U bent hier

Bacteriële huidinfecties

Cluster: 
S. Huid en subcutis
Status: 
In herziening - 2007

M68

Bacteriële huidinfecties M68 (Augustus 2007, herzien t.o.v. de versie van 1998)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Informeer naar:

  • pijn, jeuk, duur en beloop;
  • koorts of algemeen ziekzijn;
  • het beroep (besmettingsgevaar voor anderen/risico op MRSA);
  • opname in buitenlands ziekenhuis of contact met varkens.

Informeer bij bijtwond naar de veroorzaker en bij bijtwond, furunkel of abces naar:

  • risico op verminderde weerstand (perifeer vaatlijden, diabetes mellitus, immunodeficiëntie, chronisch overmatig alcoholgebruik, (chronisch) gebruik van orale corticosteroïden of cytostatica, splenectomie);
  • hartklepafwijkingen, klepprothese of gewrichtsprothesen.

Vraag bij het vermoeden van furunculose en hidradenitis naar eerdere episoden, beloop en eventuele behandeling met antimicrobiële middelen.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Let op de efflorescenties zoals genoemd in tabel 1 en 2 en op algemene ziekteverschijnselen.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Serologisch onderzoek en kweek zijn niet nodig behalve:

  • kweek van huidlaesie, neus- en keelslijmvlies en perineum bij een verhoogd risico op een MRSA-huidinfectie én een indicatie voor orale antibiotica. Dit risico is verhoogd bij:
    • patiënten < 2 maanden geleden geopereerd zijn of > 24 uur zijn opgenomen in een buitenlands ziekenhuis;
    • personen die een nauw contact hebben met levende varkens of die op een varkensbedrijf wonen;
  • neuskweek: bij recidiverende furunculose als een preventieve behandeling met neuscrème wordt overwogen; herhaal éénmaal indien de kweek negatief is.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Hygiënische adviezen bij een stafylokokken- of streptokokkenhuidinfectie:

  • regelmatig handen wassen met zeep en nagels kort knippen, eigen handdoek (dagelijks verschonen);
  • dagelijks lichaam wassen met zeep;
  • contact met de huidinfectie (bijvoorbeeld door krabben) vermijden.

Overige adviezen:

  • bij diepe huidinfecties: beperking van belasting, zo mogelijk hoogleggen van het aangedane lichaamsdeel;
  • bij een wondinfectie (en lymfangitis zonder tekenen van cellulitis of algemene ziekteverschijnselen): 2 dagen nat verband (of wond 2 tot 3 dd 15 minuten in water weken), wond uitspoelen na iedere verbandwissel;
  • laat de patiënt contact opnemen met de bedrijfsarts bij werk in voedingsindustrie/gezondheidszorg of bij een MRSA-huidinfectie.

Abces: incisie en drainage; geef antibioticaprofylaxe bij een verhoogd risico op endocarditis of infectie van een kunstgewricht (diabetes mellitus, reumatoïde artritis) (zie voor dosering tekst standaard).

(Bijt)wond: goed schoonmaken en uitspoelen; ga indicatie voor tetanusprofylaxe na bij een bijtwond van een dier.

Infectie met MRSA-bacterie: overleg voor vervolgbeleid met microbioloog of internist-infectioloog.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

In tabel 1 en 2 zijn het klinisch beeld, de differentiaaldiagnose en de medicamenteuze behandeling van de verschillende huidaandoeningen samengevat. 


Tabel 1 Oppervlakkige huidinfecties

Aandoening: efflorescenties Differentiaaldiagnose Medicamenteuze behandeling
Erythrasma: scherp begrensde roodbruine egale uitslag met soms schilferingdermatomycosen1. miconazolcrème 2 dd, max. 6 weken2a. fusidinezuurcrème 3 dd, max. 14 dagen, of 2b. bij uitgebreide laesies: claritromycine 2 dd 250 mg, 7 dagen of azitromycine 1 dd 500 mg, 3 dagen
Folliculitis: folliculaire pustels, omgeven door rode rand, met later eventueel korstvormingacne vulgaris, pseudofolliculitis barbae, dermatitis perioralis, pityrosporum-folliculitisalleen bij hardnekkige klachten flucloxacilline 3 dd 500 mg, 7 dagen
Impetigo vulgaris (crustosa): vesikels en pustels, exsudatieve honinggele korsten op erythemateuze bodemherpes simplex labialis1. fusidinezuurcrème 3 dd, max.14 dagen2a. bij onvoldoende verbetering: flucloxacilline 3 dd 500 mg, 7 dagen (kinderen 40-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag)2b. bij penicillineallergie: azitromycine 1 dd 500 mg, kinderen 10 mg/kg lichaamsgewicht/dag, 3 dagen
Impetigo bullosa: vesikels en blaren, na doorbraak ontstaan erosieve gebiedenstaphylococcal scalded-skin syndromezie onder impetigo vulgaris
Impetiginisatie: (purulent) exsudaat uit een tevoren droge dermatose of eczeem, gele korsten en pustelseczema herpeticumzie onder impetigo vulgaris of bij impetiginisatie van constitutioneel eczeem NHG-Standaard Constitutioneel eczeem
Pitted keratolysis: putjes in de hoornlaag, soms uitgebreide erosieshyperhidrosis, tinea pedis, contacteczeem1. aluminiumchlorideoplossing 20%/aluminiumhydroxychlorideoplossing 15% of -crème 20%2. miconazolcrème 2 dd, 6 weken, of erytromycineapplicatievloeistof 2 dd, 14 dagen

Tabel 2 Diepe huidinfecties

* Patiënten met een verminderde weerstand zijn patiënten met perifeer vaatlijden, diabetes mellitus, immunodeficiëntie, chronisch overmatig alcoholgebruik, (chronisch) gebruik van orale corticosteroïden of cytostatica, splenectomie.
Aandoening: efflorescenties Differentiaaldiagnose Medicamenteuze behandeling
Cellulitis en erysipelas: (on)scherp begrensd glanzend rood, warm en gezwollen, soms bulleusnecrotiserende fasciitis (blauwe verkleuring huid met hevige pijn eromheen), diepveneuze trombose1a. flucloxacilline 4 dd 500 mg, 10 dagen1b. bij penicillineallergie: claritromycine 2 dd 500 mg (kinderen 2 dd 7,5 mg/kg lichaamsgewicht/dag), 7-10 dagen of azitromycine 1 dd 500 mg (kinderen 10 mg//kg lichaamsgewicht/dag), 3 dagen recidiverende cellulitis: overweeg preventief fenoxymethylpenicilline of feneticilline 2 dd 250 mg dagelijks of benzathinebenzylpenicilline 1,2 miljoen IE intramusculair eenmaal per 3-4 weken, 1-2 jaar, of zelfbehandeling met flucloxacilline
Ecthyma-ulcus: met gele korsten bedekt ulcus omgeven door rode randulcus cruriszie onder cellulitis
Erysipeloïd: omschreven (paars)rode, uitbreidende plek doorgaans vanuit een wondjecellulitis1a. feneticilline 3 dd 500 mg of fenoxymethylpenicilline 3 dd 500 mg, 7 dagen1b. bij penicillineallergie: macrolide (zie voor dosering bij cellulitis)
Erythema migrans: rode of blauwrode, matig begrensde, langzaam uitbreidende plek, soms met centrale verblekingerythema anulare centrifugum, dermatomycosen1a. doxycycline 2 dd 100 mg, 10 dagen1b. bij contra-indicaties: amoxicilline, volwassenen 4 dd 500 mg, kinderen 50 mg/kg lichaamsgewicht/dag (max. 3 dd 500 mg), 14 dagen1c. bij penicillineallergie: azitromycine 1 dd 500 mg, kinderen 10 mg/kg lichaamsgewicht/dag, 5 dagen
Furunkel: rood, warm infiltraat met centraal purulente blaar of necrotische prophidradenitisbij risico op gecompliceerd beloop (boven lijn mondhoek tot oor, verhoogd risico op endocarditis, een kunstgewricht of verminderde weerstand*) of niet-genezende furunkel: flucloxacilline 4 dd 500, 7 dagenfurunculose: 1. twee- tot driemaal/week wassen met povidonjodium of chloorhexidinezeep2. overweeg bij positieve neuskweek: fusidinezuurcrème 3 dd, 1 week/4 weken, max. 6 maanden
Geïnfecteerde atheroomcyste: rode zwelling ter plaatse van een tevoren bestaande niet-pijnlijke zwellingfurunkel, abcesgeen (incisie en drainage)
Hidradenitis suppurativa: langgerekte onderhuidse zwelling gedurende 3-4 dagen, die overgaat in een zichtbare zwelling; vaak ook comedonen, noduli en abcessenfurunkeloverweeg bij frequente recidieven en uitstel van chirurgische behandeling clindamycinelotion 2 dd, 3 maanden
Karbunkel: conglomeraat van furunkelsfurunkel, abcesgeen (incisie en drainage)
Panaritium: zwelling en roodheid panaritium tendinosum, panaritium ossale, diepe handflegmonegeen (incisie en drainage)
Paronychia (acuut): rode en gezwollen nagelwal, eerst eenzijdig, later uitbreidend naar andere zijde van de nagelwalherpes simplexbij uitbreiding infectie: amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg, 7 dagen
Sinus pilonidalis: rood infiltraatperianaal abcesgeen (of chirurgische behandeling)
(Bijt)wondinfectie: roodheid, zwelling en pusvorming ter plaatse van een wondcellulitiswondinfectie: bij algemeen ziekzijn of cellulitis: zie onder cellulitis bij bijtwondinfectie en preventief bij mensen- of kattenbeet, bijtwond aan hand, pols, been of voet, diepe prikbeet of kneusbijtwond of bij bijtwond en verminderde weerstand*: 1a. amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg, kinderen 3 dd 10/2,5 mg/kg lichaamsgewicht, 7 dagen (preventief 5 dagen) 1b. bij penicillineallergie: doxycycline 1 dd 100 mg (1e dag 200 mg), kinderen < 13 jaar: clindamycine 25 mg/kg lichaamsgewicht/dag in 3 giften, 7 dagen (preventief 5 dagen)

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Ernstig zieke patiënt, bij een vermoeden van sepsis of bij onvoldoende verbetering bij cellulitis of erysipelas.
  • Patiënt met karbunkel, panaritium of cellulitis periorbitalis.
  • Patiënt met frequent recidiverende hidradenitis suppurativa of sinus pilonidalis.
  • Patiënt met wondinfectie en een grote kans op een gecompliceerd beloop (handinfectie, wondinfectie aan extremiteit bij diabetes of slechte arteriële circulatie).
  • Patiënt met bijtwond met (een vermoeden van) pees- of gewrichtsletsel of letsel van zenuw- of botweefsel.