U bent hier

Laboratoriumdiagnostiek Psychogeriatrie (LESA)

Dit hoofdstuk is geactualiseerd ten opzichte van de versie uit 2006. De aanpassingen zijn gebaseerd op de herziening van de NHG-Standaard Dementie.

Inhoud

Belangrijkste wijzigingen

ICPC-codering

Inleiding

  1. Ter opsporing van een behandelbare onderliggende aandoening
  2. Bij een mogelijke verstoring van de vochtbalans
  3. Bij vermoeden van een vitamine-B12- of foliumzuurdeficiëntie
  4. Bij deficiënte voeding of vermoeden van alcoholmisbruik
  5. Bij vermoeden van een urineweginfectie
Vermelding op het probleemgeoriënteerd aanvraagformulier

Literatuur

Belangrijkste wijzigingen

  • De indicatie voor het bepalen van vitaminespiegels en foliumzuur is aangescherpt: geadviseerd wordt de vitamine B12-spiegel en het foliumzuurgehalte alleen bij anemie, paresthesieën of ataxie en de vitamine B1- en B6-spiegel alleen bij deficiënte voeding of alcoholmisbruik te bepalen.

ICPC-codering

P20 Geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen

P70 Seniele dementie/Alzheimer

Inleiding

De belangrijkste reden voor bloedonderzoek bij de diagnostiek van dementie is het uitsluiten van somatische aandoeningen die een cognitieve stoornis of delier kunnen veroorzaken en/of het opsporen van een behandelbare onderliggende aandoening.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat de kans op het vinden van een reversibele oorzaak van dementie klein is.1

Voor gegevens over epidemiologie en pathofysiologie zie de NHG-Standaard Dementie.

1. Ter opsporing van een behandelbare onderliggende aandoening

Bepalingen

  • BSE
  • Hb
  • glucose
  • eGFR
  • TSH

Indicatie

Bepaling van BSE, Hb, glucose, eGFR en TSH dient ter opsporing van respectievelijk infectieziekten en maligniteiten, anemie, diabetes mellitus type 2, chronische nierschade en schildklierfunctiestoornissen.

Achtergrondinformatie bij de bepalingen, referentiewaarden en verder beleid

BSE

zie Algemeen onderzoek

eGFR

zie Nieraandoeningen

Hb

zie Anemie

TSH

zie Schildklieraandoeningen

Glucose nuchter

zie Diabetes mellitus type 2

2. Bij een mogelijke verstoring van de vochtbalans

Bepalingen

  • kalium
  • natrium

Indicatie

Bij diureticagebruik, onvoldoende vochtinname en braken of diarree is het zinvol om na te gaan of er een verstoring is van de elektrolytenbalans. Er is geen  onderbouwing voor de meerwaarde van de hematocrietbepaling ter opsporing van dehydratie boven het klinische vermoeden van dehydratie.

Achtergrondinformatie bij de bepalingen

Natrium is door zijn concentratie van ongeveer 140 mmol/l het belangrijkste kation in het serum (het belangrijkste anion is chloor). De osmolaliteit van het serum volgt in de regel de natriumconcentratie. In combinatie met kalium kan de natriumconcentratie een indicatie geven van de verstoring van de vochtbalans.

Referentiewaarden2

Kalium

3,5-5,0 mmol/l

Natrium

135-145 mmol/l

Verder beleid

Bij afwijkende waarden van het natrium- en kaliumgehalte moet de onderliggende oorzaak behandeld worden. Zie verder de NHG-Standaard Delier.3

3. Bij vermoeden van een vitamine-B12- of foliumzuurdeficiëntie

Bepalingen

  • vitamine B12
  • foliumzuur

Indicatie

Bij anemie, paresthesieën en ataxie kan er sprake zijn van een (behandelbare) vitamine-B12- of foliumzuurdeficiëntie. Verder is op pathofysiologische gronden aannemelijk dat een vitamine-B12-deficiëntie een rol kan spelen bij het ontstaan van dementie, maar dit is niet in klinisch onderzoek aangetoond en suppletie van vitamine B12 bij dementiepatiënten (met en zonder vitamine-B12-deficiëntie) heeft geen effect op de symptomen of het beloop van dementie. Het advies is dus alleen bij een vermoeden van een deficiëntie de vitamine-B12-spiegel te bepalen.

Achtergrondinformatie bij de bepalingen, referentiewaarden en verder beleid

Vitamine B12

< 150pmol/L

Foliumzuur

Zie Anemie 

 

4. Bij deficiënte voeding of vermoeden van alcoholmisbruik

Bepalingen

  • vitamine B1
  • vitamine B6

Indicatie

Een door alcohol of slechte voeding veroorzaakt thiamine-(vitamine-B1-)tekort kan leiden tot een ernstige geheugenstoornis (korsakovsyndroom), soms voorafgegaan door een oogspierparese, nystagmus, ataxie, perifere sensorische polyneuropathie, verwardheid of sufheid (Wernicke-encefalopathie).1 Vitamine-B6-deficiëntie kan een polyneuropathie veroorzaken, maar vooralsnog is niet aangetoond dat vitamine-B6-suppletie de cognitie verbetert.1,4

Achtergrondinformatie bij de bepalingen

Bij aanvraag van vitamine B1gehalte bepaalt het laboratorium het totaal thiaminegehalte. Vitamine B6 komt in planten voor als pyridoxine, terwijl vlees vooral pyridoxaalfosfaat en pyridoxaminefosfaat bevat. In het laboratorium wordt het pyridoxaalfosfaatgehalte gemeten. Er is sprake van een vitamine-B1- en vitamine-B6-deficiëntie als de gemeten concentratie in het serum van de patiënt verlaagd is.

Referentiewaarden2

Vitamine B1

60-120 nmol/l

Vitamine B6

35-110 nmol/l

Verder beleid

Het verdere beleid is afhankelijk van de aard en de ernst van de klachten. Evalueer de mogelijke oorzaken en overleg eventueel met een neuroloog.

5. Bij vermoeden van een urineweginfectie

Bepalingen

  • nitriettest (urinestick)

Indicatie

Urineonderzoek bij een delier is geïndiceerd bij een vermoeden van een urineweginfectie.

Achtergrondinformatie bij de bepalingen en referentiewaarden

Erytest

Leukotest

Nitriettest

zie Urineweginfecties

 

Verder beleid

Zie de NHG-Standaarden Urineweginfecties en Delier.3, 5

Vermelding op het probleemgeoriënteerd aanvraagformulier

Psychogeriatrie

‪□ BSE, Hb, glucose, eGFR , TSH

Op indicatie

‪□ K, Na (diureticagebruik, dehydratie)

‪□ vitamine B12, foliumzuur (bij anemie, ataxie, paresthesieën)

‪□ vitamine B1, B6(vermoeden deficiënte voeding)

□ nitriettest, leukotest, erytest (urine, vermoeden urineweginfectie)

Literatuur

  1. NHG-Standaard Dementie.
  2. Pekelharing JM, Hooijkaas H, Punt JMHM, Smeets LC, Souverijn JHM, redactie. Handboek medische laboratoriumdiagnostiek. Houten: Prelum Uitgevers, 2009.
  3. NHG-Standaard Delier.
  4. Malouf R, Grimley EJ. The effect of vitamin B6 on cognition. Cochrane Database Syst Rev 2003, assessed as up-to-date: 2 apr 2008; CD004393.
  5. NHG-Standaard Urineweginfecties.