U bent hier

Otitis media met effusie bij kinderen

Cluster: 
H. Oren
Status: 
Actueel - 2014

M18

Otitis media met effusie bij kinderen M18 (december 2014)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overweeg otitis media met effusie (OME) bij kinderen met de klacht gehoorverlies en/of lichte oorpijn en bij kinderen met vertraging in de spraak- en taalontwikkeling of gedragsproblemen.

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • frequente neusverkoudheid, hoorbare ademhaling tijdens slapen, openmondgedrag;
  • eerdere middenoorontsteking(en), frequentie, wanneer laatste keer;
  • klachten over slechthorendheid;
  • risicofactoren aanwezigheid OME (en langduriger beloop): aanwezigheid van syndroom van Down, palatoschisis, andere aangeboren kno-afwijkingen of operaties in het kno-gebied of een gecompromitteerd immuunsysteem;
  • uitslag van de gehoorscreeningstest(s);
  • taal- en spraakontwikkeling;
  • functioneren op school.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Inspecteer beide oren met een otoscoop en let daarbij op:

  • trommelvlies: kleur, positie (normaal, ingetrokken, bomberend), doorschijnendheid (helder of dof) en lichtreflectie;
  • aanwezigheid van een vloeistofspiegel of luchtbel(len) achter het trommelvlies.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Tympanometrie (indien beschikbaar).
  • Eventueel bij patiënten ≥ 6 jaar: audiometrie als verwijzing naar kno-arts voor het plaatsen van trommelvliesbuisjes wordt overwogen.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel de diagnose OME bij aanwezigheid van vloeistofspiegel of luchtbel(len) achter het trommelvlies. Elk ander afwijkend trommelvliesbeeld kan passen bij OME, behalve een rood, bomberend trommelvlies, hetgeen past bij een otitis media acuta (OMA).

De diagnose OME is waarschijnlijker bij aanwezigheid van één of meer van de volgende factoren:

  • voorafgaande (recidiverende) OMA;
  • veelvuldige bovensteluchtweginfecties;
  • één of meer risicofactoren (zie Anamnese);
  • een afwijkend tympanogram (B- of C2-tympanogram volgens Jerger).

De diagnose OME is minder waarschijnlijk bij:

  • een parelgrijs, doorschijnend en niet-ingetrokken trommelvlies met normale lichtreflex;
  • een normaal tympanogram (A- of C1-tympanogram volgens Jerger).

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Gunstig natuurlijk beloop: bij de helft van de kinderen treedt binnen drie maanden spontaan herstel op en bij driekwart binnen zes maanden.
  • OME leidt niet tot onherstelbare schade van het oor of gehoor.
  • Recidieven komen bij de helft van de kinderen voor.
  • Medicatie (intranasale decongestiva, antihistaminica, mucolytica, corticosteroïden, antibiotica) wordt niet aanbevolen.
  • De spraak- en taalontwikkeling kan op vierjarige leeftijd wat achterblijven, maar deze achterstand loopt het kind in de loop van de basisschoolperiode in.
  • Er is geen reden om zwemmen te ontraden.
  • Controle bij otitis media met effusie is niet nodig, behalve als de patiënt zes maanden na het begin van de klachten nog niet klachtenvrij is. Vraag de patiënt na drie maanden terug te komen als het gehoorverlies dan een nadelige invloed heeft op het functioneren of de ontwikkeling van het kind (duidelijke spraak- en taalachterstand, gedragsstoornissen). Zie Controle. Uiteraard mag de patiënt eerder terugkomen als de klachten sterk toenemen of er toenemende problemen zijn met het functioneren of bij ongerustheid.
  • Trommelvliesbuisjes worden door de kno-arts pas overwogen als:
    • de klachten langer dan drie maanden aanhouden én
    • de klachten een duidelijk nadelige invloed hebben op het functioneren of de ontwikkeling van het kind en/of
    • er een gehoorverlies (in het beste oor) is van ten minste 25 dB.
  • De huisarts en (de ouders van) de patiënt wegen samen de voor- en nadelen van het plaatsen van trommelvliesbuisjes af (zie ook keuzehulp op Thuisarts.nl).
    • Buisjes hebben gedurende zes tot negen maanden een gunstig maar gering effect op het gehoor.
    • Buisjes hebben geen duidelijk effect op de taal- en spraakontwikkeling of gedragsproblemen.
    • Na plaatsing ontstaat bij meer dan 50% van de kinderen ten minste eenmaal een loopoor.
    • Na een half jaar tot een jaar worden de meeste buisjes vanzelf uitgestoten, waarna zelden een trommelvliesperforatie blijft bestaan. Trommelvlieslittekens komen voor, maar hebben nauwelijks invloed op het gehoor en kunnen spontaan verdwijnen.

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

Controle bij OME is niet nodig, behalve:

  • als na 3 maanden het gehoorverlies nog een nadelige invloed heeft op het functioneren of de ontwikkeling van het kind (duidelijke spraak- en taalachterstand, gedragsstoornissen). Weeg samen met (de ouders van) de patiënt de voor- en nadelen van het plaatsen van trommelvliesbuisjes af (zie Voorlichting). Objectiveer bij kinderen ≥ 6 jaar eventueel het gehoorverlies met behulp van audiometrie (huisarts of eerstelijns diagnostisch centrum);
  • als de patiënt 6 maanden na het begin van de klachten nog niet klachtenvrij is.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs naar de kno-arts bij:

  • twijfel over de diagnose;
  • OME en aanwezigheid van één of meer risicofactoren (zie Anamnese);
  • langer dan 3 maanden bestaande OME waarbij het gehoorverlies een nadelige invloed heeft op het functioneren of de ontwikkeling van het kind (duidelijke spraak- en taalachterstand, gedragsstoornissen) én een voorkeur bestaat bij (de ouders van) de patiënt voor het plaatsen van trommelvliesbuisjes. Een gemiddeld gehoorverlies ≥ 25 dB in het beste oor draagt bij aan de beslissing om te verwijzen;
  • langdurige klachten (> 6 maanden) waarbij meer diagnostische zekerheid is gewenst.

Aandachtspunten trommelvliesbuisjesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Zwemmen mag, ook met het hoofd onder water. Ook douchen is geen probleem. Duiken in het zwembad is niet verstandig. Zwemmen met een loopoor wordt afgeraden.
  • Een loopoor komt regelmatig voor. Zie voor het beleid de NHG-Standaard Otitis media acuta bij kinderen.