U bent hier

LESA Visuele stoornissen bij kinderen en jongeren

Deze LESA heeft tot doel aanbevelingen te geven voor samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen bij het vroegtijdig opsporen van visuele stoornissen bij kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 19 jaar, en bij het verwijzen voor nadere diagnostiek en behandeling. De taken en verantwoordelijkheden van beide beroepsgroepen worden beschreven.

Kernpunten

  • De Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak (LESA) Visuele stoornissen bij kinderen en jongeren is het resultaat van overleg tussen jeugdartsen en huisartsen over de gewenste samenwerking rond dit thema. Jeugdartsen en huisartsen kunnen deze LESA gebruiken om op regionaal of lokaal niveau werkafspraken te maken.
  • De jeugdarts kan, met inachtneming van de voorwaarden, kinderen tot 6 jaar met een functieafwijking van het oog rechtstreeks verwijzen naar orthoptist of oogarts. Kinderen van 6 jaar en ouder kunnen naar de huisarts worden verwezen voor diagnostisch refractioneringsonderzoek, gevolgd door gerichte verwijzing. Indien de huisarts dit onderzoek niet uitvoert, kan het kind rechtstreeks worden verwezen naar orthoptist of oogarts. Kinderen van 10 jaar en ouder worden verwezen naar de opticien.
  • Bij verdenking op een aangeboren oogafwijking of cerebrale visusstoornis, waarbij urgentie is geboden, overlegt de jeugdarts met de huisarts over de beste verwijsroute. Indien geen urgentie is geboden, kan rechtstreekse verwijzing naar orthoptist of oogarts plaatsvinden.
  • De huisarts en jeugdarts stellen elkaar op de hoogte van het gevoerde beleid door toezending van een kopie van de verwijsbrief. In de verwijsbrief worden zowel de contactgegevens van de huisarts als die van de jeugdarts vermeld, zodat de tweede lijn naar beide beroepsgroepen kan terugrapporteren.