U bent hier

Aspecifieke lagerugpijn

Cluster: 
L. Bewegingsapparaat
Status: 
In herziening - 2005

M54

Aspecifieke lagerugpijn M54 (maart 2005)

Onder aspecifieke lagerugpijn wordt rugpijn verstaan in het gebied tussen de onderste ribben en de bilplooien, waarbij geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar is.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Alarmsignalen specifieke oorzakenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • radiculaire uitstralende pijn in een been, pijn in been meer op de voorgrond dan de lagerugpijn, neurologische prikkelings- of uitvalsverschijnselen: lumbosacraal radiculair syndroom;
  • begin van lagerugpijn na 50e levensjaar, continue pijn onafhankelijk van houding of bewegen, nachtelijke pijn, algehele malaise, maligniteit in de voorgeschiedenis, onverklaard gewichtsverlies, verhoogde BSE: maligniteit;
  • leeftijd boven de 60 jaar, vrouw, laag lichaamsgewicht, langdurig corticosteroïdgebruik, lengtevermindering, versterkte thoracale kyfose: osteoporotische wervelfractuur;
  • begin van lagerugpijn voor 20e levensjaar, man, iridocyclitis, onverklaarde perifere artritis of inflammatoire darmaandoening in voorgeschiedenis, vooral nachtelijke pijn, ochtendstijfheid >1 uur, minder pijn bij liggen/bewegen/oefenen, goede reactie op NSAID’s, verhoogde BSE: spondylitis ankylopoetica;
  • ernstige lagerugpijn aansluitend aan een trauma: wervelfractuur;
  • begin van lagerugpijn voor 20e levensjaar, palpabel trapje in verloop van processi spinosi ter hoogte van L4-L5: ernstige vorm van spondylolisthesis.

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • lokalisatie, ernst, duur, wijze van ontstaan, beloop van de pijn;
  • uitstralende pijn in een been;
  • invloed van rust, bewegen en houding op de klachten, en beloop over het etmaal;
  • beperkingen bij de dagelijkse activiteiten; ziekteverzuim; oorzaken in, of gevolgen voor de arbeidssituatie;
  • eerdere episodes van lagerugpijn, hun beloop en behandeling;
  • zelfzorg en behandeling tot nu toe.

Wees bij enkele weken aanhoudende en onvoldoende verbeterende of frequent recidiverende lagerugpijn en bij ontbreken van alarmsignalen alert op de aanwezigheid van psychosociale risicofactoren (zoals inadequaat ziektegedrag) voor een chronisch beloop. Ga met het oog daarop ook na of er sprake is van:

  • vele behandelingen met ongewenste neveneffecten (bijvoorbeeld bijwerkingen bij elk type pijnmedicatie);
  • in toenemende mate ervaren van functionele beperkingen;
  • diverse andere lichamelijke klachten;
  • toenemend sociaal isolement; werkeloosheid;
  • verlies van vertrouwen in of conflicten met behandelaars, werkgever of anderen;
  • beschrijving van de klachten in superlatieven;
  • angst voor pijn en letsel bij bewegen of voor ernstige oorzaak;
  • gevoel van hulpeloosheid, machteloosheid (‘ik kan niets’; ‘ik kan er niets aan doen’);
  • steeds vragen om meer (specialistisch) onderzoek;
  • een angststoornis of depressie.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Dit is in de eerste drie weken bij afwezigheid (anamnestisch) van alarmsignalen niet strikt noodzakelijk.

Ga bij lichamelijk onderzoek de lokalisatie van de pijn en de mate van bewegingsbeperking na.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel de diagnose aspecifieke lagerugpijn indien er geen aanwijzingen zijn voor een specifieke oorzaak.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beeldvormende diagnostiek en laboratoriumonderzoek zijn bij aspecifieke lagerugpijn niet zinvol.

Richtlijnen beleid bij acute lagerugpijn (0-6 weken)Naar de tekst van de NHG-Standaard

Doel is te bevorderen dat patiënt zo snel mogelijk weer in beweging komt en normaal gaat functioneren.

Adviseer patiënt bij werkgerelateerde problemen of belemmeringen contact op te nemen met de bedrijfsarts en neem zo nodig ook zelf contact op ter onderlinge afstemming van het beleid.

