U bent hier

Traumatische knieproblemen

Cluster: 
L. Bewegingsapparaat
Status: 
In herziening - 2010

M66

Traumatische knieproblemen M66 (Actualisering, maart 2010)

Vraag naar:Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • tijdstip en omstandigheden van het trauma (sport, verkeer, werk);
  • aard van het trauma en bijkomende verschijnselen (val, geweld van buitenaf, (rotatie)trauma tijdens belasting van het been en knappend gevoel in de knie);
  • belastbaarheid na het trauma (staan, lopen);
  • pijn (lokalisatie, verloop na het trauma, in rust of bij bewegen);
  • zwelling (binnen hoeveel tijd na het trauma ontstaan);
  • slotverschijnselen (op slot zitten of niet meer recht kunnen krijgen van de knie);
  • onzeker of instabiel gevoel (‘door de knie zakken’);
  • verplaatsing van de knieschijf tijdens het trauma;
  • eerdere knieklachten of -traumata (verloop en behandeling);
  • beperkingen in het dagelijks functioneren, werk en sport.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Inspectie, let hierbij op:

  • belastbaarheid van het been (is staan of lopen op het aangedane been mogelijk?);
  • stand van het been en van de patella (naar lateraal verplaatst?);
  • zwelling van de knie.

Palpatie en bewegingsonderzoek, let bij de patiënt in rugligging op:

  • ballottement van de patella;
  • pijn bij palpatie van de mediale en laterale collaterale band en asdrukpijn;
  • beperkingen van de bewegingsuitslag bij actieve en passieve flexie en extensie (bij een slotstand kan de gebogen knie actief noch passief worden gestrekt);
  • pijn of instabiliteit bij valgiseren van de licht gebogen knie.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag bij twijfel aan de diagnose fractuur en één of meerdere van de volgende criteria een röntgenfoto aan:

  • niet in staat om direct na het trauma en in de spreekkamer vier stappen te lopen;
  • gelokaliseerde drukpijn op de patella of het fibulakopje;
  • onmogelijkheid de knie actief tot 90 graden te buigen;
  • leeftijd 55 jaar of ouder.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Maak bij afwezigheid van aanwijzingen voor een fractuur onderscheid tussen:

  • Kruisbandletsel, meniscusletsel of collateralebandletsel: ballottement, (zelf gerapporteerde) kniezwelling of haemarthros kunnen op dergelijke letsels wijzen, vooral bij een leeftijd > 40 jaar of (rotatie)trauma tijdens belasting van het been. Denk aan:
    • kruisbandletsel: bij het gevoel door knie te zakken, knappend gevoel tijdens het trauma, (zelfgerapporteerde) kniezwelling;
    • meniscusletsel: bij slotstand van de knie;
    • medialecollateralebandletsel: bij pijn en laxiteit bij de valgustest.
  • Contusie of distorsie:
    • geen of gering ballottement of (zelfgerapporteerde) zwelling;
    • geen of geringe beperking passieve beweeglijkheid;
    • volledige belastbaarheid van het been.
  • Patellaluxatie: patella naar lateraal verplaatst (geweest), ballottement.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Geef informatie over aard en beloop van de aandoening.
  • Bij een (vermoedelijk) kruisband-, meniscus-, of collateralebandletsel verdwijnen of verminderen de klachten in de meeste gevallen in de loop van drie maanden.
  • Adviseer bij veel pijn de eerste dagen rust en eventueel het gebruik van elleboogskrukken.
  • Adviseer zodra de pijn dat toelaat de knie te buigen, te strekken en te belasten en de belasting op te voeren als de pijn en de zwelling verminderen.
  • Geef quadricepsoefeningen ter voorkoming van spieratrofie (zie ook NHG-Patiëntenbrief Oefenen voorste bovenbeenspier).
  • Bij een distorsie, contusie of gereponeerde patellaluxatie (zonder intra-articulair letsel): adviseer de knie op geleide van de pijn zo normaal mogelijk te belasten.

Controle en verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer de patiënt bij een vermoedelijk kruisband-, meniscus-, of collateralebandletsel een aantal keer met een interval van één tot twee weken.
  • Distorsie of contusie: controles zijn meestal niet noodzakelijk, instrueer de patiënt terug te komen bij aanhoudende of recidiverende klachten.
  • Overweeg verwijzing naar een orthopedisch chirurg bij aanhoudende instabiliteitklachten, pijn, beperkingen of ballottement door een mogelijk meniscus- of kruisbandletsel en bij recidiverende patellaluxaties.
  • Verwijs direct bij het vermoeden van: een fractuur, (gereponeerde) patellaluxatie met ernstige klachten (niet kunnen belasten van het been, vermoedelijk intra-articulair letsel) of een slotstand.