U bent hier

Wat is een nursepractioner/ praktijk-verpleegkundige/ verpleegkundig specialist? Welke handelingen mogen zij uitvoeren?

  • Nurse practitioner: Verouderde term van buitenlandse herkomst, die destijds werd gebruikt voor een verpleegkundige beroepsbeoefenaar die werkzaam was als behandelaar. Het is een niet-beschermde titel. In Nederland werken bijna geen verpleegkundigen meer onder de benaming ‘nurse practitioner’.
  • Verpleegkundig Specialist (VS): Beschermde titel voor een verpleegkundige die zich na het behalen van het MANP-getuigschrift heeft laten registreren in het Verpleegkundig Specialisten Register, dit is een Master opleiding. De registratie wordt als aantekening vermeld in het BIG-register. Een VS is wettelijk bevoegd om binnen haar specialisme zelfstandig te onderzoeken, diagnosticeren en te behandelen. Ze mag zelfstandig voorbehouden handelingen verrichten en geneesmiddelen voorschrijven. Ze onderhoudt een zelfstandige behandelrelatie met haar cliënten/patiënten.
  • Praktijkverpleegkundige (PVK): Praktijkverpleegkundige is een differentiatie binnen het wettelijk erkende beroep van verpleegkundige. Zij zijn net als VS BIG-geregistreerd. De PVK heeft een HBO-opleiding gevolgd op bachelor-niveau, meestal aangevuld met een post-HBO beroepsopleiding tot PVK. Mits in het bezit van de juiste vervolgopleiding, mogen verpleegkundigen ook geneesmiddelen voorschrijven op het terrein van de oncologie, longziekten of diabetes. Deze voorschrijfbevoegdheid wordt als aantekening vermeld in het BIG-register,
  • Physician Assistant (PA): Dit beroep valt niet onder het verpleegkundig domein, maar onder het medisch beroepsdomein. Beschermde titel. Een PA is niet BIG-geregistreerd. De bevoegdheden van een PA komen grotendeels overeen met die van van een VS. Echter, waar een VS opgeleid is in één van de vijf deelspecialismen, is een PA opgeleid in algemene geneeskunde.

Wat betreft wettelijke bevoegdheden:

  • De wet kent bepaalde beroepen specifieke bevoegdheden toe. Wie de bevoegdheid heeft om een handeling te verrichten, hoeft niet langer gecontroleerd te worden door een andere beroepsbeoefenaar, maar moet er zelf op toezien dat hij bekwaam is om de handeling uit te voeren.
  • Het begrip eindverantwoordelijkheid heeft geen wettelijke basis. Iedere beroepsbeoefenaar heeft een eigenstandige bevoegdheid en is daarbinnen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen handelen. (Leden van) Beroepsgroepen zien niet toe op het handelen van (leden van) andere beroepsgroepen. De individuele verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaren die genoemd staan in artikel 3, vormt één van de wezenlijke punten van de Wet BIG.