Cardiovasculair risicomanagement
SamenvattingskaartM84
Inhoudsopgave
Cardiovasculair risicomanagement M84 (januari 2012)
BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard
Hart- en vaatziekten (HVZ): hartinfarct, angina pectoris, hartfalen, herseninfarct, transient ischaemic attack (TIA), aneurysma aortae en perifeer arterieel vaatlijden.
Cardiovasculair risicomanagement: diagnostiek, behandeling en follow-up van risicofactoren voor HVZ, inclusief leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met een verhoogd risico op ziekte of sterfte door HVZ.
Risicoprofiel: overzicht van voor HVZ relevante (risico)factoren: leeftijd, geslacht, roken, familieanamnese, voedingspatroon, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit, bloeddruk, body-mass index (BMI), lipidenspectrum, glucosegehalte en geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR).
Risicoschatting: schatting van het absolute 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ met behulp van een risicofunctie aan de hand van het risicoprofiel van een patiënt.
Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard
Stel altijd een risicoprofiel op bij patiënten:
- met doorgemaakte HVZ, diabetes mellitus (DM), reumatoïde artritis (RA) of chronische nierschade
- met een belaste familieanamnese voor HVZ (vader, moeder, broer of zus met HVZ < 65 jaar)
- bekend met een systolische bloeddruk (SBD) > 140 mmHg of antihypertensivagebruik
- bekend met een totaal cholesterol (TC) > 6,5 mmol/l of statinegebruik
- die roken en ≥ 50 jaar
Anamnese Naar de tekst van de NHG-Standaard
- familieanamnese (vader, moeder, broer of zus met HVZ < 65 jaar)
- roken, voeding, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit
Lichamelijk onderzoek Naar de tekst van de NHG-Standaard
- bepaal lengte en gewicht, bereken BMI; meet ook middelomtrek bij BMI rond 30 kg/m2
- meet bloeddruk 2 keer en bereken gemiddelde; herhaal metingen bij grensgevallen
- meet tijdens eerste consult aan beide armen en daarna alleen aan de arm met de hoogste SBD
Aanvullende diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard
- voor risicoschatting: nuchter glucose, TC/HDL-ratio, serumcreatinine
- bij start en controle behandeling: serumcreatinine, (micro)albumine (urine), serumkalium, LDL, triglyceriden
- optioneel: ambulante- of thuisbloeddrukmeting, polsslag, ECG, CK, transaminasen
Risicoschatting Naar de tekst van de NHG-Standaard
- patiënten zonder HVZ: schat het absolute 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ met behulp van risicotabel (tabel 1); tel bij patiënten met DM of RA 15 jaar bij actuele leeftijd op
- patiënten met doorgemaakte HVZ: hoog risico (risicotabel niet van toepassing)
Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard
Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard
Geef leefstijladviezen aan iedereen met modificeerbare risicofactoren:
- niet roken: bespreek rookgedrag en methoden om te stoppen
- voldoende bewegen: ten minste 5 dagen/week 30 min/dag, bijv. fietsen, stevig wandelen of tuinieren
- goede voeding (volgens Richtlijnen goede voeding)
- beperk gebruik van roomboter, harde margarines, vette vlees- en melkproducten en tussendoortjes
- eet 2 porties (100-150 gr) vis per week, waarvan ten minste 1 portie vette vis
- gebruik dagelijks 150 tot 200 gr groente en 200 gr fruit
- beperk gebruik van zout tot maximaal 6 gr per dag; voeg geen zout toe aan de voeding
- beperk gebruik van alcohol: vrouwen maximaal 1-2 glazen/dag, mannen maximaal 2-3 glazen/dag
