U bent hier

Rood oog en oogtrauma

Cluster: 
F. Ogen
Status: 
Actueel - 2017

M57

Rood oog en oogtrauma M57 (Actualisering december 2017; herzien t.o.v. de versie van 2006)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar alarmsymptomen: pijn, visusverandering, lichtschuwheid, misselijkheid of braken.

Vraag bij trauma naar: corpus alienum, fysiek geweld, etsing, frezen, slijpen/slaan van metaal of uv-straling.

  • Instrueer bij etsing de patiënt om het oog direct zelf tien minuten te spoelen en daarna direct te komen.

Indien geen trauma, vraag naar:

  • duur, beloop en soort klachten: afscheiding uit het oog, dichtgeplakte ogen ('s morgens), corpus-alienumgevoel/afwijkend gevoel of gevoel van branderigheid, jeuk en andere klachten passend bij allergische aandoeningen
  • recent contact met personen met een rood oog of recente bovensteluchtweginfectie; blootstelling aan stof en wind, of excessief wrijven
  • soa-risico: bij vermoeden soa of zich zeer snel ontwikkelende, heftige klachten
  • voorgeschiedenis: recente laserbehandeling of oogoperatie; eerdere episode van rood oog; geneesmiddelengebruik, zelfmedicatie en cosmeticagebruik; dragen en onderhouden van contactlenzen

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Inspecteer:

  • oogleden: roodheid, zwelling, vesikels, entropion, ectropion, trichiase
  • conjunctiva: oppervlakkige roodheid, lokalisatie, afscheiding
  • (epi)sclera: diepe of ciliaire roodheid, lokalisatie, bloeding
  • cornea: raambeeld, glasvochttroebeling/verkleuring, vaatingroei, corpus alienum
  • contactlenzen: aanwezigheid, defecten, aanslag
  • pupillen: vorm, grootte, links-rechtsverschil en (in)directe pupilreacties op licht (pijn, pupilvervorming)
  • huid gelaat: afwijkingen passend bij herpes zoster
  • bij corpus-alienumgevoel of rood oog zonder verklaring: ruimte achter onderste en bovenste ooglid

Bij twijfel over type roodheid: beoordeel verschuifbaarheid roodheid met nat wattenstokje na toediening druppel oxybuprocaïne: verschuifbare roodheid gaat uit van conjunctiva, niet-verschuifbare roodheid van (epi)sclera.

Tussenevaluatie spoedsituatiesNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stel vast of na anamnese en lichamelijk onderzoek al een spoedverwijsindicatie bestaat bij:

  • corneaperforatie of na slaan van metaal op metaal bij rood oog of andere oogafwijking of -klacht
  • ernstige contusie of ernstige etsing: zie evaluatie
  • acuut glaucoom (zie evaluatie) of rood oog door een sinusitis
  • conjunctivitis bij pasgeborenen < 10 dagen (vermoeden soa)
  • gordelroos in het gelaat en elke oogklacht of -afwijking

VervolgonderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Doe vervolgonderzoek bij alarmsymptomen, oogtrauma, ciliaire of sclerale roodheid, afwijking van cornea of pupillen/pupilreacties en vesikels op de oogleden.

Verdoof het oog bij veel pijn met een druppel oxybuprocaïne.

Bij droge ogen en vermoeden keratoconjunctivitis sicca: verricht ook fluoresceïnekleuring.

Het vervolgonderzoek omvat:

  • visusbepaling
  • beoordeling cornea-epitheel en -stroma met zijdelings en opvallend licht en na fluoresceïnekleuring
  • beoordeling voorste oogkamer op aanwezigheid pus, bloed of lensluxatie

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij vermoeden soa (leeftijd > 10 dagen): sluit keratitis uit door fluoresceïnekleuring. Verricht NAAT/PCR (chlamydia en gonorroe) én kweek en resistentiebepaling (gonorroe)

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Niet-traumatisch rood oog zonder alarmsymptomen

