COPD

Cluster: 
R. Luchtwegen
Status: 
In herziening - 2007

M26

COPD: diagnostiek M26 (juli 2007)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Denk aan COPD bij patiënten > 40 jaar met hoesten en/of dyspnoe en een relevante rookhistorie.
  • Besteed onder andere aandacht aan:
    • (mate van hinder van) luchtwegklachten, beperkingen;
    • aantal jaren roken, gemiddeld aantal sigaretten per dag (eventueel als ‘pakjaren’: een pakjaar is gelijk aan 20 sigaretten per dag gedurende een jaar);
    • differentiaaldiagnostiek zoals astma (voorgeschiedenis, alle leeftijden, atopie) of hartfalen (cardiovasculaire voorgeschiedenis, > 60 jaar).

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Let op mate van dyspnoe, onderzoek longen en hart en bepaal BMI. 

Aanvullend onderzoek: spirometrieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Voorafgaand aan test: 8 uur geen kortwerkende en 12 uur geen langwerkende bronchusverwijder.
  • Meet FEV1, FVC en flow-volumecurve.
  • Bij een FEV1/FVC-ratio < 0,7: herhaal meting na bronchusverwijding.
  • Bij licht verlaagde waarden na bronchusverwijding en bij twijfel tussen astma en COPD: herhaal spirometrie na 3-6 weken.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stel de diagnose COPD bij patiënten > 40 jaar met dyspnoe en/of hoesten, al of niet met slijm opgeven, in combinatie met:
    • relevante rookhistorie (> 20 jaar roken of > 15 pakjaren);
    • én een FEV1/FVC-ratio na bronchusverwijding < 0,7.
  • Bij patiënten > 60 jaar kan een FEV1/FVC-ratio < 0,7 fysiologisch zijn.
  • COPD is voldoende uitgesloten bij een FEV1 > 80% van de voorspelde waarde én een FEV1/FVC-ratio > 0,7.
  • Een toename van de FEV1 ten opzichte van de waarde voor bronchusverwijding met ≥ 12% (of bij een kleiner longvolume ≥ 200 ml) wijst op astma.
  • Dyspnoe bij patiënten > 60 jaar met een cardiovasculaire voorgeschiedenis kan ook wijzen op hartfalen.
  • Voor diagnostiek en beleid bij een verminderde voedingstoestand bij COPD: zie tekst standaard.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Stoppen met roken is de basis van de behandeling. Bij onvoldoende motivatie of bij falen: bespreek motivatie en barrières op een later tijdstip. Zie ook: NHG-Standaard Stoppen met roken.
  • Adviseer voldoende te bewegen (bijvoorbeeld dagelijks een half uur matig intensief wandelen of fietsen).
  • Adviseer griepvaccinatie.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Start met een kortwerkend beta-2-sympathicomimeticum of ipratropium.
  • Combineer desgewenst beide soorten luchtwegverwijders.
  • Bij onvoldoende effect: vervang kortwerkende luchtwegverwijder door een langwerkend middel, geef voor ‘zo nodig’ een kortwerkende luchtwegverwijder erbij.
  • Bij frequente exacerbaties (2 of meer per jaar): overweeg hoge dosis inhalatiecorticosteroïd.

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij instabiele situatie: 2 weken na elke medicatiewijziging (bij ernstige klachten eerder).
  • Bij stabiele situatie: ten minste eenmaal per jaar (bij ernstig COPD frequenter).
  • Besteed bij (jaarlijkse) controle aandacht aan klachten en beperkingen, rookstatus en motivatie om te stoppen, bewegingspatroon, inhalatietechniek, therapietrouw en comorbiditeit, en meet de FEV1.

Consultatie of verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • COPD op relatief jonge leeftijd (arbitrair < 50 jaar) of blijvende twijfel tussen COPD en hartfalen.
  • Niet bereiken behandeldoelen zoals FEV1 < 50% van de voorspelde waarde (GOLD III-IV) of < 1,5 liter, of snel progressief beloop ondanks maximale behandeling, ook bij een FEV1 > 50% van de voorspelde waarde.

Ernststadia COPD volgens GOLD-criteria

Grenswaarden van FEV1/FVC-ratio en FEV1zijn waarden na bronchusverwijding.
GOLD-stadium FEV1/FVC-ratio FEV1(% van de voorspelde waarde)
I Licht< 0,7> 80
II Matig ernstig< 0,750-80
III Ernstig< 0,730-50
IV Zeer ernstig< 0,7< 30 (of < 50 bij aanwezigheid van longfalen)

Doseringen kortwerkende luchtwegverwijders

Middel Inhalatiepoeder Dosisaerosol Maximum/dag
Ipratropium4 dd 40 microg4 dd 20 microg320 microg
Salbutamol*4 dd 100-400 microg4 dd 100-200 microg1600 microg
Terbutaline4 dd 250-500 microg4000 microg

Doseringen langwerkende luchtwegverwijders

Middel Inhalatiepoeder Dosisaerosol Maximum/dag
Tiotropium1 dd 18 microg18 microg
Formoterol2 dd 6-12 microg2 dd 12 microg48 microg
Salmeterol2 dd 50 microg2 dd 2 van 25 microg100 microg

Doseringen inhalatiecorticosteroïden

* Bij sommige dosisaerosolen of inhalatiepoeders gelden lagere (maximum)doseringen: raadpleeg het Farmacotherapeutisch Kompas.
Middel Inhalatiepoeder Dosisaerosol Maximum/dag
Budesonide/beclometason *2 dd 400 microg2 dd 400 microg1600 microg
Fluticason2 dd 500 microg2 dd 500 microg1000 microg

Behandeling ernstige exacerbatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Medicamenteuze behandeling:
    • salbutamol, dosisaerosol 4-10 puffs in inhalatiekamer (1 puff per keer in inhalatiekamer), eventueel salbutamol per injectie s.c. (0,5 mg/ml 1 ml);
    • herhaal inhalaties na enkele minuten;
    • voeg bij onvoldoende verbetering ipratropium 2-4 puffs toe (1 puff per keer);
    • bij verbetering: prednisolon 1 dd 30 mg gedurende 7-14 dagen.
  • Amoxicilline of doxycycline (7-10 dagen) alleen bij klinische infectieverschijnselen (temperatuur > 38 °C, algemeen ziekzijn) in combinatie met:
    • zeer slechte longfunctie (FEV1 < 30% van de voorspelde waarde) of
    • onvoldoende verbetering na 4 dagen.
  • Verwijs als:
    • er binnen een half uur geen verbetering optreedt;
    • er thuis onvoldoende zorgmogelijkheden zijn;
    • eerdere exacerbaties steeds noodzaakten tot een ziekenhuisopname;
    • de patiënt uitgeput raakt.