U bent hier

NHG-Behandelrichtlijn Tetanusprofylaxe

Deze behandelrichtlijn geeft aanbevelingen voor de behandeling van patiënten met ‘een risico op tetanus’. Deze richtlijn is volledig gebaseerd op de door het RIVM opgestelde richtlijn Tetanus en het daarbij behorende stroomschema over tetanusprofylaxe.

Kernboodschappen

  • Bepaal bij een traumatische wond de indicatie voor tetanusproflaxe via het ‘stroomschema tetanusvaccinatie bij wonden’ dat is opgesteld door het RIVM.
  • Post-expositieprofylaxe (PEP) wordt aanbevolen bij:
    • Een open wond met (mogelijk) contact met straatvuil, aarde of mest.
    • Een dierenbeet.
    • Een grotere tweede- of derdegraadsbrandwonden waarvoor behandeling nodig is door de huisarts of de SEH.
  • Tetanusproflaxe kan tot drie weken na verwonding toegediend worden.
  • Geef bij voorkeur DTP-vaccin in plaats van een ‘los’ tetanusvaccin:
    • DTP beschermt ook tegen andere verwekkers.
    • DTP voorkomt extra immunisatie in het kader van verre reizen.
    • Een los tetanusvaccin bevat het kwikhoudende thiomersal als conserveermiddel, het DTP-vaccin bevat dit niet.
  • Geef zwangeren die in aanmerking komen voor tetanusprofylaxe een DTP-combinatievaccin (thiomersal is gecontraïndiceerd tijdens zwangerschap).
  • Denk bij risicogroepen ook aan vuilnisophaalmedewerkers, grondarbeiders, hoveniers, veetelers, land- en tuinbouwers, veldsporters, veterinairs en mensen die veel met paarden werken.
  • Zie voor het beleid bij brandwonden ook de NHG-Behandelrichtlijn Brandwonden.

 

Versiedatum: 15 november 2016