U bent hier

Diepe veneuze trombose en longembolie (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Inhoud

  1. Diagnostiek diepe veneuze trombose en longembolie
  2. Bij aanvang van behandeling met orale anticoagulantia

1. Diagnostiek diepe veneuze trombose en longembolie

Bepalingen

  • D-dimeer

 Indicatie

  • Indien risicoscore niet verhoogd is (eerstelijnsbeslisregel DVT ≤ 3 of Wells regel longembolie ≤ 4).
  • Point of care test (POCT) of in het laboratorium (indien de uitslag dezelfde dag beschikbaar is).

Afkapwaarden

D-dimeer

  • Laboratorium
  • POCT

 

Afhankelijk van gebruikte test en uitvoerend laboratorium

Dichotome testuitslag (meest gebruikte, kwalitatieve test)

2. Bij aanvang van behandeling met orale anticoagulantia

Bepalingen

  • eGFR

Indicatie

Terughoudendheid met het voorschrijven van DOAC’s is geboden bij patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie (eGFR <30 ml/min/1,73m2). Bij een eGFR < 50 ml/min/1,73m2 moet de dosis van de DOAC’s aangepast worden. In geval van cumarinederivaten zijn bij een eGFR< 30 ml/min/1,73m2 frequentere controles van de INR en een lagere startdosering geïndiceerd.

Referentiewaarden

 

eGFR

> 50 ml/min/1,73m2