- zorg voor optimaal gewicht: BMI ≤ 25 kg/m2 (< 70 jr), BMI ≤ 30 kg/m2 (≥ 70 jr)
- ga na of stressfactoren aanwezig zijn en of de patiënt deze wil aanpakken
- verwijs gemotiveerde patiënten naar gespecialiseerde zorgverleners ter begeleiding van leefstijlveranderingen
Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard
Patiënten zonder HVZ, DM of RA
- antihypertensiva en/of statines zijn geïndiceerd bij:
- ≥ 20% 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ en SBD > 140 mmHg en/of LDL > 2,5 mmol/l
- 10-20% 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ en SBD > 140 mmHg en/of LDL > 2,5 mmol/l én aanwezigheid van andere risicoverhogende factoren (tabel 2)
- SBD > 180 mmHg of TC/HDL-ratio > 8 ongeacht risico op HVZ
- 70-plussers: weeg voor- en nadelen van behandeling af bij korte levensverwachting, uitgebreide comorbiditeit of polyfarmacie; hanteer bij 80-plussers hogere streefwaarde SBD (150-160 mmHg)
- antihypertensiva: zie tabel 3 en 4 voor stappenplan en voorkeursmedicatie bij specifieke klinische condities
- statines: zie tabel 5 voor stappenplan; controleer in instelfase LDL elke 3 maanden; routinematige controle CK en transaminasen is niet nodig
Patiënten met DM of RA
- indicatie antihypertensiva en/of statines is identiek aan die bij patiënten zonder HVZ, DM of RA (zie boven)
- bij DM en 10-20% 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ: overweeg behandeling bij slechte metabole controle, microalbuminurie, microvasculaire complicaties of andere risicoverhogende factoren (tabel 2)
- bij RA en 10-20% 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ: overweeg behandeling bij sterke ziekteactiviteit of andere risicoverhogende factoren (tabel 2)
Patiënten met HVZ
- acetylsalicylzuur 1 dd 80-100 mg:
- na TIA/CVA tevens dipyridamol (mga) 2dd 200 mg
- bij overgevoeligheid acetylsalicylzuur: clopidogrel 1dd 75 mg (dipyridamol staken)
- bij atriumfibrilleren, kunstklep, vaatprothese, structurele hartafwijking: cumarinederivaat
- antihypertensiva:
- bij SBD > 140 mmHg: zie stappenplan en voorkeursmedicatie bij specifieke klinische condities (tabel 3 en 4)
- bij coronaire hartziekte: bètablokker ongeacht hoogte bloeddruk
- na coronaire revascularisatie, hartinfarct en bij hartfalen: ACE-remmer ongeacht hoogte bloeddruk
- na TIA/CVA: ook indicatie antihypertensiva bij SBD ≤ 140 mmHg
- statines:
- bij LDL > 2,5 mmol/l: zie tabel 5 voor stappenplan
- bij symptomatisch coronairlijden of doorgemaakt hartinfarct: statine ongeacht hoogte TC en LDL
Follow-upNaar de tekst van de NHG-Standaard
Stel individueel controleschema op in overleg met patiënt:
- informeer bij elk contact naar (niet-)medicamenteuze therapietrouw
- bespreek bij elk contact (opnieuw) roken, bewegen, voeding, alcohol, gewicht en stress
- bepaal SBD in instelfase om de 2-4 weken en daarna ten minste jaarlijks
- bepaal LDL in instelfase 3-maandelijks en daarna alleen bij wijzigingen (of controle) van het risicoprofiel
- bepaal CK en transaminasen bij statinegebruik alleen bij verdenking op toxiciteit, ernstige spierklachten, vermoeden leverfalen
- bepaal serumcreatinine, eGFR en serumkalium bij gebruik diureticum, ACE-remmer of ARB:
- na starten en bij elke aanpassing van dosering: na 10-14 dagen
- bij bereiken onderhoudsdosering: na 3 en 6 maanden, en daarna jaarlijks
- bij daling nierfunctie: zie Landelijke Transmurale Afspraak Chronische Nierschade
- bepaal nuchtere glucose bij patiënten zonder DM elke 3-5 jaar
- bij goede instelling: ontraad staken of verlagen dosering medicatie
- verwijs naar internist bij:
