U bent hier

Kinderen met koorts

Cluster: 
A. Algemeen
Status: 
Actueel - 2016

M29

Kinderen met koorts M29 (Actualisering november 2016: herzien t.o.v. de versie van 2008)

Telefonische triageNaar de tekst van de NHG-Standaard

Via telefonische triage wordt beoordeeld of het kind gezien moet worden en op welke termijn.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Indruk ouders over ernst ziek-zijn (drinken, sufheid, huilen, anders ziek dan ouders gewend zijn).
  • Hoeveelheid vochtinname en aantal plasluiers (met name < 2 jaar).
  • Beloop en duur koorts, andere ziekteverschijnselen.
  • Mogelijke focus: huid, neurologisch, kno, longen, gastro-intestinaal, urologisch, bewegingsapparaat.
  • Comorbiditeit, immuungecompromitteerd, vaccinatiestatus, medicatiegebruik, recent verblijf in het buitenland.
  • Zieken in de omgeving.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Temperatuur (< 3 maanden altijd rectaal meten), mate van ziek-zijn (bewustzijn, prikkelbaarheid, huilen, troostbaarheid), hydratietoestand.
  • Huid: kleur, vlekjes.
  • Meningeale prikkeling.
  • Kwaliteit van de circulatie: hartfrequentie, capillaire refill tijd (CRT).
  • Ademfrequentie, gebruik van hulpademhalingsspieren, neusvleugelen, onderzoek van de longen.
  • Onderzoek van kno-gebied, regionale lymfeklieren, abdomen, gewrichten en ledematen.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht urineonderzoek als er geen focus voor de koorts is gevonden. Doe bij positieve nitriet- en/of leukotest altijd een kweek [zie de NHG-Standaard Urineweginfecties].

Alarmsymptomen:

  • Ernstig zieke indruk
  • Verlaagd bewustzijn
  • Zwak, op hoge toon of continu huilen
  • Meningeale prikkelingsverschijnselen en/of bomberende fontanel
  • Aanhoudend braken
  • Petechiën
  • Bleek of grauw zien
  • Verminderde huidturgor
  • Tekenen van ernstige tachypneu en/of dyspneu (neusvleugelen, intrekkingen)
  • Verminderde perifere circulatie (CRT > 3 sec)
  • Status epilepticus, focale neurologische tekenen, focale convulsies

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Maak het volgende onderscheid:

Zeer hoog risico op een onderliggende ernstige infectie of gecompliceerd beloop:

  • Aanwezigheid alarmsymptomen.
  • Kind < 1 maand met koorts.
  • Kind < 3 maanden met koorts zonder focus.

Verwijs direct naar de kinderarts.

Verhoogd risico op een onderliggende ernstige infectie of gecompliceerd beloop:

  • Kind 1-3 maanden met koorts met bekend focus.
  • Kind > 3 maanden met 1 of meer van de volgende symptomen:
    • door ouders gerapporteerde bleke kleur, ander ziektebeloop dan eerdere ziekte-episoden;
    • activiteit: reageert niet normaal, alleen alert na stimulering, minder actief, niet lachen;
    • respiratoir: neusvleugelen, crepitaties bij auscultatie, verhoogde ademhalingsfrequentie;
    • circulatie en hydratiestatus: verhoogde hartfrequentie, verminderde vochtinname en/of urineproductie (met name bij zuigelingen).
    • Overig: zwelling of functiebeperking gewricht of ledemaat, aanwijzingen voor de (zeldzame) ziekte van Kawasaki (o.a. aanhoudende hoge koorts > 5 dagen).
      • Kind met belaste voorgeschiedenis (zoals pulmonale of cardiale pathologie), onvolledige vaccinatiestatus, immuungecompromitteerd (bijv. gebruik immunosuppresiva), recent verblijf in het buitenland.

Laag risico op een onderliggende ernstige infectie of gecompliceerd beloop:

  • Duidelijk focus van koorts (bij kinderen > 3 maanden). Beloop meestal gunstig (te beïnvloeden).
  • Geen symptomen die passen bij een ernstige infectie of gecompliceerd beloop.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

De huisarts bepaalt het beleid op basis van de mate van ziek-zijn, de aan- of afwezigheid van een focus van de koorts, comorbiditeit en het risico op het ontwikkelen van een ernstige infectie of complicatie.

Voorlichting en zelfzorgadviesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Uitleg dat koorts een normaal afweersymptoom is.
  • De mate van ziek-zijn is belangrijker dan de hoogte van de koorts; duur van de koorts kan variëren (enkele dagen tot soms 10 dagen). De helft van de kinderen met koorts is na 4 dagen koortsvrij.
  • Geef informatie over het te verwachten beloop van de vastgestelde ziekte en verwijs naar www.thuisarts.nl; spreek zo nodig een (telefonische) herbeoordeling af.
  • Instrueer de ouders/verzorgers om het kind te observeren, te letten op verandering van het gedrag en om contact op te nemen bij achteruitgang of bij alarmsymptomen/klachten.

HerbeoordelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Overweeg bij een verhoogd risico op een ernstige infectie of gecompliceerd beloop na 24-48 uur een (telefonische) herbeoordeling te (laten) doen.
  • Herbeoordeel bij een verhoogd risico op dehydratie (< 2 jaar en frequente waterdunne diarree, diarree met koorts, frequente waterdunne diarree met aanhoudend braken, minimale vochtopname, opvallende dorst) na ongeveer 4 uur.

Medicamenteuze behandeling Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Koorts als zodanig behoeft geen behandeling; bij pijn is paracetamol eerste keus, ibuprofen tweede keus.
  • Er is geen indicatie voor het geven van antibiotica bij kinderen met koorts zonder focus.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Kinderen met alarmsymptomen.
  • Kinderen < 1 maand.
  • Kinderen van 1 tot 3 maanden, tenzij er een duidelijk verklarend focus voor de koorts is zonder alarmsymptomen.
  • Bij vermoeden van de ziekte van Kawasaki.
  • Kinderen bij wie de huisarts een infectie vermoedt of heeft vastgesteld en behandeling in de eerste lijn onvoldoende veiligheid lijkt te bieden.
  • Bij twijfel over de haalbaarheid van herbeoordeling bij kinderen met een verhoogd risico op een ernstige infectie of gecompliceerd beloop of bij verhoogd risico op dehydratie.
  • Bij behoefte aan diagnostische zekerheid.

KoortsconvulsieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Instrueer bij telefonisch contact de mondholte van het kind met een vinger leeg te maken, het kind op de zij te draaien (ter voorkoming van aspiratie) en te voorkomen dat het zich verwondt.

Convulsie nog niet voorbij:

  • Eerste keus: diazepam rectaal (< 6 maanden 2,5 mg; 6 maanden - 3 jaar 5 mg; > 3 jaar 10 mg).
  • Tweede keus: midazolam (off-label) intramusculair of oromucosaal (0,2 mg/kg, max.10 mg/dosis).
  • Bij aanhoudende convulsie: dezelfde dosis diazepam of midazolam na 10 resp. 5 minuten herhalen.
  • Indien na 15 minuten nog convulsies: spoedopname.

Convulsie voorbij:

  • Zoek focus (vooral tekenen van meningitis); beoordeel bij twijfel opnieuw na enkele uren.
  • Informeer de ouders over de goede prognose van de koortsconvulsie.
  • Laat diazepam rectiole achter met instructie voor toepassing bij een eventueel recidief.

Verwijzing bij koortsconvulsieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Atypische koortsconvulsie.
  • Tekenen van meningitis: meningeale prikkelingsverschijnselen, petechiën en/of verlaagd bewustzijn.