U bent hier

Urineweginfecties (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Inhoud

  1. Diagnostiek urineweginfectie
  2. Vervolgdiagnostiek urineweginfectie
  3. Controle na behandeling

1. Diagnostiek urineweginfectie

Bepalingen

  • nitriettest, leukotest, erytest (urinestick)

Indicatie

Zie stroomdiagram 1, 2 en 3

Referentiewaarden

Nitriettest

Dichotome testuitslag

Leukotest

Ordinale testuitslag: een +1 resultaat van de teststrook wijst op circa 5-10 leukocyten per gezichtsveld*

Erytest

Ordinale testuitslag: een +1 resultaat van de teststrook wijst op hematurie (5 - 10 erytrocyten/µl)*

* Sommige laboratoria rapporteren kwantitatieve uitslagen in SI-eenheden.

Achtergrondinformatie

  • Onderzoek van de urine kan achterwege blijven bij een gezonde, niet-zwangere vrouw met een sterk vermoeden van een urineweginfectie als zij eerder een geobjectiveerde urineweginfectie heeft gehad en de klachten duidelijk herkent.
  • Nitriettest fout-negatief: onder andere als het infecterende micro-organisme nitraatreductase mist en de urine niet lang in de blaas aanwezig is geweest.
  • Leukotest ook positief bij contaminatie vanuit de vagina, urethritis of ziekte met koorts.

Verder beleid

  • positieve nitriettest:
    • personen > 12 jaar: behandelen als urineweginfectie (zie NHG-Standaard Urineweginfecties);
    • personen < 12 jaar: urinekweek.
  • negatieve nitriettest:
    • gezonde, niet-zwangere vrouwen met mictieklachten zonder koorts: zet bij een positieve leuko- of erytest een dipslide/kweek in of beoordeel het urinesediment;
    • vrouwen met mictieklachten en koorts en patiënten uit een risicogroep: zet een dipslide in of beoordeel het urinesediment.

2. Vervolgdiagnostiek urineweginfectie

Bepalingen

  • dipslide/kweek met resistentiebepaling
  • urinesediment

Indicatie

Zie stroomdiagram 1, 2 en 3

Afkap- en referentiewaarden

Dipslide (kweek)

Aantal kolonievormende eenheden van bacteriën: < 104/ml 

Sediment

Bacteriën < 20 per gezichtsveld

Leukocyten < 5 per gezichtsveld

Achtergrondinformatie

  • bewaar de dipslide ten minste 18 uur in een broedstoof of 24 uur bij kamertemperatuur;
  • vergelijk dipslide met een standaardafbeelding.

Verder beleid

  • de huisarts stelt de verloskundige op de hoogte als er bij een zwangere vrouw een groep-B-streptokok gevonden wordt.

3. Controle na behandeling

Bepalingen

  • nitriettest, leukotest, erytest (urinestick)
  • dipslide/kweek met resistentiebepaling
  • urinesediment

Indicatie

Zie stroomdiagram 1, 2 en 3

Referentiewaarden

Nitriettest, leukotest, erytest (urinestick)

Zie paragraaf 1

Dipslide/kweek met resistentiebepaling

Sediment

Zie paragraaf 2

Verder beleid

  • de huisarts schrijft bij gezonde, niet-zwangere vrouwen bij een positieve nitriettest blind een tweede antibioticakuur voor (zie NHG-Standaard Urineweginfecties);
  • bij het inzetten van een kweek met resistentiebepaling behandelt de huisarts op geleide van de uitslag.