U bent hier

Incontinentie voor urine bij vrouwen

Cluster: 
U. Urinewegen
Status: 
Actueel - 2015

M46

Incontinentie voor urine bij vrouwen M46 (Actualisering juli 2015: herzien t.o.v. de versie van 2006)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vragen om vast te stellen om welk type incontinentie het gaat:

  • Urineverlies tijdens hoesten, niezen, springen, tillen, rennen?
  • Urineverlies met sterke aandranggevoelens?
  • Urineverlies zonder aandrang of activiteiten die drukverhoging in de buik geven?

Informeer naar ernst en impact van de klachten. Informeer naar bijdragende factoren zoals (recente) zwangerschap en (vaginale) bevalling, gebruik van geneesmiddelen, operaties of bestraling in het kleine bekken en comorbiditeit, zoals COPD, astma of chronische obstipatie.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Let bij onderzoek van de buik en gynaecologisch onderzoek op operatielittekens, urogenitale prolaps, tumoren in de onderbuik en een palpabele blaas. Beoordeel tijdens het vaginaal toucher of de vrouw in staat is de bekkenbodemspieren aan te spannen en te ontspannen.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Laat de vrouw bij onduidelijkheid over de ernst en frequentie van de incontinentie gedurende drie dagen een mictiedagboek invullen. Sluit op indicatie een urineweginfectie uit (zie de NHG-Standaard Urineweginfecties).

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stressincontinentie: urine-incontinentie zonder aandrang bij intra-abdominale drukverhoging, zoals bij sporten, niezen of hoesten.
  • Urgency-incontinentie: urine-incontinentie die samengaat met of direct wordt voorafgegaan door een plotselinge onbedwingbare aandrang om te plassen.
  • Gemengde incontinentie: urine-incontinentie met zowel kenmerken van stress- als van urgency-incontinentie.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Richt de aanpak bij gemengde incontinentie eerst op de klachten die het meest op de voorgrond staan. Voeg bij onvoldoende effect na zes weken de behandeling van het andere type incontinentie toe.

Alle typen incontinentieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting

  • Leg bij stressincontinentie uit dat de klachten veroorzaakt worden doordat de afsluiting van de blaas door verslapping van de bekkenbodemspieren niet optimaal functioneert.
  • Leg bij urgency-incontinentie uit dat de klachten veroorzaakt worden door een toegenomen prikkelbaarheid van de blaas, waarvan de oorzaak meestal niet bekend is.

Bespreek de ernst van de incontinentie en de impact daarvan op het dagelijks leven.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Heroverweeg het gebruik van geneesmiddelen die incontinentie kunnen doen ontstaan of doen toenemen.
  • Optimaliseer – indien mogelijk – de behandeling van relevante comorbiditeit.
  • Adviseer bij obesitas (BMI ≥ 30 kg/m2) gewichtsreductie.
  • Adviseer een normale vochtinname en goede toiletgewoonten (goed uitplassen, niet persen tijdens het plassen).
  • Bespreek de optie om opvangmateriaal te gebruiken.

StressincontinentieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Adviseer bekkenbodemspieroefeningen: ten minste drie keer per dag tien keer maximaal aanspannen gedurende zes tot acht seconden (en rustig doorademen) en daarna volledig ontspannen gedurende enkele seconden.
  • Of adviseer een (ring)pessarium (voor instructie: zie www.nhg.org).
  • Overweeg bij vrouwen met ernstige klachten (meerdere keren per week incontinentie en veel hinder) het laten plaatsen van een midurethraalbandje als eerste behandelstap.
  • Overweeg bij zwangere of pas bevallen vrouwen het eerste half jaar het natuurlijke beloop af te wachten.

Urgency-incontinentieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Adviseer blaastraining:

  • stel een mictieschema op met als basisinterval de tijd die de laatste dagen tussen twee micties zat;
  • tips om tussentijdse urgencyklachten te verminderen (eventueel op het toilet):
  • zoek afleiding, probeer te ontspannen; span de bekkenbodem licht aan en ontspan vervolgens; herhaal dit zolang de urgency terugkomt of aanhoudt;
  • de vrouw breidt wekelijks het interval tussen twee micties met vijftien tot dertig minuten uit bij afname van het aantal incontinentie-episodes en de urgency.

Bij onvoldoende effect van blaastraining na 3 maanden: overweeg toevoegen van tolterodine met gereguleerde afgifte 4 mg 1 dd 1 tablet.

Controles alle typen incontinentieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer twee weken na de start met bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining (herhaal zo nodig de instructies, motiveer de vrouw de oefeningen voort te zetten).
  • Evalueer het effect na minimaal zes weken, vooral bij blaastraining met behulp van een mictiedagboek. Bij geen verbetering: heroverweeg de diagnose en het beleid.
  • Zet bij verbetering de behandeling voort en evalueer het effect na drie maanden. Bij voldoende effect: benadruk het belang van regelmatig oefenen om het effect te behouden.
  • Bij onvoldoende effect na drie maanden: bespreek de andere behandelopties.

Medicamenteuze behandeling (urgency-incontinentie)Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer twee weken na start tolterodine op therapietrouw en bijwerkingen.
  • Evalueer na vier tot zes weken het effect (eventueel met mictiedagboek). Continueer de medicatie bij duidelijke verbetering en acceptabele bijwerkingen gedurende drie tot zes maanden en stop deze dan op proef. Bij onacceptabele droge mond door tolterodine: overweeg oxybutyninepleister (minder vaak droge mond, vaker huidirritatie, duurder).

Consultatie, verwijzing en samenwerkingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs voor oefentherapie naar een (bekken)fysiotherapeut wanneer:

  • de vrouw er na instructie niet in slaagt om de bekkenbodemspieren aan te spannen of te ontspannen of bij wie om andere redenen meer begeleiding nodig lijkt;
  • de vrouw daar voorkeur aan geeft;
  • oefentherapie in de huisartsenpraktijk na zes weken onvoldoende effectief is (ter overweging).

Verwijs naar een medisch specialist (gynaecoloog of uroloog) bij:

  • onvoldoende verbetering met bekkenbodemspieroefeningen na drie maanden en/of een pessarium;
  • ernstige stressincontinentie met de wens om geopereerd te worden;
  • incontinentie na een eerdere operatieve behandeling van stressincontinentie;
  • onvoldoende resultaat van blaastraining en medicamenteuze behandeling.