U bent hier

Hoofdpijn

Cluster: 
N. Zenuwstelsel
Status: 
Actueel - 2014

M19

Hoofdpijn M19 (januari 2014)


Tabel 1 Kenmerken van spanningshoofdpijn, migraine, medicatieovergebruikshoofdpijn en clusterhoofdpijn

Klik op het plaatje voor een grote versie

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

De huisarts vraagt naar:

  • aard, ernst, tijdstip van de dag, lokalisatie, patroon en duur van de hoofdpijn;
  • al dan niet bekend zijn met de huidige vorm van hoofdpijn;
  • begeleidende symptomen (misselijkheid, braken), aura of prodromale verschijnselen;
  • provocerende factoren;
  • visusstoornissen;
  • medicatie zoals analgetica (paracetamol, NSAID’s), triptanen, anticonceptie, antidepressiva, sint-janskruid;
  • cafeïnegebruik;
  • gedrag tijdens een hoofdpijnaanval;
  • familieanamnese met betrekking tot hoofdpijn;
  • mate van belemmering in het dagelijks functioneren thuis, op het werk, op school of in de vrije tijd;
  • zorgen, ongerustheid, specifieke vragen en verwachtingen van de patiënt.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht:

  • bij aanwijzingen voor ernstige aandoeningen (zie Evaluatie, [tabel 2]) en bij chronische hoofdpijn (≥ 15 dagen per maand): neurologisch onderzoek;
  • bij zwangeren: gericht onderzoek ter uitsluiting van pre-eclampsie of HELLP (zie NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode);
  • bij een patiënt ≥ 50 jaar: bloeddrukmeting.

Breid het lichamelijk onderzoek gericht uit wanneer anamnese of hulpvraag daartoe aanleiding toe geeft.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voor het stellen van de diagnose spanningshoofdpijn, migraine, medicatieovergebruikshoofdpijn of clusterhoofdpijn: zie [tabel 1]. Zie [tabel 2] voor kenmerken van ernstige, met hoofdpijn gepaard gaande, aandoeningen.


Tabel 2 Kenmerken van ernstige, met hoofdpijn gepaard gaande, aandoeningen

Wees alert op ernstige, met hoofdpijn gepaard gaande, aandoeningen, waarvoor beoordeling door de huisarts op korte termijn of verwijzing naar de tweede lijn, noodzakelijk is (zie de hoofdtekst voor het volledige overzicht)
Kenmerken Differentiële diagnose
(per)acuut ontstane, zeer heftige hoofdpijn eventueel in combinatie met nekpijnmeningitis, beroerte, subarachnoïdale bloeding
nekstijfheid/neurologische symptomenmeningitis, hersentumor
hoofdpijn met koorts (en gedaald bewustzijn)meningitis
toename van hoofdpijn < 6 weken na trauma capitis (vooral bij ouderen)sub/epiduraal hematoom
hoofdpijn in de zwangerschap (derde trimester)(pre-)eclampsie, HELPP
hoofdpijn en leeftijd < 6 jaarhersentumor, hydrocephalus
nieuwe hoofdpijn en leeftijd ≥ 50 jaarhersentumor, arteriitis temporalis (zie NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis), maligne hypertensie
hoofdpijn met ochtendbraken; braken niet gerelateerd aan hoofdpijnhersentumor, cerebrale sinus trombose

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

SpanningshoofdpijnNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling

  • Vaak multifactorieel bepaald; spanning is niet altijd de oorzaak maar kan hoofdpijn wel onderhouden; verband tussen oorzaak en gevolg lastig te leggen.
  • Overweeg de werkhypothese SOLK bij frequente en chronische spanningshoofdpijn en exploreer in dat geval de onderhoudende factoren en de ernst van SOLK.

Medicamenteuze behandeling: eventueel incidenteel paracetamol of NSAID, cave medicatieovergebruikshoofdpijn.

MigraineNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling

  • Staak bezigheden en neem rust bij de eerste verschijnselen.
  • Bespreek eventuele provocerende factoren (bijvoorbeeld stress, onregelmatig leven, slaapgebrek).

Medicamenteuze behandeling

Aanvalsbehandeling

  • Start met pijnstilling, zonodig in combinatie met een anti-emeticum; let bij evaluatie van medicatie op dosering (voldoende hoog) en moment van inname (begin van hoofdpijn).
  • Start met paracetamol 1000 mg oraal of rectaal (max. 4000 mg per dag).
  • Indien onvoldoende werkzaam:
    • NSAID, bijvoorbeeld ibuprofen 600 mg (max. 2400 mg/dag) of naproxen 500 mg (max. 1000 mg/dag) of
    • triptaan, bijvoorbeeld sumatriptan 50 mg (max. 150 mg/dag) of 100 mg (max. 300 mg/dag) of zolmitriptan 2,5 mg (max. 5 mg/dag) of 5 mg (max. 10 mg/dag).

Preventieve behandeling

  • Eerste keus: metoprolol mga 1 dd 100 mg (max. 200 mg/dag).
  • Tweede keus (facultatief): topiramaat, start 1 dd 25 mg (max. 2 dd 50 mg) of valproïnezuur mga (1 tot 2 dd 500 mg).
  • Derde keus (facultatief): amitriptyline, start 1 dd 10 mg tot 25 mg (max. 75 tot 100 mg/dag).

MedicatieovergebruikshoofdpijnNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling

  • Leg uit dat er sprake is van gewenning; door het innemen van de hoofdpijnmedicatie neemt de hoofdpijn toe.
  • Staak onder begeleiding alle hoofdpijnmedicatie.
  • Waarschuw voor verergering van de hoofdpijn als onttrekkingsverschijnsel, gemiddeld 1 tot 2 weken durend.
  • Gedurende deze fase is de patiënt soms niet in staat om te werken of dagelijkse activiteiten uit te voeren.
  • Intensieve (telefonische) begeleiding van de patiënt is in deze eerste weken noodzakelijk.

ClusterhoofdpijnNaar de tekst van de NHG-Standaard

Medicamenteuze aanvalsbehandeling: 100% O2 7 tot 15 liter via kapje (op geleide van het effect) gedurende 15 minuten, of sumatriptan 6 mg subcutaan.