U bent hier

Perifeer arterieel vaatlijden

Cluster: 
K. Hart-vaatstelsel
Status: 
Actueel - 2014

M13

Perifeer arterieel vaatlijden M13 (februari 2014: herzien t.o.v. de versie van 2003)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bij perifeer arterieel vaatlijden wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • acute ischemie van het (onder)been met bedreiging van de levensvatbaarheid van het been binnen enkele uren tot dagen;
  • chronisch obstructief arterieel vaatlijden, onderverdeeld in claudicatio intermittens en kritieke ischemie.

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • duur en langzame of juist snelle progressie van de klachten; links-rechtsverschil;
  • klachten die wijzen op acute ischemie: rustpijn, snel progressieve gevoelsstoornissen van het been (doof gevoel), spierzwakte van been/voet, bleekheid;
  • klachten die wijzen op claudicatio intermittens: pijn en vervelende sensaties (moe, stijf, krampen, temperatuurverschillen) in het been of de bilregio bij inspanning die verminderen in rust;
  • klachten die wijzen op kritieke ischemie: rustpijn en/of nachtelijke pijn (vooral in voorvoet of tenen), die afneemt als patiënt opstaat of aangedane been laat hangen; afwijkingen huid of nagels aan voeten (wondjes of zweertjes);
  • beperkingen bij lichamelijke activiteiten, werk of dagelijkse bezigheden; maximale loopafstand;
  • gebruik van vaatvernauwende medicatie (zoals bètablokkers en ergotamine);
  • risicofactoren voor hart- en vaatziekten (HVZ): leeftijd ≥ 50 jaar, doorgemaakte HVZ, diabetes mellitus, reumatoïde artritis, roken, HVZ bij ouders, broers of zusters voor het 65e levensjaar;
  • voedingspatroon, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Let bij lichamelijk onderzoek van de benen op links-rechtsverschillen. Meet de bloeddruk.

Beoordeel tekenen die wijzen op acute ischemie van het been:

  • arterieel: ontbrekende pulsaties bij palpatie van a. tibialis posterior, a. dorsalis pedis en/of a. femoralis; souffle over a. femoralis; lagere huidtemperatuur van voet en onderbeen bij palpatie met handrug; bleekheid van het been;
  • neurologisch: gevoelsstoornissen van het been (vaak interdigitale ruimte en voetrug tussen eerste en tweede straal); spierzwakte van been/voet (vaak zwakte/motorische uitval van intrinsieke voetspieren).

Beoordeel tekenen die wijzen op chronisch obstructief arterieel vaatlijden:

  • arterieel: verzwakte pulsaties bij palpatie van a. tibialis posterior, a. dorsalis pedis en/of a. femoralis; souffle over a. femoralis; lagere huidtemperatuur van voet en onderbeen bij palpatie met handrug.
  • trofische stoornissen: wondjes aan tenen, voet en enkel; verminderde beharing; nagelafwijkingen.

Aanvullend onderzoek Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bepaal met een dopplerapparaat de enkel-armindex (EAI) bij een vermoeden van chronisch obstructief arterieel vaatlijden.
  • Procedure EAI: zie hoofdtekst van de standaard.
  • Berekening van de EAI voor beide benen afzonderlijk:
  • Volg voor laboratoriumonderzoek in het kader van cardiovasculair risicomanagement de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement.

Evaluatie Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Er is sprake van acute ischemie bij pijn in rust (Pain), afwezigheid van voetpulsaties (Pulseless), veranderingen in kleur (Parlor) en temperatuur van de voet, gevoelsstoornissen in het been (Paresthesieën) en spierzwakte van been/voet (Paralyse) (5 P’s).
  • Chronisch obstructief arterieel vaatlijden is vrijwel zeker bij een eenmalige EAI < 0,8 óf bij een gemiddelde van 3 EAI-bepalingen < 0,9.
  • Chronisch obstructief arterieel vaatlijden is vrijwel uitgesloten bij een eenmalige EAI > 1,1 óf bij een gemiddelde van 3 EAI-bepalingen > 1,0.
  • Bij een gemiddelde EAI van 0,9 tot en met 1,0 kan diagnose chronisch obstructief arterieel vaatlijden niet met zekerheid worden gesteld. Overweeg alternatieve diagnosen zoals een wervelkanaalstenose.
  • Bij diabetes mellitus kunnen, door stuggere vaatwanden, ook hoge EAI-waarden (eenmalige EAI > 1,1 óf een gemiddelde van 3 EAI-bepalingen > 1,0) wijzen op chronisch obstructief arterieel vaatlijden.
  • Er is sprake van claudicatio intermittens bij pijn en vervelende sensaties (moe, stijf, krampen, temperatuurverschillen) in het been of de bilregio bij inspanning die verminderen in rust en bovengenoemde afwijkingen bij doppleronderzoek;
  • Er is sprake van kritieke ischemie bij pijnklachten aan voet of been in rust en/of trofische stoornissen aan voet of been (wondjes; verminderde beharing; nagelafwijkingen) en een met een dopplerapparaat gemeten systolische enkeldruk lager dan 50 mmHg.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bij chronisch obstructief arterieel vaatlijden:

  • Stoppen-met-rokeninterventie en cardiovasculair risicomanagement (zie betreffende NHG-Standaard).
  • Verwijs bij claudicatio intermittens voor gesuperviseerde looptraining (fysiotherapeut) en zo nodig voor voetverzorging (pedicure met aantekening).

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer de progressie van claudicatio intermittens (ook in het niet-aangedane been) de eerste drie maanden maandelijks en vervolgens driemaandelijks gedurende het eerste jaar.
  • Controleer patiënten jaarlijks in het kader van cardiovasculair risicomanagement.
  • Controleer in overleg met de specialist patiënten na een chirurgische of endovasculaire ingreep op restenose.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Verwijs bij vermoeden van acute ischemie met spoed voor ontstolling en eventuele directe revascularisatie.
  • Verwijs bij vermoeden van chronisch obstructief arterieel vaatlijdenafhankelijk van lokale omstandigheden naar een multidisciplinair vaatteam of naar een vaatchirurg:
    • als een bepaling van EAI niet in eigen beheer kan worden uitgevoerd;
    • bij een gemiddelde EAI van 0,9 tot en met 1,0 en twijfel over de diagnose;
    • bij diabetes mellitus en een vermoeden van chronisch obstructief arterieel vaatlijden;
    • bij snelle progressie van de klachten;
    • bij blijvende klachten ondanks gesuperviseerde looptraining na 6 maanden;
    • bij kritieke ischemie voor aanvullend onderzoek en zo nodig invasieve behandeling.

SamenwerkingsafsprakenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Maak (regionale) samenwerkingsafspraken met andere zorgverleners.