U bent hier

Niet-traumatische knieklachten

Cluster: 
L. Bewegingsapparaat
Status: 
Actueel - 2016

M107

Niet-traumatische knieklachten M107 (Actualisering februari 2016, herziening en vervanging van: M65 Niet-traumatische knieproblemen bij kinderen en adolescenten (versie 2009) en M67 Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen (versie 2008))

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Pijn: lokalisatie, duur en beloop.
  • Ochtendstijfheid, startpijn.
  • Zwelling.
  • Slotverschijnselen, bewegingsbeperkingen van de knie.
  • Omstandigheden die de klachten verergeren of verminderen.
  • Relatie met (beroeps)werkzaamheden.
  • Functiebeperkingen en belemmeringen in het dagelijks leven; zelfzorg.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Inspectie (staand):
  • standsafwijkingen, asymmetrie;
  • atrofie van de m. quadriceps;
  • zwelling: lokaal of diffuus, ventraal of dorsaal;
  • verbreding van het gewricht.
  • Inspectie, palpatie en bewegingsonderzoek (in rugligging):
  • roodheid en temperatuur van de knie;
  • ballottement van de patella;
  • drukpijn gewrichtsspleet, patella en tuberositas tibiae;
  • zwelling palpabel in de knieholte;
  • actieve en passieve flexie en extensie;
  • crepitaties bij bewegingsonderzoek;
  • rotaties heup.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voor het vaststellen of uitsluiten van knieartrose of andere veelvoorkomende knieaandoeningenis beeldvormend onderzoek niet geïndiceerd.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overweeg de volgende diagnosen:

  • Knieartrose: leeftijd > 45 jaar, aan activiteiten gerelateerde kniepijn en geen of kortdurende (< 30 minuten) ochtendstijfheid.
  • Patellofemorale pijnsyndroom: pijn op, achter of rond de patella zonder aanwijzingen voor andere aandoeningen.
  • Bursitis prepatellaris: fluctuerende, prepatellair gelokaliseerde zwelling, al dan niet rood of pijnlijk.
  • Iliotibiale bandsyndroom: pijn ter hoogte van de laterale femurcondyl tijdens of na het sporten.
  • Jumper’s knee: pijn ter hoogte van de patellapees, vooral na belasting zoals springen. Drukpijn op de onder- of bovenrand van de patella of tuberositas tibiae.
  • Ziekte van Osgood-Schlatter: pijn tijdens of na sporten, (druk)pijnlijke zwelling ter hoogte van tuberositas tibiae, veelal unilateraal.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

KnieartroseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en advies

  • Adviseer regelmatige en voldoende intensieve lichaamsbeweging (ten minste een half uur per dag matig intensief bewegen).
  • Adviseer bij BMI ≥ 25 kg/m2 gewichtsreductie.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Bespreek de mogelijkheid van een oefenprogramma onder begeleiding van een fysiotherapeut als het de patiënt niet lukt voldoende te bewegen.
  • Overweeg hulpmiddelen zoals een wandelstok (aan de gezonde zijde) of rollator bij klachten door activiteiten uit het dagelijkse leven.

Medicamenteuze behandeling

  • Zie voor pijnbestrijding de NHG-Standaard Pijn.
  • Bespreek intra-articulaire corticosteroïdeninjecties als optie bij tussentijdse verergering of bij onvoldoende pijnvermindering met analgetica. Geef aan dat het effect meestal kortdurend is (< 3 weken) en dat er soms bijwerkingen kunnen optreden. Geef 4 mg bètamethason of 20 tot 40 mg triamcinolonacetonide, maximaal 4 keer per jaar met een interval van minimaal 6 weken.

Controles en verwijzing

  • Evalueer het effect van adviezen en niet-medicamenteuze behandeling na drie maanden en van medicamenteuze adviezen na een tot twee weken.
  • Als klachten samenhangen met het werk: verwijs naar de bedrijfsarts.
  • Bij slotverschijnselen: overweeg verwijzing naar de orthopeed voor artroscopische interventie.
  • Als ernstige klachten en belemmeringen in functioneren persisteren ondanks maximale conservatieve behandeling: verwijs naar de orthopeed voor het bespreken van de mogelijkheid van een knievervangende operatie.

Overige aandoeningen van de knieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en advies

De huisarts geeft informatie over de aard en het beloop van de aandoening en geeft de onderstaande adviezen:

  • verminder pijnuitlokkende (sport)activiteiten gedurende een tot twee maanden;
  • bedenk bewegingsalternatieven, bijvoorbeeld zwemmen of fietsen;
  • leg uit dat bewegen met pijn aan de knie geen kwaad kan;
  • adviseer de (sport)activiteiten weer geleidelijk op te voeren als de klachten zijn verminderd;
  • adviseer bij pijn en roodheid door bursitis prepatellaris de knie gedurende een tot twee weken zo min mogelijk te belasten;
  • leg uit dat bij de ziekte van Osgood-Schlatter pijnklachten meestal over gaan na de groeispurt, maar dat zwelling langdurig kan blijven bestaan.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Overweeg bij het patellofemorale pijnsyndroom oefentherapie.
  • Overweeg bij een functioneel storende, niet-bacterieel ontstoken bursa prepatellaris aspiratie van de inhoud.

Medicamenteuze behandeling

Zie voor pijnbestrijding de NHG-Standaard Pijn.

Controles

Vraag de patiënt na vier tot zes weken contact op te nemen als de klachten onvoldoende verbeterd zijn.

Verwijzing

  • Overweeg verwijzing naar een (sport)fysiotherapeut voor adviezen en begeleiding.
  • Verwijs bij werkgerelateerde klachten naar de bedrijfsarts.