Duizeligheid

Cluster: 
N. Zenuwstelsel
Status: 
Actueel - 2002

M75

Duizeligheid M75 (oktober 2002)

AchtergrondenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Draaiduizeligheid: bewegingssensatie; patiënt heeft het gevoel dat objecten om hem heen bewegen of dat hij zelf beweegt. De oorzaak ligt in het vestibulaire orgaan. Het kan gepaard gaan met vegetatieve verschijnselen. Draaiduizeligheid komt voor bij:

  • benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPD): kortdurende aanvallen na standsverandering van het hoofd;
  • neuritis vestibularis: enkele dagen hevige klachten;
  • ziekte van Ménière: spontane aanvallen met oorsuizen en progressief gehoorverlies;
  • CVA/TIA in het verzorgingsgebied van de a. vertebralis of a. basilaris: neurologische symptomen wijzend op een aandoening van hersenstam of cerebellum (diplopie, dysartrie, ataxie, centrale nystagmus).

Licht gevoel in het hoofd of het gevoel flauw te vallen (presyncope): oorzaak buiten het vestibulaire apparaat.

 Mogelijke oorzaken zijn:

  • psychische/psychiatrische aandoeningen: angststoornis en vooral paniekstoornis, ook somatisering of depressie;
  • orthostatische klachten: klachten na opkomen uit liggende of zittende houding;
  • vasovagale klachten: klachten bij emoties of lang staan;
  • cardiovasculaire aandoeningen: inspanningsgebonden klachten door structurele hartafwijkingen met een uitstroombelemmering en ritme- of geleidingsstoornissen;
  • medicatie.

Bij circa eenderde van de patiënten is geen diagnose te stellen. Met name ouderen omschrijven een onvast gevoel op de benen tijdens staan of lopen vaak als duizeligheid. Dit kan ontstaan door (een combinatie van) visusvermindering, neuropathie, vestibulaire afwijkingen en orthopedische functiestoornissen.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • aard van de duizeligheid (draaiduizeligheid, licht in het hoofd, gevoel flauw te vallen);
  • uitlokkende factoren (bewegen van het hoofd, verandering van houding, relatie met opstaan of inspanning);
  • ernst van de duizeligheid en het beloop van die ernst;
  • duur en beloop van de klachten (constant of aanvallen, duur en frequentie);
  • begeleidende verschijnselen (gehoorstoornissen, oorsuizen, vegetatieve verschijnselen, neurologische afwijkingen);
  • medicijngebruik;
  • aanwezigheid van klachten die kunnen passen bij een angststoornis of een depressie;
  • klachten van het middenoor, afwijkingen op KNO-gebied in de voorgeschiedenis;
  • voorafgaande klachten zoals een virale bovenste-luchtweginfectie;
  • aanwezigheid van belangrijke stressoren;
  • gevolgen voor het dagelijks leven (angst, vermijdingsgedrag).

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij heftige draaiduizeligheid: doe neurologisch onderzoek. Let op uitvalsverschijnselen van hersenstam of cerebellum.
  • Bij licht gevoel in het hoofd/gevoel flauw te vallen: meet polsfrequentie en hartritme, bij inspanningsgebonden klachten auscultatie van het hart (souffles).
  • Doe een tensiemeting bij aanwijzingen voor een cardiovasculaire oorzaak en wanneer de patiënt medicatie met (mogelijk) antihypertensieve werking gebruikt.
  • Beoordeel het trommelvlies op indicatie zoals gehoorverlies, oorpijn of KNO-voorgeschiedenis.
  • Doe op indicatie uitgebreider onderzoek, met name bij ouderen: visus, balans en kracht (opstaan uit zit, lopen en omdraaien, koorddansersgang, hakken- en tenengang), reflexen, coördinatie en orthopedisch onderzoek van de gewrichten van de benen.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Laat voor een zekere diagnose van de ziekte van Ménière een audiogram maken.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bepaal of er sprake is van draaiduizeligheid of licht gevoel/gevoel flauw te vallen. Stel één van de diagnosen genoemd bij ‘Achtergronden’, of stel vast dat (nog) geen diagnose te stellen valt.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • BPPD: herstel treedt vaak spontaan op binnen 1 maand, doe eventueel de kiepproef als voorlichting. Oefeningen kunnen het herstel bevorderen.
  • Neuritis vestibularis: meestal zijn enkele dagen bedrust nodig; stimuleer bij restklachten normaal te blijven bewegen.
  • Ziekte van Ménière: bespreek het beloop.
  • Orthostatische klachten: adviseer rustig op te komen; klachten worden tegengegaan door de houding aan te passen (staan met gekruiste benen, vooroverbuigen, hurken, knielen) of wisselend de kuitmusculatuur aan te spannen.
  • Vasovagale klachten: adviseer bij klachten te gaan zitten of liggen om flauwvallen tegen te gaan.
  • Medicatie: beoordeel of medicatie gestaakt kan worden.
  • Geen verklaring voor de duizeligheid: leg uit dat dit vaak zo is; spontane verbetering valt te verwachten. Verder zoeken naar een oorzaak is niet zinvol. Aandacht voor visus, conditie (oefenen), houding en kracht, preventie van vallen en sociale isolatie.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Medicatie tegen duizeligheid is niet zinvol.
  • Symptomatisch is medicatie bij misselijkheid en braken mogelijk.

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • BPPD: controleer na 2 tot 4 weken, indien geen verbetering optreedt.
  • Neuritis vestibularis: controleer na 2 tot 4 dagen indien klachten niet duidelijk afnemen.
  • Ziekte van Ménière: controleer indien klachtenpatroon anders is dan gebruikelijk voor deze patiënt.
  • Geen verklaring: controleer na een maand als dan nog veel klachten bestaan; besteed expliciet aandacht aan angst.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs bij:

  • aanwijzingen voor een ernstige onderliggende aandoening, centraal-neurologisch of cardiaal: naar de neuroloog respectievelijk cardioloog;
  • acute perifeer vestibulaire uitval in aanwezigheid van oorproblemen: naar de KNO-arts;
  • duizeligheid zonder duidelijke oorzaak en als verder onderzoek gewenst is vanwege ernst of ongerustheid; naar de neuroloog of de KNO-arts; oudere patiënt eventueel naar de geriater;
  • vermoeden van ziekte van Ménière (om diagnostische twijfel weg te nemen): naar de KNO-arts.