U bent hier

Virushepatitis en andere leveraandoeningen

Cluster: 
D. Spijsverteringsorganen
Status: 
Actueel - 2016

M22

Virushepatitis en andere leveraandoeningen M22 (Actualisering maart 2016; herziening van de versie van 2007)

AchtergrondenNaar de tekst van de NHG-Standaard


Tabel 1 Risicocontacten voor virushepatitis*

RisicocontactHepatitis
  A B C E
Besmet voedsel en drinkwaterJaNeeNeeJa
Ontlasting en urineJaNeeNeeJa
Bloed; alle lichaamsvloeistoffen met bloedbijmengingNeeJaJaNee
Prik-, snij-, spat- en bijtaccidentenNeeJaJaNee
Niet steriel uitgevoerde medische ingreep in endemisch gebied§NeeJaJaNee
Tatoeage, piercing of acupunctuur in endemisch gebied§NeeJaJaNee
Geboorte kind van virusdragende moederNeeJaJaNee
Ejaculaat en vaginaal vochtNeeJaNeeNee

Tabel 2 Risicogroepen voor virushepatitis*

RisicogroepHepatitis
 ABCE
Personen met een beroepsrisicoJa*Ja*Ja*Nee
Reizigers naar endemische gebiedenJaJa*Nee*Ja
(Gezins)contacten met besmette personenJaJaNee*Nee
Mensen met wisselende seksuele contactenJaJaNee*Nee
Verstandelijk gehandicaptenJaJaNeeNee
Kinderen in kinderopvangcentra en groep 1 en 2JaNeeNeeNee
Personen afkomstig uit endemisch gebiedNeeJa*Ja*Nee
Personen met positieve familieanamnese voor chronische hepatitis of levercelcarcinoomNeeJaJaNee
(Ex-)drugsgebruikers (intraveneus)NeeJaJaNee
* voor toelichting: zie hoofdtekst van de NHG-Standaard
§ zie noot 3 voor landenoverzicht
† oroanaal contact

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Risicocontact of risicogroep (zie [tabel 1 en 2]).
  • Duur en beloop van eventuele klachten.
  • Doorgemaakte hepatitis A, B, C of E en eventuele behandeling.
  • Vaccinatie tegen hepatitis A of B.
  • Gebruik van medicatie, alcohol, drugs, kruiden of vitamine A.
  • Aanwezigheid van DM, hypertensie of afwijkend lipidenspectrum.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Inspectie: mate van ziek zijn; sclerae (geel).
  • Percussie en palpatie van de lever-, galblaas- en miltregio.
  • Bij vermoeden niet-alcoholische steatosis hepatis: gewicht, lengte, middelomtrek, bloeddruk.
  • Bij vermoeden van cirrose: huidinspectie (spider naevi, erythema palmare), gynaecomastie, flapping tremor, abdomen (ascites, veneuze collateralen buikwand).

