U bent hier

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK)

Cluster: 
A. Algemeen
Status: 
Actueel - 2013

M102

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) M102 (mei 2013)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Er is sprake van Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) als lichamelijke klachten langer dan enkele weken duren en als er bij adequaat medisch onderzoek geen aandoening is gevonden die de klachten voldoende verklaart.
  • SOLK is een werkhypothese gebaseerd op de (gerechtvaardigde) aanname dat somatische/psychische pathologie reeds afdoende is uitgesloten.
  • De werkhypothese SOLK is het uitgangspunt van deze standaard.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Klachtexploratie.
  • Laat de patiënt een tijd lang ononderbroken praten om relevante aanknopingspunten naar boven te laten komen.
  • Inventariseer expliciet de vragen van de patiënt.
  • Exploreer alle dimensies van de klachten aan de hand van het SCEGS-model:
    • somatische dimensie;
    • cognitieve dimensie;
    • emotionele dimensie;
    • gedragsmatige dimensie;
    • sociale dimensie.
  • Beoordeel indien de klachtexploratie hier aanleiding voor geeft de aanwezigheid van bijkomende psychische stoornissen (zie de betreffende NHG-Standaarden).

Lichamelijk en aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Verricht lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek bij verandering van klachten of het ontstaan van alarmsymptomen of verwijs met een diagnostische vraagstelling.
  • Maak een keuze voor welk(e) onderzoek, tests of diagnostische verwijzing afhankelijk van het soort ingangsklacht (zie de betreffende NHG-Standaarden).
  • Bespreek de reden van het aanvullende onderzoek/de diagnostische verwijzing expliciet met de patiënt.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel de ernst van de SOLK vast op basis van prognostische factoren verkregen uit de klachtexploratie: mate van functionele belemmeringen, aantal klachten/klachtenclusters (gastro-intestinaal; cardiopulmonaal; bewegingsapparaat; algemeen aspecifiek (moeheid, hoofdpijn, duizeligheid, concentratie/geheugenklachten)), duur van de klachten.

  • Milde SOLK:
    • lichte functionele belemmeringen, en
    • één of enkele SOLK-klachten binnen één of twee klachtenclusters.
  • Matig-ernstige SOLK:
    • matig-ernstige functionele belemmeringen, en
    • meerdere SOLK-klachten in ten minste drie klachtenclusters, en/of
    • klachtenduur langer dan verwacht, afhankelijk van het normale beloop van de betreffende klacht.
  • Ernstige SOLK:
    • ernstige functionele belemmeringen, en
    • SOLK-klachten in alle klachtenclusters, en/of
    • klachtenduur langer dan drie maanden.

Stel de dubbeldiagnose SOLK in combinatie met een depressieve stoornis of angststoornis als:

  • de nadruk sterker ligt bij de lichamelijke klachten dan bij een depressie of angststoornis past;
  • de lichamelijke klacht al aanwezig was voordat de depressie of angststoornis begon;
  • beide een zodanige ernst hebben dat ze een aparte behandeling vereisen.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Behandel stapsgewijs (zie tabel).
  • Begin met de lichtst mogelijke effectieve behandeling.
  • Vervolg bij onvoldoende resultaat met intensivering van de behandeling in stap 2.
  • Overweeg bij een eerste presentatie van matig-ernstige of ernstige SOLK om naast stap 1 ook direct een intensievere behandeling te starten (stap 2 en eventueel stap 3).

POH-ggz:praktijkondersteuner huisartsenzorg ggzSPV: sociaalpsychiatrisch verpleegkundigeELP: eerstelijnspsycholoog
Stap Beleid
Stap 1
  • Patiënt met milde SOLK
  • Door huisarts zelf
  • Afsluiting klachtexploratie en eventueel verricht lichamelijk en/of aanvullend onderzoek.
  • Gezamenlijke probleemdefinitie, op basis van de klachtexploratie.
  • Voorlichting en advies:
    • voorlichting en uitleg;
    • bespreken van herstelbelemmerende factoren;
    • advisering.
  • Gezamenlijk opstellen van tijdcontingent plan.
  • Controles:
    • voortgang plan monitoren en bij stagnerend herstel opnieuw klachtexploratie;
    • bij wijzigingen in de klachten opnieuw klachtexploratie en gericht lichamelijk en eventueel aanvullend onderzoek.
Stap 2
  • Patiënt met matig-ernstige SOLK
  • In samenwerking met andere eerstelijnshulpverleners
Samenwerking met/verwijzing naar:
  • (psychosomatisch) fysio- of oefentherapeut;
  • POH-ggz of SPV in de eerste lijn;
  • cognitief-gedragsmatig geschoolde ELP.
Stap 3
  • Patiënt met ernstige SOLK
  • In samenwerking met tweedelijnshulpverleners
Samenwerking met/verwijzing naar:
  • multidisciplinaire teams/behandelcentra.