U bent hier

Lumbosacraal radiculair syndroom

Cluster: 
L. Bewegingsapparaat
Status: 
Actueel - 2015

M55

Lumbosacraal radiculair syndroom M55 (Actualisering juni 2015: herzien t.o.v. de versie van 2005 )

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS): uitstralende pijn in één bil of been, al dan niet met andere prikkelingsverschijnselen (paresthesieën) en neurologische uitvalsverschijnselen (hypesthesie/hypalgesie, parese, verlaagde reflexen), die suggestief is voor prikkeling van één (soms twee) specifieke lumbosacrale zenuwwortel(s), meestal als gevolg van een discushernia.

Cauda-equinasyndroom: (uni- of bilaterale) motorische of sensibele uitval (rijbroekanesthesie), al dan niet in combinatie met hevige radiculaire pijn, urineretentie, incontinentie voor urine en/of feces als gevolg van compressie van meerdere sacrale zenuwwortels.

Ernstige parese: beweging die geen weerstand overwint.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • duur en beloop van de klachten;
  • lokalisatie, uitstraling, aard en intensiteit van de pijn; de mate van belemmering;
  • ernst van de pijn in het been in verhouding tot de ernst van de eventuele rugpijn;
  • sensibiliteitsstoornissen;
  • invloed van drukverhogende momenten, rust, beweging en houding op klachten;
  • voorgeschiedenis: eerdere lagerugpijn- en LRS-episodes, hun beloop en behandeling; maligniteit; recente ingreep aan de lumbale wervelkolom (zoals operatie of lumbaalpunctie);
  • klachten die kunnen wijzen op een ernstig beloop van een LRS: krachtsverlies, mictiestoornissen (incontinentie of retentie), sensibiliteitsstoornis in het rijbroekgebied.

Ga bij hevige pijn, een maligniteit in de voorgeschiedenis en/of een recente ingreep aan de wervelkolom na of er aanwijzingen zijn voor een ernstige of zeldzame oorzaak (bijvoorbeeld maligniteit, spondylodiscitis, radiculitis):

  • bijkomende klachten zoals algehele malaise, onverklaard gewichtsverlies, koorts;
  • voorafgaande tekenbeet, erythema migrans, hersenzenuwuitval, artritis.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Onderzoek (let op rechts-linksverschillen):

  • motoriek en sensibiliteit van de benen;
  • achillespees- en kniepeesreflex;
  • (gekruiste) proef van Lasègue en/of maximale vinger-vloerafstand bij vooroverbuigen;
  • bij vermoeden van een cauda-equinasyndroom: sensibiliteit van het rijbroekgebied.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Aanvraag van beeldvormende diagnostiek door de huisarts wordt bij vermoeden van een LRS ontraden.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stel de diagnose LRS als het beeld voldoet aan de criteria (zie Begrippen).
  • Stel vast of er aanwijzingen zijn voor een ernstig beloop, zoals een cauda-equinasyndroom of een ernstige of snel progressieve parese (zie Begrippen).
  • Stel vast of er een vermoeden is van een ernstige of zeldzame oorzaak van het LRS, zie [tabel 3] in de hoofdtekst voor risicofactoren voor en kenmerken van deze oorzaken.
  • Zie [stroomdiagram] voor de indicaties voor spoedverwijzing.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Leg uit dat er sprake is van prikkeling van een zenuwwortel in de rug, meestal door een uitpuilende tussenwervelschijf. Vijfenzeventig procent van de patiënten herstelt spontaan in de eerste drie maanden.
  • Adviseer in beweging te blijven en door te gaan met de dagelijkse activiteiten voor zover de klachten dit toelaten.
  • Leg uit dat als de klachten na zes tot acht weken onvoldoende zijn verbeterd opnieuw een behandelkeuze gemaakt kan worden: operatieve behandeling, die na verwijzing in de regel bij een klachtenduur van twaalf weken zal plaatsvinden, of voortgezette conservatieve behandeling. Zie [tabel 4] in de hoofdtekst voor de aspecten die bij deze keuze van belang zijn.
  • Adviseer de patiënt direct contact op te nemen bij: het ontstaan van een doof gevoel in het rijbroekgebied, ongewild verlies van urine of ontlasting of juist niet kunnen plassen en/of toenemend verlies van spierkracht in de benen.

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Overweeg na enkele weken verwijzing naar een fysiotherapeut indien een intensievere activerende begeleiding nodig is.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Geef adequate pijnstilling conform het stappenplan in de FTR Medicamenteuze pijnbestrijding (per sept 2015 NHG-Standaard Pijn). Schrijf de medicatie op vaste tijden voor. Hoog de medicatie zo nodig, op geleide van de pijn, op.
  • Overweeg bij hevige pijn en/of contra-indicaties voor NSAID’s direct te starten met (zwakwerkende) opiaten, in combinatie met paracetamol en NSAID’s (tenzij gecontra-indiceerd). Hoog de medicatie bij hevige pijn snel op.

Controles en verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Zie het [stroomdiagram] voor controletermijnen en verwijscriteria.
  • Bespreek met de patiënt, bij een klachtenduur langer dan zes tot acht weken en onvoldoende afname van de pijn en/of uitvalsverschijnselen, of het voortzetten van de (in opzet) conservatieve behandeling of verwijzing naar de neuroloog ter beoordeling van de indicatie voor operatieve behandeling de voorkeur heeft.