Decubitus

Cluster: 
S. Huid en subcutis
Status: 
Actueel - 2015

M70

Decubitus M70 (Actualisering mei 2015: herzien t.o.v. de versie van 1999)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Decubitus: beschadiging van de huid en/of het onderliggende weefsel door druk of schuifkrachten bij een (ten dele) immobiele patiënt (zie [tabel] voor indeling in categorieën). Voorkeursplaatsen: stuit, hiel, malleolus, tuber ischiadicum, trochanter major. Een weke onderhuidse zwelling of paarsblauwe huidverkleuring wijst op onderhuidse necrose.

Richtlijnen preventie Naar de tekst van de NHG-Standaard

Geef de volgende adviezen bij een (ten dele) immobiele patiënt:

  • afwisselen van zit- en lighouding iedere 2 respectievelijk 4 uur;
  • liggen op zij, bij voorkeur in 30º-zijligging;
  • voorkom onderuitzakken in bed, hoofdeind bij voorkeur maximaal 30º omhoog;
  • laat bij zitten in stoel bovenbenen deels de druk opvangen en voorkom onderuitzakken;
  • beperk bij dreigende decubitus de zitduur (bijvoorbeeld tot maximaal 2 uur aaneen of 3 maal daags 60 minuten rondom de maaltijden);
  • maak bij verplaatsing van de patiënt gebruik van tillen, papegaai, glijzeil of rolmat;
  • maak gebruik van een antidecubitusmatras of -zitkussen;
  • zorg ervoor dat de hielen vrij liggen van de matras;
  • zorg bij liggen of zitten voor zo volledig mogelijke ondersteuning van het lichaam met name van de minder beweeglijke lichaamsdelen;
  • voorkom oneffenheden zoals plooien in lakens;
  • voorkom druk op benen (dekenboog, dekens los laten afhangen aan voeteneind);
  • behandel een droge huid met vetcrème of -zalf;
  • verschoon frequent bij incontinentie voor feces of urine en gebruik een barrièremiddel;
  • streef naar een goede voedingstoestand.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • lokalisatie van de klacht of huidafwijking, wijze van ontstaan, duur en beloop;
  • pijn bij rust en bij activiteit;
  • mobiliteit;
  • incontinentie voor urine of feces;
  • reeds toegepaste preventieve en therapeutische maatregelen;
  • aanwezigheid van perifeer arterieel vaatlijden, chronische veneuze insufficiëntie of (diabetische) polyneuropathie;
  • mate van ziekzijn, koorts, koude rillingen;
  • eetlust, problemen met voedsel- en vochtinname en eventueel recent gewichtsverlies.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Onderzoek:

  • bij roodheid, bullae of excoriaties: wegdrukbaarheid van de roodheid, aanwezigheid van een palpabele subcutane zwelling;
  • bij een ulcus: omvang, diepte, kleur (rood, geel, zwart, mengvorm); droog, vochtig of exsudatief; pus, geur; conditie omringende huid en wondranden;
  • bij (zwarte of gele) necrose: mate waarin necrose loslaat van wondranden, fluctuatie;
  • tekenen van decubitus op de (andere) voorkeurslokalisaties;
  • tekenen van verminderde doorbloeding of lymfeafvloed of van neuropathie.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beoordeel om welke categorie decubitus het gaat en noteer lokalisatie en grootte. Evalueer conform het TIME-model: de conditie van de wond en wondranden, de wondvochtigheid en de aanwezigheid van infectie, hetgeen van belang is voor de keus van de behandeling.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Geef voorlichting over oorzaak, beloop, preventieve maatregelen, wondbehandeling. Benadruk dat preventieve maatregelen van belang blijven, ook als er al een decubituswond is ontstaan.

WondbehandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Algemeen

  • Zorg voor een vochtig, maar niet te nat wondmilieu

Tabel  Decubitusindeling met klinische kenmerken en bijpassende wondbehandeling

CategorieKenmerkenWondbehandeling
INiet-wegdrukbare roodheid bij intacte huid.Geen lokale therapie. Bij subcutane necrotische massa: ontstaan ulcus afwachten.
IIExcoriatie of blaar.Blaar intact laten, tenzij deze hinderlijk is. Bij kapotte blaar en excoriaties: niet-verklevend verband zoals foamverband of paraffinegaas.
IIIVerlies volledige huidlaag, maar bot, pezen en spieren liggen niet bloot.- Bij relatief droge wonden: niet-verklevend verband, hydrogel of hydrocolloïd.

- Bij nattende wonden: absorberende materialen zoals alginaten, hydrofiber en schuimverbanden, afhankelijk van regionale afspraken.
IVVerlies volledige weefsellaag; bot, pees of spier zichtbaar.
  

Verbandwisseling

  • Week zonodig eerst oude wondbedekker los, reinig wond en omliggende huid met lauwwarm kraanwater.
  • Leg nieuwe wondbedekker losjes in wond.
  • Voorkom of behandel maceratie met barrièrecrème of -spray.
  • Frequentie van wisselen is afhankelijk van gebruiksaanwijzing product en bevindingen.

Debridement

  • Verwijder necrotisch weefsel bij voorkeur met mes of schaar (scherp debridement).
  • Verweek resterende necrose zo nodig met natte gazen afgedekt met paraffinegazen of breng collagenase aan.
  • Herhaal dit totdat de wondbodem bedekt is met granulatieweefsel.

Behandeling van infectie

  • Bij lokale tekenen van infectie: intensiveer wondreiniging en debridement.
  • Bij onvoldoende resultaat: overweeg verband met cadexomeerjodium.
  • Bij onvoldoende effect of systemische tekenen van infectie: flucloxacilline 4 dd 500 mg gedurende 10 dagen; bij infectie in het perianale gebied amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg gedurende 7 tot 10 dagen.
  • Gebruik bij penicillineallergie een macrolide.
  • Neem bij uitblijven verbetering materiaal af voor kweek en resistentiebepaling.

Pijnbestrijding

  • Behandel pijn volgens de pijnladder in de Farmacotherapeutische richtlijn Pijnbestrijding.
  • Bij pijn tijdens de wondverzorging: 30 tot 60 minuten van tevoren lidocaїne/prilocaїnecrème rondom en op de wond met afsluitende folie.
  • Overweeg bij permanente pijn ibuprofenschuimverband (alleen geschikt bij vochtig ulcus).

Controle en samenwerkingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Heroverweeg de behandeling als tekenen van genezing na twee weken ontbreken. Maak afspraken met wijkverpleegkundige of verpleegkundig specialist wondzorg over de aard en frequentie van de wondbehandeling, onderlinge taakverdeling, het gebruik van multidisciplinair dossier (inclusief beschrijving decubitus 1 maal per week), en redenen om contact op te nemen. Beoordeel de wond zelf tenminste tweewekelijks.

Consultatie en verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Houd bij de besluitvorming over verwijzing rekening met de wens van de patiënt en de levensverwachting.

  • Overweeg consultatie van ergotherapeut of verpleegkundig specialist wondzorg over de houding van de patiënt en over keus en gebruik van hulp- en verbandmiddelen ter preventie van decubitus.
  • Overweeg consultatie van een specialist ouderengeneeskunde bij stagnerende genezing.
  • Consulteer een diëtist bij problemen met of twijfel over adequate voedselinname.
  • Overweeg verwijzing naar wondexpertisecentrum, dermatoloog of chirurg bij stagnerende genezing van decubitus categorie III of IV.
  • Verwijs naar een chirurg bij uitgebreide necrose, verdenking op osteomyelitis of sepsis en indien operatieve sluiting van de decubituswond mogelijk geïndiceerd is.