Decubitus

Cluster: 
S. Huid en subcutis
Status: 
In herziening - 1999

M70

Decubitus M70 (april 1999)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Decubitus: iedere degeneratieve verandering van huid en onderhuids weefsel door schuifkrachten of druk bij (ten dele) immobiele patiënt. Voorkeursplaatsen: stuit, hiel, malleolus, tuber ischiadicum, trochanter major


Stadium Iniet-wegdrukbare roodheid.
Stadium IIbullae, excoriaties.
Stadium IIIoppervlakkig ulcus (niet tot aan bot, pezen of gewrichtskapsel).
Stadium IVdiep ulcus (tot aan bot, pezen of gewrichtskapsel).

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • lokalisatie, wijze van ontstaan, duur en beloop; pijn;
  • incontinentie voor urine of feces;
  • eerdere preventieve en therapeutische maatregelen;
  • arteriële of veneuze insufficiëntie, diabetes mellitus;
  • mate van ziekzijn, koorts, koude rillingen.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Ga na:

  • bij roodheid: wegdrukbaarheid;
  • bij roodheid, bullae of excoriaties: aanwezigheid van een palpabele subcutane zwelling;
  • bij een ulcus: omvang, diepte, kleur (rood, geel, zwart of mengvorm), vochtigheid (droogte of exsudatie); aanwezigheid van pus, stank; omringende huid (rood en pijnlijk); maceratie van de wondrand;
  • bij (zwarte of gele) necrose: de mate van loslating van de necrose van de wondrand; bij een zwarte korst: palpeer naar weke massa onder de korst;
  • andere voorkeursplaatsen, droogte van de huid;
  • bij lokalisatie op onderbeen of voet: arterieel of veneus vaatlijden, verminderde lymfeafvloed, neuropathie.

Beoordeel: lokaal inwerkende schuifkrachten of druk; immobiliteit; wijze van zitten en liggen; eerder genomen preventieve maatregelen.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Decubitus: bij niet-wegdrukbare roodheid, bullae, excoriaties, of ulcus op voorkeursplaats voor decubitus bij (ten dele) immobiele patiënt.

Bij weke onderhuidse zwelling of paarsblauwe huidverkleuring: onderhuidse necrose.

Bij ulcus: met geel of zwart weefsel: necrose; bij ulcus met rood weefsel: granulatie.

  • Arterieel of veneus ulcus: bij arteriële of veneuze insufficiëntie en als ulcus niet op voorkeursplaats voor decubitus is gelokaliseerd, maar op been of voet.
  • Diabetisch voetulcus: elk ulcus op de voet van patiënt met diabetes mellitus.
  • Wondinfectie: bij een pussend of stinkend ulcus.
  • Cellulitis: bij een pijnlijke rode huid rond het ulcus en koorts.
  • Sepsis: bij koude rillingen, koorts en (toename van) algemene malaise.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beschrijf decubitus ten minste 1x per week (ernst, omvang, diepte, kleur, droog of exsudatief, genezingstendens). Geef voorlichting over oorzaak, beloop, preventieve maatregelen, wondbehandeling.

Preventieve maatregelenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Adviseer bij patiënt die (ten dele) immobiel is (geworden) en bij patiënt met al bestaande decubitus:

  • afwisselen van zit- en lighouding (bij voorkeur halve zijligging);
  • voorkomen van oneffenheden in zit- of ligoppervlak;
  • voorkomen van schuiven of trekken bij verplaatsing van de patiënt;
  • gebruik van antidecubitusmatras en -kussen;
  • voorkomen van onderuitzakken in bed of stoel;
  • ondersteuning van minder beweeglijke lichaamsdelen;
  • bescherming van ellebogen en hielen tegen wrijving met folie;
  • vermindering van druk op de hiel (hielelevator, hoofdkussen onder been);
  • voorkomen van druk op benen (dekenboog, dekens los laten afhangen aan voeteneind);
  • zo snel mogelijk verschonen bij incontinentie;
  • streven naar goede voedingstoestand.

WondbehandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Stadium I: lokale, niet-wegdrukbare roodheid 

Geen lokale therapie; bij subcutane necrotische massa: ontstaan ulcus afwachten.

Stadium II: blaarvorming en excoriaties

  • bescherm intacte of zonodig leeggezogen blaar met hydrofiele gazen.
  • bij kapotte blaar en excoriaties: als bij oppervlakkig rood ulcus (zie stadium III).

Stadium III en IV: ulcus Algemeen:

  • Week bij verbandwisseling zo nodig de oude gazen los.
  • Spoel bij exsudaat of debris de wond schoon.
  • Leg nieuwe gazen losjes in de wond.
  • Pas zinkolie FNA toe op de wondrand.
  • Bij pussende of stinkende wond: pas in hypochloriet gedrenkte gazen toe, daarop paraffinegazen, afdekken met hydrofielgazen, 2-4 dd wisselen.
  • Bij wondinfectie met koorts of bij cellulitis: geef flucloxacilline 500 mg 3 dd, 7 dagen.
  • Bij ulcus met meerdere kleuren: beleid bij zwarte of gele kleur heeft voorrang.

Stadium III: oppervlakkig ulcus, rood

  • Paraffinegazen, afgedekt met hydrofielgazen, 2 dd, of hydrocolloïdverband 1x per 2-7 dagen.
  • Bij exsudatie: natte uitgeknepen gazen 3-4 dd, of calciumalginaatcompressen of -tampons, afgedekt met hydrofielgazen (alginaten wisselen bij verzadiging) of sterk absorberende verbanden als hydrofiber of schuimverband. 1)

Stadium III: oppervlakkig ulcus, geel of zwart

  • Verwijder gele of zwarte necrose tot op gezond weefsel; wacht bij necrose aan hiel tot deze geheel losligt (zo nodig eerst laten indrogen); verweek evt rest necrose met een occlusief (hydrogel) verband* of met natte gazen 3-4 dd, daarop paraffinegazen en hydrofielgazen; overweeg enzympreparaat bij dunne vervloeiende voor mechanische verwijdering niet goed bereikbare necrotische lagen.

Stadium IV: diep ulcus, rood

  • Losjes opvullen met paraffinegazen of schuimverband , daarop hydrofielgazen, 2 dd.
  • Bij exsudatie: als bij een oppervlakkig rood ulcus.

Stadium IV: diep ulcus, geel of zwart: als bij een oppervlakkig geel of zwart ulcus.

Controles, samenwerking, verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Maak met de wijkverpleegkundige afspraken over aard en frequentie van de wondbehandeling.
  • Controleer ten minste 1x per week.
  • Overweeg osteomyelitis bij stagneren van genezing >1 maand, ondanks adequate behandeling.
  • Laat bij besluitvorming over verwijzing de wens van de patiënt en de verwachte levensduur de doorslag geven.
  • Overweeg bij uitgebreide necrose of bij vermoeden van osteomyelitis of sepsis, verwijzing naar chirurg.
  • Overweeg consultatie van verpleeghuisarts, chirurg of dermatoloog indien genezing ondanks adequate behandeling >1 maand stagneert en osteomyelitis waarschijnlijk niet de oorzaak is.

Noot 1 Terug naar tekst

voor toelichting zie addendum bij de standaard

Noot 2 Terug naar tekst

voor toelichting zie addendum bij de standaard