U bent hier

Schildklieraandoeningen (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Inhoud

  1. Diagnostiek bij het vermoeden van een schildklierfunctiestoornis
  2. Diagnostiek subacute thyreoïditis
  3. Diagnostiek ziekte van Graves
  4. Controle behandeling hypo-/hyperthyreoïdie
  5. Controle van subklinische schildklierfunctiestoornissen
  6. Schildklieraandoeningen (in de voorgeschiedenis) tijdens de zwangerschap

1. Diagnostiek bij het vermoeden van een schildklierfunctiestoornis

Bepalingen

  • TSH,  indien afwijkend vrij T4

Referentiewaarden

TSH

0,4-4,0 mU/l

Vrij T4

9,0-24,0 pmol/l

Verder beleid

TSH
Vrij T4
Conclusie
Normaal Schildklierfunctiestoornis vrijwel uitgesloten, euthyreoïde
VerhoogdVerlaagdPrimaire hypothyreoïde
VerhoogdNormaalSubklinische hypothyreoïde
VerlaagdVerhoogdPrimaire hyperthyreoïde
VerlaagdNormaalSubklinische hyperthyreoïde
VerlaagdVerlaagdZeldzaam, centrale hypothyreoïde 
VerhoogdVerhoogdZeldzaam, TSH producerend hypofyseadenoom of perifere resistentie schildklierhormoon

Tabel 1. Interpretatie van de gevonden waarden 

Zie stroomschema voor de interpretatie uitkomsten onderzoek en diagnostische vervolgstappen.

2. Diagnostiek subacute thyreoïditis

Bepalingen

  • BSE
  • leukocyten

Indicatie

  • Bij vermoeden subacute thyreoïditis (pijnlijke schildklier, koorts, koude rillingen en malaise).

Referentiewaarden

Leukocyten

4-10 x 109/l

BSE

zie Algemeen onderzoek

Vrij T4

zie paragraaf 1

3. Diagnostiek ziekte van Graves

Bepalingen

  • TSH-receptorautoantistoffen

Indicatie

  • Bij vermoeden van de ziekte van Graves (hyperthyreoïdie zonder aanwijzingen voor een subacute thyreoïditis).

Achtergrondinformatie bij de bepalingen

  • TSH-R-antistoffenhebben dezelfde werking als TSH en stimuleren de aanmaak van T4.

Referentiewaarden

TSH-R-antistoffen

afhankelijk van gebruikte test en laboratorium

4. Controle behandeling hypo-/hyperthyreoïdie

Bepalingen

  • TSH 
  • vrij T4

Indicatie

  • controle behandeling hypothyreoïdie:
    • bij instelling medicatie: elke 6 weken;
    • het eerste jaar dat de patiënt klachtenvrij is: elke 3 maanden;
    • bij stabiele waarden: jaarlijks (bij klachten eerder).
  • controle behandeling hyperthyreoïdie:
    • bij instelling medicatie: elke 6 weken (alleen vrij T4);
    • indien vrije T4 genormaliseerd: elke 3 maanden;
    • na staken medicatie: elke 3 maanden, voor het eerst na 6 weken (TSH, indien afwijkend vrij T4);
    • een jaar na staken medicatie: jaarlijks (TSH, indien afwijkend vrij T4).

Referentiewaarden

TSH

zie paragraaf 1

Vrij T4

zie paragraaf 1

5. Controle van subklinische schildklierfunctiestoornissen

Bepalingen

  • TSH, indien afwijkend vrij T4

Indicatie

  • Subklinische hypothyreoïdie:
  • Controleer alleen indien TSH bij twee opeenvolgende metingen (tussenpoos 3 maanden) verhoogd (TSH > 6 mU/l);
  • Controleer TSH jaarlijks (zolang TSH > 6 mU/l).
    • Subklinische hyperthyreoïdie: controleer het TSH en vrije T4 elke drie maanden gedurende een jaar en vervolgens jaarlijks.

Referentiewaarden

TSH

zie paragraaf 1

Vrij T4

zie paragraaf 1

Verder beleid

  • Subklinische hypothyreoïdie:
    • TSH < 6 mU/l: de kans op klinische hypothyreoïdie is niet verhoogd; volg een expectatief beleid
    • TSH > 6 mU/l: staak de jaarlijkse controles indien de waarden gedurende enkele jaren stabiel blijven of normaliseren
  • Subklinische hyperthyreoïdie
    • controleer bij een persisterende subklinische hyperthyreoïdie jaarlijks

6. Schildklieraandoeningen (in de voorgeschiedenis) tijdens de zwangerschap

Bepalingen

  • TSH
  • Vrij T4
  • TSH-receptorautoantistoffen

Indicatie

  • Bij aanvang van de zwangerschap bij een schildklieraandoening (in de voorgeschiedenis).
  • Bepaling TSH-R-antistoffen niet nodig bij subklinische hypothyreoïdie en indien in het verleden al eerder bepaald. 

Referentiewaarden

TSH

0,4-4,0 mU/l

Vrij T4

9,0-24,0 pmol/l

TSH-R-antistoffen

afhankelijk van gebruikte test en laboratorium