U bent hier

Prikkelbaredarmsyndroom (PDS)

Cluster: 
D. Spijsverteringsorganen
Status: 
Actueel - 2012

M71

Prikkelbaredarmsyndroom (PDS) M71

  • Overweeg PDS bij patiënten met recidiverende buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Vraag naar buikpijn, ongemakkelijk gevoel in de buik, verandering in ontlastingspatroon, obstipatie, diarree, slijm bij de ontlasting, winderigheid, toe- of afname van klachten na eten of na ontlasting, misselijkheid, dyspepsie.
  • Inventariseer of er sprake is van kenmerken die een somatische aandoening (inflammatoire darmziekte, coeliakie, maligniteit) waarschijnlijker maken dan PDS als oorzaak van de klachten (zie Evaluatie).
  • Besteed aandacht aan frequent spreekuurbezoek, recente ingrijpende gebeurtenis of periode van grote spanning, somatische en psychiatrische comorbiditeit, heftige darminfectie in het verleden, voorgeschiedenis met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK), PDS in de familie.
  • Informeer naar voedingspatroon, frequentie en intensiteit van lichaamsbeweging.
  • Besteed aandacht aan ziekte- of vermijdingsgedrag, angst voor bepaalde aandoeningen, gevolgen van de klachten voor het dagelijks leven, werk en hobby’s en reacties uit de omgeving.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Inspecteer, ausculteer en palpeer de buik.
  • Verricht rectaal toucher en/of vaginaal toucher bij aanwezigheid van kenmerken die een somatische aandoening waarschijnlijker maken (zie Evaluatie).

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij patiënten met voornamelijk obstipatie: geen aanvullend onderzoek, tenzij er kenmerken zijn die een somatische aandoening waarschijnlijker maken (zie Evaluatie).
  • Bij patiënten met voornamelijk diarree of een mengvorm van obstipatie en diarree óf met een eerstegraadsfamilielid met coeliakie: serologisch onderzoek naar coeliakie.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel de diagnose PDS na het redelijkerwijs uitsluiten van andere aandoeningen bij:

  • patiënten met recidiverende buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik gedurende minstens drie dagen per maand in de afgelopen drie maanden, terwijl de klachten ten minste zes maanden voor de diagnose zijn begonnen én
  • ten minste twee van de volgende criteria:
    1. de klachten verminderen na defecatie.
    2. de klachten zijn geassocieerd met verandering in frequentie van defecatie.
    3. de klachten zijn geassocieerd met verandering in consistentie van de ontlasting.

Stel de diagnose uit bij aanwezigheid van kenmerken die een somatische aandoening waarschijnlijker maken:

  • rectaal bloedverlies;
  • verandering in stoelgang naar dunnere consistentie en/of meer frequente ontlasting of diarree gedurende meer dan twee weken;
  • onbedoeld en onverklaard gewichtsverlies;
  • begin van de klachten bij een leeftijd van vijftig jaar of ouder;
  • eerstegraadsfamilielid met inflammatoire darmziekte, coeliakie of colorectaal-, ovarium- of endometriumcarcinoom jonger dan zeventig jaar;
  • perianale afwijkingen en/of abnormale weerstand in abdomen, rectum of bekken.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Geef voorlichting over mogelijke verklaringen, aard en prognose van PDS (zie tekst Standaard).
  • Streef naar:
    • het wegnemen van overbodige ongerustheid;
    • het verminderen van vermijdingsgedrag;
    • gunstige beïnvloeding van bijkomende stressfactoren en optimale rol van omgeving.
  • Besteed aandacht aan voedingspatroon, lichaamsbeweging en zelfzorgmogelijkheden.

Medicamenteuze adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Het nut van de meeste bij PDS voorgeschreven geneesmiddelen (zoals spasmolytica en laxantia) is voor de brede PDS-patiëntengroep onvoldoende onderbouwd.
  • Bespreek de verwachtingen met betrekking tot de effectiviteit van medicatie met de patiënt.
  • Overweeg bij obstipatie psylliumvezels of macrogol gedurende maximaal 2 weken en bij langer gebruik de laagst werkzame dosering.
  • Overweeg bij diarree als belangrijk onderdeel van de klachten loperamide of psylliumvezels.
  • Overweeg bij aanzienlijke pijnklachten paracetamol of een NSAID en bespreek desgewenst de voor- en nadelen van mebeverine (niet bewezen werkzaam, weinig bijwerkingen) en butylscopolamine (beperkt bewijs voor werkzaamheid, meer bijwerkingen); dosering op geleide van symptomen (on demand).
  • Evalueer na 2 weken het effect van de medicatie.

Controle en verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Controle Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Maak bij voortgezet medicatiegebruik controleafspraken met de patiënt.
  • Instrueer de patiënt een afspraak te maken bij kenmerken die een somatische aandoening waarschijnlijker maken (zie Evaluatie).
  • Bespreek bij hardnekkige klachten met ernstige hinder, disfunctioneren en/of ongerustheid de behoefte van de patiënt aan controleafspraken.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Verwijs naar de tweede lijn bij kenmerken die een somatische aandoening waarschijnlijker maken (zie Evaluatie).
  • Verwijs naar de diëtist bij een onevenwichtig voedingspatroon of bij behoefte aan een individueel advies.
  • Verwijs patiënten met PDS-klachten die erg veel impact hebben op de kwaliteit van leven, die langdurig niet gereageerd hebben op het algemene beleid en die gemotiveerd zijn voor psychologische interventies naar een psycholoog met ervaring met behandeling van PDS-klachten.
  • Adviseer patiënten bij hinder op het werk van de PDS-klachten contact op te nemen met de bedrijfsarts.