U bent hier

Samenvatting NHG/LHV-Standpunt Geestelijke gezondheidszorg in de huisartsenzorg (december 2015)

De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is sterk in beweging, mede door het in 2014 ingevoerde GGZ- stelsel. De huisartsenzorg heeft sindsdien een grotere rol in de opvang, begeleiding en behandeling van patiënten met psychische problematiek.

Samenvatting

De toegang tot de andere echelons in de GGZ is beperkt. Dit GGZ-stelsel heeft in de praktijk grote consequenties voor huisarts en patiënt. Samenwerking en afstemming tussen de verschillende echelons komt nog niet overal goed van de grond. Huisartsen worden geconfronteerd met een toename van patiënten met complexe problemen.1

Patiënten die worden verwezen naar de GGZ komen vaak op een wachtlijst, waardoor zij geen tijdige hulp krijgen. Het groeiende aantal POH’s-GGZ in de huisartsenzorg vraagt om inhoudelijke uitgangspunten op basis waarvan deze ontwikkeling kan worden gestuurd en ondersteund.De rol van de huisartsenzorg op het gebied van de GGZ is tegen deze achtergrond en op basis van de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022 uitgewerkt in negen uitgangspunten, die de visie geven op het werk van de huisarts en de POH-GGZ, en op de relatie met andere behandelaars in de GGZ. Ook de samenwerking met gemeenten komt aan bod. Gemeenten hebben door de transities in de zorg belangrijke verantwoordelijkheden en taken gekregen op het gebied van onder meer de sociaalmaatschappelijke ondersteuning en de jeugdzorg.

Huisartsgeneeskundige aanpak bij psychische problematiek

Het uitgangspunt in dit Standpunt is het behoud van de huisartsgeneeskundige aanpak bij patiënten met psychische problemen. De huisarts gaat niet uit van een ziekte, maar inventariseert samen met de patiënt het probleem. Dikwijls kennen zij elkaar al langere tijd en is de huisarts ook bekend met de achtergrond en de context van de patiënt. Bovendien beschikt hij2 over een patiëntendossier dat door de tijd heen is opgebouwd. De vertrouwensrelatie draagt bij aan de mogelijkheden en de kwaliteit van het gesprek over wat er aan de hand is. Regelmatig is sprake van een combinatie van psychische en lichamelijk problemen. Soms is een gesprek voor een patiënt al voldoende om zelf weer vooruit te kunnen. In andere situaties zal de huisarts de patiënt adviseren om naar een wijkteam of een andere gemeentelijke voorziening te gaan. Een belangrijke voorwaarde is dat de huisarts de tijd blijft houden om naar zijn patiënt te luisteren en om hem te stimuleren op eigen kracht verder te gaan. Als een behandeling nodig is, gaat de voorkeur uit naar de meest passende en minst ingrijpende interventie gezien de klachten en de lijdensdruk van de patiënt; zo veel mogelijk op basis van wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen. PoortwachtersrolDe huisarts vervult ook voor patiënten met psychische problematiek de rol van poortwachter. Het komt erop neer dat patiënten op de juiste tijd, van de juiste persoon en op de juiste plaats de zorg krijgen die nodig is. Het is het vak van de huisarts om op basis van vraagverheldering en zijn klinische blik in
gesprek met de patiënt te besluiten of begeleiding binnen de huisartsenvoorziening passend is of dat directe verwijzing nodig is. Het gebruik van de DSM als verwijscriterium voor verzekerde zorg is oneigenlijk en gaat voorbij aan factoren die essentieel zijn voor verwijzing naar passende zorg, zoals lijdensdruk, coping, context en de zorgbehoefte van de patiënt. De huisartsenzorg kan alleen goed functioneren als er voldoende en snel beschikbare verwijsmogelijkheden zijn in de GGZ.

Samenwerken

In de negen uitgangspunten van dit Standpunt is veel aandacht voor samenwerking. Een gedeelde visie op zorg en helderheid over de taakverdeling en verantwoordelijkheden vormen de basis van continue en samenhangende zorg. De POH-GGZ is lid van het team van de huisartsenvoorziening. Voorop staat dat de POH-GGZ de huisartsgeneeskundige uitgangspunten en werkwijze volgt, en dat de functie zich binnen die context verder ontwikkelt. De eindverantwoordelijkheid van de huisarts vergt onder meer deskundigheid op het gebied van veelvoorkomende psychische problemen en de behandeling ervan, en dat er heldere afspraken zijn met de POH-GGZ zijn over taakverdeling, verantwoordelijkheden en terugkoppeling.
In het huidige GGZ-stelsel is één van de doelen dat dat huisartsen en POH-GGZ meer mensen met chronische psychische problematiek begeleiden en behandelen De huisarts is leidend in de overdracht van zorg vanuit de basis GGZ en gespecialiseerde GGZ. Een huisarts moet zich voldoende bekwaam achten zorg aan een patiënt te verlenen.
Daarnaast betekent overdracht van deze zorg een aanzienlijke taakverzwaring voor de huisartsenzorg, die niet zonder meer kan plaatsvinden. Er zijn onmisbare, noodzakelijke (rand)voorwaarden benoemd, onder meer de mogelijkheid om direct terug te verwijzen naar de behandelaar in de gespecialiseerde GGZ bij een crisis en instemming van de huisarts met overdracht van een patiënt naar de huisartsenvoorziening. Van overdracht van zorg voor patiënten met chronische psychiatrische problematiek naar de huisartsenvoorziening kan dus sprake zijn indien de huisarts hiermee heeft ingestemd. De landelijke GGZ-samenwerkingsafspraken bieden een goed handvat om de samenwerking tussen huisartsenzorg en generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ vorm te geven.3 Aan de zorg voor patiënten met acute psychische problemen is een apart uitgangspunt gewijd, waarin de poortwachtersrol van de huisarts en de noodzakelijkheid van (tijdige) samenwerking met de crisisdienst en GGZ-instelling aan de orde komen. Een regionaal samenwerkingsprotocol is hiervoor raadzaam.

Aandacht voor kwetsbaarheid

De huisartsenzorg, jeugdgezondheidszorg en de gemeente hebben een gedeelde verantwoordelijkheid in de zorg voor kinderen en kwetsbare groepen als ouderen, mensen met een beperking en migranten. Huisartsen hebben vaak inzicht in de gezinsomstandigheden en hebben door hun positie als vertrouwd aanspreekpunt in de zorg de mogelijkheid om problemen van het kind of in het gezin te signaleren, te begeleiden of naar passende begeleiding of zorg te verwijzen. Hierover zijn aparte uitgangspunten uitgewerkt.

1 De LHV monitort de ervaringen van de achterban met de ontwikkelingen in de zorg voor patiënten met psychische problematiek via ledenpeilingen. Deze informatie is gebaseerd op:
www.lhv.nl/actueel/nieuws/huisarts-ziet-toename-zware-psychische-problematiek-spreekkamer.
2 Uit stilistische overwegingen worden de aanduidingen ‘hij/zij’ en ‘hem/haar’ in dit document vermeden. Waar dit van toepassing is worden met ‘hij’ en ‘hem’ beide geslachten bedoeld.
3 Deze Landelijke GGZ Samenwerkings Afspraken (gemaakt in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ) zijn in de autorisatiefase op het moment dat dit Standpunt is vastgesteld. Na publicatie zijn deze te vinden op de NHGwebsite.