U bent hier

Slaapproblemen en slaapmiddelen

Cluster: 
P. Psychische problemen
Status: 
Actueel - 2014

M23

Slaapproblemen en slaapmiddelen M23 (juli 2014)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Slapeloosheid: minstens driemaal per week slecht in- en/of doorslapen gepaard gaande met slechter functioneren overdag.

Vermeende slapeloosheid: klachten overslecht slapen, zonder klachten over het functioneren overdag.

Overige slaapstoornissen: obstructieveslaapapneusyndroom, restless-legssyndroom, nachtelijke kuitkrampen, het vertraagdeslaapfasesyndroom en narcolepsie.

Chronisch gebruik slaapmiddelen: gebruik van slaapmiddelen gedurende meer dan zestig dagen in de afgelopen drie maanden.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • duur en frequentie klachten;
  • klachten overdag en gevolgen voor het dagelijks functioneren;
  • mogelijke oorzaken;
  • slaappatroon;
  • ondernomen acties;
  • hulpvraag.

Vraag bij onduidelijkheid over de oorzaak van de slaapproblemen of bij slaapklachten die langer dan drie weken bestaan naar:

  • opvattingen, cognities en gevoelens over de slapeloosheid;
  • gedrag in relatie tot de klachten (angst om te gaan slapen, vermijdingsgedrag, langer uitslapen, vroeger naar bed gaan, dutjes doen);
  • het bestaan van acute of chronische psychosociale en/of werkgerelateerde problematiek;
  • verstoring van het dag-nachtritme;
  • tijdsbesteding in de avonduren;
  • klachten passend bij psychiatrische aandoeningen, vooral depressie en angst;
  • lichamelijke klachten en aandoeningen die het slechte slapen kunnen verklaren;
  • gebruik van alcohol, cafeïne, (soft)drugs of het stoppen daarmee;
  • gebruik van geneesmiddelen, zoals SSRI’s, of zonder afbouwen stoppen met SSRI’s of TCA’s.

Vraag, vooral bij ernstige slaperigheid overdag, ook naar aanwijzingen voor een van de overige slaapstoornissen (tevens heteroanamnese):

  • perioden van ademstilstand tijdens de slaap, snurken;
  • rusteloze benen;
  • kuitkrampen;
  • onbedwingbare slaapaanvallen, aanvallen van slap worden en neervallen gedurende enkele seconden tot minuten;
  • late inslaaptijden (tussen de 2 en 6 uur ’s nachts), moeite met opstaan en/of goed doorslapen.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Dit is niet nodig, tenzij er sprake is van lichamelijke klachten.

Bij rusteloze benen en nachtelijke kuitkrampen: onderzoek naar aanwezigheid van varicosis, perifere neuropathie en perifeer arterieel vaatlijden.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Gebruik eventueel een slaapdagboek.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Onderscheid de volgende situaties:

  • vermeende slapeloosheid;
  • kortdurende slapeloosheid: < 3 weken bestaand; oorzaak meestal bekend;
  • langerdurende slapeloosheid: > 3 weken bestaand; vaak meerdere oorzaken; negatieve conditionering speelt altijd mee;
  • (vermoeden van) een van de overige slaapstoornissen (zie Begrippen).

Richtlijnen beleid bij slapeloosheidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Optimaliseer de behandeling van eventuele oorzaken.

Geef voorlichting:

  • de spreiding in slaapbehoefte is zes tot tien uur; de inslaaptijd varieert sterk; het is normaal om diverse keren per nacht kortdurend wakker te zijn; ouderen slapen korter en lichter; in de loop van de nacht wordt de slaap lichter en wordt men makkelijker wakker;
  • zorg voor regelmatige tijden van naar bed gaan en opstaan, een prettige slaapkamer en voldoende lichaamsbeweging overdag;
  • vermijd dutjes overdag, het ’s avonds uitvoeren van complexe activiteiten, overmatig gebruik van beeldschermen, intensief sporten, (te veel) gebruik van koffie, alcohol of een zware maaltijd kort voor het slapen.

Adviezen bij langerdurende slapeloosheid:

  • stimuluscontrole: ga naar bed als u slaperig bent; sta op als het langer dan 15 minuten duurt voor u in slaap valt en ga naar een andere ruimte, doe iets rustigs en ga weer naar bed als u zich slaperig voelt;
  • slaaprestrictie: beperk de tijd in bed tot de huidige gemiddelde slaapduur, vergroot de tijd in bed steeds met 15 minuten als de patiënt op 5 dagen 90% of meer van de tijd in bed slaapt;
  • doe ontspanningsoefeningen;
  • cognitieve therapie: probeer disfunctionele gedachten en negatieve cognities om te buigen.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Slaapmiddelen zijn alleen geïndiceerd bij hoge lijdensdruk en/of ernstig disfunctioneren overdag. Schrijf kortdurend (eenmalig) een kortwerkend slaapmiddel voor: 10 tot 20 mg temazepam (ouderen 10 mg), of 10 mg zolpidem (ouderen 5 mg) en geef maximaal 5 tot 10 tabletten, altijd in combinatie met voorlichting en adviezen. Schrijf geen andere middelen voor, zoals melatonine of valeriaan. Laat vervolgrecepten niet via de assistent herhalen.

Chronisch gebruik slaapmiddelenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorkom chronisch gebruik door spaarzaam voorschrijven.

Strategie stoppen:

  • signaleer chronisch gebruik (zie Begrippen);
  • stuur patiënten met ≤ 1 standaarddagdosering/dag een stopbrief met praktische aanwijzingen om te stoppen (zie bijlage bij de standaard op www.nhg.org/standaarden);
  • bied patiënten met > 1 standaarddagdosering/dag en patiënten met ≤ 1 standaarddagdosering/dag bij wie de stopbrief niet effectief was begeleiding door middel van de gereguleerdedosisreductiemethode;
  • gereguleerdedosisreductiemethode: zet het kortwerkende slaapmiddel eventueel om in diazepam (zie voor equivalente doseringen [tabel 1] in de hoofdtekst); verminder telkens na bijvoorbeeld een week de dosis met 25%; stel bij ontwenningsverschijnselen de volgende dosisafbouwstap eventueel een week uit.

Richtlijnen beleid overige slaapstoornissenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Zie hoofdtekst NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen.