U bent hier

Bacteriële huidinfecties

Cluster: 
S. Huid en subcutis
Status: 
Actueel - 2017

M68

Bacteriële huidinfecties M68 (Actualisering mei 2017: herzien t.o.v. de versie van 2007)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Informeer naar:

  • lokalisatie, duur en beloop van de huidaandoening
  • koorts, algemeen ziek-zijn, mate van pijn en jeuk
  • beroep (zorg of voedingsindustrie)
  • hygiëne (dak- en thuislozen)
  • risico op MRSA: opname in buitenlands ziekenhuis (operatie < 2 maanden geleden of opname > 24 uur), nauw contact met varkens of vleeskalveren of verblijf in asielzoekerscentrum

Ga na of de patiënt tot een van de volgende risicogroepen behoort:

  • gecompliceerd beloop door verminderde afweer: o.a. onbehandelde hiv-infectie, multipele sclerose, transplantatie in verleden, maligniteit, asplenie, medicatie (immunosuppressiva en (soms tot een jaar na gebruik van) cytostatica) en intraveneus drugsgebruik
  • verhoogd risico op endocarditis: voorgeschiedenis van endocarditis, hartklepprothesen of aangeboren hartklepafwijkingen
  • verhoogd risico op infectie gewrichtsprothese: gewrichtsprothese < 2 jaar oud of gewrichtsprothese > 2 jaar in combinatie met een voorgeschiedenis van een geïnfecteerde gewrichtsprothese, reumatische gewrichtsaandoeningen of hemofilie

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beoordeel:

  • efflorescentie(s) (zie tabel 1 en 2)
  • algemene toestand, mate van ziek-zijn
  • bij vermoeden van abces: omvang abces en aanwezigheid van fistels
  • bij roodheid en zwelling rondom het oog: visus en oogbewegingen

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Aanvullend onderzoek is niet nodig, behalve bij:

  • risico op MRSA: kweek van huidlaesie, neus- en keelslijmvlies en perineum
  • screening op dragerschap voor Staphylococcus aureus: neuskweek
  • twijfel over bestaan abces: wacht een tot twee dagen af of verricht proefaspiratie of echografie

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Maak een onderscheid tussen oppervlakkige en diepe huidinfecties (zie tabel 1 en 2) en ga na of er sprake is van een indicatie voor spoedverwijzing naar een medisch-specialist bij:

  • een diepe bacteriële huidinfectie en algemene ziekteverschijnselen of snelle progressie van erytheem bij een patiënt met verminderde afweer (zie Anamnese)
  • een diepe bacteriële huidinfectie in de buurt van medische implantaten (bijv. drains, shunts)
  • een (vermoeden van) orbitale cellulitis (roodheid en zwelling rondom oog, gestoorde visus en/of oogbewegingen en exophthalmus). Bij cellulitis periorbitalis ontbreken de oogklachten of -afwijkingen en zijn complicaties zeldzaam bij behandeling (zie Beleid cellulitis)
  • een (vermoeden van) necrotiserende wekedeleninfectie (onevenredig veel pijn bij ontsteking/wond)

De huisarts stelt op basis van de uitslag van de kweek vast of er sprake is van:

  • dragerschap voor Staphylococcus aureus: bij een positieve neuskweek
  • dragerschap voor MRSA en/of huidinfectie door MRSA: bij een positieve keel-, neus-, perineum- of huidlaesiekweek

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Algemene hygiëne-adviezen:

  • regelmatig handen wassen met zeep en goed drogen, nagels kort knippen
  • eigen handdoek gebruiken en deze dagelijks verschonen
  • contact met de aangedane huid vermijden

Overige adviezen:

  • baden of een nat verband is niet zinvol, behalve om korsten los te weken
  • laat de patiënt contact opnemen met de bedrijfsarts bij werk in voedingsindustrie/gezondheidszorg of bij een MRSA-huidinfectie

Specifieke niet-medicamenteuze behandelingsadviezen per aandoening: zie hoofdtekst standaard.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Positieve MRSA-kweek:

  • positieve MRSA-huidlaesiekweek: overleg met de medisch microbioloog of internist-infectioloog
  • MRSA-dragerschap: behandel eerst de huidinfectie alvorens eradicatie te starten. Voor eradicatie zie SWAB richtlijn Behandeling MRSA dragers

Zie tabel 1 en 2 voor de medicamenteuze behandeling van de verschillende aandoeningen.

