U bent hier

Buikpijn bij kinderen

Cluster: 
D. Spijsverteringsorganen
Status: 
Actueel - 2012

M100

Buikpijn bij kinderen M100 (september 2012)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Telefonisch consult: bepaal urgentie door te vragen naar alarmsymptomen (zie kader)

Anamnese Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • duur van de klachten: ≤ 1 week (acute buikpijn) of > 1 week (niet-acute buikpijn);
  • acuut begin of geleidelijk ontstaan, continu of in aanvallen, ernst/duur van een pijnaanval (bewegingsdrang), frequentie van aanvallen, plaats van de pijn, uitstraling, vervoerspijn;
  • eerdere episodes van buikpijn en het verloop daarvan;
  • recent buiktrauma;
  • koorts;
  • gastro-intestinale symptomen;
  • mictieklachten;
  • bij meisjes in de tienerleeftijd: menstruatiecyclus, kans op zwangerschap of risico op soa;
  • aanwijzingen voor een luchtweginfectie;
  • purpura, gewrichtsklachten (purpura van Henoch-Schönlein);
  • eerdere buikoperaties, aanwezigheid chronische ziekte zoals diabetes mellitus;
  • voedingspatroon, vochtinname, vezelopname;
  • defecatiepatroon, frequentie, wanneer (school, thuis) en waar (luier, potje, toilet), ophouden, consistentie feces, hoeveelheid, incontinentie.

Bij niet-acute buikpijn (> 1 week) tevens:

  • familiair voorkomen van inflammatoire darmziekten (IBD), coeliakie of familiaire mediterrane koorts;
  • ongewild gewichtsverlies, groeivertraging, vertraagde puberteit;
  • afwijkingen passend bij IBD zoals erythema nodosum, artritis, uveïtis.

Bij chronische of recidiverende buikpijn (> 2 maanden) ter beoordeling van de ernst, het functioneren en de prognose:

  • de ideeën van het kind en de ouders/verzorgers over de oorzaak van de buikpijn;
  • frequentie en mate van de buikpijn, de gevolgen van de klachten (gedrag, schoolverzuim, hinder van dagelijkse activiteiten), andere (functionele) klachten, ongunstige omstandigheden thuis of op school, aanwijzingen voor kindermishandeling of seksueel misbruik, angst of depressieve klachten bij het kind, psychiatrische of functionele problematiek bij vader of moeder.

Lichamelijk onderzoek Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Observeer het kind en let op sufheid.
  • Onderzoek de buik: gelokaliseerde pijn, liezen, testes, ileusperistaltiek, peritoneale prikkelingsverschijnselen, grote palpabele fecale massa.
  • Bij acute buikpijn: purpura, artritis.
  • Bij chronische buikpijn: bepaal BMI; erythema nodosum, uveïtis, artritis, peri-anale afwijkingen.
  • Bij aanwijzingen voor een luchtweginfectie of een systemische aandoening: gericht lichamelijk onderzoek.
  • Bij twijfel aan de diagnose obstipatie (zie Evaluatie): overweeg een rectaal toucher
  • Bij seksueel actieve meisjes en aanwijzingen voor zwangerschap (miskraam, EUG) of PID: vaginaal onderzoek.

Aanvullend onderzoek Naar de tekst van de NHG-Standaard

Bij aanwijzingen voor een somatische oorzaak (zie hoofdtekst van de standaard):

  • vermoeden van appendicitis: urineonderzoek ter uitsluiting urineweginfectie;
  • diarree > 10 dagen: overweeg fecesonderzoek naar parasieten;
  • chronische buikpijn en coeliakiebij een eerste- of tweedegraadsfamilielid:
    • zonder klinische aanwijzingen voor coeliakie: coeliakieserologie;
    • met klinische aanwijzingen voor coeliakie of bij bekende IgA-deficiëntie: verwijs;
  • vermoeden van IBD: overweeg BSE, leukocyten en Hb;
  • mogelijke zwangerschap: zwangerschapstest.

Bij afwezigheid van aanwijzingen voor een somatische oorzaak:

  • Urineonderzoek ter uitsluiting urineweginfectie. Overige diagnostiek wordt niet aanbevolen.

Evaluatie Naar de tekst van de NHG-Standaard

Acute buik: zie kader.