  • Infectieuze conjunctivitis:
    • banale verwekker: conjunctivale roodheid, tranen, irritatie, (muco)purulente afscheiding, (vooral 's morgens) aan elkaar geplakte oogleden, soms jeuk en periorbitaal oedeem
    • herpes-simplexvirus (HSV), vaak blefaroconjunctivitis: vesiculaire huidlaesies, opgezette oogleden, tranen en irritatie
    • vermoeden soa (chlamydia of gonokokken): op basis van anamnese bij seksueel actieve patiënten of bij acuut ontstaan zeer heftig pussend, rood oog (gonokok)
  • Allergische conjunctivitis: jeuk, branderig, tranen, conjunctivale roodheid, zwelling en ooglidoedeem
  • Conjunctivitis door contactallergie: periorbitaal eczeem en jeuk bij conjunctivale roodheid bij gebruik van cosmetica, genees- of conserveringsmiddelen in oogdruppels en lensreinigings-/bewaarvloeistoffen
  • Conjunctivitis door mechanische irritatie: aanwijsbare mechanische oorzaak, zoals stof, wind of wrijven
  • Subconjunctivale bloeding: acuut ontstane, pijnloze, lakrode, scherp begrensde sclerale roodheid
  • Episcleritis: acuut ontstane vaak segmentale, sclerale roodheid, soms lichte irritatie

Niet-traumatisch rood oog met alarmsymptomen

  • Acuut glaucoom: hevige hoofdpijn, misselijkheid, braken, visusdaling, zien van halo's rond lichtbronnen, rood oog (conjunctivaal of scleraal), corneatroebeling, middelwijde, lichtstijve pupil; bij ouderen vaker atypische presentatie (misselijkheid/braken na cataractoperatie)
  • Keratitis (of cornea-ulcus): pijn, fotofobie, visusklachten, conjunctivale roodheid en aankleuring met fluoresceïne; corneastroma kan troebel of wittig verkleurd zijn. Maak onderscheid tussen:
    • keratitis dendritica (HSV): dendriet na fluoresceïnekleuring, geen stromale aantasting
    • andere keratitiden: randinfiltraatje bij contactlensdragers of bij stromale aantasting
  • Rood oog of andere oogafwijking of oogklacht bij gordelroos in gelaat
  • Scleritis: pijn en sclerale roodheid (lokaal of totaal), vaak chemose, soms grijsblauwe scleratint
  • Uveitis anterior (iridocyclitis): pijn en ciliaire roodheid; eventueel met nauwe pupil, hypopyon, gestoorde of pijnlijke directe en indirecte pupilreactie op licht

Droge ogen, keratoconjunctivitis sicca of blefaritis

  • Droge ogen: branderig, vermoeid, stekend gevoel, soms conjunctivale roodheid, fotofobie, dichtgeplakte oogleden, visusafname, gunstig effect indifferente middelen/kunsttranen
  • Keratoconjunctivitis sicca: droge en vaak rode ogen met droge plekken, slijm of epitheeldraden op cornea, aankleuring cornea bij onderzoek met fluoresceïne
  • Blefaritis (of blefaroconjunctivitis): ontstoken, gezwollen, schilferende, rode ooglidranden met rode fornix
  • Stafylokokkenblefaritis: heftige blefaritis anterior met uitval wimperharen

Traumatische oogaandoeningen

  • Cornea- of diepere oogperforatie: oogklachten of -afwijkingen na slaan van metaal (ook als corpus alienum niet zichtbaar is) of zichtbare sclera/cornea/irislaesies of corpus alienum in het oog
  • Oogcontusie, ernstig: visusdaling, dubbelzien, lichtflitsen, pupilveranderingen, verstoorde pupilreacties, hyphaema, troebelingen, afwijkende oogstand, gestoorde oogbewegingen of ooglidruptuur
  • Oogcontusie, niet-ernstig: zonder symptomen van een ernstige contusie
  • Etsing, ernstig: door zuur, kalk, loog, chloor; of door andere chemische middelen als corneatroebeling of -beschadiging, pericorneale roodheid of chemose met blaarvorming bestaat
  • Etsing, niet-ernstig: niet door zuur, kalk, loog of chloor en zonder de symptomen van ernstige etsing
  • Cornea-erosie: pijn, fotofobie, tranenvloed, blefarospasme; soms corpus-alienumgevoel en visusklachten; bij onderzoek met fluoresceïne kleurt erosie aan
  • Corpus alienum (eventueel met roestring): pijn, fotofobie en corpus alienum zichtbaar op de cornea; bij onderzoek met fluoresceïne corneadefect zichtbaar
  • Keratoconjunctivitis photoelectrica: pijn of branderig gevoel en fotofobie, ontstaan binnen een dag na onbeschermd lassen, gebruik zonnebank of uv-straling door zon