Chirurgische behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht incisie en drainage bij een abces (paronychia, furunkel, geïnfecteerde atheroomcyste):

  • beoordeel of met lokale anesthesie voldoende verdoofd kan worden, verwijs bij twijfel alsnog naar chirurg
  • geef 30-60 min voorafgaand aan incisie van een abces antibioticumprofylaxe aan risicogroepen (zie Anamnese) (zie voor keuze en dosering antibioticum hoofdtekst standaard)
  • verdoof de huid met koelspray, verdovende crème of infiltratie (zie voor dosering hoofdtekst standaard)
  • breng na de ingreep een absorberend verband aan en adviseer dit te wisselen, afhankelijk van de hoeveelheid exsudaat
  • controleer de wond na een dag en verwijs naar de chirurg bij onvoldoende genezing

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs bij:

  • karbunkel of panaritium naar chirurg
  • perianaal abces of acute sinus pilonidalis naar chirurg, tenzij de huisarts bekwaam is de procedure zelf uit te voeren (zie hoofdtekst standaard)

Tabel 1 Oppervlakkige huidinfecties*

Aandoening: efflorescentiesMedicamenteuze behandeling volgens stappenplan
Erythrasma: scherp begrensde roodbruine egale uitslag, soms schilfering1. Miconazolcrème 2 dd, 2-6 weken of bij uitgebreide laesies, zie stap 3
2. Bij onvoldoende verbetering: fusidinezuurcrème 3 dd, max. 2 weken
3. Bij onvoldoende effect van stap 1 en 2: claritromycine éénmalig 1000 mg (alleen volwassenen)
Folliculitis: folliculaire pustels, omgeven door rode rand; later eventueel korstvorming1. Geen
2. Bij hardnekkige klachten:
flucloxacilline 4 dd 500 mg en bij kinderen 40 mg/kg/dag, 7 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 7 dagen
Impetigo vulgaris (crustosa of bullosa): vesikels en pustels of blaren, exsudatieve honinggele korsten op erythemateuze bodem1. Fusidinezuurcrème 3 dd, max. 2 weken
2. Bij onvoldoende verbetering:
flucloxacilline 4 dd 500 mg en bij kinderen 40 mg/kg/dag, 7 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 7 dagen
Pitted keratolysis: putjes in de hoornlaag, soms erosies1. Clindamycine/benzoylperoxide gel 2 dd (volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar), 3-4 weken; bij kinderen < 12 jaar miconazolcrème 2 dd, 2-6 weken
2. Bij onvoldoende verbetering: miconazolcrème 2 dd, 2-6 weken
* Zie voor volledige tabel (inclusief differentiaaldiagnose en niet-medicamenteuze behandeling) de hoofdtekst van de standaard. De maximale dagdoseringen voor kinderen zijn ook terug te vinden in deze tabel.

Tabel 2 Diepe huidinfecties*

Aandoening: efflorescenties Medicamenteuze behandeling volgens stappenplan
Cellulitis: (on)scherp begrensd glanzend rood, warm en gezwollen, soms bulleusFlucloxacilline 4 dd 500 mg en bij kinderen 40 mg/kg/dag, 10 tot 14 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of
clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 10 tot 14 dagen
Ecthyma-ulcus (bacterieel): met gele korsten bedekt ulcus, omgeven door een rode randFlucloxacilline 4 dd 500 mg en bij kinderen 40 mg/kg/dag, 10 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of
clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 10 dagen
Erysipeloïd: (paars)rode, uitbreidende plek, doorgaans vanuit een wondjeFeneticilline 3 dd 500 mg (volwassenen en kinderen ≥ 10 jaar) en kinderen < 2 jaar: 3 dd 125 mg, 2 tot 10 jaar: 3 dd 250 mg of fenoxymethylpenicilline 3 dd 500 mg (alleen volwassenen), 7 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of
clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 7 dagen
Furunkel: rood, warm infiltraat met centraal purulente blaar of necrotische prop







Karbunkel: conglomeraat furunkels
Furunkel:
1.Zie Chirurgische behandeling. Geef tevens antibiotica (zie stap 2) bij een furunkel boven de kaaklijn, algemene ziekteverschijnselen of bij risicogroepen (zie Anamnese)
2. Bij niet-genezende furunkel:
flucloxacilline 4 dd 500 mg en bij kinderen 40 mg/kg/dag, 7 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
claritromycine 2 dd 500 mg en bij kinderen 15 mg/kg/dag of clindamycine 3 dd 600 mg en bij kinderen 20 mg/kg/dag, 7 dagen

Karbunkel:
Zie Verwijzing
Panaritium: zwelling en roodheid volaire zijde vingertopjeZie Verwijzing
Paronychia (acuut): rode en gezwollen nagelwal, eerst eenzijdig, later uitbreidend naar andere zijde van de nagelwal1. Zie Chirurgische behandeling
2. Bij uitbreiding infectie:
amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg en bij kinderen 40/10 mg/kg/dag, 7 dagen
Bij penicilline-overgevoeligheid:
volwassenen en kinderen ≥ 8 jaar en gewicht > 50 kg: doxycycline 1 dd 100 mg (eerste dag 200 mg) en bij kinderen ≥ 8 jaar en gewicht < 50 kg: 1 dd 2 mg/kg (eerste dag 4 mg/kg), 7 dagen
kinderen < 8 jaar: clindamycine 20 mg/kg/dag, 7 dagen
Perianaal abces: rood infiltraat rondom of in de anusZie Verwijzing
Sinus pilonidalis, acute: rood infiltraat in de bilnaadZie Verwijzing
* Zie voor volledige tabel (inclusief differentiaaldiagnose en niet-medicamenteuze behandeling) de hoofdtekst van de standaard. De maximale dagdoseringen voor kinderen zijn ook terug te vinden in deze tabel.