U bent hier

Hand- en polsklachten

Cluster: 
L. Bewegingsapparaat
Status: 
Actueel - 2010

M91

Hand- en polsklachten M91 (januari 2010)

Carpale tunnelsyndroomNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Vraag naar (nachtelijke) parsethesieën, vooral gelokaliseerd in dig 1 tot 3 en de aansluitende handpalmregio en vraag of wapperen met de hand verlichting geeft.
  • Bepaal de ernst: intermitterend dan wel continu aanwezig, verminderde handfunctie/kracht, mate van hinder bij de dagelijkse activiteiten
  • Vraag naar klachten van nek, schouder, elleboog, onderarm en pols en verricht - als die aanwezig zijn - daarop gericht lichamelijk onderzoek.
  • Bij een typische klinische beeld is zenuwgeleidingsonderzoek niet nodig.
  • Behandeling is niet noodzakelijk.
  • Geef een spalkbehandeling bij CTS-klachten die hinder veroorzaken bij dagelijkse activiteiten of overweeg een injectie met 1 ml triamcinolonacetonide 10 mg/ml (zie hoofdtekst Standaard).
  • Verwijs naar chirurg bij ernstige CTS-klachten die gepaard gaan met krachtsvermindering en bij onvoldoende symptoomverlichting door conservatieve behandeling of corticosteroïd therapie.

GanglionNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Uitstulping van gewrichtskapsel of peesschede, gevuld met synoviale vloeistof.
  • Palpeer de zwelling en let op fixatie van de zwelling aan de onderlaag.
  • Bij twijfel: verricht een diagnostische punctie of let op diafanie.
  • Behandeling is niet noodzakelijk.
  • Verricht aspiratie met een dikke naald bij mechanische of cosmetische bezwaren.
  • Verwijs voor chirurgische behandeling bij pijn, ADL-beperkingen en onvoldoende effect aspiratie.

Artrose van de handNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Symptomen: pijn, zwelling, stijfheid of bewegingsbeperking van PIP- en DIP-gewrichten of CMC-I-gewricht.
  • Vraag naar trauma van de hand en/of pols; lokalisatie van de klachten/aangedane gewrichten; startpijn en startstijfheid; zwelling en ochtendstijfheid (korter dan een half uur); pijn bij wringende bewegingen; mate van hinder in de dagelijkse activiteiten (grijpen en knijpen) en verminderde kracht.
  • Let op benige verdikkingen bij de PIP- of DIP-gewrichten, een eventuele adductiecontractuur van CMC-I met hyperextensie van MCP-I-gewricht. Onderzoek de mobiliteit van de pols en van hand- en vingergewrichten en de knijpkracht.
  • Laboratorium- en röntgenonderzoek zijn niet nodig.
  • Overweeg ergotherapeutische adviezen en oefeningen gericht op het versterken van de handspieren of een spalkbehandeling bij CMC-1-artrose.
  • Adviseer zo nodig pijnstilling. Eerste keus is een lokaal NSAID. Vervolgens: paracetamol of oraal NSAID.
  • Verwijs naar chirurg bij aanhoudende pijn of bewegingsbeperking (vooral van het CMC-gewricht).

Trigger finger en trigger thumbNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Vraag naar: pijn bij buigen en 'hooken' bij strekken van de vinger of duim en een gezwollen gevoel ter hoogte van de PIP-gewrichten van de vinger.
  • palpeer de flexorpees proximaal van het MCP-gewricht en let op een met de pees meebewegende zwelling.
  • Behandeling is niet noodzakelijk.
  • Geef bij hinderlijke klachten een injectie met een corticosteroïd (1 ml triamcinolonacetonide 10 mg/ml). Herhaal de injectie bij onvoldoende effect na twee tot drie weken.
  • Verwijs naar chirurg als conservatieve behandeling of een injectie met een corticosteroïd niet het gewenste resultaat oplevert.

Mallet fingerNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Symptomen: flexiestand DIP-gewricht, actief strekken van de falanx is niet mogelijk.
  • Maak met röntgenonderzoek onderscheid tussen een peesruptuur of kleine avulsiefractuur enerzijds en een grotere avulsiefractuur (> 30% van het gewrichtsoppervlak van het DIP-gewricht) anderzijds.
  • Behandel een peesruptuur of kleine avulsiefractuur gedurende zes weken met een malletspalk.
  • Verwijs bij een avulsiefractuur waarbij meer dan 30% van het gewrichtsoppervlak is betrokken direct naar de chirurg. Verwijs ook bij onvoldoende resultaat van zes weken conservatieve behandeling.

Contractuur van DupuytrenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Symptomen: vast-elastische, soms pijnlijke verdikkingen/strengen in de handpalm met geleidelijk progressieve flexiecontractuur in met name dig 4 en/of 5.
  • Inspecteer en palpeer de palmaire zijde van de vingers (vooral de vierde en vijfde straal) en de handpalm, let op kenmerkende noduli en bepaal de mate van flexiecontractuurvorming.
  • Verwijs desgewenst voor een operatieve behandeling.

Tendovaginitis van De QuervainNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Belangrijkste symptoom: lokale (druk)pijn en/of zwelling aan radiale zijde van pols.
  • Vraag naar de lokalisatie van de pijn (doorgaans bij de processus styloideus radii), ernst van de pijn, mate van hinder en klachten die zouden kunnen wijzen op CMC-I-artrose (zie onder artrose).
  • Besteed aandacht aan roodheid, zwelling of crepitaties; drukpijn op de radiale zijde van de pols en verricht de test van Finkelstein (zie tekst Standaard).
  • Adviseer zonodig pijnstilling. Eerste keus is een lokaal NSAID. Vervolgens: paracetamol of oraal NSAID.
  • Geef bij hinderlijke klachten een injectie met een corticosteroïd (1 ml triamcinolonacetonide 10 mg/ml). Herhaal de injectie bij onvoldoende effect na twee of drie weken.
  • Verwijs bij onvoldoende resultaat naar chirurg voor release van de pezen onder lokale anesthesie.

Van alle bovenstaande aandoeningen is informatie beschikbaar op Thuisarts.nl. De informatie op Thuisarts.nl is gebaseerd op deze NHG-Standaard.