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beleid algemeenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Contactlenzen uit bij klachten/tijdens behandeling. Daarna: reinig harde lens extra/vervang zachte lens.

Beleid bij niet-traumatisch rood oog zonder alarmsymptomenNaar de tekst van de NHG-Standaard


DiagnoseNiet-medicamenteus beleidMedicamenteuze behandelingControle, verwijzing oogarts
Infectieuze conjunctivitis: banale verwekkerAfwachtend beleid. Hygiënische maat-regelen.Indifferent middel: zie standaard.
Bij recente oogoperatie, chronisch infectieuze oogziekte of immuun-gecompromitteerde patiënt: chlooramfenicol-oogdruppels (0,5%, 6 dd 1-2 druppels) of -zalf (1%, 2-4 dd), tot 2 dagen na herstel (max. 14 dagen).
Wekelijks controle, of bij:
- toename klachten/alarmsymptomen
- antibiotica én geen verbetering na 72 uur.
Verwijs zonder antibiotica bij duur > 3 weken.
Soa-conjunctivitisHygiënische maat-regelen.Systemisch antibiotica: bij vermoeden gonorroe directe start na afname kweken, anders op geleide uitslag (zie NHG-Standaard Het soa-consult).Verwijs direct bij cornea-aantasting of conjunctivitis bij pasgeborene.
Controle na de kuur.
HSV-conjunctivitisBespreek recidiverend karakter.Aciclovir-oogzalf 3% 5 dd tot 3 dagen na herstel, max. 2 weken.Controle elke 3 dagen met fluoresceïne.
Allergische conjunctivitis, IgE-gemedieerdZo nodig koud kompres.Lokaal antihistaminicum: azelastine 0,05% (2-4 dd 1 dr.), ketotifen 0,025% of olopatadine 0,1% (2 dd 1 dr.).
Zo nodig ook oraal antihistaminicum.
Bij heftige klachten max. 3 dagen prednisolon 0,5% 3-4 dd 1 druppel.
Bij heftige jeuk ooglid: max. 3 dagen HCA-crème 1%, 2 dd.
Corneacontrole (fluoresceïne) voor en na prednisolon.
Verwijs bij therapieresistente klachten.
Conjunctivitis door contact-allergieStaak gebruik cosmetica, oogdruppels en contactlensvloeistof.Bij heftige klachten max. 3 dagen prednisolon 0,5% 3-4 dd 1 druppel.
Bij heftige jeuk ooglid: max. 3 dagen HCA-crème 1%, 2 dd.
Corneacontrole (fluoresceïne) voor en na prednisolon. Verwijs bij vermoeden contactlensvloeistof-allergie: oogarts; andere allergie: dermatoloog.
Conjunctivitis door irritatieVermijd mechanische prikkels.Zo nodig indifferent middel: zie standaard.Controle lenzen door contactlensspecialist.
Subconjuncti-vale bloedingVerdwijnt spontaan binnen 2-3 weken. Recidief kan optreden.Zo nodig indifferent middel: zie standaard.Zo nodig controle instelling orale antistollings-medicatie.
EpiscleritisGeneest spontaan.
Evt. koud kompres.
Zo nodig indifferent middel: zie standaard.Verwijs bij pijn of duur > 3 weken.