Acute buikpijn (≤ 1 week bestaand). Onderscheid:

  • somatische oorzaak: bij aanwijzingen daarvoor bij anamnese, lichamelijk of aanvullend onderzoek;
  • obstipatie: bij 2 of meer van de volgende symptomen: defecatie ≤ 2 maal per week; ophouden van de ontlasting; pijnlijke, harde of keutelige defecatie; grote hoeveelheid feces in de luier of het toilet; grote fecale massa palpabel in abdomen of rectum; fecale incontinentie ≥ 1 episode per week (indien het kind zindelijk is);
  • (vermoeden van) functionele buikpijn: bij afwezigheid van aanwijzingen voor een somatische oorzaak.

Niet-acute buikpijn (> 1 week) waaronder chronische buikpijn (≥ 2 maanden). Onderscheid:

  • somatische oorzaak:
    • bij alarmsymptomen of andere aanwijzingen voor een somatische oorzaak;
    • een vermoeden van coeliakie: bij positieve coeliakieserologie of klinische aanwijzingen zoals diarree, afbuigende groeicurve, anemie;
    • een vermoeden van IBD: bij extra-intestinale afwijkingen of peri-anale afwijkingen of afwijkende BSE, Hb en leukocyten.
  • obstipatie (zie eerder);
  • functionele buikpijn: bij afwezigheid van aanwijzingen voor een somatische oorzaak.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard


Beleid bij acute buikpijn of acute verandering of verergering van chronische buikpijn
  • Alarmsymptomen:
    • hevige buikpijn, ernstig zieke indruk, bloed/gallig braken, sufheid: beoordeel met spoed;
    • rectaal bloedverlies, koorts, aanhoudend braken: beoordeel dezelfde dag.
  • Acute buik: ernstige buikpijn met peritoneale prikkelingsverschijnselen of ileusperistaltiek: verwijs zo spoedig mogelijk naar de (kinder)chirurg.
  • Bij twijfel over de diagnose appendicitis: beoordeel opnieuw aan het eind van de dag of de volgende ochtend of zo nodig eerder als de klachten daartoe aanleiding geven.

Bij buikpijn door een somatische oorzaak: gerichte behandeling (zie andere NHG-Standaarden).

Beleid bij functionele buikpijnNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling:

  • Betrek kind en ouders/verzorgers actief bij het herstel en het beleid en sluit aan bij hun ideeën.
  • Leg uit dat darmen overgevoelig kunnen reageren op allerlei prikkels, dat gedachten en gevoelens invloed kunnen hebben op buik en darmen, dat ook omgekeerd buikpijn invloed kan hebben op het ontstaan van angst en andere emoties en dat functionele buikpijn geen voorbode is van een gevaarlijke of levensbedreigende aandoening.
  • Stimuleer een evenwichtig voedingspatroon. Beveel geen extra voedingsvezels aan.
  • Formuleer reële behandeldoelen gericht op omgaan met pijn en niet op verdwijnen van pijn.
  • Bevorder de terugkeer naar normale activiteiten en normaal schoolbezoek.
  • Stimuleer de ouders/verzorgers minder aandacht te besteden aan de buikklachten.
  • Kies bij onvoldoende verbetering of recidiverende klachten voor klachtregistratie.

Controles bij functionele buikpijnNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer eenmalig bijvoorbeeld na 2 weken: bespreek het doel van de behandeling en beantwoord vragen.
  • Adviseer terug te komen als het karakter of de ernst van de buikpijn verandert of de invloed van de klachten op de ADL-bezigheden toeneemt.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij vermoeden van coeliakie: kinderarts-MDL.
  • Bij onverklaard rectaal bloedverlies en vermoeden IBD: kinderarts-MDL.
  • Bij onverklaard rectaal bloedverlies en vermoeden invaginatie: (kinder)chirurg.
  • Bij vermoeden van Henoch-Schönlein: kinderarts.
  • Bij ernstige aanhoudende functionele buikpijn: overleg met de kinderarts en bespreek de mogelijkheid van behandeling met cognitieve gedragstherapie of hypnotherapie.
  • Bij een vermoeden van kindermishandeling: overleg met het advies- en meldpunt kindermishandeling.