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard


Tabel 3 Indicaties voor aanvullend laboratoriumonderzoek

IndicatieBepalingenToelichtingEvaluatie
Vermoeden hepatitis AIgM-anti-HAVDirect aantoonbaarPositieve uitslag bewijzend voor acute hepatitis A
Vermoeden
hepatitis B
(chronisch of acuut)
HBsAg
Indien positief: bepaal > 6 maanden na besmetting HBsAg en ALAT
Indien HBsAg positief en ALAT normaal: bepaal HBeAg
Indien HBeAg negatief: bepaal HBV-DNA
Aantoonbaar ongeveer 1 maand na besmetting
Het lab bepaalt ook altijd anti-HB-core
Positieve uitslag HBsAg bewijzend voor hepatitis B
Negatieve uitslag HBsAg bij positieve uitslag anti-HB-core duidt op doorgemaakte hepatitis B
Positieve uitslag HBeAg: bewijzend voor actieve chronische hepatitis B. Interpretatie HBV-DNA:
  • ≥ 2000 IU/ml: bewijzend voor actieve chronische hepatitis B
  • < 2000 IU/ml: inactieve chronische hepatitis B
Vermoeden hepatitis C, acuut*HCV-RNA
Indien positief: herhaal na 3 maanden
Aantoonbaar 7 dagen na besmettingAanwezigheid HCV-RNA: bewijzend voor hepatitis C
Afwezigheid HCV-RNA: geen hepatitis-C-infectie
Vermoeden hepatitis C,
chronisch
Anti-HCV
Indien positief:
HCV-RNA
Aantoonbaar 10 weken na besmettingPositieve uitslag: bewijzend voor (doorgemaakte) besmetting met HCV
Aanwezigheid HCV-RNA: bewijzend voor hepatitis C
Afwezigheid HCV-RNA bij positieve anti-HCV: bewijzend voor doorgemaakte of genezen HCV
Vermoeden hepatitis EIgM-anti-HEVDirect aantoonbaarPositieve uitslag: bewijzend voor acute hepatitis E
* Acute hepatitis B of C: risicocontact < 6 maanden geleden. Chronische hepatitis B of C: risicocontact ≥ 6 maanden geleden.
§ Overweeg spreekuurbezoekers afkomstig uit intermediair- en hoog-endemische landen voor hepatitis-B- en -C-diagnostiek naar deze aandoeningen aan te bieden, ook als er geen klachten zijn.
† Zie voor vervolgdiagnostiek bij positieve HBsAg [stroomschema 1] (bijlage 1 bij hoofdtekst). Alleen bij normale ALAT volgt HBeAg-bepaling; bij negatieve HBeAg volgt HBV-DNA-bepaling.
‡ Zie voor vervolgdiagnostiek bij positieve anti-HCV [stroomschema 2] (bijlage 1 bij hoofdtekst).

Verhoogd ALAT

Bij een verhoogd ALAT (1,5 tot 10 maal de normaalwaarde) zie [stroomschema 3] (bijlage 1 bij hoofdtekst).

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voor hepatitis A, C en E zie [tabel 3].

Acute hepatitis B

  • Risicocontact < 6 maanden geleden;
  • HBsAg positief.

Inactieve chronische hepatitis B

  • Risicocontact ≥ 6 maanden geleden;
  • HBsAg positief; én
  • ALAT normaal; én
  • HBeAg negatief; én
  • HBV-DNA < 2000 IU/ml.

Actieve chronische hepatitis B

  • Risicocontact ≥ 6 maanden geleden;
  • HBsAg positief, en ten minste 1 van de onderstaande criteria:
  • verhoogd ALAT;
  • HBeAg positief;
  • HBV-DNA ≥ 2000 IU/ml.

Overige leveraandoeningen

  • Overweeg als ALAT bij herhaling is verhoogd (1,5 tot 10 maal normaalwaarde) bij negatieve uitslag virushepatitisserologie: leverschade door geneesmiddel- of alcoholgebruik of niet-alcoholische steatosis hepatis.
  • Overweeg bij zeer hoge ALAT-waarden (> 10 maal normaalwaarde) acute leverschade door intoxicatie (alcohol en/of drugs) of toxische reactie t.g.v. geneesmiddelen.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Aangifteplicht Naar de tekst van de NHG-Standaard

Meld acute hepatitis A, B en C en chronische hepatitis B binnen 1 werkdag bij de GGD.

Algemene voorlichting virushepatitisNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Benadruk belang van het vermijden van risicocontacten met de naasten.
  • Bij hepatitis B en C: laat patiënt seksuele partner(s) tot een half jaar geleden waarschuwen.
  • Benadruk belang vaccinatie partner bij hepatitis B.

Hepatitis A en E Naar de tekst van de NHG-Standaard

Spreek vervolgcontact af naar behoefte.

Hepatitis BNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Acute hepatitis B
  • Spreek vervolgcontact af naar behoefte.
  • Controleer na 6 maanden HBsAg; indien positieve uitslag vervolgonderzoek volgens [stroomschema 1] (bijlage 1 bij hoofdtekst).
  • Inactieve chronische hepatitis B
  • Controleer levenslang elke 6 maanden ALAT en elke 3 jaar HBsAg.
  • Actieve chronische hepatitis B
  • Verwijs naar hepatitisbehandelcentrum.

Hepatitis CNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs naar hepatitisbehandelcentrum, tenzij acute hepatitis C < 3 maanden bestaat. In dat geval kan gedurende 3 maanden spontane genezing worden afgewacht.

Overige leveraandoeningenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Verwijs direct bij een ALAT > 10 maal de normaalwaarde tenzij er een duidelijke verklaring is met verwacht spontaan herstel.
  • Voor overig beleid zie hoofdtekst.