Beleid bij niet-traumatisch rood oog met alarmsymptomenNaar de tekst van de NHG-Standaard


DiagnoseMedicamenteuze behandelingControle, verwijzing oogarts
Acuut glaucoom Verwijs direct met spoed.
Keratitis dendritica (HSV)Aciclovir-oogzalf 3% 5 dd tot 1 week na herstel; niet langer dan 2 weken geven.Controle na 1 dag, daarna elke 2 dagen. Verwijs bij recidief, stroma-aantasting, contactlensdrager, visusprobleem, uitbreiding klachten tijdens aciclovir-oogzalf.
Rood oog of andere oogafwijking (keratitis) of oogklacht bij gordelroos in gelaatStart direct met een oraal antiviraal middel (zie de NHG-Behandelrichtlijn Herpes zoster).Verwijs of overleg dezelfde dag.
Andere keratitiden Verwijs dezelfde dag.
Scleritis Verwijs dezelfde dag.
Uveïtis Verwijs dezelfde dag.

Beleid bij droge ogen/keratoconjunctivitis sicca en blefaritisNaar de tekst van de NHG-Standaard


DiagnoseNiet-medicamenteus beleidMedicamenteuze behandelingControle, verwijzing oogarts
Droge ogen/ keratoconjunctivitis sicca Indifferent middel: zie standaard. Overweeg 's nachts oogzalf (altijd bij keratoconjunctivitis sicca).Verwijs bij corneadefecten, fors entropion/ectropion/ trichiase, therapieresistente klachten.
Verwijs bij vermoeden systeemziekte naar internist.
Blefaritis/ blefaroconjunctivitis/ stafylokokkenblefaritisOoglidhygiëne (start 2-4 dd):
- verwarm oogleden (2 x 2 min.)
- masseer ooglidrand: verticale richting, vingertop/wattenstok
- poets ooglidrand: horizontale richting, vochtige wattenstok
Bij geen verbetering > 4 weken: ooglidhygiëne of bij stafylokokkenblefaritis: fusidinezuurgel 1% 2-6 dd 1 druppel, masseren in ooglidrand.
Bij droge ogen tevens indifferent middel: zie standaard.
Verwijs bij therapie-resistente klachten of bij fors entropion/ectropion/trichiase of corneabeschadiging.

Beleid bij traumatische oogaandoeningenNaar de tekst van de NHG-Standaard


DiagnoseNiet-medicamenteus beleidMedicamenteuze behandelingControle, verwijzing oogarts
OogperforatiePlaats voor insturen een oogkap (geen oogverband) die op de orbita rust, zodat geen druk op het oog wordt uitgeoefend. Verwijs direct met spoed.
Contusie, ernstig  Verwijs direct met spoed.
Contusie, niet-ernstigZo nodig koud kompres. Controle na 1 dag bij klachten.
Verwijs bij alarmsymptomen.
Etsing, ernstigDirect (thuis) spoelen met kraanwater, minimaal 10 minuten. Verwijs direct met spoed.
Etsing, niet-ernstigDirect (thuis) spoelen met kraanwater, minimaal 10 minuten.
Controleer de cornea met fluoresceïne.
Indifferent middel bij irritatie: zie standaard.Controle na 1 dag, eerder bij alarmsymptomen.
Verwijs bij cornea-aantasting en bij geen verbetering na 1 dag.
Cornea-erosieNiet wrijven; oogverband alleen op indicatie.Eenmalig chlooramfenicol- oogzalf 1% (bij contactlenzen: ofloxacine-oogzalf 0,3%).
Indifferent middel bij irritatie: zie standaard.
Controle bij toename pijn, alarmsymptomen of als er na 2 dagen klachten zijn.
Verwijs bij toename klachten, alarmsymptomen en onvolledig herstel na 3 dagen.
Corpus alienumVerwijder roestring in één keer. Verwijder na druppel oxybuprocaïne.Eenmalig chlooramfenicol-oogzalf 1% (bij contactlenzen ofloxacine-oogzalf 3%).
Indifferent middel bij irritatie: zie standaard.
Verwijs bij mislukte verwijdering, grote centraal gelegen roestring, en na verwijdering bij alarm-symptomen, infectie of verergering van klachten.
Kerato-conjunctivitis photoelectricaNiet wrijven.Eenmalig oxybuprocaïne druppel + zo nodig orale pijnstilling.Controle na 2 dagen als klachten niet weg zijn.
HCA: hydrocortisonacetaat
HSV: herpes-simplexvirus