U bent hier

Atriumfibrilleren (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Inhoud

  1. Ter opsporing van anemie, een schildklieraandoening en diabetes mellitus
  2. Bij vermoeden van hartfalen
  3. Bij aanvang van behandeling met orale anticoagulantia
  4. Bij aanvang en jaarlijkse controle van behandeling met digoxine

1. Ter opsporing van anemie, een schildklieraandoening en diabetes mellitus

Bepalingen

  • Hb
  • TSH
  • glucose

Indicatie

Indien de diagnose atriumfibrilleren is gesteld.

Referentiewaarden

Hb

Zie Anemie 

TSH

Zie Schildklieraandoeningen

glucose

Zie Diabetes mellitus type 2

2. Bij vermoeden van hartfalen

Bepalingen

  • (NT-pro)BNP

Indicatie

Bij vermoeden van hartfalen bij patiënten met atriumfibrilleren.

Achtergrondinformatie bij de bepalingen

  • de (NT-pro)BNP is bij de meeste patiënten met atriumfibrilleren verhoogd;
  • bij een bloed-NT-proBNP-waarde < 15 pmol/l of BNP-waarde < 10 tot 22 pmol/l, kan hartfalen met meer dan 95% zekerheid in de huisartsenpraktijk worden uitgesloten.

Afkapwaarden

(NT-pro) BNP

< 15 pmol/l (≈125 pg/ml)*

BNP

< 10 tot 22 pmol/l (≈35 tot 77 pg/ml)* 

* In de NHG-Standaard Atriumfibrilleren worden de afkapwaarden in pg/ml aangegeven, echter, volgens internationale afspraken dient er in SI-eenheden gerapporteerd te worden (in dit geval pmol/l).

3. Bij aanvang van behandeling met orale anticoagulantia

Bepalingen

  • eGFR

Indicatie

Terughoudendheid met het voorschrijven van DOAC’s  is geboden bij patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie (eGFR <30 ml/min/1,73m2). Bij een eGFR < 50 ml/min/1,73m2 moet de dosis van de DOAC’s aangepast worden. In het geval van cumarinederivaten zijn bij een eGFR< 30 ml/min/1,73m2 frequentere controles van de INR en een lagere startdosering geïndiceerd.

Referentiewaarden

eGFR

> 50 ml/min/1,73m2

4. Bij aanvang en jaarlijkse controle van behandeling met digoxine

Bepalingen

  • eGFR
  • kalium

Indicatie

Bij een verminderde nierfunctie (eGFR < 50 ml/min)* is er een verhoogd risico op toxiciteit van digoxine.Bij een verlaagde kaliumconcentratie is de gevoeligheid van het hartweefsel voor digoxine verhoogd.

Referentiewaarden

eGFR

> 50 ml/min/1,73m2

Kalium

3-,5-5,0 mmol/l

Verder beleid

Bij een eGFR < 50ml/min/1,73m2 of een verlaagde kaluimconcentratie zijn de oplaad- en onderhoudsdoseringen van digoxine lager.