- (vermoeden) hypertensieve crisis met spoed
- (vermoeden) secundaire hypertensie
- overweeg verwijzing bij:
- sterk belaste familieanamnese met plotse hartdood naar cardioloog of klinisch geneticus
- therapieresistentie hypertensie > 6 maanden én hoog risico HVZ
- niet bereiken LDL ≤ 2,5 mmol/l >1 jaar én hoog risico HVZ

Tabel 2 . Risicoverhogende factoren bij patiënten met een 10-jaarsrisico op HVZ van 10% tot 20%
* Bij patiënten met DM of RA gelden slechte metabole controle en microalbuminurie respectievelijk sterke ziekteactiviteit ook als sterk risicoverhogende factoren.| Niet risicoverhogend | Mild risicoverhogend | Sterk risicoverhogend | |
| eerstegraadsfamilielid met premature HVZ | geen | 1 familielid < 65 jaar | ≥ 2 familieleden < 65 jaar óf ≥ 1 familielid < 60 jaar |
| lichamelijke activiteit | ≥ 30 min/d, ≥ 5 dgn/wk | < 30 min/d, ≤ 5 dgn/wk | sedentair bestaan |
| lichaamsbouw | BMI < 30 kg/m2 | BMI 30-35 kg/m2 | BMI > 35 kg/m2 |
| eGFR | < 65 jaar: > 60 ml/min/1,73m2 ≥ 65 jaar: > 45 ml/min/1,73m2 | < 65 jaar: 30-60 ml/min/1,73m2 ≥ 65 jaar: 30-45 ml/min/1,73m2 | alle leeftijden: < 30 ml/min/1,73m2 |
Toelichting bij gebruik tabel:
- geen risicoverhogende factoren = risicoverlagend, geen indicatie voor medicamenteuze behandeling;
- 1 sterk risicoverhogende factor = indicatie voor medicamenteuze behandeling;
- ≥ 2 mild risicoverhogende factoren = indicatie voor medicamenteuze behandeling.
Tabel 3. Stappenplan bij de behandeling van ongecompliceerde essentiële hypertensie bij niet-negroïde patiënten, ouder dan 50 jaar
* Elke volgende stap is van toepassing indien de streefwaarde niet wordt bereikt.| Stap 1 | thiazidediureticum of calciumantagonist |
| Stap 2* | voeg ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB) toe, bij voorkeur in combinatietablet |
| Stap 3* | combineer thiazidediureticum, ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB) en calciumantagonist |
| Stap 4* | overweeg therapieresistente hypertensie (zie tekst standaard) |
Tabel 4. Voorkeursmedicatie bij diverse specifieke kenmerken of condities
| Kenmerk of conditie | Voorkeursmedicatie (separaat of in combinatie) |
| jonge leeftijd (< 50 jaar) | 1. ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB)2. toevoegen bètablokker (als verdragen)3. toevoegen diureticum of calciumantagonist |
| oudere leeftijd (> 70 jaar) | diureticum, calciumantagonist en/of ACE-remmer (bij kriebel-hoest ARB). Keuze op basis van comorbiditeit en comedicatie |
| chronisch, stabiel hartfalen | 1. ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB)2. toevoegen diureticum3. toevoegen bètablokker |
| chronische nierschade (inclusief microalbuminurie) | ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB) |
| DM (zonder microalbuminurie) | 1. thiazidediureticum2. toevoegen ACE-remmer (bij kriebelhoest ARB)3. toevoegen calciumantagonist |
| atriumfibrilleren | bètablokker |
| astma/COPD | diureticum |
| negroïde afkomst | 1. calciumantagonist of diureticum2. calciumantagonist én diureticum |
Tabel 5. Stappenplan statinetherapie
* Elke volgende stap is van toepassing indien de streefwaarde niet wordt bereikt.| Stap 1 | start met simvastatine 40 mg/d (of lager indien geringe LDL-verhoging) |
| Stap 2* | switch naar atorvastatine 20 of 40 mg/d of rosuvastatine 10 of 20 mg/d (dosering afhankelijk van de LDL-verhoging) |
| Stap 3* | verhoog dosering atorvastatine tot maximaal 80 mg/d of rosuvastatine tot maximaal 40 mg/d |
| Stap 4* | bij niet bereiken van LDL-streefwaarde: zie tekst standaard |