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Het gaat om onschuldige rugpijn; precieze oorzaak is niet aan te geven.
  • Heftigste pijn duurt slechts enkele dagen en neemt dan af.
  • Bewegen bevordert het herstel; bewegen met pijn veroorzaakt geen schade.
  • Ga zoveel mogelijk door met dagelijkse activiteiten; is dat niet haalbaar, neem dan enige dagen af en toe rust.

Geef bij blijvend disfunctioneren 2-3 weken na begin van de klachten vaste termijnen aan voor uitbreiding van activiteiten en innemen van pijnmedicatie (tijdcontingente aanpak).

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overweeg bij blijvend disfunctioneren ondanks tijdcontingente aanpak verwijzing naar fysiotherapeut voor intensievere begeleiding van deze activerende aanpak.Besteed aandacht aan psychosociale problemen als deze een rol spelen.

Voor de acute fase worden oefentherapie en manipulatie niet geadviseerd.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Schrijf zo nodig pijnstillers voor, volgens onderstaand stappenplan; evalueer bij blijvende klachten steeds het resultaat na afgesproken periode.


Stap 1paracetamol 500 mg 3-6 dd 1 of 3 dd 2
Stap 2NSAID’s: ibuprofen 400 of 600 mg 3 dd 1, of diclofenac 25 of 50 mg 2-3 dd 1 of 75 mg 2 dd 1, of naproxen 250 of 500 mg 2 dd 1. Probeer bij onvoldoende effect van het NSAID van eerste keuze een ander NSAID.
Stap 3paracetamol of een NSAID in combinatie met codeïne 20 mg 3-5 dd 1-2 (laxans toevoegen), of tramadol 50, 100, 150 of 200 mg 2-4 dd (max. 400 mg/dag)

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

Instrueer de patiënt om terug te komen bij sterke toename van het disfunctioneren, bij aanhoudende ernstige pijn (na 1 week) en bij niet of niet meer verbeteren van het disfunctioneren (na 3 weken).

Ga bij controles opnieuw de aanwezigheid van alarmsignalen voor specifieke oorzaken na en herhaal anamnese en onderzoek. Ga herstelbelemmerende factoren na (in [werk-]omstandigheden, in gedrag van patiënt).

Richtlijnen beleid bij subacute lagerugpijn (6-12 weken)Naar de tekst van de NHG-Standaard

Beleid zoals bij acute lagerugpijn, maar nu geheel met een activerende tijdcontingente aanpak en een intensieve begeleiding. Overweeg hiervoor - en voor oefentherapie, eventueel in combinatie met manuele therapie - verwijzing naar oefen- of fysiotherapeut, en overweeg verwijzing naar een psycholoog bij psychosociale risicofactoren voor een chronisch beloop. Stel termijnen voor controles afhankelijk van behandeldoel, gekozen behandelvorm en beloop, bijvoorbeeld bij oefentherapie na 6 weken, maar bij sterke toename van disfunctioneren eerder. Overleg zo nodig met andere behandelaars en bedrijfsarts.

Richtlijnen beleid bij chronische lagerugpijn (>12 weken)Naar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Ook in deze fase neemt hinder geleidelijk af, maar sterk wisselend beloop is mogelijk.
  • Nadruk bij behandeling ligt op omgaan met de klachten, accepteren status-quo, niet op verdwijnen pijn.
  • Intensief trainingsprogramma bevordert herstel naar normaal functioneren.

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overweeg verwijzing voor cognitieve gedragstherapie bij sterke aanwijzingen dat psychische factoren (angst voor bewegen, pijn, ziekte) de klachten instandhouden, en naar centrum voor werkgerelateerde rugklachten bij sterke aanwijzingen dat werksituatie daarbij een rol speelt.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stimuleer (tijdelijke) tijdcontingente inname van pijnmedicatie.
  • Besteed ook aandacht aan stapsgewijs afbouwen medicatie om blijvend chronisch gebruik te voorkomen.

Consultatie/verwijzing algemeenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij het vermoeden van een specifieke oorzaak: naar een orthopeed, neuroloog of reumatoloog.
  • Bij blijvend disfunctioneren: naar multidisciplinair team of behandelcentrum.