U bent hier

Pelvic inflammatory disease

Cluster: 
W/X/Y. Zwangerschap / Anticonceptie / Geslachtsorganen man en vrouw
Status: 
In herziening - 2005

M50

Pelvic inflammatory disease M50 (september 2005: herzien t.o.v. de versie van 1995)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

‘Pelvic inflammatory disease’ (PID): ontsteking in het kleine bekken ten gevolge van verspreiding van micro-organismen(in 60% van de gevallen een seksueel overdraagbaar micro-organisme) vanuit de vagina en de cervix naar het endometrium, de tubae en aangrenzende structuren. Een PID manifesteert zich doorgaans met een subacuut klachtenpatroon; pijn in de onderbuik is obligaat.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Duur, beloop en lokalisatie van de pijn.
  • Koorts.
  • Mictieklachten, (veranderd) defecatiepatroon.
  • Relatie met de menstruele cyclus, tussentijds bloedverlies.
  • Mogelijkheid van zwangerschap.
  • Recente (<1 maand) IUD-insertie, curettage of partus.
  • Appendectomie, eerdere PID of endometriose in de voorgeschiedenis.
  • Risico op soa: onbeschermd seksueel contact met wisselende partners (of partner met wisselende contacten), nieuwe partner, partner met urethritis-klachten of een bewezen soa.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Lichaamstemperatuur.
  • Palpatie abdomen: drukpijn loslaatpijn, défense musculaire en lokalisatie hiervan.
  • Speculumonderzoek: purulente afscheiding uit de cervix.
  • Vaginaal toucher: opdrukpijn, slingerpijn, pijnlijke of gezwollen adnexen.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Urine-onderzoek (zie NHG-Standaard Urineweginfecties);
  • BSE-bepaling.
  • PCR-diagnostiek op een chlamydia-infectie en gonorroe, alsmede kweek op gonorroe met resistentiebepaling.
  • Zwangerschapstest als zwangerschap niet met zekerheid is uitgesloten.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

De criteria voor de diagnose PID zijn:

  1. niet-acute pijn in de onderbuik;
  2. opdruk- of slingerpijn bij vaginaal toucher;
  3. pijnlijke of gezwollen adnexen;
  4. BSE ≥15 mm of temperatuur >38 oC;
  5. geen aanwijzingen voor andere diagnosen (EUG, appendicitis, torsie adnextumor of myoom, geruptureerd of hemorragisch corpus luteum, urineweginfectie, dysmenorroe, prikelbare darm).

Start direct medicamenteuze behandeling bij aanwezigheid van alle vijf criteria. Wacht in de overige gevallen op de uitslagen van chlamydia- en gonorroetests onder frequente herevaluatie.

Overweeg ook direct te starten met medicamenteuze behandeling bij vrouwen met een verhoogd soa-risico, recente IUD-insertie, curettage of partus, PID in de voorgeschiedenis, purulente afscheiding uit de cervix of mogelijke kinderwens, zonder dat alle criteria aanwezig zijn.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Besteed aandacht aan de kans op SOA bij PID.
  • Besmetting hoeft niet altijd recent te hebben plaatsgevonden
  • De (vaste) mannelijke partner van een vrouw met PID krijgt het advies zich te laten onderzoeken, ook als hij geen klachten heeft.
  • Stel bij een aangetoonde chlamydia-infectie of gonorroe contactopsporing aan de orde.
  • Tampongebruik hoeft niet te worden ontraden.

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Adviseer geen inspannende werkzaamheden te verrichten, totdat de klachten duidelijk verminderd zijn
  • Vraag de patiënt dagelijks de temperatuur te meten.
  • Verwijder IUD pas bij controle na twee dagen.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Geef ofloxacine 2 dd 400 mg én metronidazol 2 dd 500 mg gedurende veertien dagen. Geef bij overgevoeligheid voor ofloxacine, doxycycline 2 dd 100 mg gedurende veertien dagen. Geef bij overgevoeligheid voor metronidazol clindamycine 3 dd 600 mg gedurende veertien dagen.
  • Als er sprake is van een partner met purulent écoulement of bewezen gonorroe bestaat de behandeling uit: ceftriaxon 500 mg i.m. éénmalig én ofloxacine 2 dd 400 mg én metronidazol 2 dd 500 mg gedurende veertien dagen. Geef bij overgevoeligheid voor ofloxacine, doxycycline 2 dd 100 mg gedurende veertien dagen. Geef bij overgevoeligheid voor metronidazol clindamycine 3 dd 600 mg gedurende veertien dagen.
  • Pas de behandeling eventueel aan na bekend worden van test- en kweekresultaten. Behandel bij een bewezen chlamydia-infectie of gonorroe ook mannelijke partners.

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Instrueer patiënt contact op te nemen bij verergering van de klachten.
  • Na twee dagen: evalueer effect van behandeling aan de hand van klachten en temperatuur. Bij een gunstig beloop controle na afloop van de kuur; bij onvoldoende verbetering lichamelijk onderzoek herhalen. Consulteer bij afwijkende bevindingen een gynaecoloog.
  • Na de kuur: bespreek de consequenties voor vruchtbaarheid en wijs op het verhoogde risico op een EUG. Zie voor adviezen rond soa-preventie de NHG-Standaard Het soa-consult.

Consultatie/verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Indicaties voor overleg met of verwijzing naar gynaecoloog:

  • diagnostische twijfel
  • ernstig algemeen ziek-zijn;
  • onvoldoende effect van behandeling;
  • vermoeden van abces in kleine bekken;
  • immuungecompromitteerde personen;.
  • zwangerschap.