U bent hier

Handhygiëne

Dit hoofdstuk geeft aanbevelingen wanneer handhygiëne nodig is. Daarnaast wordt het onderscheid tussen reinigen en desinfecteren beschreven.

Inhoudsopgave

Handhygiëne algemeen

Handdesinfectie en handreiniging

Overige aanbevelingen goede handhygiëne

 

Handhygiëne algemeen

Aanbevelingen 5 momenten van handhygiëne

Pas handhygiëne toe op de volgende vijf momenten:

  1. voorafgaand aan fysiek patiëntencontact;
  2. voorafgaand aan een schone of aseptische procedure;
  3. na (mogelijk) contact met lichaamsmaterialen en -vloeistoffen;
  4. na fysiek patiëntencontact;
  5. na fysiek contact met de omgeving van de patiënt.

Achtergrondinformatie handhygiëne algemeen

De huid is opgebouwd uit verschillende lagen, met in iedere laag micro-organismen.
Micro-organismen zijn grofweg te verdelen in:

  • de residente micro-organismen, ofwel de blijvende flora en 
  • de transiënte micro-organismen, ofwel de tijdelijke flora.

Tot de residente flora behoren de micro-organismen die aanwezig zijn in de diepere huidlagen. Deze micro-organismen zijn bijna niet uit de diepere huidlagen te verwijderen. Over het algemeen zijn residente micro-organismen weinig pathogeen.
Tot de transiënte flora behoren de micro-organismen die boven op de huid zitten en die daar gekomen zijn door contact met andere mensen of met voorwerpen en dergelijke. Deze micro-organismen zijn gemakkelijk te verwijderen door het reinigen van de handen met water en zeep. De van zieke mensen afkomstige micro-organismen waarmee men kan zijn besmet, zijn vaak pathogeen.

De handen zijn een belangrijke besmettingsweg. Handhygiëne is één van de belangrijkste maatregelen om overdracht van micro-organismen naar (andere) personen, lichaamsdelen of voorwerpen (en vice versa) te voorkomen. De WHO heeft vijf momenten om handhygiëne toe te passen geformuleerd:

  1. vóór fysiek patiëntencontact;
  2. vóór een schone of aseptische procedure;
  3. na (mogelijk) contact met lichaamsmaterialen en -vloeistoffen;
  4. na fysiek patiëntencontact;
  5. na fysiek contact met de omgeving van de patiënt.

Praktische voorbeelden van momenten van handhygiëne zijn:

  • vóór kleine ingrepen waarbij huid- en/of slijmvliesbarrière is of wordt doorbroken;
  • vóór wondbehandeling of -verzorging;
  • na lichamelijk onderzoek;
  • vóór het aantrekken van steriele handschoenen;
  • vóór het aantrekken van niet-steriele handschoenen bij een invasieve handeling (zoals capillaire bloedafname);
  • na het uittrekken van handschoenen.

In de praktijk vallen twee momenten van handhygiëne soms samen. Als handhygiëne is toegepast na een fysiek patiëntencontact, dan is geen herhaling nodig voorafgaand aan het lichamelijk onderzoek van de volgende patiënt.1,2

Handdesinfectie en handreiniging

Aanbevelingen handdesinfectie en handreiniging

  • Handdesinfectie met handalcohol heeft de voorkeur boven het toepassen van handhygiëne. 
  • Pas voorafgaand aan een schone en aseptische werkwijze altijd handdesinfectie toe.
  • Laat de handen goed drogen na het gebruik van handalcohol.
  • Was de handen met water en gewone, vloeibare zeep: 
    • als zij zichtbaar verontreinigd zijn; 
    • na contact met lichaamsvochten, secreta, excreta, slijmvliezen of niet-intacte huid (zowel van de hulpverlener als van de patiënt), dus ook na: 
      • snuiten van de neus;
      • hoesten en niezen;
      • toiletgang.
  • Droog de handen na het wassen goed.
  • Pas na het wassen van de handen met water en zeep géén handdesinfectie toe.

De techniek van handreiniging en desinfectie staat beschreven in Handhygiëne - voorbeeldwerkafspraak en NHG-Praktijkkaart Handhygiëne.

Achtergrondinformatie handdesinfectie en handreiniging

Wij onderscheiden handreiniging met water en zeep en handdesinfectie door de handen in te wrijven met handalcohol. Ter preventie van kruisinfecties worden deze methoden, mits goed uitgevoerd, als gelijkwaardig beschouwd. Handdesinfectie met handalcohol heeft de voorkeur als de handen niet zichtbaar verontreinigd zijn. Hierbij gelden twee belangrijke aandachtspunten of uitzonderingen:

  • Handalcohol reinigt niet, daarom moeten de handen bij zichtbare verontreiniging worden gereinigd met water en zeep. Ook bij contact met lichaamsvochten, secreta, excreta, slijmvliezen of niet-intacte huid moeten de handen worden gereinigd. 
  • Handalcohol heeft nauwelijks effect op de sporen van Clostridium difficile en op Norovirus. Bij (bekende) besmetting hiermee moet de zorgverlener de handen wassen, zodat deze micro-organismen van de handen afgespoeld worden.24

Handalcohol is huidvriendelijker en geeft een grotere kiemreductie dan wassen met water en zeep. Soms heeft desinfectie niet alleen de voorkeur maar is het vanwege de betere kiemreductie noodzakelijk om het risico op een zorginfectie bij de patiënt te verminderen, zoals voorafgaand aan schone- en aseptische handelingen. 

Desinfectie met handalcohol heeft ook een aantal praktische voordelen. Het is bijvoorbeeld bij de patiënt thuis mogelijk, er is geen wastafel nodig en het gaat sneller dan handreiniging. 
Het gebruik van desinfecterende zeep of van chloor-hexidinescrub is niet zinvol vanuit het oogpunt van infectiepreventie.
Het wordt afgeraden om na het wassen van de handen met water en zeep ook nog de handen te desinfecteren met handalcohol. Zogenaamde dubbele handhygiëne is namelijk een grote belasting voor de handen.1,2

Overige aanbevelingen goede handhygiëne

Overige aanbevelingen

Wondjes

  • Dek open wondjes aan de handen of huidbeschadigingen af met een niet-vochtdoorlatende pleister.

Handalcohol

  • Kies gebruiksvriendelijke handalcohol met terugvettende bestanddelen. De handalcohol moet voldoen aan de Europese normering EN 1500 en zijn toegelaten door het Ctgb.

Lotion of crème

  • Gebruik een lotion of crème om uitdrogen van de huid tegen te gaan. 
  • Gebruik lotions en crèmes uit kleine tubes (voor persoonlijk gebruik) of uit dispensers met disposable containers die niet worden nagevuld.

Dispensers

  • Gebruik zeep- en handalcoholdispensers waarbij de zeep in het spuitmondje niet besmet kan raken door de handen. 
  • Gebruik dispensers met een disposable reservoir dat niet nagevuld wordt. Vervang de gehele voorraadfles wanneer de dispenser leeg is. 
  • Gebruik zeep of handalcohol uit een disposable dispenser. 
  • Reinig de dispenser bij het vervangen van het reservoir als deze niet disposable is.

Handdoeken

  • Gebruik papieren wegwerphanddoekjes.