met statines: driemaandelijks LDL-cholesterol tot streefwaarde is bereikt, daarna jaarlijkse evaluatie.
  • Bij gebruik RAS-remmer en/of diureticum: jaarlijks eGFR + creatinine, natrium en kalium.
  • Bij verhoogd risico op HVZ: driejaarlijks ACR en glucose.

Streef- en referentiewaarden en verder beleid

LDL-cholesterol, natrium en kalium

Zie paragraaf 2

eGFR + creatinine en albumine-creatinineratio (ACR) in urine

Zie hoofdstuk Nieraandoeningen

Glucose 

Zie hoofdstuk Diabetes mellitus type 2

4. (Dreigende) dehydratie

Bepalingen

  • eGFR + creatinine
  • natrium
  • kalium

Indicatie

  • intercurrente infectie bij patiënten met multimorbiditeit (vooral hartfalen en chronische nierschade) die RAS-remmers, diuretica en/of NSAID’s gebruiken

Streef- en referentiewaarden

eGFR + creatinine

Zie hoofdstuk Nieraandoeningen

Natrium en kalium

Zie paragraaf 2

Verder beleid

  • Stop NSAID’s en pas tijdelijk de dosering aan van diuretica en RAS-remmers (zie volledige tekst)

5. Diagnostiek familiaire hypercholesterolemie

Bepalingen

  • lipidenspectrum (totaalcholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden)
  • glucose
  • TSH
  • ALAT

Indicatie

  • LDL-cholesterolwaarde > 5,0 mmol/l of totaal-cholesterolwaarden > 8,0 mmol/l

Streef- en referentiewaarden

Lipidenspectrum

Zie paragraaf 2

Glucose

Zie hoofdstuk Diabetes mellitus type 2

TSH

Zie hoofdstuk Schildklieraandoeningen

ALAT

Zie hoofdstuk Leveraandoeningen

Verder beleid