U bent hier

Depressie

Cluster: 
P. Psychische problemen
Status: 
Actueel - 2012

M44

Depressie M44 (Juni 2012: herzien t.o.v. de versie van 2003 (Depressieve stoornis))

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Depressie: gedurende minstens twee weken vijf of meer symptomen, waarvan ten minste één van de twee eerste symptomen (DSM-IV):

  • sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna dagelijks;
  • duidelijke vermindering van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten;
  • duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename;
  • slapeloosheid of overmatig slapen;
  • psychomotorische agitatie of remming;
  • moeheid of verlies van energie;
  • gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens;
  • verminderd vermogen tot concentratie of besluiteloosheid;
  • terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten, suïcideplannen of suïcidepoging.

Depressieve klachten: sombere stemming, waar de patiënt hinder van ondervindt, maar waarbij niet wordt voldaan aan het aantal criteria voor depressie.

Dysthymie: depressieve klachten die ten minste twee jaar aanwezig zijn, waarbij naast sombere stemming nog twee tot drie andere symptomen aanwezig zijn.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Eerste oriëntatie

Vraag naar:

1. sombere stemming, depressieve gevoelens;

2. interesseverlies, geen plezier meer beleven.

Vraag bij één bevestigend antwoord: ‘Is dit iets waar u hulp voor zou willen hebben?’ Zo ja, exploreer de klachten.

Klachtexploratie

Ideeën van de patiënt over aanleiding; gevoelens over de situatie; waar de patiënt het meest last van heeft; hoe de patiënt de situatie hanteert en welke steun er is van de omgeving.

Gebruik desgewenst een vragenlijst ter aanvulling.

Inventariseren somatische comorbiditeit

Beoordeel chronische somatische comorbiditeit, pijn, medicatie, functionele beperkingen en gebruik van depressogene geneesmiddelen; aanwijzingen voor aandoeningen met op depressie gelijkende symptomen (hypothyreoïdie, dementie, ziekte van Parkinson); problemen met zelfmanagement en met het vervullen van sociale rol(len).

Lichamelijk en aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Op indicatie. Onderzoek bij patiënten ouder dan 65 jaar het cognitief functioneren.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beoordeel of er sprake is van depressieve klachten, een depressie of dysthymie en bepaal bij een depressie de ernst op basis van aantal DSM-IV-symptomen, lijdensdruk en sociaal disfunctioneren, psychische comorbiditeit,

psychotische kenmerken en suïcidaliteit.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard


Diagnose Initiële beleid Vervolgbeleid bij onvoldoende effect
Depressieve klachten
  • Voorlichting
  • Eventueel uitleg over dagstructurering en activiteitenplanning
  • Dagstructurering en activiteitenplanning
  • Kortdurende psychologische behandeling (begeleide zelfhulp)
Depressie of dysthymie
  • Voorlichting
  • Dagstructurering en activiteitenplanning
  • Kortdurende psychologische behandeling (begeleide zelfhulp)
Verwijs voor psychotherapie of geef antidepressivum
Depressie met ernstig sociaal disfunctioneren, grote lijdensdruk of ernstige psychische comorbiditeit
  • Voorlichting
  • Dagstructurering en activiteitenplanning
  • Verwijs voor psychotherapie of geef antidepressivum
Verwijs voor psychotherapie in combinatie met antidepressivum of geef ander antidepressivum

VoorlichtingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Depressieve klachten komen vaak voor en zijn meestal van voorbijgaande aard.
  • Bij depressie is 60% na een half jaar hersteld. Een actieve houding is gunstig voor het beloop.

Dagstructurering en activiteitenplanningNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stel samen met de patiënt een dagprogramma op met vaste tijden van opstaan, naar bed gaan, maaltijden en andere activiteiten, met aandacht voor balans tussen plichten en plezierige activiteiten.
  • Doorwerken is vaak beter dan thuisblijven.
  • Adviseer dagelijks naar buiten te gaan, gezond te eten en sociale contacten te onderhouden. Adviseer fysieke activiteit, waarbij rekening wordt gehouden met belastbaarheid en belangstelling van patiënt.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI) hebben lichte voorkeur boven tricyclische antidepressiva (TCA) vanwege een iets gunstiger bijwerkingenprofiel.
  • Bij keuze voor SSRI:  citalopram (20 mg), fluoxetine (20 mg), paroxetine (20 mg) en sertraline (50 mg). Start bij ouderen met de helft van de dosering.
  • Bij keuze voor TCA: amitriptyiline (50-100 mg), imipramine (50-150 mg in 2-3 giften), bij ouderen nortriptyline (75 mg). Start met 25 mg (bij ouderen 10 mg) voor de nacht en verhoog dosis per 2-3 dagen met 25 mg.

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

Bij depressieve klachten om de drie tot vier weken, bij een depressie om de een tot twee weken. Later geleidelijk minder frequent. Na het verdwijnen van een eerste depressie een eventueel antidepressivum zes maanden continueren, daarna afbouwen.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • bipolaire stoornis of psychotische kenmerken;
  • postpartumdepressie met psychotische kenmerken of inadequate verzorging van het kind;
  • suïciderisico;
  • recidief depressie met ernstig sociaal disfunctioneren of grote lijdensdruk of met ernstige psychische comorbiditeit;
  • bepalen van de plaats van antidepressiva in zwangerschap of tijdens lactatie;
  • behandeling van winterdepressie met lichttherapie;
  • ernstig sociaal disfunctioneren, ondanks begeleiding en ingestelde behandeling;
  • onvoldoende herstel op psychotherapie en/of antidepressiva.