U bent hier

Voedselovergevoeligheid

Cluster: 
A. Algemeen
Status: 
Actueel - 2010

M47

Voedselovergevoeligheid M47 (Actualisering 2010: herzien t.o.v. de versie van 1995)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Voedselovergevoeligheid: verzamelnaam voor ongewenste, reproduceerbare reacties op voedsel in een hoeveelheid die getolereerd wordt door ‘normale’ personen.
  • Voedselallergie: voedselovergevoeligheid met immunologisch mechanisme.
  • Oraal allergie syndroom: branderig, jeukend gevoel op de lippen, mondholte of keel, soms met lokaal angio-oedeem. Komt vaak voor bij een kruisovergevoeligheid voor inhalatieallergenen (pollen) en pitvruchten, steenvruchten of noten. Het mijden van deze voedingsmiddelen is niet nodig.
  • Coeliakie: allergie voor gluten.
  • Lactose-intolerantie: buikklachten, diarree en flatulentie na inname van melk als gevolg van een lactasedeficiëntie. Totale eliminatie van koemelk is niet nodig.

Richtlijnen diagnostiek voedselallergieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Een voedselallergie geeft meestal aansluitend aan de voeding een combinatie van telkens dezelfde symptomen uit verschillende orgaansystemen:

  • huid (urticaria, jeukende rash, angio-oedeem),
  • maag-darmstelsel (jeuk en zwelling in de mond-keelholte, braken, buikpijn of diarree),
  • luchtwegen (rinitis, hoesten, stridor of piepen), en/of
  • bloedsomloop (tachycardie, hypotensie of collaps).

Als verklaring voor de klachten worden eerst andere oorzaken overwogen.

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

* Wat zijn de achterliggende ideeën van de patiënt (of verzorger)?

  • Wat zijn de symptomen en hoe lang na de voeding treden ze op?
  • Treden de klachten ook op zonder blootstelling aan het verdachte voedingsmiddel?
  • Bij vermijding van het verdachte voedingsmiddel: blijven de klachten bestaan of keren ze terug?
  • Komt er bij de patiënt of eerstegraads familieleden atopie voor?

Maak zo nodig gebruik van de NHG-Patiëntenbrief Voedingsdagboek .

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Dient vooral ter uitsluiting van andere pathologie. Ga bij kinderen met langdurige gastro-intestinale klachten na of de groeicurve afbuigt.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Een sIgE-bepaling (voorheen RAST) wordt afgeraden.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overweeg voedselallergie indien twee of meer van de volgende criteria van toepassing zijn:

  • duidelijk en herhaald verband in de tijd tussen de voedselinname en steeds dezelfde symptomen;
  • symptomen betreffen twee of meer verschillende orgaansystemen (maag-darmstelsel, huid, luchtwegen);
  • ondanks adequate maatregelen blijven de klachten onveranderd bestaan;
  • positieve familieanamnese voor atopische aandoeningen.

Bij een vermoeden van koemelkallergie bij kinderen < 1 jaar: verricht een open eliminatie-provocatie (zie Protocol Eliminatie-provocatie op www.nhg.org). Bij negatieve uitslag: koemelkallergie zeer onwaarschijnlijk. Bij positieve uitslag: 50% kans op daadwerkelijke koemelkallergie.

In alle overige gevallen van vermoedelijke voedselallergie (koemelk bij kinderen ≥ 1 jaar, andere allergenen): verwijs voor diagnostiek naar de tweede lijn.

Richtlijnen beleid voedselallergieNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bij negatieve open eliminatie-provocatie: leg uit dat het kind koemelk verdraagt. Bied controleafspraak aan om herintroductie van koemelk te begeleiden.

Bij positieve open eliminatie-provocatie: tijdelijke eliminatie van koemelk met herintroductie na enkele maanden.

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bij kinderen < 1 jaar met positieve open eliminatie-provocatie voor koemelk, die:

  • uitsluitend borstvoeding krijgen: eliminatiedieet moeder;
  • kunstvoeding krijgen: vervang de standaardvoeding door voeding op basis van sterk gehydrolyseerd wei-eiwit.1)

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht bij koemelkeliminatie een controle op de leeftijd van 9 en 12 maanden. Bespreek de klachten en de reactie bij eventuele accidentele inname. Herintroduceer koemelk bij 9 maanden en indien dit niet lukt bij 12 maanden.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs naar een diëtist:

  • voor voorlichting over de te elimineren voeding en hoe dit praktisch uit te voeren;
  • bij twijfel over de volledigheid van eliminatie van een voedingsmiddel;
  • bij twijfel of het gevolgde dieet in een volwaardige voeding resulteert.

Verwijs naar een kinderarts of internist, bij voorkeur met kennis van allergologie, voor:

  • bevestiging van de diagnose koemelkallergie in geval van positieve eliminatie-provocatie op of na de leeftijd van 12 maanden;
  • bevestiging van een voedselallergie voor andere allergenen;
  • aanhoudende klachten of groeiachterstand ondanks adequate dieetmaatregelen bij reeds gediagnosticeerde voedselallergie;
  • ernstige reacties op voeding.

Richtlijnen coeliakieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag bloedonderzoek (tTGA) aan bij onverklaarde

  • chronische intestinale klachten, of
  • gewichtsverlies (of bij kinderen groeivertraging), of
  • anemie (zie NHG-Standaard Anemie).

Indien tTGA normaal: bepaal totaal IgA. Indien tTGA en totaal IgA normaal: verwerp de diagnose coeliakie.

Indien tTGA verhoogd of dubieus: bepaal EMA. Indien tTGA en/of EMA verhoogd: verwijs naar een (kinder)MDL-arts.

Verwijs ook altijd bij klinische aanwijzingen voor coeliakie én

  • IgA-deficiëntie, of
  • een coeliakiepatiënt in de familie, of
  • leeftijd < 2 jaar.

Noot 1 Terug naar tekst

Voorbeelden: Frisopep® of Nutrilon Pepti®. Als alternatief kan gekozen worden voor voeding op basis van sterk gehydrolyseerd caseïne-eiwit, bijvoorbeeld Friso Allergy care® of Nutramigen®.