U bent hier

Lichen sclerosus

Cluster: 
S. Huid en subcutis
Status: 
Actueel - 2012

M101

Lichen sclerosus M101 (November 2012)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Lichen sclerosus: huidaandoening gekenmerkt door atrofie (‘sigarettenpapier’) en/of hyperkeratose, macroscopisch herkenbaar als scherp begrensde, porseleinwitte glanzende plekken, op den duur aanleiding gevend tot anatomische veranderingen, zoals verdwijnen van de labia minora en vernauwing van de introïtus vaginae.
  • Balanitis xerotica: lichen sclerosus van de glans en het preputium van de penis.
  • Plaveiselcelcarcinoom: maligne tumor van de epidermis, met de potentie tot ingroei in onderliggende weefsels en metastasering; een plaveiselcelcarcinoom kan ontstaan uit lichen sclerosus.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Aard van de klachten (jeuk, pijn, ulceratie, phimosis, erectiestoornis).
  • Lokalisatie van de huidafwijkingen, huidafwijkingen elders.
  • Duur en beloop van urogenitale klachten.
  • Mate van hinder.
  • Gevolgen van de klachten voor de seksualiteit.
  • Andere klachten zoals mictieklachten, vaginale fluor, menopauzale klachten, pruritus ani en (vooral bij kinderen) obstipatie en pijn bij defecatie.
  • Eerdere episoden, beloop en eventuele behandeling daarvan.
  • Eventueel zelf toegepaste behandelingen.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Lokalisatie afwijkingen: vulva, penis, perineum en/of perianaal.
  • Eventuele extragenitale lokalisatie (vooral op de romp).
  • Aard huidafwijkingen: porseleinwitte atrofische plekken, eventueel met hyperkeratose, erosies, fissuren, soms ook kleinvlekkige bloedingen, papels of maculae.
  • Aanwijzingen voor anatomische veranderingen:
    • bij vrouwen: verstrijken of resorberen van de labia minora, vernauwing van de introïtus vaginae, ‘verborgen clitoris’;
    • bij mannen: phimosis, meatusstenose.
  • Alarmsymptomen passend bij plaveiselcelcarcinoom:
    • niet-genezende defecten (ulcera of erosies);
    • zwellingen (verruceuze laesies, nodi);
    • persisterende pijn;
    • unilaterale afwijkingen;
    • vergrote liesklieren.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij twijfel aan de diagnose anogenitale lichen sclerosus is een stansbiopt geïndiceerd. Neem geen biopt bij kinderen, mannen of vermoeden van maligniteit.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel de diagnose lichen sclerosus op grond van anamnese (vooral genitale jeuk, dyspareunie en/of dysurie) en lichamelijk onderzoek (porseleinwitte verkleuring van de huid met sclerosering en eventueel verandering van de anatomie). Een biopt kan de diagnose bevestigen.

  • Differentiële diagnose:
    • dermatomycose: jeukende erythematosquameuze laesies;
    • postmenopauzale atrofie: dun, atrofisch vaginaslijmvlies bij oudere, maar overigens normale, huid;
    • eczeem: verschillende efflorescenties naast elkaar;
    • (genitale) lichen planus: hierbij soms betrokkenheid van het vaginaslijmvlies (scherp begrensde, erythemateuze en gemakkelijk bloedende laesies van het vaginaslijmvlies, pijn op de voorgrond), vaak extragenitale laesies van mondslijmvlies, huid, behaarde hoofd en nagels;
    • vitiligo: depigmentatie, scherpe begrenzing, geen schilfering, voorkeurslokalisatie gezicht en handrug, weinig tot geen jeuk;
    • maligniteit: niet-genezende defecten, zwellingen, persisterende pijn, unilaterale afwijkingen, vergrote liesklieren.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Chronische, niet-besmettelijke ontsteking van de huid; oorzaak onbekend.
  • Risico op blijvende anatomische afwijkingen; zelden maligne ontaarding.
  • Regelmatig (zelf)onderzoek, bijvoorbeeld maandelijks, en signaleren van veranderingen (wondjes, zwelling, pijn) zijn belangrijk.
  • Bij seksuele problemen: geef adviezen (verbetering vochtigheid, andere coïtushouding) of verwijs.
  • Doel van behandeling is verlichting van klachten en voorkomen van complicaties.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Start met:
    • klasse-4-corticosteroïd (zoals 0,05%-clobetasolzalf) 1 maal daags, gedurende 1 maand; bij milde klachten eventueel klasse-3-corticosteroïd (0,1%-mometasonzalf);
    • daarnaast: indifferente zalf (koelzalf) of vette crème (vaselinecetomacrogolcrème, vaselinelanettecrème) minstens 1 maal daags.
  • Na een maand:
    • bij vermindering klachten: bouw corticosteroïd in maximaal 2 maanden af; continueer indifferente zalf of vette crème;
    • bij ontbreken van vermindering van klachten ondanks goede therapietrouw: heroverweeg diagnose en let op mogelijke gevolgen van littekenvorming.
  • Bij recidief na klachtenvrije periode: start lokale behandeling volgens bovenstaand schema.
  • Bij hardnekkige recidiverende klachten: onderhoudsbehandeling van 0,05%-clobetasolzalf 1 tot 2 maal per week.
  • Geef geen proefbehandeling met corticosteroïd bij onzekere diagnose.

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Eerste controle na 2 tot 4 weken.
  • Bij remissie van de aandoening: verminder controlefrequentie tot (half)jaarlijks.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Binnen 2 weken: bij kenmerken van plaveiselcelcarcinoom.
  • Regulier:
    • kinderen met vermoeden lichen sclerosus (bij voorkeur (kinder)dermatoloog);
    • mannen met lichen sclerosus in combinatie met phimosis en sproeiende mictie;
    • bij twijfel aan de diagnose;
    • bij onvoldoende reactie na 1 maand behandeling;
    • bij uitgebreide sclerosering;
    • bij seksuele disfunctie (in eerste instantie gynaecoloog, zo nodig seksuoloog);
  • Inventariseer in eigen regio welke specialisten expertise hebben.
  • Maak duidelijke afspraken over controle van patiënten na terugverwijzing naar de huisarts.